Erdbrink kijkt niet weg van problemen, maar het blijmoedige geluid van de vooruitgang in Iran resoneert

Tv-recensie Gidi Heesakkers

In Onze man in Teheran overheerst de optimistische blik. Ook al kijkt Erdbrink niet weg van problemen, het blijmoedige geluid van de vooruitgang in het land dat hij nooit achterlijk zou durven noemen resoneert. 

We hebben het dit jaar nog amper een zondagavond zonder een VPRO-man in den vreemde hoeven stellen. Na Door het hart van China met Ruben Terlou en Over de rug van de Andes met Stef Biemans begon vorige week het tweede seizoen van Onze man in Teheran, in 2015 winnaar van de Zilveren Nipkowschijf voor het beste televisieprogramma van dat jaar. De omroep vond het zelf kennelijk ook tijd om ter afwisseling van deze gewaardeerde mannen (onder nog meer mannen; Bram Vermeulen in Afrika, Jelle Brandt Corstius in Rusland en Wilfred de Bruijn in Frankrijk) eens een vrouw op reis te sturen. In de herfst volgt een reeks over Japan, met Paulien Cornelisse.

Maar eerst dus thuisblijver Thomas Erdbrink, die in de eerste nieuwe aflevering werd ontboden op het ministerie van Informatie. Hij moest er een uit Nederland meegebrachte drone inleveren – in de Iraanse hoofdstad zijn drones verboden. Nu hij er toch was, blikte hij terug op het eerste seizoen met degene die er destijds na lang wikken en wegen toestemming voor had gegeven. De man was complimenteus, al had hij ook wat kritiek op de wijze waarop Erdbrink het Iran van tegenwoordig in beeld bracht. Zijn enige advies voor de nieuwe serie: ‘Zet ons niet weg als een achterlijk land.’

Iran is de afgelopen drie jaar moderner geworden, toonde Erdbrink. Instagram is daar inmiddels net zo groot als hier, vrouwen klimmen op elektriciteitskasten met de verplichte hoofddoek aan een stok, riskerend dat ze als gevolg van hun protest in de gevangenis belanden. De zeer religieuze, conservatieve actievoerder die Erdbrink drie jaar geleden portretteerde, had inmiddels een computer in huis. Zijn vrouw haalde haar rijbewijs en bezit een smartphone - wie had dat toen gedacht?

Ruben Terlou en Stef Biemans zijn wat meer gericht op de romantiek van het kleine verhaal. Erdbrink maakt het op zijn beurt persoonlijker, door veelvuldig mensen uit zijn familie-, vrienden- of kennissenkring bij het programma te betrekken en inzichtelijk te maken hoe sterk de regels en voorschriften van de islamitische overheid ingrijpen in hun dagelijks leven.

Zondag bezocht hij bijvoorbeeld een vriendin die in een hippe sportschool Zumbales geeft aan vrouwen. Mag eigenlijk niet, gebeurt toch achter gesloten deuren, maar hoe breng je zoiets in beeld zonder haar in de problemen te brengen? 

Afgelopen zaterdag eindigde hij zijn column in Volkskrant Magazine met een les die hij leerde van zijn verblijf in Iran tot nu toe. Dat schijnen mensen hem vaak te vragen, wat hij tot nu toe van leven in het land heeft opgestoken. ‘Mijn antwoord is dan dat ik heb geleerd dat wat er ook gebeurt, mensen van elkaar houden.’

Die optimistische blik is terug te zien op tv. Ook al kijkt Erdbrink niet weg van problemen, het blijmoedige geluid van de vooruitgang in het land dat hij nooit achterlijk zou durven noemen resoneert. 

Fijn dat onze man weer onder ons is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.