Recensie beeldende kunst Robot Love

En daar staart een robot je uitdagend aan: ‘Hé man, wat wil je?’ (vier sterren)

Conversations with Bina48 van Stephanie Dinkins. Beeld Peter Cox

Hoe hij het voor elkaar kreeg, geen idee. En toch heeft Zoro Feigl een robotarm, die je normaal eerder bij een assemblagebedrijf van auto-onderdelen zou verwachten dan op een tentoonstelling, zover afgesteld dat hij als een balletdanser beweegt. En dat het gevaarte emoties als agressie, verdriet en schaamte weet uit te beelden. Dan weer buigt de arm bescheiden naar beneden, dan weer draait het woest om zich heen. Op een bepaald moment kijkt het je zelfs veelbetekenend recht in de ogen aan: ‘Hé, man, wat wil je?’

Natuurlijk is het allemaal schijn. Robots kennen geen gevoelens, had Ine Gevers, samensteller van de expositie Robot Love, al laten weten. Het is pure projectie. Maar toch. Dat robots steeds meer humane trekjes vertonen, en mensen meer en meer robotica in hun lijf en leden hebben, valt niet meer te ontkennen. Het zal niet lang meer duren of de twee werelden vloeien in elkaar over. Dat had het monster van Frankenstein toch al bewezen, niet?

Zie hier het thema van de tentoonstelling Robot Love in een notendop.

Eigenlijk wordt dat thema al gelijk bij binnenkomst op de expositie duidelijk. Gijs Frieling en Job Wouters maken met hun zwierige handschrift een muurschildering van kunstmatige schoonheidsidealen in idem kleuren. Ertegenover staat een menselijk ogende robot, van Gaël Langevin, die je ter verwelkoming toespreekt: ‘Let’s shake hands.’

Het onderscheid tussen mens en machine, tussen technologie en natuur, tussen object en subject dreigt steeds diffuser te worden. Want ja, krijgen we naast kunstbenen en een kunsthart straks ook kunsthersenen? Of hersenen die zijn aangesloten op allerlei mogelijke apparatuur, zoals Elon Musk, cowboy-entrepreneur en bedenker van de Tesla, voorspelt. Als je al zelfdenkende wapensystemen hebt, waarom dan geen mensen die bij hun geboorte al zijn geprogrammeerd?

De keuze om deze tentoonstelling in een oud bedrijfspand (van Campina) in Eindhoven te organiseren is daardoor ook een voor de hand liggende. De stad die altijd met Philips werd geassocieerd, is nu vooral de stad van de Technische Universiteit, bakermat van talloze technologische vernieuwingen.

Lastig

De vraag in hoeverre het thema zich ook leent voor kunst, is een lastige. Een rondgang langs de meer dan twintig verschillende deelnemers en werken maakt wel duidelijk dat kunst en robotica nog wel robbertje moeten uitvechten als het gaat om hoe je Goede Beelden kan maken. Niet elke bijdrage spreekt tot de verbeelding of kan op eigen kracht de wereld oproepen die het wil uitdragen.

Oké, met video-animaties is het nog relatief makkelijk futuristische vergezichten op te roepen, zoals het Canadese kunstcollectief Kondition Pluriel laat zien. Richt je iPhone op een hoek van de zaal en er verschijnen personen op je scherm, alsof je Pokémons aan het ontdekken bent. Hilarisch is de cyborg die Will Benedict bij de talk show van Charlie Rose laat aanschuiven: twee werelden die aan dezelfde tafel zitten en toch zo verschillend zijn.

Maar met overige, minder virtuele kunstuitingen blijft het moeilijk. Zo wil de erotische prikkeling, die Patrícia J. Reis ons middels lichttherapie en minimalmusicklanken wil laten ondergaan, maar niet van de grond komen. En de vrouwelijke robot Bina48, ‘een van de meest geavanceerde sociale robots ter wereld’, die door de Amerikaanse Stephanie Dinkins wordt ondervraagd, blijft antwoorden in oneliners die van een echte conversatie geen blijk geven. 

Technologie en affectie, oftewel liefde die van robots afkomstig, zoals de tentoonstellingstitel suggereert, het is nog een te grote stap om te nemen. Wat ook blijkt van het nieuwe robotzusje Annelies van de tweeling Liesbeth en Angelique Raeven. De pop zit eigenlijk toch eenzaam in een hoekje de mascara uit haar ogen te treuren, zonder dat ze zich veel aantrekt wie haar komt bezoeken. 

Of dat allemaal erg is? Nee. Zoals de technologie met vallen en opstaan zichzelf ontwikkelt, zo zal ook de kunst naar beelden zoeken die ons bewustzijn op scherp zetten. Ook als het gaat om technologische veranderingen die soms te virtueel zijn om in beelden te worden uitgedrukt. 

En dan blijkt de menselijk-al-te-menselijk-bewegende robotarm van Zoro Feigl, in al zijn eenvoud, nog helemaal geen slecht voorbeeld te zijn. Temeer omdat je niet moet denken dat het, wild om zich heen zwaaiend, niet ooit zijn eigen leven zal leiden – dat gebeurt misschien wel eerder dan je denkt.

Niet Normaal

Ine Gevers (1960) is in Nederland een van de weinige tentoonstellingsmakers die keer op keer erin slaagt gevoelige maatschappelijke thema’s te presenteren. Als oprichter en directeur van de ideële Stichting Niet Normaal was ze verantwoordelijk voor exposities als Ik + De Ander (1994), Niet Normaal (2009), Ja Natuurlijk (2013), Hacking Habitat (2016) en nu dus Robot Love. Bij Gevers draait het altijd om de rol van de kunst bij het grip krijgen op een vervreemdende omgeving, waarin zich grote ecologische veranderingen voltrekken. Ook is ze voorstander, blijkens haar stichting, van een samenleving waarin afwijken mag.

Robot Love, Campina Melkfabriek in Eindhoven, t/m 2/12.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.