Enquêtesoap

De enquetecommissie Bijlmermeer, die morgen haar eindrapport presenteert, zou als een 'volleerde televisierechtbank' te werk zijn gegaan...

DAT WEET ik niet. - U weet dat niet?

Dat kan ik mij niet herinneren. - Was u daarvan niet op de hoogte?

Daar kan ik mij niet over uitlaten.

Nee, dit is géén persiflage op de enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer van columnist Marcel van Dam. Zo begon publicist Gijs Schreuders op 9 oktober 1995, na een maand openbare verhoren in de IRT-enquête, een vurig pleidooi aan het adres van commissievoorzitter Maarten van Traa om 'op te houden met dit theater'.

En zo luidden ook de commentaren op de openbare verhoren van alle andere enquêtecommissies. 'Het heeft er veel van dat de parlementaire enquête naar de ondergang van het RSV-concern een hedendaagse pendant gaat vormen van de openbare executie in vroeger tijden', schreef prominent PvdA'er Bart Tromp in 1984 in Het Parool. Vijftien jaar later klinkt een echo van die kritiek in een column van Volkskrant-redacteur Anet Bleich. 'Een volleerde televisierechtbank', noemde ze de enquêtecommissie die onder leiding van CDA-kamerlid Theo Meijer de toedracht en nasleep van de Bijlmerramp onderzoekt. Morgen verschijnt het eindrapport.

De geruchtmakende verhoren van de luchtverkeersleiders in de eerste week van februari kluisterden heel Nederland aan de buis. Commentatoren zagen overeenkomsten met spannende soaps. Columnist Marcel van Dam, in 1983-'84 als PvdA-kamerlid ondervoorzitter van de RSV-enquêtecommissie, overwon enige aarzeling en greep naar zijn pen. Hij verweet de commissie Bijlmerramp 'effectbejag'.

Van Dam liet zijn terughoudendheid varen na het verhoor van El Al-monteur Carel Gaalman, vertelt hij. In dat verhoor zei Gaalman - na een lange, pijnlijke stilte en een schorsing voor overleg met zijn advocaat - 'ja' op de vraag of hij ooit werd gedwongen te tekenen voor vertrek van vliegtuigen die niet 'luchtwaardig' waren.

'Bedenk goed, meneer Gaalman, het gaat wel over vliegtuigen die over woonwijken gingen. En u staat onder ede', imiteert Van Dam de enquêtecommisie. 'Een spannend verhoor', erkent hij. 'Maar het is altijd spannend om iemand vernietigd te zien worden.'

Van Dam heeft vooral kritiek op de overval- en confrontatietactieken die de commissie Bijlmerramp hanteerde in de hoop het geheugen van getuigen op te frissen. Hij vermoedt dat de commissie erop uit was getuigen in de val te laten lopen en dat vindt hij verfoeilijk.

'Voorkom meineed, we zijn immers op zoek naar de waarheid', was volgens Van Dam het devies van de RSV-enquêtecommissie. 'Onze intentie was getuigen een faire kans te geven, we gaven ze gelegenheid stukken in te zien en informatie tot zich te nemen. Iedereen mag rustig nadenken, dat is een fundamenteel recht.'

Toch slaagde de RSV-commissie niet helemaal in haar opzet. Oud-RSV-topman J. de Vries klaagde tijdens zijn verhoor, waarbij Van Dam hem voorlegde dat hij een groot deel van de kosten van zijn privé-tuinman en schipper op RSV verhaalde, dat hij werd geconfronteerd met 'romantische vragen' die hij 'nog even rustig wilde bekijken'. Toen de enquêtecommissie naderhand justitie inschakelde wegens meineed, zei De Vries korzelig: 'Nu komen er tenminste professionele mensen aan te pas.' Justitie seponeerde overigens de zaak.

'Kritiek van getuigen is normaal, dat gebeurt bij alle enquêtes', zegt oud-kamerlid voor de PSP en later GroenLinks Wilbert Willems. 'De getuigen voelen zich voor schut gezet. Ook de kritiek van columnisten en commentatoren hoort bij het spel.' Hij adviseert de commissie-Meijer zich vooral niet op te winden over 'het feit dat de Marcel van Dammen enzo kritiek leveren'.

Willems was plaatsvervangend lid van de RSV-commissie en maakte deel uit van de commissie-Buurmeijer die in 1992-'93 de uitvoering van de sociale verzekeringen onderzocht. 'Bij die laatste enquête was commentaar aan de orde van de dag. Verzekeringsartsen, mensen van bedrijfsverenigingen en de vakbeweging schreven in allerlei bladen dat ze onterecht werden aangepakt en dat ze als beklaagden in het bankje zaten.'

Buurmeijers club had zich mentaal voorbereid op kritiek, zegt Willems. 'We wisten dat iedereen zou zeggen dat we met modder gooiden, suggestieve vragen stelden en bevooroordeeld waren. We spraken af dat we onze werkwijze niét zouden aanpassen, dat we onze lijn zouden vasthouden.' Willems voert de verwijten terug op de aanwezigheid van televisiecamera's, die 'alle persoonlijke beperkingen van gehoorden en degenen die horen genadeloos uitvergroten'.

Na de RSV-enquête, de eerste 'televisie-enquête', werd de enquêtewet gemoderniseerd en is overwogen om camera's voortaan te weren. De RSV-commissie voelde daar niets voor. In haar eindrapport staat: 'De enquêtecommissie verwerpt het verwijt, dat door de aanwezigheid van de televisie de enquête ontaardde in een ''volksgericht'', waardoor enkele getuigen in de beklaagdenbank kwamen. In dit verwijt worden het medium en de boodschap verwisseld.'

In de discussie over de enquêtewet wezen de voorstanders van televisie-registratie ook op de voordelen voor de gehoorden. Onder het oog van het publiek zouden enquêtecommissies de getuigen geen impertinente vragen kunnen stellen. Een omstreden optreden van oud-VVD-kamerlid Jos van Rey, tegenwoordig wethouder te Roermond, werd daarbij als voorbeeld genomen.

Van Rey was lid van de enquêtecommissie die in 1987-'88 fraude met bouwsubsidies onderzocht. Voorzitter Klaas de Vries hamerde hem af toen hij een getuige vroeg naar de politieke achtergrond van diens verzet tegen de parlementaire enquête. 'Die vraag laat ik niet toe, meneer Van Rey. De commissie stelt zulke vragen niet, zeker niet aan onze gasten', kwam De Vries tussenbeide.

'De kranten kopten: ''Hevige ruzie in enquêtecommissie''', herinnert Van Rey zich. 'Ach, later lach je erom met elkaar.' Levendiger staat hem het verhoor bij van Cees van Dijk, die als CDA-kamerlid Volkshuisvesting in zijn portefeuille had. 'Ik vroeg een aantal keren door, toen zei Van Dijk: ''U kijkt mij nu aan alsof u mij op een geweldige misdaad betrapt''.' Van Rey vond dat wel vermakelijk. Van Dijk stond namelijk zélf, als voorzitter van de RSV-commissie, bekend om zijn scherpe manier van ondervragen.

Van Rey betreurt het dat parlementaire enquêtes uiteindelijk altijd verengd worden tot de vraag wiens kop moet rollen. 'Nu ook weer: moet Borst weg? Moet Jorritsma weg?' De enquête bouwsubsidies had al voor zij begon staatssecretaris Gerrit Brokx van Volkshuisvesting de kop gekost. Achteraf oordeelde de enquêtecommissie dat Brokx' beleid 'onverantwoord' en 'fout' was, maar ze wilde geen uitspraak doen over de vraag of zijn aftreden terecht was.

De commissie bouwsubsidies had geleerd van de RSV-commissie, die nog de tem 'onaanvaardbaar' gebruikte in verband met het optreden van een minister. Dat was fout van de RSV-commissie, vindt oud-commissielid en fractieleider van D66 Maarten Engwirda nu. 'De RSV-commissie vond dat minister Van Aardenne van Economische Zaken had moeten aftreden', zegt Engwirda. Volgens hem is het onvermijdelijk dat de vraag naar de politieke verantwoordelijkheid op tafel komt, daar heeft hij geen moeite mee. 'Maar de kwalificatie ''onaanvaardbaar'' betekent in de Tweede Kamer: wegwezen. Terwijl dat oordeel aan de Kamer is, niet aan de enquêtecommissie.' Van Aardenne bleef, zij het als aangeschoten wild.

Engwirda deed in 1988 ook mee aan de paspoortenquête. Die commissie schreef het oordeel over de verantwoordelijke staatssecretarissen Van Eekelen en Van der Linden veel feitelijker neer in haar eindrapport. De zinsnede dat zij de Kamer 'onvolledig en op een aantal punten zelfs onjuist hadden ingelicht', bleek wel dodelijk. Van Eekelen en Van der Linden moesten aftreden.

Engwirda werkt tegenwoordig bij de Europese Rekenkamer in Luxemburg, maar heeft de enquête naar de Bijlmerramp met behulp van een schotelantenne gevolgd. 'De paspoortenquête was veel saaier', zegt hij. 'Technisch. Minder dramatisch. Dat komt door de emoties eromheen.' Engwirda zegt het met enige jaloezie.

'Deze enquêtecommissie doet het niet gek', zegt ook oud-CDA-kamerlid Alis Koekkoek. 'De verhoren verlopen op rustige wijze. Dat was bij de IRT-enquête wel anders', herinnert de hoogleraar staatsrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant zich. Koekkoek was lid van die commissie, die in 1994-'96 onder leiding van PvdA-kamerlid Maarten van Traa de opsporingsmethoden van justitie en politie onderzocht.

'Maarten wilde kunnen inbreken tijdens een verhoor. Dan had je een interessant punt te pakken en dan, wham, kwam hij er doorheen. Dan vond hij het ook interessant.' Volgens Koekkoek is kritiek op enquêtecommissies onvermijdelijk. 'Er staan grote maatschappelijke en politieke belangen op het spel. Een grote organisatie als El Al wil haar naam hooghouden, ministers moeten voor hun hachje vrezen.'

Voor leden van een enquêtecommissie is het nog niet eenvoudig om op de hoogte te blijven van de ontvangst die hun werk krijgt in de buitenwereld. Koekkoek: 'De werkdag eindigde als Den Haag Vandaag begon en we moesten 's ochtends vroeg weer op.' De IRT-commissie had daarom de Leidse hoogleraar Uri Rosenthal gevraagd haar op de achtergrond bij te staan en af en toe een spiegel voor te houden. Dat werkte uitstekend, vonden de commissieleden.

Dezelfde Rosenthal sloot zich dit voorjaar aan bij het koor van critici op de enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer. Koekkoek, droog: 'Rosenthal is nu ook geen adviseur.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden