'Er is niks achteloos aan het leven'

Gustaaf Peek (39) moet overal hard voor werken. Zijn laatste roman Godin, held was de zwaarste beproeving. 'Liefde is lastig te vangen in taal.'

Beeld Arjan Benning

Gustaaf Peek kijkt niet graag naar series. Hij heeft het wel geprobeerd hoor: Breaking Bad, Dexter, Game of Thrones. Allemaal goed gemaakt, weet hij. Maar ze boeien hem niet. Hij ergert zich aan serieopzet, het opzichtig spreiden van informatie. Er zijn twee uitzonderingen: The Wire - 'aangenaam links' - en Gilmore Girls, een dramaserie over moeder Lorelai en dochter Rory die zich druk babbelend door het leven worstelen in een Amerikaans slaapstadje. De serie werd elke dinsdagavond uitgezonden door vrouwenzender Net5 en na het zien van de eerste aflevering raakte Peek eraan verslingerd. Hij bekeek de zeven seizoenen al twee keer.

'Gilmore Girls kan ik bingen. Afgelopen zomer was ik met mijn vrouw en dochtertje aan de oostkust van de Verenigde Staten, waar het verhaal zich afspeelt. We besloten de serie voordat we gingen, nog een keer te kijken. Ik zat in de afrondende fase van Godin, held, moest eigenlijk schrijven, maar dacht steeds: nog eentje dan. Ik word er vrolijk van - en somber.'

Je wordt somber van Gilmore Girls?

'De serie is niet zoetsappig. Ze raken aan belangrijke kwesties: de complexe relatie van ouders met hun kinderen, misverstanden tussen mensen, tussen mannen en vrouwen, tussen generaties. Dat doet iets met me. Ik vind het niet erg dat ik er somber van word - het is somber op de juiste manier. Dat geldt voor veel dingen die ik goed vind. Ik geloof erg in feel bad. Het leidt tot meer inzicht: sadder but wiser.'

Er is iets wonderlijks aan het schrijverschap van Gustaaf Peek. Onder critici is hij al sinds zijn debuut Armin, acht jaar geleden, bekend en geroemd. Een schrijver om in de gaten te houden, klonk het eenstemmig. Zijn tweede boek Dover (2008) kreeg ook goede kritieken, over de derde waren de professionele lezers lyrisch. 'Een fenomenaal geschreven, bezielde roman', schreef Elsbeth Etty in NRC over Ik was Amerika (2010). Hij won er de BNG Literatuurprijs en de F. Bordewijk-prijs mee. En toch zullen veel mensen hebben gedacht: Gustaaf Peek?

Zijn romans zijn geen commerciële hoogvliegers. Van Ik was Amerika verscheen uiteindelijk een vierde druk, na het winnen van de literatuurprijzen. Een hoogtepunt, zeker nadat een jaar eerder van zijn hele oeuvre maar 109 boeken werden verkocht.

Hij begon met niet al te hoge verwachtingen, in commercieel opzicht dan, aan Godin, held, het liefdesverhaal van Tessa en Marius. Het zou een heel ander boek worden dan zijn eerdere werk. Daarin verbond hij grote maatschappelijke thema's - slavernij, mensenhandel - met persoonlijke geschiedenissen. Nu zou hij zich alleen tot de meeslepende liefde beperken.

CV Gustaaf Peek
1975 Geboren in Haarlem.

Opleiding
1993-1995
Propedeuse Nederlands Recht
1995-1999 Engelse Taal en Letterkunde, doctoraal (Afgestudeerd Letterkunde)
2006 Debuutroman Armin
2008 Dover
2010 Ik was Amerika (BNG Nieuwe Literatuurprijs en F. Bordewijkprijs)
2010 - heden redacteur literair tijdschrift De Revisor
2014 Godin, held

Peek schreef ook het scenario voor de speelfilm Gluckauf (competitie Tiger Award Internationaal Film Festival Rotterdam, première 26 januari 2015).
Hij woont met zijn vrouw en dochter in Amsterdam.

Wij geven vijf exemplaren weg van Peeks boek Godin, held. Kans maken? Kijk op: facebook.nl /volkskrant- magazine

Een monomaan boek

Hij schreef en schreef, maar het lukte niet. Toch nog te veel bezig met bijzaken. Nee, sprak hij tot zichzelf, houd het bij die twee mensen. 'Dit was het moeilijkste boek om te schrijven', zegt Peek. 'Liefde is lastig te vangen in taal. Het is banaal, heeft geen concrete basis. Iedereen leeft met liefde, iedereen reageert op liefde, maar je kunt het niet in de kast zetten. Ik kan deze tafel beschrijven: prima. En probeer nu liefde te beschrijven. Hoe doe je dat?'

In de zomer van 2013 wist hij pas dat het zou gaan lukken, hij zat er goed in. Hij was net met zijn vrouw Maaike, fotograaf onder de naam Maria Hermes, en dochtertje verhuisd naar het appartement in de binnenstad van Amsterdam. Peek wijst naar het tafeltje aan het raam. Daar zat hij die maanden te schrijven, vaak tot diep in de nacht. 'Elk boek heeft zijn eigen rituelen, dit bureautje was het ritueel bij dit boek. Ik genoot van het nachtverkeer. Heel rustgevend, alsof je naar een riviertje kijkt.'

Een jaar later leverde hij bij zijn uitgeverij Querido een - naar eigen zeggen - 'monomaan boek' in. 'Een roman met vijftig hoofdstukken, aftellend van vijftig naar nul. En dat terwijl ik me aanvankelijk had voorgenomen eindelijk eens een chronologisch boek te schrijven.'

Een achterstevoren vertelde liefdesgeschiedenis dus, over de hartstochtelijke verhouding van schrijfster Tessa en columnist Marius. Twee mensen, allebei met een ander getrouwd, die hun hele leven naar elkaar verlangen, maar er niet in slagen in vast verband bij elkaar te zijn. De roman begint aan het sterfbed van de oude Tessa en eindigt bij de twee pubers die nog onwetend zijn over het leven dat ze zullen gaan leiden. Daartussen beschrijft Peek hun ontmoetingen, veelal seksscènes met weinig omfloerste woorden als kut, neuken en zaad.

De literaire Vijftig tinten grijs

We hebben iets bijzonders in huis, besloot uitgeverij Querido. Er werd een ruimere eerste druk besteld en meer ingezet op marketing. Weten jullie het zeker?, dacht Peek nog. Hij kende zijn eigen commerciële trackrecord. Vrienden die het boek hadden gelezen vonden het geweldig, maar zeiden ook: 'Een verkoopsucces? Mwah.'

En toen kwam die dinsdagavond, afgelopen oktober, het moment waarop Peek rustig zijn dochtertje in bed had gelegd en even op zijn telefoon keek. Tientallen sms'jes. Zijn roman werd verkozen tot boek van de maand bij De Wereld Draait Door. Zijn stijl werd geprezen, de vorm, de wijze waarop hij over seks schrijft. Inmiddels zijn er 25 duizend exemplaren verkocht.

Peek is er natuurlijk dolblij mee. Hoewel hij even schrok van de kwalificatie 'de literaire Vijftig tinten grijs'. 'Dat schept verwachtingen bij een groot publiek die mijn roman misschien niet kan waarmaken. De liefhebbers van Vijftig tinten grijs zullen Godin, held niet automatisch een goed boek vinden.'

Maar hé, zegt hij opgetogen: 'Het is een golf, I'm gonna ride it out'. Ik zal ook niet zeuren als dit de enige keer is, ik heb het toch mooi meegemaakt. Ik was Amerika had vier drukken, dat was voor mij al ondenkbaar. Wat er nu gebeurt is van een andere orde. Ik bereik een veel groter publiek dan ik ooit voor mogelijk heb gehouden met het werk dat ik maak.'

Beeld Arjan Benning

Hoe zou je dat werk omschrijven?

'Ik vraag iets van de lezer. De pay-off is: geef je aan mij over, dan geef ik iets wat je niet eerder hebt meegemaakt. In mijn hoofd is dat natuurlijk heel publieksvriendelijk, je krijgt als lezer iets. Maar ja, ik ben realistisch genoeg om te weten dat niet iedereen dat uit een boek probeert te halen.

'Ik wil mensen de leeservaring geven die ik zelf heb gehad. De boeken die ik goed vond, vroegen iets van mij als lezer. Ik gaf het en kreeg een wereld terug. Toen ik merkte dat ik schrijver wilde worden, besloot ik zoiets ook te creëren. In het begin lukte het niet. Ik had Engelse taal en letterkunde gestudeerd en vond het daardoor moeilijk in het Nederlands te schrijven. Ik heb me op het Nederlands gestort, de poëzie ontdekt en jarenlang alleen poëzie geschreven.'

Wat leerde je daarvan?

'Het besef dat literair werk in de eerste plaats om tekst draait. Elk woord moet het juiste woord zijn, niet alleen in lexicale zin, maar ook voor jou. Poëzie heeft me geleerd alles open te gooien. Schijt aan grammatica, schijt aan perspectief: ga eerst op zoek naar een eigen stem.'

Je moet vlieguren maken als je een goede schrijver wilt worden.

'Ja. Door een legaat van mijn grootmoeder heb ik het schrijven als werk kunnen opvatten (Peeks betovergrootvader richtte Peek & Cloppenburg op, red.). In die jaren was het: opstaan, ontbijten, werken, lunchen, werken, avondeten, werken. Het voelde als een enorme luxe: ik had de ruimte om te ontdekken wat ik kon. Ik was bloedserieus, zag het niet als hobby of geintje.

'Ik houd me nog altijd aan dat strikte arbeidsethos. Als ik schrijf, heb ik mijn gezin en het boek, verder niets. Ik moet mijn leven saai en simpel houden om bijzondere dingen te creëren. Met een helder hoofd is het boek dat ik schrijf de beste weergave van mijn dromen en obsessies.'

Dat breekt met het geromantiseerde beeld van de chaotische, hoerende en snoerende schrijver.

Harde lach. 'Als je lichaam niet in vorm is en je hoofd chaotisch, gaat het je waarschijnlijk niet lukken om een roman af te krijgen. Het zijn duizenden woorden die ook nog in goede volgorde op papier moeten komen. Dat vraagt veel tijd en concentratie.'

Je redacteur vertelde dat je het manuscript altijd in een keer inlevert, zonder het tussentijds te laten lezen. Bij Godin, held heb je je vrouw wel alvast iets laten lezen. Waarom nu wel?

'Dit boek was zo anders dan mijn vorige boek. Ik was Amerika is heel gestructureerd, tijdens het schrijven wist ik precies wat ik aan het doen was. Hoewel Godin, held goed voelde, had ik geen idee wat ik maakte. Gaat het te ver, wilde ik van haar weten, is het iets om te publiceren? Dat ging gelukkig goed.'

Liet je haar meelezen omdat het een heel intiem boek is, met expliciete seks?

Stilte. 'Ja, dat zou kunnen. Een soort heads up: kijk, hier ben ik mee bezig. Misschien omdat het intiem is, ja. Grappig.'

Dat had je zelf nog niet bedacht?

'Nee. Ik probeer mezelf goed te doorgronden, maar tijdens het schrijven houd ik het af. De bewustwording komt vaak pas als het boek af is, zoals nu.'

Had je concessies gedaan als zij er problemen mee had gehad?

'Ik wil niet dat mensen het slecht geschreven vinden. Als Maaike aanmerkingen had gehad op de tekst was ik daar wel gevoelig voor geweest.'

Dat bedoel ik niet.

'Nee, jij hebt het over inhoudelijke bezwaren. Daar sla ik minder acht op.'

Je schrijft gedetailleerd over seks, dat zal ook gebaseerd zijn op jullie eigen ervaringen. Misschien preuts, maar je zou de behoefte kunnen voelen om dat te overleggen.

'Ik kan me voorstellen dat er collega's zijn die dat eerder doen. Ik wil de macht houden over het verhaal om tot het beste te komen. Het is mijn speeltuin. Daarom breng ik ook niet elk hoofdstuk naar mijn redacteur, zoals sommige andere schrijvers wel doen.

'Als Maaike echt immense bezwaren had gehad, dan hadden we erover gepraat. Maar ik ben geen vreemde voor haar. Ze las het en zei: 'Ik begrijp dat je hiermee bezig bent.' We vertrouwen elkaar, weten waar de ander aan werkt. Zij maakt nu een boek van haar zwangerschap. Ze heeft alles vastgelegd, ook de bevalling. Het zijn heftige, intieme foto's, maar ik schrik daar niet van.'

De Groene Amsterdammer noemde het boek een lofzang op 'de vrijheid van het vreemde bed'. Dat lijkt het ook te zijn: zodra de verhouding van Tessa en Marius huiselijk wordt, ontstaan er problemen.

'Dat klopt. Tessa en Marius kennen elkaar goed, maar ze maken steeds weer vreemden van elkaar, misschien zelfs van zichzelf. Ze creëren een droom, elke keer opnieuw. Die droomwereld betreden ze steeds weer alsof het de eerste keer is. Dat is de vrijheid van een vreemd bed.'

Maar kan die grote hartstochtelijke liefde zich ook in een relatie afspelen? Had je het verhaal daarin kunnen situeren?

'Wie weet. Dan had ik het meer over relaties moeten hebben, die interesseerden me nu niet. Maar ik denk zeker dat een dergelijke liefde ook in een relatie past. Je moet elkaar aanvullen, dezelfde levensbeschouwing en min of meer dezelfde achtergrond hebben, maar je moet óók hetzelfde kunnen dromen. Dat je samen ter plekke de verbeelding kunt aanspreken. De wereld is plat, saai en voos, maar verbeelding houdt je op de been.'

Ook als er banale huiselijkheden bij komen kijken, zoals in lange relaties?

'Juist dan. Stel je voor dat er huiselijke sores zijn en je plaatst er geen dromen tegenover - oh my god. Dan is het klaar, over. Tessa hervindt zich aan het eind van haar leven doordat ze haar verbeelding weer langzaam terugkrijgt. Marius komt zo ver niet, die gaat dood op het moment dat hij hun droom perverteert door een prostituee op zijn hotelkamer uit te nodigen. Het leven eindigt als je verbeelding stopt, ook al adem je door. Zo kijk ik er tegenaan.'

Had je dit boek zes jaar geleden kunnen schrijven?

'Ik was er toen nog niet klaar voor. Niet in technische zin, het was een moeilijk boek, maar zes jaar geleden had ik ook niet zo veel kunnen schrijven over een vrouw, vanuit een vrouw.'

Je schrijft gedetailleerd over het lichaam van Tessa. Hoe doe je dat, als man?

'Als lezer geniet ik erg van sensaties in boeken: ik vind het fijn als een personage in koud water stapt, of iets lekkers eet. Ik was blij dat ik mijn verlangen naar sensaties zo kon botvieren op eigen werk. Daarom gaan de personages in Godin, held ook zo vaak naar de wc.

'Ik heb dingen aan Maaike gevraagd, hoe het voelt als je menstrueert, bijvoorbeeld. Maar je moet vooral goed letten op de dingen die je ziet en daarop door durven denken. Elke handeling is een uiting van geestelijk leven, iedereen smeert zijn brood anders, streelt op een andere manier andermans arm. Ook probeer ik waardevrij te kijken. Zodra ik begon met schrijven moest ik vinden wat Tessa en Marius vinden. Neem hun verhouding. Mensen vragen aan mij: hoe konden ze zo vreemdgaan? Maar in mijn hoofd gingen ze helemaal niet vreemd. Zo keken ze er zelf namelijk niet tegenaan.'

We spraken eerder over dat je in boeken altijd wat van de lezer vraagt. Wat is dat in deze roman?

'Vrijen is het thema, het is geen windowdressing. Het zijn geen prikkelende scènes om de lezer bij de les te houden, nee: hier gaat het boek over. Kom maar eens over die vieze woorden heen, kijk wat je nog meer kunt ontdekken aan deze mensen. Ze vrijen. En nog een keer, en nog een keer, ja, nog een keer. Loop dat eens uit, wellicht ontdek je iets.'

Peek realiseerde zich dat hij over intimiteit kon schrijven toen hij een verhaal maakte voor De Groene Amsterdammer over het sterfbed van zijn vader. Eenzelfde scène zit in Godin, held, waarbij hij het overlijden van de vader van Marius beschrijft. Het is afstandelijk geschreven. Peek had dezelfde ervaring toen hij naast het bed van zijn stervende vader zat, met wie hij een verstoorde verstandhouding had.

Wat was hij voor man?

'Een intelligente, sentimentele, boeiende man. Iemand met tegenstrijdigheden. Hij was een vader die de verbeelding van zijn kinderen altijd stimuleerde, met boeken, films, verhalen. Maar hij keek vreemd op toen dit resulteerde in een zoon met schrijfambities. Als correspondent voor Het Vrije Volk in Jakarta, waar hij mijn moeder leerde kennen, leidde hij een avontuurlijk leven. Begin jaren zeventig werd zijn visum niet verlengd en verhuisden ze naar Nederland. Uiteindelijk vestigden ze zich in Hoenderloo, waar ik ben opgegroeid. Ik vond als kind het avontuurlijke verleden van mijn vader moeilijk te rijmen met de vader die hij in mijn jeugd was: een journalist bij de plaatselijke krant en later huisvader. Daar kwam ook veel van zijn bitterheid vandaan, denk ik.

Op een gegeven moment heb je met hem gebroken. Waarom?

'Hij had zelden een vriendelijk woord voor mij over. Ik moest rechten gaan studeren, hij wilde niet dat ik schrijver zou worden. Op mijn 30ste zaten we met het hele gezin in een restaurant. Mijn vader was mij altijd aan het afzeiken, maar dat besefte ik nauwelijks. Plotseling begon hij onaardig te doen tegen mijn toenmalige vriendin. Tóén hoorde ik het pas. We stonden op en gingen weg. Ik baalde dat ik het zo lang over me heen had laten komen. Ik koos ervoor geen contact meer met hem te hebben. Hij overleed tweeënhalf jaar geleden. Het is gek om te zeggen, maar zijn dood heeft me als mens geopend. Ik ben vrijer geworden, makkelijker.'

Hoe manifesteert die vrijheid zich?

'Ik ben losser in interviews. In eerdere gesprekken wilde ik niet naar mijn vader worden gevraagd, dan begon ik te grommen. Houd eens op, dacht ik dan, ik hoef het niet over mijn vader te hebben, ik vind het al vervelend genoeg. Als het interview was gepubliceerd kreeg ik van iedereen goede reacties...'

Behalve van...

'Behalve van pa! Die belde me dan om te zeuren dat het hem had gekwetst. Ik kan nu vrijer over mijn geschiedenis praten.'

Kun je ook vrijer schrijven?

'Door zijn overlijden kan ik wel vrijer over de dood schrijven, ja. Tessa kijkt aan het eind van haar leven terug en is vergevingsgezinder naar haar ouders dan ze als jonge vrouw was. Dat merk ik ook bij mezelf: sinds mijn vader is overleden, is hij niet meer de figuur die hij was toen hij stierf. In mijn gedachten kan hij ook de vader zijn die hij eerder was. Daar zaten best een paar fijne versies bij. Sinds zijn dood heb ik zijn hele leven weer tot mijn beschikking en daar mag ik uit plukken wat ik wil.'

Wat betekende het voor je schrijverschap dat je vader er zo tegen was?

'Het heeft het schrijverschap niet vrolijker gemaakt. Ik had het fijn gevonden als hij me wat meer had gesteund, maar ja, zo gaat het in het leven. Het heeft me op ambitieus niveau beïnvloed. Wacht maar, dacht ik, ik zal je laten zien dat het geen bevlieging is, geen bullshit.'

Je moest er radicaal voor kiezen.

'Klopt. Mijn ouders zeiden niet: wat leuk dat je dat probeert, laat eens lezen. Dat maakt je hongerig, als een bokser, ik wilde terugvechten. Ik leerde al op jonge leeftijd dat de wereld voor me open stond als ik mijn werk maar deed. Het duurde langer bij mij voordat ik een idee kreeg dat je ook wat waard kunt zijn om wie je bent.'

Want thuis telden alleen prestaties?

'Ja. Wat ik vroeger met huiswerk had, heb ik nog steeds met boeken: je levert iets af dus het is van waarde, de boeken bepalen mijn waarde. Ik weet niet hoe gezond dat is, maar zo werkt het blijkbaar bij mij. Iets goeds was bij ons thuis een vast palet aan handelingen: doe dit en dan komt het goed. Mijn vader zei: 'Ga rechten studeren en dan komt het goed.' Maar dat gebeurde niet. Rond mijn 20ste dacht ik: ik moet in actie komen en zoeken naar wat van waarde is in mij. Ik ben gestopt met mijn studie rechten en een eigen leven gaan creëren. Er moest toch iets zijn waarmee ik mezelf en de wereld een plezier kon doen? Dat miste ik: plezier.

'Plezier zou een thema moeten zijn in ieders leven. Geen vlucht, maar een organisch onderdeel. Dat is ook de reden dat ik alles vier. Jaren geleden zag ik de uitvaart van Graham Chapman van Monty Python. 'Hij is te vroeg overleden', zei John Cleese in zijn rede, 'hij heeft nog te weinig lol gehad.' Ik ging rechtop zitten en dacht: dat is zo waar.

'Mijn vader had nogal moeite met plezier. Hij had de tijd, het geld - na de dood van zijn vader kon hij rentenieren -maar hij vond het moeilijk zich te vermaken. Dat heeft mij altijd verbaasd.'

Het verbaast mij dat hij als journalist zo tegen jouw schrijfcarrière was.

'Dat heb ik ook nooit goed begrepen - en hij heeft het ook nooit goed kunnen uitleggen. Er was een periode dat hij zijn werk als journalist echt leuk vond, dat hij het nut ervan in zag. Ik heb de artikelen opgezocht die hij voor Het Vrije Volk schreef over de politieke situatie in Jakarta eind jaren zestig. Aan die verhalen merk ik dat hij het een mooie tijd vond. Op een of andere manier heeft hij er hard afscheid van genomen. Te hard. Ik begrijp ook niet waarom hij zo vervelend tegen mij deed, alsof ik zijn vijand was.'

Waar was je moeder?

'Die droeg, die onderging. Het is een schat van een vrouw, ze kan veel hebben. Mijn moeder en ik krijgen nu weer een beetje een band. Dat vind ik aangenaam. Als ik nu met mijn dochter naar haar toe ga is het gezellig en kalm - totaal niet te vergelijken met hoe het vroeger was.

'Ik begin ook weer oog te krijgen voor de omgeving waarin ik ben opgegroeid: Hoenderloo, een dorp op de Veluwe. Jarenlang vond ik het een dorp om te vergeten. Als ik er nu naartoe rijd met mijn dochter zie ik het groen, de paarden in de wei. Het was altijd een plek die ik niet wilde opzoeken, ook niet in mijn hoofd.'

Hoe heeft die persoonlijke geschiedenis je gevormd?

'Het heeft me gevoelig gemaakt voor contradicties. Dat zie je ook terug in mijn werk. Ik voeg tegenstrijdigheden samen en laat zien: dit is een en dezelfde mens, zoals dat ook voor mijn vader gold. De slechte verstandhouding met hem heeft me gemaakt tot de persoon die ik ben, maar: die persoon is er wel druk mee. Het is hard werken om het een beetje goed te hebben. Er is niks achteloos aan het leven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden