Interview

'Er schuilt een soort genade in vergane glorie'

Voor zijn nieuwste roman ging Thomas van Aalten terug naar de gloriejaren van het tijdschrift. Die zijn voorbij, maar dat geeft niet.

Thomas van Aalten Beeld Sanne De Wilde

Schrijver Thomas van Aalten (37) at laatst met een vriend weer eens bij Lung Tin, het Chinese restaurant in de Johan Huizingalaan in Amsterdam. Hij woont in de buurt en komt er graag, net als zijn kinderen.

Hij schetst het beeld. Pijpenla. Karige inrichting, zelfs het in Chinese restaurants gebruikelijke aquarium ontbreekt. Aan de muur een telefoon, eronder een bordje met het woord 'telefoon' erop.

Een 'babipangangchinees', noemt Van Aalten het. 'Er komen niet veel mensen. Over tien jaar bestaat het waarschijnlijk niet meer. Helaas.'

Maak nou eens het lekkerste gerecht dat je hebt, vroegen zijn vriend en hij in Lung Tin aan de kok. Het mocht buiten de kaart om en het maakte niet uit wat het zou kosten. 'Je zag hem blokkeren. Uiteindelijk kwam hij aanzetten met een keurige ossenhaas met broccoli. We waren voor een paar tientjes klaar.'

Ze vroegen de kok uit welke streek het gerecht afkomstig was. 'Hij mompelde iets over een broer uit Londen. Dat ontroerde me. De kok had zijn situatie geaccepteerd en hij had geen grote dromen meer. Maar hij zat ook niet te sikkeneuren.'

Waarachtigheid

Liever dit dan een hip restaurant in het centrum van de stad, waar nooit plek is en je teveel betaalt voor te weinig. In Lung Tin voelt hij de waarachtigheid en de vergane glorie. 'Ik verdiep me daar graag in. Er schuilt een soort genade in.'

In de achtste roman van Van Aalten vergaat de glorie van Henry!, een glamourblad dat in de jaren zestig tot bloei kwam. Het verhaal over opkomst en ondergang van het tijdschrift is ingebed in een schets van een veranderend Nederland en de roerige persoonlijke geschiedenis van de oprichter, wereldburger Henry Imholz.

Vergelijkingen met de sfeer van Mad Men, de televisieserie over het reclamewereldje in het Amerika van de jaren zestig, zijn al getrokken. 'Het was een inspiratiebron. In Mad Men gaat het ook over een droomfabriek, net als in de tijdschriften. Over de filmindustrie is al veel geschreven, net zoals over televisie. Tijdschriften waren nog een braakliggend terrein.'

Ode aan verbeelding

Henry! is, losjes, geënt op Avenue, het tijdschrift dat vanaf het eind van de jaren zestig talloze vergezichten opende. In niets deed het denken aan de droge, opiniërende publiekstijdschriften uit die tijd of aan de lichtere familiebladen als Panorama en Revu.

Avenue was een ode aan de verbeelding, zegt Van Aalten. 'Er werd geprobeerd het leven wat mooier te maken, zelfs in de advertenties. Avenue was een portaal naar een mooi en spannend leven, met architectuur, film, beeldende kunst, literatuur, reizen. Dat optimisme en de wens om vergezichten te tonen heeft me bij het schrijven van Henry! geprikkeld.'

Gloriejaren

Het waren de gloriejaren van de tijdschriftindustrie, met tientallen florerende titels, duizelingwekkende oplagen en ruime budgetten. De populaire cultuur kwam op. De lezers identificeerden zich met hun tijdschrift. Het terrein was afgebakend, de impact van de journalistiek groot.

Van Aalten noemt een voorbeeld uit 1976, de omstreden cover die Nieuwe Revu maakte voor het kerstnummer. Teksten van koningin Juliana waren vermengd met foto's van naakte mannen en vrouwen. 'De directie van de Geïllustreerde Pers vond het aanstootgevend en liet de hele oplage vernietigen. Medewerkers demonstreerden en er werden Kamervragen gesteld.'

De braafheid had nog geen bezit genomen van de journalistiek en avontuur bestond nog. In de roman Henry! wordt stevig gerookt en gedronken, jenever in het bijzonder. Journalisten, vaak wat verlopen types, vluchten om de haverklap naar Amsterdamse cafés als Schiller en Scheltema.

Geen weemoed

Van Aalten voelde geen weemoed bij het schrijven. Hij is ook te jong om de bloeiperiode te hebben meegemaakt. 'Ik ben in 1978 geboren, sta dus nog met één been in de vorige eeuw. Daardoor ben ik in staat om er met twee blikken naar te kijken. En omdat ik nooit op een redactie heb gewerkt, was ik ook niet bevooroordeeld.'

Henry! is fictie, stelt hij met nadruk, ondanks de gelijkenissen met de werkelijkheid. Het was niet zijn bedoeling een openluchtmuseum op te richten. 'Er zijn vast mensen die zeggen dat het er destijds toch wat anders aan toe ging. Dat neem ik voor lief. Ik wilde mezelf vrijheden permitteren. Het moest mijn boek worden; geloofwaardig, maar niet per se waar.'

In zijn ouderlijk huis, in een nieuwbouwwijk van Huissen, werd vroeger de Libelle gelezen. Zijn fascinatie voor tijdschriften ontstond elders, bij zijn oma, die roddelbladen verslond.

Roddelbladen

'Ze zei altijd dat ze ze overal las, behalve bij de kapper. Die oma van mij had een abonnement op zo ongeveer alle bladen die VNU uitgaf. Stápels las ze: Nieuwe Revu, Aktueel, Panorama, met die groezelige foto's van mensen met een balkje voor hun ogen.'

Opiniebladen las ze niet, wel De Telegraaf. Ze was zeer rechts. 'Ik denk dat mijn genade voor die wereld daar vandaan is gekomen. Als ik bij De Telegraaf werkte, zou ik het altijd opnemen voor de VPRO-gutmensch, maar andersom zeker ook. Helaas ontmoeten die werelden elkaar hoogst zelden.'

In het huidige aanbod tijdschriften vindt Van Aalten weinig van zijn gading. Tevergeefs zoekt hij naar een 'kosmopolitisch blad'. Soms koopt hij een Esquire. 'Goed blad hoor, qua ritme en toon, maar ik heb altijd het gevoel dat ik in een gadgethoek word geduwd. Ik heb zelf een telefoon uit het jaar nul en ik draag ook geen schoenen voor een bedrag waarvoor een ander een tweedehandsauto koopt.'

Hij schrijft thuis, aan de keukentafel, vaak op zondag na het avondeten. In de zomervakantie wordt het tempo opgevoerd. Hij combineert het schrijverschap met lesgeven.

'Mediaprofessionals'

Van Aalten is verbonden aan de opleiding media, informatie en communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam, waar studenten worden opgeleid tot 'mediaprofessionals'. Het woord is slim bedacht, vindt hij.

'We zeggen niet dat ze journalist worden. Ze worden opgeleid voor een beroep waarvan je nog niet weet hoe het er over vijf jaar uitziet. We proberen vooruit te kijken.'

In hoeverre zijn werk hem heeft geïnspireerd bij het schrijven van Henry!? 'Nauwelijks. Voor studenten is het beter te kijken hoe het heden eruitziet.'

Snel en veel

Thomas van Aalten was 21 toen hij zijn debuut maakte als romanschrijver. 'Als dit debuut model staat voor de literatuur van een nieuwe generatie, kunnen we de jaren nul met enig vertrouwen tegemoetzien', schreef NRC-recensente Elsbeth Etty over Sneeuwbeeld. Al een jaar later, in 2001, verscheen zijn tweede roman Tupelo. 'Ik krijg soms de suggestie voor de verandering tien jaar uit te trekken voor een boek, maar dat is geen optie. Dit is mijn aanpak en die snelheid past het best bij mijn stijl.'

Lering

Het verleden dient alleen om lering uit te trekken. Verhalen, daar gaat het om. Hij wijst op de kolossale stukken, de grote reportages, die Gerard van Westerloo eind jaren zeventig, begin jaren tachtig schreef voor Vrij Nederland.

'Hij nam de tijd om mensen te bevragen. Niet alleen die gastarbeider, maar iedereen. Hij creëerde een fijnmazig netwerk dat hem in staat stelde een uitgebreid verhaal te vertellen. Zo'n verhaal zou nog steeds kracht hebben. Die kwaliteit, daar kun je wat van leren. Niet van nostalgie of melancholie.'

Zijn studenten lezen geen tijdschriften. Ze verbinden zich wel aan bepaalde merken, Elle, Glamour of Voetbal International bijvoorbeeld. 'Niet dat ze elke week of elke maand naar de kiosk gaan of een abonnement hebben, maar die merken zijn heel sterk. Ze zijn veel meer dan een blad.'

Wat hem geruststelt: 'Uiteindelijk wil iedereen hetzelfde: een goed verhaal lezen. Daarom overleven de oude media het ook wel.'

Manuscript

Het manuscript van zijn negende roman ligt al klaar. Van Aalten schrijft snel en veel, gemiddeld een roman per twee jaar. De vertolker van het onbehagen, werd hij genoemd vanwege de thematiek in zijn eerste romans, maar in Henry! is daar weinig van te ontdekken.

'In dit boek zit geen onbehagen, wel vergane glorie. Henry Imholz is in zekere zin een held, maar hij wordt in het verhaal ook een tragische figuur. Die tragiek zit in vrijwel al mijn boeken.'

Als schrijver probeert hij los te komen van zijn thematiek. Als hij in 2020 42 jaar wordt, zo heeft hij berekend, is hij 21 jaar schrijver. Hij was ook 21 toen hij debuteerde. 'Ik kan onmogelijk 21 jaar lang de vertolker van het onbehagen blijven. Dan zouden mijn verhalen steeds onbegrijpelijker worden, avant-gardistischer ook. Dat is een rampscenario. Ik wil me blijven ontwikkelen, vernieuwen ook. Acht keer hetzelfde boek is niet prettig. Een boek is ook nooit af. Ik wil nu weer snel verder gaan. De tweede 21 jaar zullen totaal anders zijn.'

Volgende

Het voornaamste boek is nooit zijn laatste, maar altijd zijn volgende. 'Zodra ik een boek af heb, is het klaar. Ik heb nog net de verhaallijn in mijn hoofd, maar weet na een paar weken al niet meer hoe personages heten. Het vervliegt. Ik wil altijd verder.'

Hij koestert zijn boeken niet. Dat Roman Helinski onlangs de restpartij van zijn boek Bloemkool uit Tsjernobyl opkocht om te voorkomen dat het in de ramsj zou verdwijnen, begreep hij, maar hij zou zelf nooit in de verleiding komen.

'Ik ben aan het verhuizen en ik bleek nog een groot aantal exemplaren van mijn debuut te hebben, een doos vol. Twee is eigenlijk ook wel genoeg, dacht ik. De rest heb ik bij het oud papier geflikkerd. Het is geweest.'

Thomas van Aalten, Henry!, uitgeverij Nieuw Amsterdam, 19,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.