En de verliezen stapelen zich op

Boeken (non-fictie) - Voltooid leven & Wie wij zijn

Onderzoeker Els van Wijngaarden sprak met ouderen die hun leven als 'voltooid' beschouwen en er een punt achter willen zetten. Wat zijn hun beweegredenen?

Beeld Claudie de Cleen

'Op zich voelt het heel lekker. Ik heb het helemaal zelf in de hand. Het is nu alleen een kwestie van mengen in een bakje met sinaasappelvla en opeten. Een halfuurtje later is het gebeurd... Ik heb een extra grote dosis, voor de zekerheid.'

Dat zegt Steven, een man van net 70 jaar die in een zorgcomplex woont met drie parkieten en radio 4 als voornaamste gezelschap. Voor hem hoeft het niet meer, hij heeft zijn tijd gehad. Euthanasie is geen optie, dus regelt hij het zelf. Eerst verzamelde hij meer dan honderd pillen, inclusief antibraakmiddelen. Daarna hoorde hij van de heliummethode en kocht hij twee flessen heliumgas. En toen hoorde hij van een dodelijk drankje dat gewoon te krijgen was en bestelde hij dat: 'Dat maakt dat ik nu rust heb. Die flessen gas en die zak over je hoofd, of al die pillen, mán, wat was ik daar bang voor. Alleen al het idee: dat kan ik nooit, straks trek ik het kapot of doe ik het niet goed.' Maar met zijn bakje vla moet het lukken en de datum is geprikt.

Mijn leven is voltooid, maar dan niet voltooid in

de zin dat het ondraaglijk is. 'Ondraaglijk'

vind ik zo'n lastig begrip. Wat is ondraaglijk? Er zijn altijd wel weer lichtpuntjes. 'Voltooid' betekent voor mij veel meer dat mijn bestaan geen zin meer

heeft. Ik draag

niks meer bij.

Suzan, in de 70

Hij deelt zijn wens een punt achter het leven te zetten met de andere 24 ouderen die Els van Wijngaarden interviewde voor het onderzoek waarop zij deze week aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht promoveerde en waarvan haar boek Voltooid leven de weerslag is. De leidende vraag van haar onderzoek was 'welke geleefde ervaring gaat er schuil achter de uitdrukking dat iemand zijn leven voltooid vindt?'

De uitdrukking voltooid leven heeft zich stevig genesteld in het taalgebruik over de oude dag sinds in 2010 de groep Uit Vrije Wil, met ondertekenaars als Hedy d'Ancona, Mies Bouwman en Dick Swaab, het burgerinitiatief Voltooid Leven presenteerde. Hun inzet was de legalisatie van stervenshulp aan ouderen die hun leven voltooid achten. Het initiatief leidde tot het instellen van een adviescommissie onder voorzitterschap van Paul Schnabel, die begin dit jaar concludeerde dat de wetgeving rond euthanasie voldoende ruimte bood om ook aan de doodswens van ouderen die klaar met het leven zijn tegemoet te komen. Minister Schippers oordeelde niettemin dat het recht op autonomie van deze mensen een nieuwe wet rechtvaardigt, waartoe ze in oktober een voorstel deed aan de Tweede Kamer.

Voltooid leven - Over leven en willen sterven
Els van Wijngaarden
non-fictie
Atlas Contact; 208 pagina's
€19,99

Van Wijngaarden mengt zich niet in de discussie over de wenselijkheid van wetten en regelingen, maar richt zich op de kluwen van beweegredenen die mensen tot hun doodswens brengen. De term voltooid leven, schrijft ze, suggereert een mooi, afgerond leven waarop je met tevredenheid terugkijkt en waarachter je een punt zet. Zo vredig ervaren de mensen die zij heeft geïnterviewd het allesbehalve.

Zoals Steven zegt: 'Het is genoeg. Dat vind ik een beter woord dan voltooid. Voltooid is geslaagd.' En hoewel hij met passie vertelt over zijn vele reizen, zijn avonturen als bioloog in Afrika en zijn uitstapjes als vogelaar, kan hij zijn leven dankzij een groot, uit zijn kinderjaren stammend verdriet, niet als geslaagd beschouwen: 'Mijn leven is een grote zoektocht geweest, en ik heb nooit precies geweten waarnaar.'

In de beweegredenen van de geïnterviewden ziet Van Wijngaarden steeds dezelfde vijf thema's in wisselende verhoudingen terugkeren: een diep gevoel van existentiële eenzaamheid, ook bij degenen die omringd zijn door kinderen en kleinkinderen ('Of ik nou wel of geen kerstlunch organiseer, het maakt eigenlijk geen bal uit'); een gevoel er niet meer toe te doen ('En als ik ergens kom, dan kijken ze me aan met zo'n blik van: wat wil die ouwe nou weer?'); geestelijke en lichamelijke moeheid van het leven ('ik heb nog zoveel te geven, maar ik breng het niet verder dan de schemerlamp'); een diepe afkeer van afhankelijkheid ('ik heb ook niet zo'n vertrouwen in de verzorgingsstaat'); en een groeiend onvermogen zich te uiten op een wijze die kenmerkend voor hem of haar was ('ik wil niet dat andere koninkrijken over mij gaan beslissen. Ik mag dan wel oud zijn, maar daarom hoef ik mijn identiteit toch nog niet te verliezen').

Ik zou niet weten

op welk gebied

een mens op mijn leeftijd nog meetelt

Christiaan, begin 90

Angst voor het verlies van identiteit speelt in veel verhalen een rol, en dat is, als we emeritus hoogleraar psychiatrie Frank Koerselman mogen geloven, ook niet zo verwonderlijk. In zijn onlangs verschenen, behartigenswaardige Wie wij zijn beschrijft hij hoe onze identiteit zich in de loop van ons leven ontwikkelt.

De eerste stap die een baby zet op het pad naar een eigen identiteit is simpelweg doorhebben dat hij iemand anders is dan de moeder die hem voedt. De stappen die daarop volgen worden, aldus Koerselman, allemaal gestuurd door drie basisbehoeften: aan geborgenheid, aan autonomie en aan bewondering. Behoeften kunnen elkaar in de weg zitten - geborgenheid en zelfstandigheid kunnen niet altijd samen door één deur - en er zijn cultureel bepaalde afspraken die behoeften reguleren. Hoe je in dit mijnenveld je weg vindt, vormt in belangrijke mate je identiteit.

Wie wij zijn - Tussen verstand en verlangen
Frank Koerselman
non-fictie
Prometheus; 256 pagina's
€19,95

Maar dan word je oud. De verliezen stapelen zich op: je werk houdt op, generatiegenoten sterven en als je hulp nodig hebt, schrijft Koerselman, 'verlies je ook nog eens je autonomie. Je schaamt je als je incontinent wordt. Je voelt je ontworteld, afhankelijk en vernederd. Met andere woorden: alle drie de pijlers van je identiteit storten in, je voelt je van cellofaan. Je bent niemand meer en je wilt er dan ook niet meer zijn.'

Wat niet helpt is dat hoge ouderdom in een negatief daglicht staat. Koerselman en Van Wijngaarden onderstrepen dat beiden. Er zijn om te beginnen zoveel ouderen, schrijft Koerselman, en alles waar veel van is, daalt in waarde. Bovendien hadden ouderen vroeger meer aan kennis en vaardigheden over te dragen dan in het snel veranderende beroepslandschap van nu, en droegen ze voor de intrede van Wikipedia meer bij aan het collectieve geheugen. Oud betekent al snel hopeloos gedateerd.

Van Wijngaarden gaat nog wat feller tekeer: 'Als je maar vaak genoeg hoort dat de aftakeling van de hoge ouderdom 'ondraaglijk en onwaardig' is en dat een zelfgekozen dood een waardige oplossing biedt, bestaat de kans dat mensen dat gaan geloven. Het wordt een zelfbevestigende loep, een onbewuste bril waardoor mensen hun eigen situatie bekijken.'

De implicatie is duidelijk: de ervaring van een voltooid leven is niet alleen een individueel probleem, maar ook een maatschappelijk. Met haar zorgvuldige analyse van de beweegredenen van de mensen die zij interviewde, weet Van Wijngaarden de lezer voor een al te zwart-wit oordeel te behoeden.

Andere mensen zeggen nog wel eens: mijn leven is voltooid. Ze kunnen terugkijken op iets nuttigs en moois.

Ik heb níks om op terug te kijken, ben alleen vreselijk moe. Ik heb er genoeg van. Ik heb hier nu ruim negentig jaar doorgebracht.

En wat heb ik gedaan? (...) Ik heb mijn leven verdaan.

Hans, 90 jaar

Van Wijngaarden merkt dat veel van degenen die zij interviewt zich weer even gezien weten en haar, om dat gevoel wat langer vast te houden, aanklampen met de vraag of ze nog verder kunnen helpen met het onderzoek. Meer mensen werven? Interviews uittypen?

Misschien is het gevoel weer even gezien te zijn ook wat Steven, de vogelaar met de drie kanaries, in leven houdt. Misschien ook is het simpelweg de wetenschap dat zijn sinaasappelvla klaar staat. Hoe dan ook: ver voorbij de door Steven geprikte datum van zijn dood ontvangt Van Wijngaarden zijn verhuisbericht met een foto van een fiets met statief achterop: hij gaat in een bungalowtje in Zeeland wonen. Nergens tref je zoveel verschillende vogels aan als daar.

Citaten uit Voltooid leven

Je moet dankbaar zijn voor de zorg die je krijgt, dankbaar voor de bezoekjes die je af en toe ontvangt, dankbaar voor een Zonnenbloemreisje.

Ik moet de hele tijd

o-zo-blij zijn.

En zij zijn o-zo-vriendelijk. Ja, allemachtig zeg, vreselijk.

Willemijn, 83

De gedachte dat je handen niet meer doen wat je in je hoofd hebt, is afschuwelijk. (...) Ik zou er wel een potje om kunnen huilen, maar daar heeft niemand wat aan. Het is alsof mijn identiteit en mijn eigenwaarde me worden ontnomen. Als ik dit niet meer kan, valt er iets heel wezenlijks weg.

Peter, in de 70

Kamerdebat

De Tweede Kamer debatteerde vorige maand over hulp bij zelfdoding bij voltooid leven. Een wetsvoorstel is er nog niet, maar in het debat toonden VVD, D66, GroenLinks, PvdA en 50plus zich voorstander.

CDA, PVV, SP, SGP en CU wijzen nieuwe wetgeving af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.