ENGAGEMENT UIT EEN RUSTIG DORP

Op zijn nieuwe cd Vlak Voordat zingt (liedjes)schrijver Arthur Umbgrove op lichte toon over de dreiging en angst van deze tijd....

Op de eerste bladzijde van zijn debuutroman Midden op de weg, zo hard mogelijk (2006) schrijft Arthur Umbgrove dat hij niet meer hoeft te werken, omdat hij ‘wat geld’ geërfd heeft van zijn grootvader. ‘Een heleboel geld eigenlijk. Bakken met geld om precies te zijn.’ De kleinzoon kan alles kopen wat hij wil, van paard tot helikopter, maar hij koopt niets, want ‘ik heb het niet verdiend.’ Die laatste opmerking verraadt een degelijke calvinistische opvoeding, die leert dat men in het zweet des aanschijns zijn brood moet verdienen.

In het restaurant op perron één van het Amsterdamse Centraal Station weet de zanger en (liedjes)schrijver niet hoe snel hij moet uitleggen dat hij een roman heeft geschreven. Het is fictie, ook al heeft hij niet alles uit zijn duim gezogen. Jawel, de kleinzoon heeft een boerderij en geld geërfd van zijn grootvader. ‘Nee, ik zeg niet hoeveel, maar ik heb het in het boek sterk overdreven. Wel vind ik dat ik het op een of andere manier terug moet verdienen.’ Er wordt gewerkt aan de tweede roman, de derde zit al in zijn hoofd en hij heeft zojuist zijn vierde cd afgeleverd: Vlak voordat.

Iemand maait het gras, ergens gaat een televisie aan

Ruth staat op, legt haar boek neer, laat haar koffie staan

Alles is normaal, vlak voordat. Alles is normaal.

Er hangt iets ongrijpbaar dreigends rond het titellied. Umbgrove voelde die dreiging in Amsterdam-Oost, de buurt waar Theo van Gogh werd vermoord. ‘Een half jaar na de moord was de spanning daar te snijden. Daar kwam de aanslag in Madrid nog eens overheen. Op een gegeven moment merk je dat de achterdocht het van het gezond verstand wint.’ Op de cd staat een aantal liedjes over bezorgdheid en angst. In het ironische nummer Al Qaida roept hij zichzelf tot de orde en geeft ook de opgefokte media een reprimande:

Aan de overkant

Die kleuter in het zand

Wat heeft ie in z’n hand?

Al Qaida!

Zeven jaar woonde Arthur Umbgrove (1964) in Amsterdam-Oost, toen hij een paar jaar geleden verhuisde naar een rustiger oord in de buurt van Haarlem. ‘Het was ook wel een erg drukke straat, waar ik in woonde. Als er vroeger een motor met honderd kilometer per uur door de straat reed, dacht ik ‘wauw’, nu denk ik: ‘waar is m’n kind?’.’ Verder was zijn auto net iets te vaak opengebroken, het stoorde hem mateloos dat zijn beste vriend niet meer hand in hand over straat kon lopen met zijn mannelijke geliefde, en zijn kinderen waren toch niet echt op hun plek op de zwarte peuterzaal. ‘Een jochie wilde mijn dochter geen hand in de kring geven, omdat dat niet van zijn geloof mocht. De moeder stond erbij en vond het uitstekend.’

Van geboorteplaats Vught naar Amsterdam naar het ‘reservaat’ tegen de Noord-Hollandse duinen. De artistieke loopbaan van Arthur Umbgrove is al net zo’n aaneenschakeling van haltes. Van 1990 tot 1994 is Umbgrove vaste kracht bij Comedytrain, het stand up gezelschap van Raoul Heertje. Hij beseft dat hij de felheid en de snelheid van de echte stand up comedian mist. Als muzikant maakt hij vervolgens met toetsenist Alberto Klein Goldewijk een aantal mooie albums en theaterprogramma’s waarin hij niet elke dertig seconden hoeft te scoren. In veel liedjes komen we hebzuchtige en ontevreden mensen tegen.

Als zijn grootvader, Willem de Graaff, in 1997 overlijdt, grasduint Umbgrove door zijn immense papierwinkel en ontdekt wat voor interessant leven hij heeft geleid als topman van Philips en als spion voor het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dan staat de volgende stap in zijn carrière vast. Dat leven moet opgeschreven worden. De roman Midden op de weg, zo hard mogelijk is inmiddels aan de vijfde druk toe, is met de LIBRA-debutantenprijs bekroond en is genomineerd voor de Anton Wachter-prijs en de Selexyz-debuutprijs.

In het boek volgt de kleinzoon de sporen van zijn grootvader, die hij als een held beschouwt, maar die niet ongeschonden uit de oorlog is gekomen. ‘De kelder van zijn huis waar hij na de oorlog woonde, was groter dan het huis zelf en stond uit voorzorg helemaal vol met blikken benzine, kratten bronwater, blikken erwtensoep, witte bonen in tomatensaus en andere conserven die ver over de houdbaarheidsdatum heen waren. Drie maal per week kwam hij in een van zijn drie grote Amerikaanse auto’s bij ons langs om eten en benzine te brengen. Ja, dan kun je wel zeggen dat hij een oorlogsslachtoffer was. Voor zijn dochters was dat zwaar, maar voor de kleinkinderen was hij een geweldige man met prachtige verhalen.’

Die verhalen bleken allemaal te kloppen, of bleken nóg spannender en onwaarschijnlijker dan grootvader vertelde. Zijn uitgangspunt was even simpel als effectief: Als je iets doet wat andere mensen al eerder hebben gedaan, zijn er protocollen voor. Als je iets nieuws doet breng je je vijand in verwarring, en dan is alles mogelijk.

Zo wist hij door te dringen tot het hoofdkwartier van de Gestapo en kon hij de Duitsers in de waan laten dat hij slechts een toegewijde Philips-topman was, die de Duitse belangen op geen enkele manier wilde schaden.

In het Libra-juryrapport staat dat het boek van Umbgrove maatschappelijke urgentie heeft. ‘Daar ben ik blij om. Het is niet alleen een oorlogsverhaal, maar het gaat ook over de kleinzoon die vreest dat we weer aan de vooravond van iets groots staan. Het is weer de jaren dertig. Daar schrijf en zing ik over. Het is mijn taak om dat aan de orde te stellen, en dat kan ook vanuit een rustig dorp. Daarom heb ik geen wroeging over mijn vlucht uit Amsterdam. Je kunt toch niet ontsnappen aan jezelf.’

Je kan een vriendin nemen van achttien jaar

Je ballen scheren en samen met haar

paren in een club met elkaar

Maar het volgt je toch

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden