Er stond hoe dan ook zo'n apparaat in Delft

Kunsthistorici debatteren al tijden over de vraag of Johannes Vermeer tijdens het schilderen gebruik maakte van een camera obscura. Nu is er nieuwe munitie voor de stelling dat Vermeer zo'n vernuftig apparaat tot zijn beschikking had.

null Beeld  Collectie Buckimham Palace Londen
Beeld Collectie Buckimham Palace Londen

Wat een wonderlijk perspectief. Dat is de eerste gedachte bij het zien van De Muziekles van Johannes Vermeer, die hangt in Buckingham Palace. De tafel, het tapijt en de tegels op de voorgrond zijn imposant, en de muzikanten op de achtergrond juist opvallend klein. Waarom schilderde Vermeer de kamer zo? Maakte hij bij deze en andere doeken wellicht gebruik van optische foefjes - een camera obscura bijvoorbeeld - die hem op dit idee brachten? Nieuw archiefonderzoek maakt dat nu nóg aannemelijker.

Vermeer (1632-1675) was in zijn stad Delft omringd door geleerden en ambachtslieden met hoogstaande kennis over optica. Zij hadden de nieuwste optische uitvindingen in huis, waaronder een (variant op een) camera obscura; indertijd een noviteit in Holland. Die uitvinding lag ook binnen het bereik van Vermeer, aangezien hij contact had met minstens een van de onderzoekers. Deze nieuwe inzichten presenteerde Huib Zuidervaart van het onderzoeksinstituut Huygens ING deze week op een congres over de relatie tussen kunst en wetenschap in de Gouden Eeuw.

Toen nu toe bestond er veel kritiek op de theorie, omdat het duister was hoe Vermeer aan zo'n vernuftig, nieuw apparaat had moeten komen. Zuidervaart en mede-onderzoeker Marlise Rijks maken duidelijk dat de benodigde kennis en materiaal in Delft voor het oprapen lagen.

Johan van der Wyck

Een camera obscura is een donkere ruimte (in grootte variërend van een kamer tot een grote schoenendoos), met daarin een gat met een lens. Door die lensopening valt licht naar binnen, waardoor op een wand of een tafel een afbeelding van de buitenwereld wordt geprojecteerd. Zuidervaart en Rijks laten zien dat zo'n apparaat in Delft aanwezig was. Eigenaar was optica-liefhebber Johan van der Wyck, die rond 1650 in de stad kwam wonen; juist in de periode dat Vermeer begon als schilder. Van der Wyck maakte onder meer lenzen, telescopen en microscopen. En een apparaat dat met behulp van lenzen een straatbeeld projecteerde op een tafel - een camera obscura dus of een soortgelijk apparaat.

Een andere cruciale figuur in het onderzoek is Jacob Spoors, die experimenteerde met licht. Hij stond in contact met Vermeer want hij was de notaris van diens schoonmoeder, bij wie de schilder in huis woonde. Spoors woonde bovendien vlak bij Van der Wyck en werd ook zijn notaris.Vanwege hun gedeelde optische interesses ligt het voor de hand dat de twee onderzoekers elkaar goed kenden.

Misschien kwam Vermeer zo ook Van der Wyck tegen, en leende hij zijn apparaat. 'Delft was een klein stadje en inwoners liepen elkaar snel tegen het lijf', zegt Zuidervaart. 'De kans is groot dat liefhebbers dan ook over optica praatten. Maar doordat ze elkaar persoonlijk ontmoetten, hebben hun discussies geen papieren sporen nagelaten. Ik kan dus niet met zekerheid zeggen wie met wie bevriend was.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding

null Beeld
Beeld

Opmerkelijke eigenschappen

(Kunst)historici discussiëren al decennia over Vermeer en de camera obscura. De theorie dat Vermeer een projectie gebruikte bij het schilderen is gebaseerd op opmerkelijke, haast fotografische eigenschappen van zijn werk. Philip Steadman (University College London), een van de bekendste verdedigers van de stelling, noemt in zijn boek Vermeer's Camera (2001) onder meer het feit dat Vermeer delen out of focus schilderde. Normaal kan een schilder zijn focus verleggen en zo alle onderdelen van zijn voorstelling scherp weergeven. Maar in een projectie zijn sommige delen wel scherp en andere niet.

Ook maakte Vermeer opvallende keuzes in perspectief. In de eerder genoemde Muziekles bijvoorbeeld of in De soldaat en het lachende meisje: het hoofd van de soldaat op de voorgrond is véél groter dan het meisje op de achtergrond. De weergave klopt, maar tijdgenoten maakten in vergelijkbare gevallen het verschil tussen de twee hoofden kleiner. Zij lieten zich leiden door wat ze dáchten te zien. Vermeer schilderde het perspectief correct, zo wil de theorie, omdat hij beschikte over de projectie via de camera obscura; een objectief tweedimensionaal voorbeeld.

Dit soort aanwijzingen vormen op zijn best indirect bewijs dat Vermeer een dergelijk apparaat gebruikte. Daarom is Philip Steadman blij met het artikel van Zuidervaart, vertelt hij aan de telefoon: 'Ik vermoedde dat Vermeer misschien via de Delftse microscopenbouwer Antoni van Leeuwenhoek kennis had gemaakt met de camera obscura, maar kon dat allerminst hard maken. Zuidervaart laat zien dat het optische klimaat in Delft veel rijker was dan ik had gedacht. Hij voegt belangrijke kennis toe aan de cameratheorie.'

Nieuwigheden

De Delftse nieuwsgierigheid naar de werking van licht, lenzen en spiegels ontstond vroeg in de zeventiende eeuw, stellen Zuidervaart en Rijks. Inwoners van de stad doken toen razendsnel op nieuwigheden. Zo produceerde brillenmaker Evert Harmansz Steenwijck in 1609 al een telescoop; slechts een jaar nadat het eerste bekende exemplaar uit de geschiedenis was gepresenteerd. Andere liefhebbers traden in zijn voetsporen.

Tegelijkertijd waren Delftse schilders - niet alleen Vermeer - gefascineerd door lichtinval en perspectief. Het nieuwe onderzoek suggereert een verklaring voor die parallelle interesse: de hechte relaties in de stad. Zo werden twee zonen van telescoopbouwer Steenwijck schilder. Tussen kunst en wetenschap stonden indertijd nog geen schotten, de twee kwamen in de Gouden Eeuw samen tot bloei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden