En zet er 'n vleermuizenbloed naast

De gedachte alleen al aan een portie schorpioenen doet Europeanen en Amerikanen kokhalzen. Cultuurverschillen lijken hier onoverbrugbaar. Maar nood breekt wet....

Adriaan de Boer

AFWACHTEND ZIT de vogel op de rand van de tafel. De waarzegster tuurt in de bol op het kleedje. 'Je eindigt', zegt ze, 'met veertien andere merels in een pasteitje.' Cartoon uit Punch, jaren zestig. Nog altijd geldt op Corsica de merel als het summum voor in een paté.

In Hanoi - het wurgende Amerikaanse embargo was begin jaren negentig net opgeheven - viel het Jerry Hopkins op dat hij nergens vogels hoorde. Opgegeten door hongerende stedelingen. Hopkins was in Vietnam om materiaal te verzamelen voor een boek, Strange Foods, over het eten van schepsels (zoogdieren, insecten, reptielen, spinnen) waarin een westerling uit vrije wil niet snel zijn tanden zou zetten.

Niet snel, maar zulke cultureel bepaalde belemmeringen vallen weg wanneer de nood hoog is. Zelfs de meest verwende Parijzenaars betoonden zich tijdens het Pruisische beleg van 1870-'71 opeens stukken minder kieskeurig. Tijdens de rush op ezelvlees en een groeiende waardering voor rat (de grote Escoffier had niet voor niets hun smaak geprezen), zette Victor Hugo dit distichon op papier: 'Mijn diner laat mij achter met een kwellende vraag, ik had paard op mijn bord en nu steigert mijn maag.' Hoewel: 'Wat we eten is niet eens meer paardenvlees. /Misschien/ is het hond? /Misschien/ is het rat?'

Edmond de Goncourt ziet een jongen kamelennieren verkopen. Bij slager Roos aan de boulevard Haussmann hangt pontificaal de slurf van een jonge olifant, Pollux, die net als lotgenoot Castor soldaat is gemaakt. Olifantenbloedworst van de chef van restaurant Voisin wordt omstandig geprezen. Alexandre Dumas (père) neemt het lemma 'olifant' op in zijn postuum verschenen Le Grand Dictionaire de Cuisine (1873).

Is er geen welgevulde dierentuin in de buurt en laten de dieren van het veld zich niet vangen, dan sneuvelt ook het allerzwaarste taboe. Zeg 'vliegtuigongeluk' en 'Andes', en menigeen herinnert zich hoe de overlevenden (Urugyaanse rugbyspelers die zelf als kind ook kippenvel moeten hebben gekregen van Hans en Grietje) één uitweg restte om op de besneeuwde bergflank het vege lijf te redden: kannibalisme. Eerst aten ze hun gestorven medepassagiers rauw. De smaak was gruwelijk. Kort roosteren betekende al een aanzienlijke verbetering. 'Zachter dan rundvlees, met ongeveer dezelfde smaak.' (In de Stille Zuidzee hadden stammen die de traditie hooghielden het in de wandeling over 'lang varken', dat in die contreien uit de klei-oven kwam. Volgens de wetenschap was in Afrika de karikaturale kookpot-met-water wel degelijk in zwang. Op het Amerikaanse continent ging de voorkeur uit naar in hete houtskool gesmoord mensenvlees, in Nieuw-Guinea werd liever gestoomd.)

Jerry Hopkins staat in Strange Foods heel even stil bij Francis Trevelyan Buckland, die anderhalve eeuw geleden probeerde de culinaire horizon van vrienden en kennissen te verbreden. Zijn buitenissige ouders, Britten, hadden hem als kind al hond laten eten, en krokodil en slakken. Hij vertrouwde een medestudent toe dat hij de oorwurm (Forficula auricularia) vreselijk bitter vond, en zette zijn gasten geregeld panter voor, slurf, Afrikaanse elandantilope en geroosterde giraffe. (Als een interessant dier in de Zoo bezweek, liet de oppasser per omgaande Buckland verwittigen.)

In 1860 richtte hij de Acclimatisation Society op (zusterinstellingen in onder meer Hawaiï, de VS en Rusland). Buckland wilde het eetpatroon van de mensheid veranderen, maar zijn omgeving was niet rijp voor jak, bever, papegaai, parkiet, zeeslak, kangoeroe (gestoomd) of een portie zijderupsen.

Hond ligt in het Westen ultragevoelig. Brigitte Bardot voert actie om hem van de menukaart af te krijgen in Zuid-Korea als daar in 2002 het WK voetbal wordt gehouden. Tijdens de Olympische Spelen van 1988 ging poshintang (soep van hond) tijdelijk in de ban, hoewel Aziaten de aversie bijzonder vreemd vinden. Hopkins voert aan dat het Westen een hele trits koene honden kent in een heldenrol, van de tv, uit boeken en strips. Rin Tin Tin, Lassie, Benji of een van die 101 Dalmatiërs leg je niet op de barbecue, hoe yang het nuttigen van Snoopy in China ook wordt beschouwd en hoe uitstekend zijn malse vlees staat aangeschreven tegen ongemakken als geelzucht. Hopkins heeft wel hond geproefd, net als de Britse journalist en foodie Paul Levy, die zijn verslag indertijd tooide met de onovertroffen kop 'Wokking The Dog'.

In Vietnam werd het slachten van katten - minder vet dan hondenvlees - in 1997 verboden. Hoewel vooral astmalijders meenden dat een portie verlichting bracht, was er een dringende grond voor de maatregel. Elke stoofschotel betekende een natuurlijke vijand minder voor de ratten, wier aantal onrustbarend groeide. Hún eetbaarheid - rat is in meer werelddelen een gewaardeerde hors d'oeuvre; restaurantkoks in China kennen een dozijn bereidingswijzen uit het hoofd - speelde verder kennelijk geen rol.

Hopkins laat zich niet kennen als hij in Saigon cobra aanwijst - op de drankenkaart, het gaat om het bloed. De kelner, voorkomend, beveelt liever de vleermuis aan. Hopkins knikt, hij wil er ook wel een biertje bij (exotische kopstoot). De kelner komt terug met het diertje, vleugels en pootjes vastgeklemd in zijn vuist. Met de andere hand snijdt hij met een mesje de keel door. Het bloed druppelt in een klein glas, het is nog warm als Hopkins het over zijn tong laat rollen en schielijk wegspoelt met het lokale bier. (Recepten voor vleermuis schrijven royaal knoflook voor, ui en/of chilipepers, om hun pregnante geur te maskeren.)

Na genitaliën, urine, apen, kevers, termieten, mieren en sprinkhanen, landt Hopkins aan bij de schorpioenen. De eerste keer at hij ze in Singapore, in een restaurant waar ze als 'drunken deep-fried scorpions with asparagus' werden aangeprezen: gemarineerd in wijn, gefrituurd en opgediend met asperges. Blauwzwarte exemplaren, een van de 350 bekende soorten, drie dollar het stuk. Omdat ze aan de kleine kant waren, niet meer dan zes centimeter lang, bestelde hij een half dozijn.

Je eet ze helemaal, mét de klauwtjes en de gevreesde staart. Ze kraken een beetje in de mond, aldus Hopkins, van binnen zijn ze zacht en 'meelachtig'. Op een foto bij dit hoofdstuk zijn grote doorschijnende zuurtjes te zien ('suikervrij') van Texaans fabrikaat. Daarin zit een schorpioen gegoten, als in hars voor een presse-papier.

Als je Hopkins vraagt wat het raarste is dat hij ooit heeft gegeten, zou hij het liefst pindakaas zeggen ('lijkt op je-weet-wel en plakt aan je verhemelte'), maar met dat antwoord komt hij na dit boek niet weg. Het moet in Honolulu zijn geweest, waar hij met een vriend een van de eerste sushi-bars bezocht. Voor de laatste sushi viste de chef een garnaal uit het aquarium die hij levend pelde en met citroensap besprenkelde. Het gewriemel drukte hij in de rijst.

Dan is er nog de afwijking, pica geheten, die mensen aanzet tot het eten van onverteerbare materialen. Medische handboeken noemen haren, kalk, aarde. Een Amerikaanse vrouw van 22 vertelde haar dokter dat ze elke avond een halve sok nuttigde, en als tiener eigenlijk al verslingerd was aan haar garderobe - mot in een verkeerd lichaam. Een man in China slikte dagelijks een paar handjes kiezel, want hij had gemerkt dat het een goede remedie was tegen de pijn bij een aanval van epilepsie. In 1934 stierf Edmond C. Nickels, de 'menselijke struisvogel' die zich met metaal placht te voeden. Hij at munten, spijkers, schroeven, horlogeonderdelen en kettingen.

In 1996 haalde Michel Lotito uit Grenoble, sinds zijn negende glas- en ijzervreter, het Guinness Book of Records. Medici bevestigden dat 'Monsieur Mangetout' per dag een kilo metaal aankon en dat zijn maaltijden sinds 1966 tien fietsen hadden omvat, een winkelwagentje (in vierenhalve dag), zeven tv-toestellen, een klein vliegtuigje (Cessna) en een computer. Tevens wist deze Lotito een onnavolgbaar staaltje van omkering te bewerkstelligen: een hele doodkist verdween, met alle handgrepen, in hém.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden