'Er zit wél leven in de Franse Barok'

INTERVIEW..

VERSAILLES Een buitenkans. Dat is het niet alleen voor de vijfhonderd liefhebbers die woensdagavond op klapstoeltjes neerstrijken in de Spiegelzaal van Versailles. Ook Christophe Rousset (48), de Franse klavecinist en dirigent, koestert het privilege. Want wanneer hoor je op deze plek nou de noten die in dienst van de Zonnekoning zijn geschreven?

Al is de locatie niet helemaal historisch, weet Rousset. ‘Muziek werd gespeeld in de kapel en in de koninklijke vertrekken, maar nooit in de Spiegelzaal. Als daar al eens een bal werd gegeven, zat het muziekpersoneel verstopt in de omliggende salons.’

Toch is ook de cultuurzender Arte uitgerukt voor het concert door Roussets ensemble Les Talens Lyriques. Ze spelen muziek uit de jaren 1690, van componisten als Charpentier en Campra. Het programma wordt vanmiddag in het Concertgebouw herhaald en valt rechtstreeks te beluisteren via Radio 4.

Schrale troost voor wie de Spiegelzaal links liet liggen: de akoestiek van deze chique pijpenla kent nare trekjes. Roussets orkestje houdt zich redelijk staande, maar de sopraanstem van Céline Scheen ketst af op het bladgoud, de spiegels en het marmer in vele kleuren.

Christophe Rousset: zijn carrière kreeg vaart in 1983, toen hij het klavecimbelconcours van Brugge won. Hij werd de adjudant van William Christie, de Amerikaan die Frankrijk kwam herinneren aan de grandeur van z’n muzikale verleden.

In 1991 begon Rousset voor zichzelf. Twee jaar later dirigeerde hij Monteverdi’s Poppea bij De Nederlandse Opera. En tegenwoordig is ‘Rousset’ de merknaam voor alles wat authentiek is en fijnzinnig.

In zo’n toekomst had de jonge Provençaal in 1980 graag willen geloven. Gustav Leonhardt, de klavecimbelgod, had hem als leerling geweigerd in Amsterdam. Rousset trok naar het Haags conservatorium en kreeg daar de schok van z’n leven. ‘Calvinistische omgangsvormen, een stad die om zes uur sluit – ik heb drie jaar als een monnik geleefd. Gelukkig kon Bob van Asperen me alles leren over het klavecimbel.’

Dat instrument bespeelt Rousset nu nog maar zelden. Neem deze week: halverwege Versailles en Amsterdam, in Brussel, dirigeert hij liefst drie avonden Gluck. Voor Iphigénie(s), een project van Pierre Audi, staat de barokman Rousset oog in oog met het moderne symfonieorkest van de Munt.

‘Het is mijn vierde opera met een modern orkest en Pierre Audi heeft moeite moeten doen om me over te halen. Bij sommige musici merkte ik weerstand, maar ik had zulke uitgesproken ideeën over de klank dat we het tot een goed einde hebben gebracht. Ik kreeg het zelfs voor elkaar dat we natuurhoorns en houten fluiten gebruiken.’

Ook in Versailles kwam Rousset met een nouveauté. Als koninklijke tafelmuziek componeerde Michel-Richard de Lalande de Symphonies pour les Soupers du Roi. Alleen de twee buitenstemmen zijn overgeleverd, maar onder supervisie van het Centre de Musique Baroque de Versailles hebben studenten uit Frankrijk en Slowakije de drie middenstemmen gereconstrueerd.

Christophe Rousset: ‘Ze hebben prima werk geleverd, maar toch heb ik akkoorden vereenvoudigd en snelle noten geschrapt. In de Franse traditie waren middenstemmen kleurig vulmiddel, meer niet. Een componist als Lully werkte op dezelfde manier: als een schilder zette hij zijn doek op, waarna een assistent de details inkleurde.’

Jean-Baptiste Lully: op een cartouche in de Grote Zaal staat de achternaam gespeld als Lulli. Hij was de invloedrijke import-Italiaan die de Franse barokmuziek uitvond en via Lodewijk de Veertiende verhief tot staatszaak. Op Lully’s gezag werd het mes gezet in Italiaanse gekkigheden als het verminderd septiemakkoord en hitsige chromatiek.

Rousset: ‘Net als het hofleven raakte de Franse muziek streng geformaliseerd. Dat maakt het voor hedendaagse musici niet altijd makkelijk: er zit leven in, maar je moet een expert zijn om het te vinden. Een van Lully’s opvolgers, François Couperin, verwoordde de Franse esthetiek perfect: ‘Ik geef de voorkeur aan wat me ontroert boven wat me verrast.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden