Er is een vrouw d.m.l.e.h. PÉTER ESTERHAZY EXPLOREERT HET SAMENLEVEN

HOOFDSTUK 53 van Péter Esterházy's roman Een vrouw opent met de woorden 'Er is een vrouw, d.m.l.e.h.'. Eenmaal op dit punt aangekomen zal de lezer deze zin moeiteloos duiden als: 'Er is een vrouw, die me liefheeft en haat.' Bijna alle 97 hoofdstukken van de roman beginnen namelijk met de...

AAL PRINS

Soms wordt zelfs volstaan met: 'Er is een vrouw. Enzovoort.' De hoofdstukken variëren in lengte en zijn als het ware momentopnamen van de relatie van de verteller tot een vrouw. Dikwijls zijn ze dol op elkaar (niet noodzakelijkerwijs tegelijkertijd), en vrijen ze wat af, maar zo nu en dan kan een futiliteit tot de heftigste emoties, ja, regelrechte moordlust leiden - een feest van herkenning voor een ieder die weleens met een ander heeft samengeleefd.

De verteller laat zich niet leiden door enige chronologie of verhaallijn in zijn chaotische speurtocht naar de vrouw op wie hij nooit raakt uitgekeken. Hij beperkt zich niet tot romantische thema's. Dwangnagels, sapkuren, lichaamsgeuren, het huiswerk van de kinderen, de onvolprezen goulashsoepen en het ondoorgrondelijke lichaam van de vrouw - alles wat met haar te maken heeft, kan op zijn onvoorwaardelijke aandacht rekenen.

Maar wie is ze, die vrouw? En is het wel één vrouw, die door de verteller steeds weer met een ander lijf, andere eigenschappen wordt toegerust, al naargelang zijn eigen gemoedstoestand? Of zijn het er verscheidene? Het blijft onduidelijk.

Ook voor de verteller zelf, lijkt het. En dat is wel zo aardig, want allengs neemt zijn studieobject mythische proporties aan, waarvan hij zelf ook versteld staat. Zo is zijn lief nu eens een kolossale vrouw met een boezem 'als een vleesberg (voor mijn part twee vleesbergen) met twee uitlopers (. . .), een tweetal dat zich verbindt met het vermoedelijk steviger plateau van de rug'. De rest van haar lichaam is zo onoverzichtelijk groot dat ze hem er letterlijk de weg moet wijzen; de ene borst tutoyeert hij, de andere spreekt hij aan met 'u'. Soms is de vrouw echter zo mager als een vogeltje, en hoeft hij maar een hand op haar rug te leggen om haar hart te voelen kloppen. Dan weer is ze zijn moeder: 'Er is een vrouw. Mijn moeder. Mag dat?' Zij haat hem overigens ook. Ooit heeft hij stiekem een blik tussen haar benen geworpen. 'Elke flamoes is weer anders', concludeert hij met grimmige gretigheid.

Hij heeft iets van een belhamel, een Pietje Bell in vrouwenland, steeds weer vermakelijk in zijn genadeloze, luchtige portretteringen: ' . . . haar tanden zou je raadselachtig kunnen noemen. Er is iets vreemd mee aan de hand en ik acht het niet uitgesloten dat we met een kunstgebit van doen hebben, wat niettemin een nadere verklaring behoeft.'

In een interview heeft Esterházy (Boedapest, 1950) eens gezegd dat zijn roman helemaal niet over de vrouw gaat. Een vrouw is naar zijn zeggen dan ook geen vrouwenboek, en hijzelf allerminst een vrouwenexpert. Nee, de roman gaat veeleer over samenleven: hoe is het om jaar in, jaar uit in iemands nabijheid te verkeren, los van het feit of er nu liefde bij komt kijken of niet. En wat doet die nabijheid met een lichaam? In de roman komt het menselijk lichaam, in al zijn glorie en in al zijn verval, inderdaad uitgebreid aan de orde, als een permanent memento mori.

Een vrouw is een wonderlijk, ontegenzeggelijk vrolijk boek. Wonderlijk van opzet met z'n eindeloos herhaalde openingszinnen en ontbrekende verhaallijn, maar toegankelijker dan Esterházy's eerdere werk.

Esterházy maakte in de tweede helft van de jaren zeventig in eigen land furore door te breken met de tot dan toe heersende literatuur met haar zware pathos, waarin de schrijver als een morele instantie fungeerde. In plaats daarvan zocht Esterházy het in het experiment, waarin nu eens niet de boodschap, maar de taal zelf een hoofdrol was toebedeeld. In zijn Kleine Hongaarse pornografie (dat eerder in het Nederlands werd vertaald) speelde hij met de welhaast pornografische verwording van de taal door het wezenloze partijjargon van de apparatsjiks - een fenomeen dat overigens ook in de andere Oostbloklanden viel waar te nemen.

In De hulpwerkwoorden van het hart (eveneens in het Nederlands vertaald), beschrijft hij de dood van zijn moeder. Dat boek is doorspekt met literaire citaten, in hoofdletters gezet, en de pagina's zijn als in een heuse rouwadvertentie zwart omrand, of soms helemaal zwart.

Zo bont maakt Esterházy het niet in Een vrouw. Het is een prachtig boek (met vaart vertaald) met een vrouw in de hoofdrol. En Esterházy mag dan wel beweren dat hij geen expert is, een liefhebber is hij zeker.

Aai Prins

Péter Esterházy: Een vrouw.

Vertaald uit het Hongaars door Henry Kammer.

De Arbeiderspers; 184 pagina's; * 39,90.

ISBN 90 295 1499 X.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden