Terugblik Paris Fashion Week

Er komt een einde aan de heerschappij van de streetstyle, de Parijse modeweek ging ‘back to bourgeois’

Trek de hoodie maar uit, volgend jaar dragen we keurige ruiten, knielange rokken en wollen truien, in beige en donkerblauw. Mag suf klinken, maar op de catwalk in Parijs zag het er verdraaid lekker uit. Precies waar je zin in hebt als je geen monstersneaker meer kunt zien. 

Je kon er natuurlijk de klok op gelijk zetten. Hangen alle modewinkels vol met nogal mannelijke en sportieve kleding voor vrouwen, wordt er op de catwalks met mode voor komende winter weer uit een héél ander vaatje getapt.

Zo gaat dat in de mallemolen van de mode. Of nee: zo gaat dat in de áchtbaan van de mode, want na elke hoog volgt er weer een laag, en dan weer een piek, en een dal. Nou ja, het concept van de rollercoaster zal bekend zijn.

Even concreet: deze lente- en zomerperiode is er een van herenpakken voor dames, van duikpakmaterialen en wielerbroekjes, van grove sneakers en gebleekt denim. Van een heleboel beige en, vooruit: een béétje damesachtige truttigheid – het Volkskrant Magazine modenummer van zaterdag gaat over het hoe en waarom van die zomertrends.

Maar na negen dagen wintermodeshows kijken tijdens de Paris Fashion Week valt er maar één conclusie te trekken voor het najaar: het is gedaan met de alomtegenwoordige sportieve streetweartrend. Net nu (of eigenlijk: omdat) de hoodie en de opgepompte sportschoen mainstream geworden zijn – Patty Brard is gesignaleerd op Balenciaga Triple S trainers en Corry Konings staat op monstersneakers in de nieuwe LINDA. Mode – is de modewereld er definitief op uitgekeken.

Paris Fashion Week. Beeld Team Peter Stigter

Rijst de vraag: wat nu dan? Je zou kunnen denken dat de zijtrend om vrouwen in korte avondjurkjes en naveltruitjes te hullen, zoals we voor deze zomer zagen bij Celine en Saint Laurent, nog wat steviger doorzet. Maar dat blijkt niet het geval. Zelfs bij Saint Laurent, waar ontwerper Anthony Vaccarello vorige week nog steeds veel minirokjes en hotpants de plankiers op stuurde, kwamen er ook nette bandplooibroeken en knielange rokken voorbij. En er was werkelijk geen reepje bloot te bekennen bij Celine, waar vorig seizoen de modepleuris uitbrak omdat ontwerper Hedi Slimane het gewaagd had om de volwassen, gesofistikeerde daywear van zijn voorganger Phoebe Philo te vervangen door popperige discokleertjes. In het magazine van zaterdag een uitgebreide reconstructie van die meeslepende moderel en de nasleep daarvan, maar voor nu even een korte opfrisser: er werd een half jaar geleden luid geprotesteerd tegen het ‘New Celine’ van dellerige Barbiejurkjes en nog harder geroepen om ‘Old Céline’, van de verstandige, ingetogen kleren voor vrouwen met een baan.

Paris Fashion Week. Beeld Team Peter Stigter

Slimane, niet per se de veelzijdigste ontwerper, maar wel een briljant marketeer én visionair, zal in het oog van die storm aan kritiek ongetwijfeld gedacht hebben: jullie kunnen mijn rug op met je Old Céline. Maar na enige contemplatie en broedend op zoete wraak concludeerde hij misschien: willen jullie Old Céline? Krijgen jullie Old Céline! Maar dan ook écht old old old Céline. Op mijn manier.

Celine Ready to Wear fashion show. Beeld Team Peter Stigter

De manier van Slimane is er niet een van het kleine gebaar. Toen de lichten uitgingen in de showlocatie, een immens zwart tijdelijk theater pal naast het graf van Napoleon, daalde er een enorme glazen kooi neer aan een grote grijparm. Erin stond een keurige vrouw in een witte bloes, een colbert, een geknoopt sjaaltje om de hals, een geruite broekrok tot over de knie en een schoudertas. Op het eerste gezicht suffestijn ten top, maar toen ook de volgende modellen, nou ja, álle modellen, gekleed gingen in het canon van de conservatieve Parisienne – cabans, lange mantels, lamswollen truien, plooirokken, jeans, culottes en colbertjes in donkerblauw, beige en grijs –, begon het te dagen. Dit was dus het échte Old Céline, stammend uit de late jaren zeventig, toen het Franse merk hofleverancier was van Parijse dames uit de middenklasse, wat in het Frans en Engels zo fraai bourgeois heet. Geen direct hebberigmakende, sexy of vernieuwende stuks (want hallo, bróékrokken!), maar in de versie van Slimane zag het er, dat moet gezegd, verdraaid lekker, logisch en relevant uit. Precies het soort kleren waar je zin in hebt als je geen monstersneaker meer kunt zien.

Dat woord bourgeois (in modelingo nu-bourgeois) zingt al langer rond. Vorig seizoen nog, toen Riccardo Tisci zijn debuut maakte bij het oude Engelse huis Burberry, verraste hij de goegemeente door geen hippe versie van de bekende trenchcoats met ruiten voering te maken maar juist terug te gaan naar de degelijke, conservatieve roots van het merk. En ook de grote Georgische moderoerganger Demna Gvasalia, de initiator van de buitenproportionele sneakertrend en de peetvader van de overdreven royale hoodies, had zijn collectie voor het huis Balenciaga vorig seizoen al een damesachtige saus gegeven, met sterke nadruk op taille en schouders.

En zie: taille en schouders bleken de steunpilaren van het gros van de collecties die afgelopen modeweek in Parijs werden getoond. Allereerst bij Dior, waar hoofdontwerper Maria Grazia Chiuri een ode bracht aan de A-lijn-silhouetten van Christian Dior, gecombineerd met feministische leuzen en Britse invloeden als Schotse ruiten en tweed. Een logische knipoog naar de grote Diortentoonstelling die nu in het Londense V&A museum te zien is, en een eresaluut aan alle adellijke Britse fans van het merk. De Belg Dries Van Noten combineerde straffe kleermakerskunst in de vorm van krijtstreeppakken en wollen mantels met vloeiender lijnen, transparante stoffen en poëtische prints, gebaseerd op de verwelkte bloemen uit zijn eigen tuin. Een beetje droevig was het wel, maar de Dries-dame was every inch a lady, nu en dan gehuld in een grote, troostende dekbedjas. Hermès, het Franse huis dat zo ongeveer wereldkampioen is als het om leerbewerking gaat, leverde een sublieme collectie af voor vrouwen met (veel) geld, (veel) smaak maar zonder behoefte om uit de band te springen en op te vallen – behalve dan door jaloersmakend elegant te zijn. Daar waren ze weer, terug van weggeweest: de leren kokerrok, de suède deux-pièce, de keurige coltrui en de minimalistische maar o zo geraffineerde mantel.

Paris Fashion Week. Beeld Team Peter Stigter

Waar ontwerper Nadège Vanhee-Cybulski van Hermès aan de veilige (maar niet saaie!) kant bleef, durfde Clare Waight Keller van Givenchy, de favoriete ontwerper van Meghan Markle, een kloeke stap verder te gaan. In Kellers ijzersterke collectie stonden schouderpartijen centraal. Rond, gepoft, bloezend, vierkant of uitwaaierend: in combinatie met de ingesnoerde tailles was ook hier het silhouet onmiskenbaar vrouwelijk en volwassen, rijk en relevant. Ook bij Chanel, waar sinds het verscheiden van Karl Lagerfeld zijn rechterhand Virginie Viard de maat slaat, werd de toon gezet met enkellange mantels en nette broeken, in zachtere silhouetten dan we van de Duitse Kaiser gewend waren, maar even luxe en chic als altijd.

Nu is het voor de leek, en voor de modefan ook trouwens, niet heel verrassend dat deftige modehuizen als bovengenoemde een ode brengen aan de dame – per slot van rekening zijn ladies who lunch grotere klanten dan instagrammende millennials. Maar wat bleek afgelopen modeweek? Ook de labels, júíst de labels die zich richten op die instagrammende millennials en geen decennialange historie hebben, gingen aan de haal met de klassieke vrouwengarderobe. Off-White bijvoorbeeld, het relatief nieuwe merk van streetwear-god Virgil Abloh, ging vol op het damesorgel. De show opende met het prachtige model Mariacarla Boscono (met haar 38 jaar een fossiel voor modellenbegrippen) in een geklede ivoorwitte jurk en een klassieke beige trench. Met een kolderiek grote geblokte tas en schoenen van Muppetbont, maar toch: niks street aan. In de show, die 54 looks telde, kwamen er maar vier hotpants en twee nog best kuise rokken tot net boven de knie voorbij. Verder toonde Abloh alleen maar lange broeken, rokken en jurken, en bleef het bloot beperkt tot een middenrif (onder een net jasje) en twee gaten bij de heupen in een ingetogen blauwsatijnen jurk.

Paris Fashion Week. Beeld Team Peter Stigter

Dan dat andere rijzende streetwearlabel, Y/Project, waar de Belg Glenn Martens de scepter zwaait. Madammen toonde hij, hier en daar in een bontjas en in lichaamsvolgende glitterjurken, maar steeds weer met een deconstructivistische twist of een buitenproportioneel grapje – naden aan de buitenkant of een feestjurk die wel opgezwollen leek.

De jonge garde zit er dus lekker in, in de damestrein, en ook de allernieuwste generatie ontwerpers deed een bourgeois duit in het zakje. Bij het Franse huis Nina Ricci zijn sinds kort Rushemy Botter (opgegroeid in Mijdrecht) en Lisi Herrebrugh (uit Vinkeveen) aan zet, en vorige week vrijdag showden ze hun eerste collectie voor het huis. Je zag hoe knap ze kunnen ontwerpen – klassieke tailoring met een moderne draai –, hoe goed ze de chic van Ricci begrepen hebben en de erfenis van het huis respecteren: een jurk was geïnspireerd op de fles van L’Air du Temps, het roemruchte Nina Ricci-parfum. Humor hebben ze ook: op een serieuze grijze wollen mantel prijkte een silhouet van een knalblauw badpak: een verwijzing naar een oude badmodeadvertentie van Ricci die ze in het archief vonden én, net als de tropische kleuren die opdoken tussen het grijs, zwart en beige, een saluut aan hun Caribische familieleden op Curaçao en in de Dominicaanse Republiek.

Paris Fashion Week. Beeld Team Peter Stigter

Bij Lacoste liet de gloednieuwe ontwerper Louise Trotter zien dat het merk véél meer is dan polo’s met krokodilletjes, zonder die kroko’s en de tennishistorie van oprichter René Lacoste te verloochenen. Uit de speakers van showlocatie Tennis Club de Paris klonk het droge geplok van tennisballen en de stem van een umpire, de modellen droegen grofgebreide XL spencers, oversized gebreide polo’s, piqué japonnen met lange sluike plooirokken – uit de kluiten gewassen tennisjurken eigenlijk – en er waren camel mantels en keurige pakken: hélemaal winter 2019.

Was het nou één grote bourgeois brei daar in Parijs? Niet helemaal. Isabel Marant was vooral heel erg Isabel Marant: denk stadse amazones met jarentachtigtruien, afzaklaarzen, breedgeschouderde jacks – maar ook brave regenjassen en gedessineerde, getailleerde jurken. Bij Stella ‘sustainable’ McCartney waren er tussen de prachtige namaakleren en -bonten mantels en zakelijke pakken ook een paar macramé japonnen en fladderjurken te bewonderen – en vegan leren laarzen met spekzolen en blokhakken. Afsluiter van de week, de show van het huis Louis Vuitton, was kleurrijk, architectonisch en very eighties, gesitueerd in een joekel van een tent op het binnenplein van het Louvre, waar de façade van het Centre Pompidou minutieus was nagebouwd. Precies, het Centre Pompidou dat een even verderop staat. Alsof je het Stedelijk Museum zou reconstrueren in de tuin van het Rijks. 

In de mode is werkelijk niets te dol. Wat stof tot nadenken geeft, in alle opzichten.

Parachutes

Naast (onder veel meer) lange dekbedjassen, bandplooibroeken, brede ceintuurs, de kleuren oranjerood en korenbloemblauw, geabstraheerde rozenprints, tweed, gebreide jurken en krijtstrepen was ook de losse, wagenwijde parachute-achtige jurk in zomerkleuren een opvallende verschijning op de Parijse catwalks. Niet heel logisch voor de winter, maar zowel de mode als het weer denken steeds minder in seizoenen, lijkt het wel, nu de Paris Fashion Week begon in februari bij een temperatuur van maar liefst 20 graden.

Zaterdag staat het Volkskrant Magazine in het teken van mode. Met een reconstructie van de rel bij modehuis Celine en een interview met Rushemy Botter en Lisi Herrebrugh, het ontwerpersduo dat de scepter zwaait bij modehuis Nina Ricci. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.