Recensie Biografie Ivo van Hove ***

Emile Schra serveert biografie vol kleurrijke scènes en fijne weetjes, maar toont zich soms meer bondgenoot dan biograaf


Kleurrijke anekdotes, fijne weetjes en interessante inkijkjes presenteert Emile Schra in zijn biografie van theaterregisseur Ivo van Hove. Op een iets te eerbiedige toon.

Foto Claudie de Cleen

De leukste anekdote is die van het café. Begin jaren tachtig huren de jonge Vlaamse toneelregisseur Ivo van Hove (1958) en scenograaf Jan Versweyveld – dan al zijn partner – een ruimte in een voormalige Antwerpse papierwinkel en beginnen daar Café Illusie. ‘Ivo is verantwoordelijk voor de ochtenddienst’, schrijft biograaf Emile Schra, ‘en zorgt voor croissants en koffie.’ Het is een geestig detail over de man die intussen in dure smoking zijn ontelbare Tony Awards ontvangt, en die door David Bowie semi-grappend ‘the boss’ werd genoemd. ‘Daarnaast worden franken verdiend met de productie van kaarsen’, vervolgt Schra verrassend, en schetst levendig hoe Van Hove en Versweyveld met Pasen in hun Volvo rondtuffen langs parochies, op zoek naar pastoors die een partijtje willen afnemen. Met de opbrengst uit café en kaarshandel worden controversiële punkperformances gefinancierd.

Zulke anekdotes vormen de kracht van het boek Ivo van Hove – Theater van de Lage Landen tot Broadway, van dramaturg en theaterdocent Emile Schra. Twee jaar volgde Schra Van Hove bij zijn werk, vanaf eind 2015 – de jaren van de grote internationale successen; van Broadway en Bowie. Daarnaast kreeg hij inzage in notitieboekjes en familiefoto’s, en sprak met jeugdvrienden, collega’s, klasgenoten en leraren van het katholieke jongensinternaat. Het levert kleurrijke, haast filmische scènes op, vooral die op het Klein Seminarie te Hoogstraten, waar de eenzame tiener Van Hove na een moeilijke start ‘aan het toneel’ gaat, en algauw de hoofdrol speelt in de productie Jesus Christ No Superstar (1975). De correcte, gesoigneerde topregisseur en directeur blijkt destijds tevens verspreider te zijn geweest van het subversieve schoolkrantje Panis Angelicus. O, en een snor staat hem goed, blijkens de foto’s uit zijn studententijd. Schra heeft zich uitstekend gedocumenteerd en serveert fijne weetjes voor de liefhebber.

Ivo van Hove – Theater van de Lage Landen tot Broadway

***

Emile Schra

Polis; 251 pagina’s

€ 22,50

Een liefhebber, dat is de auteur zelf ook, en dat wreekt zich later in het boek, wanneer hij meticuleus voorstelling na voorstelling van de tandem Van Hove/Versweyveld bespreekt – bij AKT, De Tijd, Het Zuidelijk Toneel, Toneelgroep Amsterdam. Dan bekruipt de lezer langzaam enig ongeduld: wie wil dit allemaal weten? De toon is eerbiedig – het regent termen als ‘meesterlijk’ en ‘revolutionair’, terwijl Schra bij de beschrijving van moeizamer periodes, zoals de rumoerige start bij Toneelgroep Amsterdam, juist zeer omzichtig formuleert. Bij de negatieve ontvangst van Van Hove’s Amerikaanse debuut (More Stately Mansions, 1997) gaat Schra zelfs zo ver dat hij de kritische recensent beticht van een dubbele agenda – dan wordt hij meer bondgenoot dan biograaf. Ergerlijk zijn ook de amechtige pogingen tot psychologisering. ‘Eindelijk is hij iemand’, schrijft Schra plechtig. ‘Hij wordt door iedereen gezien.’ Zulke zinnen geven het geheel een hagiografisch tintje.

Het boek valt uiteen in vier delen, eerst jeugd, studie en vroege jaren, dan het theaterencyclopedische deel, en daarna verandert Schra opnieuw van koers, door in een aantal thematische hoofdstukken – dramaturgie, scenografie, acteren – het geheim van Van Hove’s regiestijl te duiden, waarna hij eindigt met het Amerikaanse succes. Een fremdkörper is het volstrekt overbodige hoofdstuk over het sponsorbeleid van TA. Niettemin biedt Schra in het derde deel een interessant kijkje in de keuken (de vergelijking met een topkok is trouwens niet vergezocht), vooral wat betreft Van Hove’s hyperefficiënte werkwijze, en de professionaliteit van het ‘bedrijf’ Toneelgroep Amsterdam.

Schra tekent geestige observaties op van acteur Bart Slegers, die met Van Hove werkte bij Het Zuidelijk Toneel, en na twaalf jaar, bij hun hereniging bij TA, constateert dat het repetitielokaal inmiddels meer lijkt op een spacelab van NASA. Als Ivo nu naar je toekomt voor een regieaanwijzing, wordt hij gevolgd door tien man, zegt Slegers: assistenten, dramaturgen en technici. ‘Terwijl je met Ivo staat te praten, worden je maten opgemeten door de costumières. Dat alles gaat tegelijkertijd.’

Zulke passages maken goed inzichtelijk hoe het kan dat Van Hove twee keer zoveel werk verzet als de meeste van zijn collega’s, en hoe hij de leiding van het belangrijkste Nederlandse toneelgezelschap succesvol combineert met een carrière overzee. Behalve met wat vage wenken richting angst voor de dood, blijft het waarom van zijn tomeloze werklust echter onbeantwoord.

Ivo van Hove – Theater van de Lage Landen tot Broadway is de tweede titel in een reeks van maar liefst vier boeken die dit jaar verschijnen over de regisseur. In februari verscheen Ivo van Hove Onstage, van de Amerikaanse regisseur en schrijver David Willinger. In augustus volgt From Shakespeare to David Bowie, een Brits-Canadese samenwerking van professoren Susan Bennett en Sonia Massai. En eind dit jaar verschijnt een biografie van de hand van Volkskrant-recensent Karin Veraart. Op 28 oktober wordt Van Hove 60 jaar.