'Er zat een ijsberg in mijn ziel'

De Britse schrijfster M.J. Hyland groeide op in een gewelddadig milieu waarin geen boek te bekennen viel. ‘Alle ideeën in mijn teksten zijn autobiografisch.’..

Haar drie romans zijn fascinerende en schrijnende portretten van jonge mensen, moeizaam op zoek naar hun plaats in de samenleving, hun bestemming in het leven. In haar debuut Hoe het licht binnenvalt (How the Light Gets In, 2003) vertelde M.J. Hyland het verhaal van de ambitieuze, 16-jarige Lou Connors, die via een studentenuitwisselingsprogramma probeert te ontsnappen aan het asociale gezin waarin ze is opgegroeid.

Waar je valt (Carry Me Down, 2006), waarmee Hyland de shortlist van de Man Booker Prize haalde, handelt over de 11-jarige John Egan, die geobsedeerd wordt door de leugenachtigheid van de volwassenen om hem heen. Het zojuist verschenen Dit is echt (This is It) is het verhaal van de 24-jarige Patrick Oxtoby, die na een mislukte liefdesrelatie alle banden met zijn verleden probeert te verbreken, en in zijn nieuwe woonomgeving volkomen onverwacht en zonder duidelijke aanleiding een moord pleegt.

Wie uit deze drie verhaallijnen de conclusie trekt dat Hyland een bijzondere belangstelling heeft voor de onstuimige overgangsfase van kindertijd via adolescentie naar volwassene, vergist zich. ‘Leeftijd is geen interessant uitgangspunt’, zegt de schrijfster. ‘Een roman begint bij mij met een idee, waar ik vervolgens een personage bij zoek.’

Met Hoe het licht binnenvalt wilde Hyland ‘een soort Pygmalion-verhaal’ schrijven, Waar je valt was een onderzoek naar leugens en leugendetectie en in Dit is echt streefde ze naar een boek over een gratuite geweldsdaad. ‘Ik zocht de sfeer van De vreemdeling van Albert Camus, De angst van de doelman voor de strafschop van Peter Handke en De kelders van het Vaticaan van André Gide.’

M.J. Hyland – ‘alsjeblieft niet Maria Hyland, dat klinkt als een bloemiste!’ – verwijst tijdens het gesprek regelmatig naar haar literaire inspiratiebronnen. Toch komt ze bepaald niet uit een bookish milieu. Ze werd in 1968 in Londen geboren uit Ierse ouders. Haar vader was een criminele, gokverslaafde alcoholist. Toen Hyland twee was, verhuisde het gezin naar Sydney, om zich drie jaar later in Dublin te vestigen. Op Hylands elfde waagden haar ouders een tweede poging een nieuw leven in Australië te beginnen.

Daar woonde het gezin een tijdlang in een migrantenopvangcentrum in Freemantle, West-Australië, ‘tussen interessante mensen uit China en Singapore’. Na een reeks verhuizingen in de regio, pakten de Hylands hun hele hebben en houwen in een oude auto en reden dwars door de hete en kurkdroge Nullarbor Plain naar Melbourne. Maar het nieuwe, betere leven kwam ook daar niet. Hylands vader bleef een hopeloze gokker en alcoholist, en belandde een aantal keren in een psychiatrische inrichting. Net als haar broer werd hij meerdere malen veroordeeld voor diefstal en roof.

Haar moeder deed haar best het gezin staande te houden en ondanks haar fysieke zwakte – ze leed als kind aan polio en bracht tien jaar in het ziekenhuis door – was ze de ruggengraat van het gezin. Hyland ontwikkelde een hevige afkeer van haar vader en rond haar twaalfde beraamde ze zelfs een moordpoging. ‘Ik wilde mijn vader te lijf gaan met een hamer, toen hij op een ochtend dronken in zijn pyjama aan de keukentafel zat, maar mijn moeder kwam tussenbeide.’

Het moet niet de enige keer zijn geweest dat ze het op haar vader had voorzien. Toen ze ouder was, liet hij haar op een dag de littekens zien van de keren dat ze hem was aangevlogen. In een essay over haar jeugd schreef Hyland: ‘Ik realiseerde me dat, hoewel mijn vader verschillende keren de gevangenis was ingedraaid wegens geweldsmisdrijven, ik het meest gewelddadige lid van ons gezin was, degene die bereid was om te doden.’

Al op jeugdige leeftijd vatte Hyland de droom op, schrijfster te worden, ‘eigenlijk nogal merkwaardig, als je beseft dat er in ons huis geen boek te bekennen was. Ik vermoed dat mijn rusteloze jeugd en de dikwijls interessante mensen die we op onze eeuwige zwerftocht tegenkwamen een belangrijke inspiratiebron zijn geweest. Tegen de tijd dat ik in de puberteit kwam, was het me duidelijk dat ik aan mijn omgeving moest zien te ontkomen, wilde ik mijn droom kunnen realiseren.’

Dus volgde ze spraaklessen en nam deel aan een studentenuitwisselingsprogramma dat haar in Idaho deed belanden. Daar belandde ze in een keurig middle class gastgezin, ‘in geen enkel opzicht vergelijkbaar met het verstikkende gastgezin in Hoe het licht binnenvalt. Mijn ‘gastouders’ in Boise, Idaho, waren bijna misselijkmakend aardig en begrijpend, niets op aan te merken.’ Toch werd Hylands uitwisselingsprogramma voortijdig beëindigd. Haar alcoholgebruik, sinds haar dertiende een vanzelfsprekendheid, werd door de organisatie niet getolereerd.

Maar het buitenlandse verblijf betekende voor Hyland wel een keerpunt. Ze keerde niet terug naar huis, maakte haar school af en ging rechten studeren in Melbourne, waar ze vervolgens als juriste ging werken. En ze ging schrijven. ‘Graham Greene heeft gezegd: een schrijver moet een ijssplinter in zijn ziel hebben. Bij mij zat er een complete ijsberg. Dat heeft natuurlijk mede de thematiek van mijn werk bepaald. Alle ideeën in mijn boeken zijn autobiografisch. De doelen waar Lou uit Hoe het licht binnenvalt naar streeft, haar verlangen naar een transformatie, naar ontsnapping uit haar working class-milieu, dat is allemaal gebaseerd op mijn leven, mijn ideeën als tiener. Dat geldt echter niet voor de specifieke gebeurtenissen in dat boek. Die zijn, als in al mijn boeken, fictief.’

Sinds een paar jaar woont Hyland in Manchester, waar ze creative writing doceert aan de universiteit. Het idee voor haar jongste roman, Dit is echt, kreeg ze toen ze het boek Life After Life – Interviews with Twelve Murderers van Tony Parker las. ‘Een van de geïnterviewden was een man van een jaar of negentien die in een pension woonde. Op een avond had hij te veel gedronken en vermoordde iemand die hij ervan verdacht iets van hem te hebben gestolen. Meteen toen ik dat interview las, wist ik dat dít het verhaal over een gratuite moord was, dat ik wilde vertellen.’ Dat werd het verhaal van Patrick Oxtoby, die van zijn vriendinnetje de bons krijgt, vervolgens naar een badplaatsje afreist, daar een kamer in een pension betrekt en zich bewust afzijdig houdt van de vriendelijke pensionhoudster en twee welwillende leeftijdgenoten die ook in het pension wonen. Als zijn bezorgde moeder hem komt opzoeken, doet hij zijn best zo snel mogelijk van haar af te komen. Patrick was ooit een veelbelovende psychologiestudent, maar brak zijn studie af om automonteur te worden. Het is met een van de instrumenten uit zijn gereedschapskist, het enige ding in de wereld dat hij nog lijkt te koesteren, dat Patrick zijn fatale daad begaat.

Hyland: ‘Op het moment dat ik aan Dit is echt begon, wist ik nog niet wie Patrick zou gaan vermoorden. Het kon iedereen zijn: zijn moeder, de pensionhoudster, een van de andere gasten in het pension, de garagehouder... Eén bladzijde voordat de werkelijke moord wordt gepleegd, kon iedereen nog het slachtoffer zijn, en ik hoop dat die sfeer van ongerichte, onuitgesproken dreiging in het boek voelbaar is.’

Ongeveer de helft van Dit is echt speelt zich af binnen de gevangenismuren, na Patricks veroordeling. De beschrijvingen die Hyland geeft van het dagelijks bestaan aldaar – de hiërarchie onder de gevangenen, hun angsten, de corruptie onder het personeel – overtuigt zeer. Toch zijn haar beschrijvingen niet echt gestoeld op research.

‘Nadat ik het boek had voltooid, heb ik de nodige tijd doorgebracht in twee gevangenissen in Manchester: de extra beveiligde strafinrichting Strangeways en een vrouwengevangenis. Toen kwam ik erachter dat verschillende dingen die ik had geschreven niet klopten met de werkelijkheid. Iets dergelijks overkwam me toen ik een aantal hooggekwalificeerde juristen raadpleegde. Uiteindelijk heb ik noch met die gevangenisbezoeken, noch met de informatie van die juristen iets gedaan. Mijn roman is fictie. Wat ik schrijf, hoeft niet waar te zijn, als maar waarachtig voelt. ’

Patrick maakt in Dit is echt een ontwikkeling door die het spiegelbeeld lijkt van die van Lou in Hoe het licht binnenvalt en John in Waar je valt. Lou en John proberen zich te onttrekken aan een beklemmende omgeving, Lou door te gaan studeren en John via zijn vaardigheden als ‘menselijke leugendetector’. Patrick komt in een steeds kleiner wereldje terecht en vindt pas rust wanneer hij in de gevangenis zit. Hyland: ‘Ergens in het boek zegt Patrick dat hij gelukkiger is in de gevangenis, omdat zijn leven nu tot een omvang is geslonken die bij hem past. Waar hij op school en later in het pension faalt in de omgang met klasgenoten en medehuurders, weet hij in de gevangenis een band op te bouwen met twee celgenoten. Ik vermoed dat er een significante groep gevangenen is, voor wie de gevangenis een geborgenheid biedt die ze in de buitenwereld niet vinden. Zodat ze, eenmaal op vrije voeten, eigenlijk terugverlangen naar de gevangenis. Volgens mij verklaart dat ook waarom het aantal recidivisten zo hoog is.’

Bij nadere beschouwing zijn de overeenkomsten tussen Hylands hoofdpersonen groter dan de verschillen. Het gaat om figuren die op gespannen voet staan met hun omgeving. ‘Ze zijn onhandig, beschikken over beperkte sociale vaardigheden, willen ontsnappen aan hun omgeving en aan zichzelf. Ze willen veranderen. Daarnaast zijn ze meestal intelligenter dan hun omgeving, zonder daarvoor erkenning te krijgen.’

Tegelijk zijn ze aanzienlijk minder in staat tot zelfreflectie dan je op basis van hun intelligentie zou verwachten. Vooral dat beschouwt de schrijfster als kenmerkend voor haar personages.

Hyland schrijft altijd in bed. ‘Dat doe ik nu al vijf jaar en het bevalt me uitstekend. Ik denk dat ik dat comfort nodig heb, niet in de laatste plaats omdat mijn personages zich zo oncomfortabel voelen. Ik heb er altijd een beetje de pest in wanneer lezers mij schrijven dat al mijn hoofdpersonen aan autisme leiden. Alsof je met pathologiseren iets verklaart. Ik denk dat het om iets breders en diepers gaat. Bij ieder mens is er tot op zekere hoogte een verschil tussen wat je vindt en denkt en wat daarvan in je daden naar buiten komt. In mijn boeken verdiep ik mij in figuren bij wie die kloof vrij breed is en veel pijn veroorzaakt.’ Ironisch: ‘Merkwaardig hè, voor zo’n schijnbaar opgewekt iemand als ik.’

Hyland doet haar best tijd en plaats een zo onbeduidend mogelijke rol te laten spelen in haar romans. Maar ze zal een boek nooit in het heden situeren. ‘Ik zal nooit een boek schrijven waarin een personage een gesprek voert met een mobiele telefoon of naar een dvd kijkt op een flatscreentelevisie, zaken die ons afleiden van de malaise van het leven. Trouwens, als Patrick een mobiele telefoon had gehad, zou hij niet die schitterende, pijnlijke telefoongesprekken hebben kunnen voeren via openbare telefoons.’

Maar er is nog een reden voor haar ‘moderniteitsallergie’. Hyland: ‘Mijn verbeelding werd gevormd door romans die geen duidelijke indicatoren bevatten van de tijd waarin ze spelen. Ik houd in dat opzicht zeer van Kafka. Voor mij moet een verhaal universeel en eindeloos zijn, handelen over zaken die mensen altijd hebben beziggehouden en altijd zullen bezighouden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden