Beschouwing

En schat, wat vind jij?

Op Das Magazin Festival bieden vier schrijvers, onder wie Daan Heerma van Voss, hun drukproeven aan wildvreemden ter lezing aan. Normaal gesproken doen ze dat liever niet. Maar aan wie dan wel?

Beeld Aart-Jan Venema

Hank Moody, het enfant terrible annex de geniale romanschrijver om wie de Amerikaanse hitserie Californication draait, heeft zo zijn eigen literaire rituelen. Hij schrijft koortsachtig, op een typemachine (naar eigen zeggen is hij 'een analoge man in een digitaal tijdperk'), herleest niet wat hij schrijft, ramt door tot hij erbij neervalt. Bij elk artikel en elk boek dat hij afmaakt, zijn de laatste woorden: 'The End'. Ook de beloning die hij zichzelf gunt is altijd hetzelfde: zijn impresario en hij draaien een paar jointjes, luisteren naar hun rockidool Warren Zevon en staren naar het pak papier dat voor hen op tafel ligt. Geen van twee weet of het een meesterwerk is of een piece of shit. Nee, om daarachter te komen is de blik van Hanks eeuwige geliefde Karen nodig. Zonder haar oordeel kan hij niets. Het is onduidelijk waarnaar Hank het meest verlangt: een kritische lezing, goedkeuring, een inzegening?

Hoewel de werkelijkheid uit Californication leunt op tal van romantische clichés, is de onderliggende waarheid voor schrijvers herkenbaar: het werk dat eerder slechts in gedachten bestond, dat in de binnenwereld misschien wel perfect te noemen was, wordt pas werkelijk getest als een ander het leest. De Eerste Lezer: biechtvader, psycholoog, fan en criticaster ineen.

Das Magazin Festival

Op 16 mei vindt voor de derde keer Das Magazin Festival plaats door heel Amsterdam. Die avond gaan schrijvers als Arnon Grunberg, Alma Mathijsen en Gustaaf Peek ieder in één van de tientallen gelijktijdige leesclubs in gesprek met lezers over hun boek. Nieuw op het festival zijn de leesclubs met klassiekers. En de auteurs P.F. Thomése, Jamal Ouariachi, Thomas en Daan Heerma van Voss laten hun drukproeven lezen aan onbekende Eerste Lezers, dat kost 32,50 euro inclusief boek.

Thriller

Op 16 mei vindt in Amsterdam het jaarlijkse Das Magazin Festival plaats, het grootste (en enige) leesclubfestival van het land. Deze derde editie is een bijzondere. Dit jaar zullen vier schrijvers - P.F. Thomése, Jamal Ouariachi, mijn broer Thomas en ikzelf - niet onze meest recent verschenen boeken, maar de drukproeven van onze nieuwe werken met de 25 leesclubdeelnemers delen. Zij zullen dus optreden als Eerste Lezers. In het geval van Thomas en mij gaat het om Ultimatum, het eerste boek dat we samen hebben geschreven. Een thriller nog wel.

Op welke gronden kiest de schrijver gewoonlijk welke Eerste Lezer het beste bij hem past? Iedere schrijver heeft zo zijn voorkeur voor een type, een voorkeur die meestal samenhangt met welke leeservaring hij in dit kwetsbare stadium van 'het proces' het liefst zou horen. Tal van schrijvers (onder wie ikzelf, sinds ik een geliefde heb die ik voldoende vertrouw) kiezen ervoor om hun geliefde als eerste te raadplegen. Begrijpelijk: de schrijver kan bij voorbaat rekenen op de welwillendheid van de geliefde, en denkt daarom dat het met de kritiek wel zal meevallen. Daarnaast, zo meent Herman Koch wanneer ik hem ernaar vraag, kan de geliefde onwelgevallige constanten en eigenaardigheden in het werk van de schrijver herkennen die een redacteur ontgaan. Met de liefste stem in de wereld kan de geliefde zeggen: 'Ik weet dat jij zo'n zin grappig vindt, Herman, maar ik zou er geen gewoonte van maken.' Dan is het dus niet het einde van de wereld.

Herman Koch, schrijver van literaire bestsellers als Zomerhuis met zwembad en Het diner. Beeld ANP

In de voet schieten

Maar de schrijver kan zichzelf met de keuze voor de geliefde als Eerste Lezer lelijk in de voet schieten. Wanneer die anders reageert dan gehoopt, kan een dubbele afwijzing optreden: dan heeft de schrijver zojuist zijn eerste slechte bespreking gekregen én hij heeft niemand om zich te laten troosten. Bovendien is de schrijver extra gespitst op elke aarzeling die de geliefde laat blijken; hij weet precies hoe ze haar wenkbrauw beweegt als ze een zin niet begrijpt of hoe stijf ze haar mond houdt wanneer ze leest over een intense seksscène die ze zich niet uit het echte leven herinnert.

Sommige schrijvers lezen hun werk zelfs voor aan de geliefde. Applaus voor deze mensen. Het is een van de mooiste taferelen denkbaar: de schrijver die een serenade brengt en tegelijk laat zien waaraan hij al die tijd (te lang, volgens de geliefde) heeft gewerkt. Maar in de romantiek schuilt ook het gevaar: deze setting is niet ideaal voor een kritisch gesprek. Als de schrijver net de gevoelige sleuteldialoog heeft voorgedragen, en de reactie van de geliefde is: 'Tja, die metafoor, ik weet het niet. Beetje cliché. Zo, en dan ga ik nu aardappels halen', dan heeft diegene iets uit te leggen, en niet de schrijver. (De avond is sowieso verpest.) Met als gevolg dat de geliefde zijn of haar kritiek onder het mom van 'het komt later wel' inslikt.

Een beoefenaar van de voorleesmethode: de Vlaamse auteur Peter Verhelst. Wanneer ik hem ernaar vraag, antwoordt hij: 'Ik lees het werk in porties voor, niet in zijn geheel. En op voorwaarde dat mijn geliefde in bad ligt. Quid pro quo.'

Geliefde

Een iets minder beladen methode dan het voorlezen-aan-de-badrand: bewerkstelligen dat de geliefde het werk in haar eigen tijd leest. Het probleem van deze methode is dat het soms even duurt voordat de geliefde over die tijd beschikt. Met als gevolg dat het pak papier wel erg lang onaangeroerd op tafel blijft liggen. De trotse schrijver wil niet laten blijken dat elke dag een nieuwe vernedering betekent. Af en toe kijkt hij naar de eerste pagina's: duidelijk nog niet gelezen. Als het echt tegenzit, heeft de geliefde de eerste acht pagina's gelezen en kwam er toen iets tussen. (Ze schijnt namelijk ook een eigen leven te hebben.) 'Nee, het ligt echt niet aan de tekst', stelt ze gerust. 'Gelukkig maar', antwoordt de schrijver, om vervolgens 's nachts uit bed te glippen om de computer aan te zetten en uit te zoeken wat er in hemelsnaam aan die eerste acht pagina's mankeerde.

Waarom überhaupt een geliefde vragen, waarom je zo kwetsbaar opstellen? Simpelweg omdat de schrijver op zijn gemak wil worden gesteld, omdat hij een liefkozing wil. Wanneer de geliefde het werk mooi vindt, wel, dan is de wereld perfect en het bed dichtbij. (De schrijver kan ook een vriend kiezen als Eerste Lezer, maar diens goedkeuring is nu eenmaal minder zaligmakend dan die van de geliefde.)

Familie

Soms speelt de familie een meelezende rol. Zo weet ik dat onze vader weleens optreedt als vroege lezer van het werk van Thomas. Hoewel ik mijn vaders scherpe blik hoogacht, is deze rolverdeling me te freudiaans; het laatste wat ik wil wanneer ik schrijf, is het idee hebben dat ik door mijn vader zal worden beoordeeld.

Thomas en ik zijn nooit elkaars Eerste Lezers. Wel treed ik soms op als Eerste Lezer van mijn moeder. Er zijn weken dat mijn vader, mijn moeder, Thomas en ik artikelen schrijven dan wel boeken afronden, met als gevolg dat er handelsroutes ontstaan: lees jij dit, dan lees ik dat. Mijn geliefde vindt dit walgelijk, elitair en klef.

Andere schrijvers willen liever zo snel mogelijk een professioneel oordeel en komen bij de redacteur terecht. Als het goed is, kan de redacteur het werk in een literaire context plaatsen. Hij kan zijn mening staven met objectief aandoende argumenten, die hij heeft geleerd op een universiteit of een redactie. Hij is kortom, een betere lezer.

Voorbeelden van beoefenaars van deze methode: Remco Campert en Tommy Wieringa. Het nadeel van de redacteur als Eerste Lezer: hij heeft een dubbele agenda. Hij denkt bijvoorbeeld aan de planning van de uitgeverij; mogelijk komt het hem goed uit het werk eerder uit te geven dan ideaal zou zijn.

Remco Campert. Beeld ANP

Weerloosheid

Een zzp'er, een bevriende freelancer of een vage kennis 'met verstand van het vak' kan eveneens dienen als Eerste Lezer. De kans dat die zijn oordeel laat beïnvloeden door persoonlijke of commerciële motieven is klein. Aan de andere kant zou de schrijver (die doorgaans niet zwemt in het geld) deze lezer eigenlijk moeten betalen voor een dienst die de uitgeverij behoort aan te bieden. Al met al is dit een weinig aanlokkelijk arrangement.

Uiteindelijk is natuurlijk geen enkele Eerste Lezer perfect. En de weerloosheid die de schrijver voelt als zijn werk voor het eerst door een ander wordt gelezen, valt niet op te heffen. Maar de schrijver moet niet zo zeuren. Hij wil worden gelezen, verlangt naar een publiek; er zal dus altijd een Eerste Lezer zijn. Evenwel komt de schrijver niet zo heel vaak in direct contact met zijn publiek.

Historisch gezien gaapte er altijd een kloof tussen de schrijver en de lezer. Daardoor voelde de lezer zich bij het lezen niet direct aangesproken en kon de schrijver enige distantie behouden tot de wereld die hij beschreef. Die afstand doet tegenwoordig gedateerd aan. De schrijver facebookt, twittert, schrijft persoonlijke columns: zijn leven wordt steeds meer openbaar bezit. De schrijver en de lezer kunnen elkaar tegenwoordig bijna aanraken, er bevindt zich niet meer dan een schermpje tussen hen.

Leesclub

De festivalorganisatie heeft deze opmars van de directheid waargenomen. Zij hebben het fenomeen 'leesclub' heruitgevonden. De meeste schrijvers van de boeken waarover wordt gesproken zijn gewoon aanwezig. Er zijn gespreksleiders om confrontaties in goede banen te leiden. De moderne leesclub kan daarom de gedaante aannemen van zowel een intellectuele knuffelsessie als een tribunaal.

Binnenkort zullen Thomas en ik dus samen op het festival te zien zijn. Met ons boek. Tegenover 25 Eerste Lezers.

Daan Heerma van Voss leest voor op de Jonge Schrijversavond, een ander literair festival. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden