Er moeten ook nog verschrikkingen in

De oorlogfilms uit Hollywood stonden eerst bol van heldendom, moed en opoffering. De jongste producties pretenderen meer diepgang. Maar amusement blijft toch de bepalende factor.Door Floortje Smit..

Hoog gezeten op een wit paard rijdt Tuvia Bielski (Daniel ‘007’ Craig) langs de groep mensen die hij in het bos verzameld heeft. ‘Dit is de enige plek in Wit-Rusland waar je echt vrij kunt zijn!’, buldert hij, terwijl zijn felblauwe ogen langs de groep glijden. ‘Is hij echt een Jood?’ vraagt iemand in het publiek ongelovig.

En dan valt het kwartje. De ronkende oneliners, de aanzwellende muziek bij drama en seksscènes, en de heldhaftige hoofdpersonen: Defiance is Braveheart, maar dan gesitueerd in 1941. Waar gebeurd, claimen de openingstitels, maar de historische werkelijkheid past wel erg gladjes binnen de cinematografische wetten.

Te gladjes, leert het verdere verloop. De Bielski-partizanen bijvoorbeeld, gingen volgens de historica wier boek aan de basis van de film staat, gevechten liever uit de weg. Zo niet in Defiance. Dat zit vol vuurgevechten, waarbij de groep het zelfs opneemt tegen Duitse tanks. Nooit gebeurd. Maar spannend is het wel.

In andere historische filmdrama’s zoals Braveheart is het opofferen van geschiedkundige details voor knetterend entertainment de normaalste zaak van de wereld. Maar niet in Tweede Wereldoorlogfilms, normaal gesproken. Toch zijn ze dit jaar opeens schaamteloos opwindend.

Valkyrie bijvoorbeeld, over de (mislukte) aanslag op Hitler, is een gelikte thriller waarbij regisseur Bryan Singer (X-Men, The Usual Suspects) vooral gebruik maakt van nazi-esthetiek om mooie plaatjes te maken. The Reader, over een erotische relatie tussen een 15-jarige jongen en een oudere vrouw na de Tweede Wereldoorlog waarin de Holocaust opeens een onderdeel blijkt van een verzwegen verleden. En Defiance, waarin ook vrijpartijen en drama in de submaatschappij van Joodse partizanen door regisseur Edward Zwick worden geaccentueerd met aanzwellende violen.

Natuurlijk, in de naoorlogse jaren stonden mainstream films over die periode ook bol van typische Hollywood-thema’s als heldendom, moed en opoffering. Maar ze waren wel overwegend ernstig van toon. In latere films werd de grens tussen goed en slecht steeds troebeler. Degenen die toch opwinding bij de gevechten voelden, werden daar definitief van genezen door Steven Spielbergs Saving Private Ryan, die het geweld lelijk en grafisch liet zien. Spielberg maakte ook de ultieme Holocaustfilm, Schindler’s List: serieus, grauw (letterlijk), vol morele dilemma’s en met een atypische held, de Duits-Tsjechische industrieel Oskar Schindler.

Sindsdien lijken filmmakers in Amerika en Europa de lastige morele vraagstukken te zoeken. In het Franse Un Secret kiest een Joodse vrouw er zelf voor zich te laten oppakken, uit liefdesverdriet. Het Duitse Die Fälscher, vorig jaar bekroond met een Oscar voor de beste buitenlandse film, volgt een groep concentratiekampgevangenen die voor de nazi’s geld vervalsen waardoor ze het Duitse Rijk in stand houden, maar ook in leven blijven. Der Untergang portretteerde Hitler als mens.

De nieuwe oorlogsfilms uit Hollywood pretenderen eenzelfde diepte. Singer wilde met Valkyrie laten zien dat er ook goede Duitsers waren. Ed Zwick van Defiance wil de kracht van Joodse verzet tonen in plaats van de ze weer af te schilderen als willoze slachtoffers. In The Reader kan een (sexy) mooie kampbewaakster ook als slachtoffer worden gezien.

Maar de vraagstukken die Valkyrie en Defiance oproepen, voelen als ‘moetjes’, verplichte nummers. Alsof het clichés zijn geworden die moeten worden afgevinkt. Ze staan vaak in dienst van het amusement, of worden er uiteindelijk aan opgeofferd.

Duitsers vermoorden? ‘Overleven is de ultieme wraak’ ronkt het in Defiance. En: ‘als we sterven, dan tenminste als mens’. Valkyrie slaat het hele denkproces over: Tom Cruise, een typische actieheld, schrijft aan het begin van de film in zijn dagboek dat het toch schandalig is wat de Duitsers doen met de Joden. En hup, zo is hij van trouw volgeling samenzweerder geworden.

Er is slechts een thema waar filmmakers mee worstelen: pragmatisme. Het is begrijpelijk als vrouwen onder druk seks ruilen voor bescherming, zoals gebeurt in Defiance. Maar die relaties worden uiteindelijk toch weer als romantisch neergezet – beter voor het verhaal.

Ook The Reader, die ethische dilemma’s en Duitse schuldgevoelens centraal wil stellen, kan er niet mee om gaan. Hanna Schmitz, de rol waarvoor Kate Winslet een Oscar won, handelde niet onder druk. Ze besloot kampbewaker te worden omdat er – simpel – een vacature was. En liet honderden mensen sterven omdat het haar – simpel – werd bevolen. Ze stippen het aan, regisseur Stephen Daldry en schrijver David Hare, maar proberen er verder zoveel mogelijk bij weg te blijven: je moet natuurlijk wel met haar mee blijven voelen. Dat Schmitz sympathiek en zielig overkomt, komt ook omdat haar werk in het kamp nooit te zien is. Zoals de verschrikkingen in veel films buiten beeld blijven.

De ellende uit het kamp in Defiance zie je alleen als het het verhaal dient – dus wel een machtstrijd om eten, maar niet de verkrachtingen die er ook plaatsvonden. De Jodenvervolging wordt in de films al helemaal makkelijk afgedaan: een dagboekaantekening, wat archiefbeeld, een wandeling door een verlaten Auschwitz, naakte lichamen in een greppel. Het is niet de bedoeling om de kijker de ernst van de zaak te laten voelen, maar om hem er even aan te herinneren.

De films van nu zijn duidelijk gericht op een nieuw publiek dat niet worstelt met gevoeligheden van de Tweede Wereldoorlog. Een publiek dat de verschrikkingen van het concentratiekamp zoals te zien in een film als The Boy in the Striped Pyjama clichématig vindt. Dat het niet ongepast vindt dat de experimenten van dr. Jozef Mengele aan de basis staan van horrorfilm The Unborn. Critici die wijzen op historische onjuistheden of verfraaiingen in de nieuwe stroom aan oorlogsfilms, zijn historici of mensen voor wie de Tweede Wereldoorlog niet alleen iets is uit geschiedenisboekjes.

Hoe ver het kan gaan? De ultieme testcase staat al op de agenda: Quentin Tarantino’s Inglourious Basterds gaat dit jaar in Cannes in première. Tarantino belooft een spaghettiwestern over de Tweede Wereldoorlog. Brad Pitt blaft in de trailer over de meest gruwelijke martelingen die zijn manschappen, bestaande uit acht Joods-Amerikaanse soldaten de Duitsers moeten aandoen. ‘Van iedere man onder mijn leiding wil ik honderd nazi scalps!’ Dat belooft wat. In ieder geval weinig nuance.

Zo bekeken zou Inglorious Bastards wel eens de laatste opzienbarende Tweede Wereldoorlogfilm kunnen zijn: als de oorlog in een mainstreamfilm als camp-amusement wordt gebruikt, is alles mogelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden