En de Hollander schiep de iPhone

Het Almachtige Apparaat werpt nieuw licht op de invloedrijke uitvinding

****
Brian Merchant; Het Almachtige Apparaat - De verborgen geschiedenis van de iPhone. Business Contact; 416 pagina’s; € 22,50.

Het Almachtige Apparaat werpt nieuw licht op het beeld van de Iphone als goddelijke ingeving van Steve Jobs: hij sputterde aanvankelijk zelfs wat tegen. ­Niet veel later was het zijn idee. 

Weinig mensen zullen Bas Ording kennen, maar de Nederlander staat toch echt aan de wieg van de iPhone. Hij is een van de briljante geesten zonder wiens ingevingen de iPhone zoals we die kennen nooit was geboren. Een van de foefjes die hij bedacht is het stuitertje als een gebruiker onderaan een pagina is gekomen. ‘Ordings animaties zouden wel eens een van de redenen kunnen zijn waarom we allemaal zo verslaafd zijn aan onze smartphone’, schrijft iPhone-chroniqueur Brian Merchant. 

Ording is slechts een van de sleutelfiguren die langskomen in het boek Het Almachtige Apparaat (oorspronkelijk The One Device) van Brian Merchant. In ruim vierhonderd pagina’s beschrijft de Amerikaanse techjournalist gedetailleerd de geschiedenis en de totstandkoming van de iPhone. Die aandacht is terecht: de invloed van de iPhone kan nauwelijks overschat worden. De smartphone heeft het leven van de meeste mensen voorgoed veranderd. Waar de iPhone zo’n beetje alles over ons weet, weten wij verrassend weinig over die iPhone. Tot nu dan: Merchant heeft met een indrukwekkende hoeveelheid directe betrokkenen gesproken, die in de chaotische pionierstijd betrokken waren bij de ontwikkeling. 

Als er één boodschap is die Merchants boek uitdraagt, is het dat de komst van de iPhone niet het werk is van het eenzame genie. Natuurlijk was het wel Steve Jobs die uiteindelijk in 2007 op het podium met de telefoon stond te zwaaien en - achteraf terecht - declameerde dat dit apparaat de wereld op zijn kop zou gaan zetten. Daar zag het trouwens aanvankelijk helemaal niet naar uit: de eerste iPhone werd als veel te duur gezien en had slechts zestien apps. Pas toen er een appstore kwam (Jobs ging uiteindelijk overstag), ging het lopen. Voetnoot: een van de eerste succesvolle apps was iFart: een scheetapp. De maker verdiende er een miljoen mee.

Van een oer-smartphone van IBM uit 1994 tot de bedenkers van de multitouch-technologie (die het mogelijk maakt om met twee vingers tegelijk een scherm te bedienen, bijvoorbeeld voor het vergroten van fotos) : Merchant laat een bonte stoet aan uitvindingen passeren die al jaren voor de lancering van de eerste iPhone bestonden. De door hem als drammerig en bijzonder onsympathiek neergezette Jobs is hierbij hooguit degene die het voor elkaar krijgt dat al die vindingen door zijn werknemers geperfectioneerd worden en verpakt in het glanzende kastje. Dat Jobs op persoonlijk vlak zijn eigenaardigheden had, was al bekend uit de biografie van Walter Isaacson. Merchant voegt hier nu het beeld aan toe dat Jobs de iPhone in eerste instantie eigenlijk helemaal niet zo zag zitten, hoewel hij later zou verkondigen dat hij zelf op het idee was gekomen van een multitouch-apparaat. In werkelijkheid was Jobs niet van Apple's touchscreenproject op de hoogte totdat hij een demonstratie kreeg. ‘Bovendien verwierp hij het idee aanvankelijk’, schrijft Merchant. Niet veel later was het ineens zijn idee, bemerken de echte bedenkers bij Apple.

De hoofdstukken waarbij Merchant al deze schakels in het uiteindelijke succesverhaal praat en zo een nieuw licht werpt op de totstandkoming, behoren tot de sterkste. Ook de passages over de paniekerige en chaotische maanden voor de lancering en de door Jobs uitgedragen paranoia zijn intrigerend. De topman wil de iPhone koste wat kost op een evenement in januari presenteren, wat eigenlijk onmogelijk is. 

Met het nodige kunst-en vliegwerk lukt dat. Apple-medewerkers leven zo ongeveer op kantoor (dat in de loop der tijd erg vies begint te ruiken) en zien vrouw en kinderen nauwelijks. Het heeft menig huwelijk gekost, lezen we. Voor Jobs gaat het maar om één doel: de iPhone. Niet alleen legt Jobs de zweep over zijn personeel, hij creëert ook een verstikkende sfeer van geheimhouding. Afdelingen weten totaal niet van elkaar waar ze mee bezig zijn en strooien elkaar zelfs bewust zand in de ogen. Jobs is als de dood dat er iets uitlekt. Werknemers moeten voorlopige geheimhoudingsverklaringen ondertekenen, waarin ze verklaren nooit over het bestaan van de volgende geheimhoudingsverklaring te zullen praten. Het leest allemaal als een spannend jongensboek. 

Dat geldt minder voor de hoofdstukken waarin Merchant zo ongeveer de hele wereld over reist om de negatieve aspecten van de iPhone te belichten. Kosten noch moeite worden gespaard: de mijnen in het Boliviaanse Potosí, waar mijnwerkers onder onmenselijke omstandigheden tin voor het soldeer winnen; de Atacama-woestijn in Chili, waar het lithium voor de batterijen vandaan wordt gehaald; Nairobi, waar onderdelen van oude iPhones worden gerecycled; de beruchte Foxconn-fabriek, waar de iPhones in elkaar worden gezet: het zijn nog maar een paar van de plekken die Merchant bezoekt. Het is het enige minpunt: het had allemaal wel een tandje minder gekund.

‘We krijgen nooit het verhaal te horen over het collectief, de teamgeest en de geschiedenis’, schrijft Merchant in zijn boek. ‘We kunnen de technologieën, producten en zelfs kunstwerken maar moeilijk zien als de intens veelzijdige inspanningen die ze in werkelijkheid zijn. We willen eureka-momenten en terechte miljonairs, geen in hun eer aangetaste pioniers.’ Merchant heeft al deze anonieme pioniers een schitterend podium gegeven. 

Foto rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.