Energieke kunst waar je echt iets aan hebt

Tentoonstelling Isa Genzken in het Stedelijk

De perfecte expo om nieuwe energie op te doen, dat is de overzichtstentoonstelling van Isa Genzken in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Untitled (2012). Foto Io Cooman

Vergeet die Nefertiti's met hun maffe zonnebrillen - het campagnebeeld van het Stedelijk Museum voor de tentoonstelling van Isa Genzken. Vergeet ook maar die eerste aankoop van directrice Beatrix Ruf, toen ze een jaar geleden aantrad als directeur van het Stedelijk Museum: het schilderij Zwei Lampen. En er is best meer werk van Isa Genzken dat terugmag naar de zolder; niet elke stapeling van stoelen, parasols, stoffen en speelgoed op een sokkel is bijzonder; spiegelfolie in al zijn variaties heeft na een paar zalen ook weinig geheimen meer en die beroerde foto's van gitaren, ach. Als u vraagt naar dat ene specifieke werk waarnaar u absoluut zou moeten gaan kijken op dit grote retrospectief in het Stedelijk Museum, moet ik echt heel lang nadenken.

Maar toch. Als er één tentoonstelling is waar je je aan kunt opladen deze winter dan is dat Mach dich hübsch van Isa Genzken. Het retrospectief van de De Duitse kunstenares, vorige week 67 geworden en sinds een jaar of vijftien aan de wereldtop, werkt als een vertraagd bruistablet. Pas later, ver weg van de visuele kakofonie waarmee Genzken de eerste verdieping van het Stedelijk Museum heeft gevuld, daalde dat besef in. Staand in een klamme forensentrein tussen de zwarte, grijze en blauwe jassen, wilde ik ineens weer terug. Hoe komt dat toch?

Over die kakofonie: die is overal. collages, grote assemblages, opgedirkte etalagepoppen, maquettes, meubels, huisraad, lampen, spiegels, ramen, betonblokken, advertenties, foto's... en kleur-kleur-kleur overal, je komt ogen tekort. Alsof een visuele Twitterfeed is uitgestort in de zalen van het Stedelijk, chaotisch als het leven zelf.

(Tekst gaat verder onder foto)

X-Ray,(1991). Foto Io Cooman
Nofretete (2015). Foto Io Cooman

Video

Overdrachtelijk krijgt die 'herrie' een plaats in de video Meine Grosseltern im Bayerischen Wald uit 1992. Drieëntwintig jaar geleden filmt Isa Genzken in en om het chalet van haar grootouders. Hoogtepunt is het uitpakken van de boodschappen, de post en de reclamefolders aan de keukentafel. Alles wordt bekeken, opgevouwen, uitgestald, besproken, bemopperd; de grootouders hebben er een middagtaak aan. Lang voor internet, decennia verwijderd van overstelpende informatiestromen zie je hier het kalme Beierse tempo in botsing komen met de nieuwe tijd. 'Geef die postbode bier', zegt opa naar goed gebruik maar ach, de postbode mag dat niet meer en bovendien: geen tijd.

De film toont in zijn simpelheid wat Isa Genzken kan. Ze kan chaos met chaos bestrijden, uitvergroten, bespotten, overdrijven - maar ze kan een situatie of een onderwerp ook volkomen omkeren en van de andere kant observeren. Haar grootouders zijn zichzelf, maar ook Genzkens materiaal om iets over de tijd te zeggen.

Zo behandelt ze zichzelf ook. Haar eigen portret keert vaak terug in de tentoonstelling. Persoonlijker zijn grote röntgenfoto's van haar schedel - lachend, rokend, drinkend. Maar het intiemste zelfportret is de rij woest versierde 'Jacken und Hemden' uit de jaren negentig, door haar gecustomized en gedragen in haar Berlijnse tijd. Kunstenaarsvrouw-af (zie kader), herboren in een nieuwe scene.

Tactiek

Het had voor de hand gelegen het oeuvre van Isa Genzken chronologisch te presenteren, want dat vertelt een interessant verhaal. Beginnend bij haar eerste, schitterende Ellipsoïden en Hyperboloïden uit de jaren zeventig; elegante liggende en staande slanke houten palen, ingenieus gevormd (met vroeg gebruik van de computer), helder gekleurd. Het is een antwoord op het modernisme en de dominante minimalistische sculptuur uit haar tijd als beginnend kunstenaar. Ze zal nooit meer zulke strakke werken maken, maar haar tactiek is neergezet: bestuderen, gebruiken, vervormen, ontkrachten, een eigen draai geven - vooral dat laatste.

Begin jaren negentig gaat ze zich steeds meer met 'de wereld' bezighouden en sociaal commentaar leveren. Bijvoorbeeld in groepsopstellingen van etalagepoppen, rolstoelen of gestapeld meubilair die ze, opgetuigd met stoffen, folies en attributen in ongemakkelijke samenscholingen bij elkaar zet.

Maar het Stedelijk Museum heeft het anders aangepakt. Thema's gekozen die dwars door het oeuvre heenlopen en daarin steeds anders vorm krijgen. Dat werkt goed. 'Het portret' wordt op verschillende manieren door Genzken benaderd, alsook onderwerpen als 'grootstedelijke cultuur', 'communicatie' en 'lichaam en identiteit'. Je moet heen en weer lopen, de verbanden zoeken - in actie komen. En dan ontdekken hoe Genzken wel een stijl heeft (de fel gekleurde verf die steeds over een beeld of voorstelling wordt gespatterd, de materialen uit de bouwmarkt en de papierwinkel, de terugkeer van 'het venster' als vorm) maar geen enkel dogma.

Zwei Lampen (1994). Foto Io Cooman

Doof voor gangbaarheid

Het is een geïnternaliseerde vorm van punk die we hier zien; Genzken legt zichzelf geen begrenzing op, is doof voor hoe iets hoort en extra doof voor wat er in de kunstwereld gangbaar is (je werk uitleggen bijvoorbeeld). Maar ze is trouw aan haar eigenzinnigheid, aan haar vormentaal, blijft jaar na jaar nieuwsgierig en houdt een ongeremde lust tot maken. Fuck the Bauhaus noemt ze een serie kleurrijke, opgestapelde architectuurmodellen voor New York uit 2000 - maar méér nog dan het trappen tegen een verstard begrip, is het een voorstel om eens aan iets ánders te durven denken.

Dat moet ook het gebaar zijn dat het Stedelijk Museum hier maakt. Niet te voorzichtig graag, non-conformistisch en vooral niet te cerebraal - laten we hopen dat dat is wat Ruf bedoelde met die symbolische Genzken-aankoop en met deze expositie, haar eerste echte handtekening als directeur.

De Amerikaanse criticus Hal Foster zag bij Genzken 'energy in disaster'. Dat klopt. Haar reactie op de aanslagen van 9/11 (onder meer de diorama's Empire/Vampire) behoren tot haar sterkste werk. Ook dat bloeien in crisis is punk, op zijn best. En net zomin als je elke dag Johnny Rotten wil terughoren wil je het werk van Isa Genzken veel om je heen hebben. Maar het feit dat het gemaakt wordt, de wetenschap dat een dwarse Duitse dame de chaos van de wereld oppakt, bekijkt, opvouwt, uitstalt, er op scheldt, er om lacht en dan in een nieuwe vorm weer terugwerpt in de arena - daar heb je echt wat aan.

Isa Genzken: Mach dich hübsch. Stedelijk museum Amsterdam, t/m 6/3.

(Tekst gaat verder onder foto)

Untitled (2015). Foto Io Cooman

Telefoongesprek

Isa Genzken belt in de jaren tachtig met Andy Warhol.

Andy: 'Wat wil je?'
Isa: 'Ik wil graag een popband beginnen.'
Andy: 'Met wie?'
Isa: 'Met Beuys, Genzken, Michael Jackson en jou.'
Andy: 'Bring me Michael Jackson first.'

(Bron: catalogus Oil, 2007)

Hemd (1998). Foto Io Cooman.

Isa Genzken in het kort

Isa Genzken (1948, Bad Oldesloe) begon tijdens haar studie al te exposeren; toch kwam haar grote bekendheid pas in de jaren negentig. Genzken woonde in Keulen, New York en Berlijn en is beïnvloed door zeer diverse kunstenaars, zoals Blinky Palermo, Hanne Darboven, Sigmar Polke en Sol LeWitt. Ze sloot ook vele (productieve) kunstenaarsvriendschappen, onder anderen met de veel jongere Wolfgang Tillmans en Kaj Althoff.

Genzken nam meermalen deel aan de grote vijfjaarlijkse tentoonstelling Documenta en vertegenwoordigde Duitsland in 2007 op de Biennale van Venetië. Het neoclassicistische paviljoen aldaar (in 1938 door architect Ernst Haiger op nationaal-socialistische wijze verbouwd) noemde ze 'vreselijk'. Ze verpakte het in steigers en een oranje verbouwingsnet.

In 2014 en 2015 toerde een groot retrospectief door de Verenigde Staten. Haar werk bevindt zich in collecties wereldwijd. In Nederland exposeerde zij voor het eerst in 1983 in het Eindhovense Van Abbemuseum.

Isa Genzken trouwde in 1982 met de Duitse kunstenaar Gerhard Richter. Ze waren tien jaar samen en beïnvloedden elkaar ook daarna nog.