PROFIELTelecaster

Er is maar één echte elektrische gitaar en die heet Telecaster

Beeld Getty

Een lompe plank met snaren? Ga je mond spoelen met zeep. De Fender Telecaster is dé elektrische gitaar. Het toonwonder is 70 geworden. Wat is zijn magie?

Mijn vader probeert het nog. Met mijn ouders sta ik in de gitaarwinkel Vox Humana in Vlaardingen. Oktober 1999, koopavond, mijn 13de verjaardag – eindelijk krijg ik mijn eerste elektrische gitaar. Ik heb mijn zinnen gezet op een ­Stratocaster, de gitaar van Jimi Hendrix, het meest ­gekopieerde model met zijn twee welgevormde hoorns, de gitaar die ik als kleuter al natekende.

‘Wil je die Telecaster niet even proberen?’ In de hoek van de winkel staat een zwarte Telecaster, de oudere broer van de Stratocaster en het wapen van vrijwel ­iedere gitarist in de country, de muziek waar mijn vader het meest van houdt. Ik vind het een lomp ding, alsof ­iemand met een figuurzaag een stuk uit zijn eettafel heeft gezaagd. De Telecaster, net als de Stratocaster een model van Fender, doet me aan een cowboy denken: zet je hem rechtop in de standaard, dan zie ik een mannetje voor me met een gegolfde hoed en, door het wat gekantelde element (dat de trillingen van de snaren oppikt) bij de brug (het metalen onderdeel waar de snaren aan bevestigd zijn aan de kant waar je aanslaat), een scheve bek.

Ik pieker er niet over en ga naar huis met een Stratocaster, dolgelukkig.

21 jaar later weet ik: ik zat ernaast. De Fender Telecaster is misschien qua uiterlijk niet het toonbeeld van verfijning, dit instrument heeft een revolutie teweeg­gebracht en het geluid van de tweede helft van de 20ste eeuw bepaald. Hardere rockmuziek was niet ­mogelijk geweest zonder de Telecaster, en de Stratocaster was er zonder trouwens ook nooit gekomen. Het was de favoriete gitaar van Prince, het is de gitaar van Bruce Springsteen. 70 jaar is hij nu, maar ondanks zijn AOW-rijpe leeftijd weet hij nog steeds gitaristen te inspireren. En hoe oud ook: hij is in al die jaren bijna niets veranderd.

Wat maakt de Telecaster zo bijzonder?

‘Hij is degelijk en eerlijk: hij gaat nooit stuk’, zegt Stef Delbaere, 25-jarig Belgisch toptalent en gitarist van de bluesband King of the World. Ook speelt hij bij latin­zangeres Belle Pérez. ‘Het typische Telecaster-geluid noemen we twang: een sound die helder, scherp en ­direct is. Hij pikt heel goed op hoe je aanslaat, je hebt veel dynamische mogelijkheden.’

Ook Delbaere moest als kind niets hebben van de ‘Tele’, zoals hij de gitaar nu liefkozend noemt. ‘Ik was Eric Clapton-fan, dus ik wilde een Stratocaster, die vond ik minder intimiderend. Een Stratocaster heeft wat vrouwelijker vormen, een Tele is gewoon een plank hout. Ik vond hem stroever spelen en heb hem jaren vermeden.’

Zijn beeld kantelde toen hij vier jaar geleden na een les op het conserva­torium in Rotterdam een Telecaster in zijn handen kreeg gedrukt. ‘Na vijf ­minuten wist ik: ik móét er zo een hebben. De magie zit hem juist in dat rudimentaire, dat je ervoor moet werken. Hij heeft maar twee elementen en twee knopjes (voor volume en ‘tone’, waarmee je de toon doffer kunt maken, red.), dus je hebt weinig opties. Maar doordat die standjes qua klankkleur zo uiteenlopend zijn, is hij toch heel veelzijdig.’

Het element het dichtst bij de hals geeft een warm geluid, houtachtig maar ook fris; het klinkende equivalent van een boswandeling. Bij de brug is de Telecaster juist heel fel, alsof je de snaren op het rooster van de barbecue legt en je ze hoort gillen. Het tussenstandje, waarbij je de twee elementen combineert, zorgt voor een nasaal geluid dat je echt alleen uit een Tele krijgt.

Delbaere: ‘Er is geen genre waarin hij niet wordt gebruikt. Als ik studiowerk doe en er zit een producer met een beetje ervaring, zegt die altijd: neem een Telecaster mee. Ze weten dat ze weinig aan bewerking hoeven doen, je springt er altijd uit in de mix. Ook bij optredens in grote bezettingen houdt de Telecaster het best stand.’

De Tele is dus zo lomp nog niet. Waar begon de zegetocht van de Telecaster?

Toen Roxeanne Hazes haar zoontje de naam ‘Fender’ gaf, vernoemde ze haar kind naar een radioreparateur met een kunstoog die geen gitaar kon spelen. Eindeloos zat Leo Fender (1909-1991) in zijn schuurtje in Fullerton, Californië te sleutelen aan alles wat maar kapot was. In de jaren veertig verlegde hij zijn focus naar muziekinstrumenten. Fender bouwde een lap steel, ook bekend als de Hawaiigitaar, die je op je schoot legt en met een slide bespeelt voor de betere glijtonen.

Fenders bedrijfje begon te lopen. De elektrische gitaar won aan populariteit, daar moest hij ook iets mee. De elektrische gitaren hadden destijds nog gewoon een klankkast, maar waren voorzien van een of twee elementen, die op ­basis van elektromagnetisme werken. Leo streefde een klank na als die van een lap steel: dominanter dan de dikbuikige gitaren van die tijd.

Hij wist: voor de trilling van de snaar is zo’n klankkast niet nodig. In 1949 bouwde hij zijn eerste prototype van een model zonder kast, een zogeheten solid body. Nog iets revolutionairs: volgens Fender moest een instrument makkelijk per onderdeel te repareren zijn; als er iets kapot was, hoefde niet de hele gitaar terug naar de fabriek, maar kon Fender een los onderdeel toesturen – stukken voordeliger. Dus werd de hals niet aan de body van de ­gitaar gelijmd, maar met vier dikke schroeven vastgezet. Wie de slagplaat (het plastic plaatje waar bij de Tele het halselement in hangt) openschroefde, kon direct bij het halselement en bijbehorende draadjes. Een Tele is eenvoudiger in elkaar te zetten dan ­menig Ikeakast.

In 1950 werd de Telecaster de eerste solid body­gitaar die in massaproductie ging. Alhoewel, hij heette toen nog anders: eerst werd een versie met maar één element uitgebracht, de goedkopere ­Esquire. Toen Fender voor de versie met twee ­elementen de naam Broadcaster had gekozen, werd het bedrijf per telegram gesommeerd de naam te wijzigen: de concurrerende bouwer Gretsch had de naam al geclaimd. Vanaf de zomer van 1951 werd het Telecaster. De prijs: 169,95 dollar.

Sindsdien is de Tele op talloze klassiekers te ­horen. Bob Dylans Like a Rolling Stone, Jeff Buckleys versie van Hallelujah? Die eerste lp van Led Zeppelin, vrijwel alle songs van countryheld Brad Paisley? Ze hadden nooit zo geklonken zonder de ­Telecaster.

Die typische vroege Tele heeft een gele, ‘butterscotch’ lak, die dun genoeg is om de houtnerven te zien, en een zwarte slagplaat. Later in de jaren vijftig werden ze lichter blond met een witte slagplaat, die gitaren uit de jaren vijftig zijn nu het meest gewild.

‘Voor een originele Tele uit die eerste paar jaar betaal je rond de 80 duizend euro’, zegt Remco Verhoog van RJV Guitars, die als handelaar gespecialiseerd is in het duurdere segment. In 1951 maakte Fender 1.100 Telecasters, de Stratocaster werd pas in 1954 gelanceerd. Er moeten nu vele honderdduizenden Tele’s op de wereld zijn, mede omdat het model goedkoop door andere fabrikanten is na­gemaakt. Toch legt het model het in populariteit nog af tegen de Strat én de Gibson Les Paul (1952), waarmee Jan Akkerman en Slash furore maakten. Verhoog: ‘Van de tien gitaren die ik verkoop, zijn er vier Strats, vier Les Pauls en twee Telecasters.’

Er zijn ‘pas een stuk of zes’ van die oer-Telecasters door zijn handen gegaan, zegt Verhoog. ‘Er zijn mensen die ze opkopen en in kluizen stoppen. Voor gitaren geldt dat ze pas echt veel waard worden als ze van een beroemde artiest zijn geweest, dan loopt het in de miljoenen. Als Keith straks doodgaat, gaan we nog wat zien.’

Verhoog bedoelt Keith Richards. Als je de Rolling Stone met een ­gitaar voor je ziet, is het waarschijnlijk een gele Telecaster. Voor Daniël Lohues was Richards de reden om van de orgelbank te verkassen naar de plek onder de boom waar hij zich bekwaamde op de gitaar. ‘Ik keek van die videobanden van Stones-optredens’, zegt Lohues. ‘En Muddy Waters speelde erop. Vond ik ook te gek. De Tele stond bovenaan mijn lijstje.’

Voor Lohues was de Tele wél zijn eerste goede elektrische gitaar. ‘Ik heb hem nog, een zwarte Squier (het startersmerk van Fender, red.). Nee, ik heb nog nooit een gitaar verkocht, daar krijg je spijt van. Ik heb zelfs een gitarenweeshuis. Als vrienden een gitaar weg willen doen, zeg ik: verkoop hem maar aan mij, dan kun je ’m altijd terugkopen als je wilt.’

Hoeveel Telecasters Lohues heeft? Hij moet even tellen. ‘Acht. Ik heb een replica van een 1962-model, die klettert zo lekker. En ook zo’n George Harrison-Tele, helemaal uit rosewood (palissander, donker tropisch hout, red.), zoals Harrison bespeelde bij het dakconcert van The Beatles. Ik ben een enorme Prince-fan. Die funky slagjes op Dirty Mind, die kun je alleen op een Tele doen. Het is ook een ideale gitaar om jezelf als zanger mee te begeleiden, omdat de akkoorden altijd lekker trans­parant blijven klinken.

‘Ik vergelijk de Stratocaster en Telecaster altijd met Bachs Matthäus- en Johannes-Passion. Zoals de Matthäus langer duurt, heeft de Strat meer variatie. De Tele is wat rauwer, minder bekend, maar minstens zo mooi.’ Nog een vergelijking dan. ‘De Telecaster en Stratocaster zijn als de haai en de krokodil. De evolutie heeft er bijna niks meer aan hoeven veranderen. Ze waren gelijk goed.’

Maar de vraag blijft: waarom klinkt-ie zoals hij klinkt? Delbaere: ‘Het is een aaneenschakelijk van factoren natuurlijk. De Tele heeft meer hout dan de Strat. In de jaren vijftig was de hals geheel uit esdoorn en kozen ze voor swamp ash, essenhout uit het moeras, de bomen stonden met de voet in het water. Er zit veel lucht in dat hout, waardoor het heel resonant is. Al hebben ze later voor elzenhout gekozen, dat hout is wat evenwichtiger, vind ik, en zorgt voor wat minder extremen.’

En verder? Delbaere: ‘Dat metalen plaatje bij de brug, ik heb me laten vertellen dat dat veel uitmaakt.’

Dat denkt Lohues ook: ‘Het is toch een magnetisch veld.’ Bij de Tele zorgt het metalen plaatje (dat bij de Strat ontbreekt) ervoor dat de grondtoon van de trillende snaar deels wordt weggenomen (natuurkunde voor beginners: een toon is opgebouwd uit een grondtoon en boventonen, die laatste bepalen de klankkleur). Ter compensatie is het brugelement extra krachtig ­gemaakt.

Delbaere: ‘Het lijkt zo’n simpel ding, maar eigenlijk heb ik het gevoel dat ik nog helemaal niks weet van de Telecaster.’

In 2017 heb ik een lezing in Sittard. Ik heb net op Marktplaats een Tele gespot die ik niet uit mijn kop krijg. De verkoper woont in Scheulder, Zuid-Limburg, daar kan ik na afloop mooi nog even langs. De gitaar is blond, geheel in jarenvijftigstijl, met vergulde hardware. Ik krijg de gitaar aangereikt, sla een G-akkoord aan en knipper met mijn ogen. Als het plectrum de snaar raakt, hoor je zo’n lekkere kratsjjjj, daarna klinkt-ie ­secondenlang door, zo stabiel. Ik zeg dat ik hem wil. ­Tijdens het typen van dit stuk, thuis in lockdown, leidt hij me constant af. De beste aankoop die ik ooit heb ­gedaan.

Relics

De Fender Telecaster is in 70 jaar nauwelijks veranderd – behalve als je er een hebt waar veel op gespeeld is. Omdat veel gitaristen houden van het gevoel van een doorleefd (of zwaar gehavend) instrument, maakt de Fender Custom Shop sinds de jaren negentig zogenaamde ‘relics’: vergelijk het met een spijkerbroek waar al gaten in zijn gemaakt. De Fender-fabriek bevindt zich overigens niet meer in Fullerton, maar in het nabijgelegen, jawel, Corona, Californië.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden