EMI vat de eeuw samen in een muzieklawine

Honderd jaar EMI, dat levert een eeuwdoos op met elf cd's, een lawine van namen en fragmenten, indrukwekkend en getuigend van ijver, maar vooral ook zo veel, dat een lichte vertwijfeling de luisteraar besluipt....

UIT DE WERELD van de geluidsjagers en huiskamercomponisten komt het treurige verhaal van de man die zijn leven wilde vastleggen op geluidsband. De microfoon week niet meer van zijn zijde, en als hij sliep had hij tijdgeschakelde recorders aanstaan die elk op hun beurt het geluidenlandschap om hem heen optekenden. Geen regendruppel bleef ongeregistreerd. De banden sloeg hij op.

De man is gek geworden toen hij zich realiseerde dat hij de banden nooit meer kon afdraaien, zonder zijn lopende opnamen te verstoren.

Een vergelijkbaar probleem, maar dan in het groot, treft de platenmaatschappij Electric and Musical Industries, bekend als EMI. Het Londense bedrijf heeft er honderd jaar van registreren opzitten, en heeft zich voorgenomen dit op grote schaal te vieren.

EMI ontstond in 1931 uit een fusie van The Gramophone Company en The Columbia Gramophone Company. De kiem lag in 1897, toen de Amerikaan W.B. Owen naar Londen kwam om commerciële inhoud te geven aan het wonder van gegroefde platen die muziek konden voortbrengen met hulp van een draaimechaniek, een naald en een hoorn.

In een kelder op Maiden Lane werden in 1898 de eerste niet-geïmporteerde opnamen gemaakt. Tot de artiesten die de nieuwe klantenkring te vriend moesten houden, hoorde een klarinettist uit het restaurant Trocadero, Adolf Umbach. Zijn lezing van het Frühlingslied van Mendelssohn, met zorg vastgelegd in de kwaliteit van een vork die door een roestige pan schraapt, is het oudste nummer van een elf cd's omvattende jubileumdoos: Centenary Edition 1897-1997, 100 Years of Great Music.

De directie van EMI Classics heeft het samenpersen van haar historie - een catalogus van onwaarschijnlijke omvang - wijselijk uitbesteed aan een ex-werknemer. Naar diens gezondheid moeten we nog informeren.

Het beluisteren en selecteren van opnamemateriaal uit de eerste jaren zal de samensteller, Tony Locantro, vrij soepel zijn afgegaan. Schuberts Ave Maria door de alt Edith Clegg, oktober 1898. De verbazingwekkende opwindkanarie Ellen Beach Yaw met C'est l'histoire amoureuse van Auber, maart 1899. De Trocadero-violist Jacques Jacobs met twee minuten - veel langer was op de plaat niet haalbaar - uit het vioolconcert van Mendelssohn, begeleid door een pianist.

Maar zie, daar gaan de Gramophonemensen op stap, om het de samensteller van de eeuwimpressie anno 1997 wat lastiger te maken. In Milaan vinden ze Enrico Caruso, die schik heeft in het spelletje. In zijn hotelkamer zingt hij 11 april 1902 tien plaatkanten vol. Welke van de tien moest van Locantro in de EMI-eeuwdoos? Het werd twee minuten Vesti la giubba uit Paljas, het eerste voorbeeld van het fenomeen dat tegenwoordig megasucces heet.

Daar komt het natuurtalent Anton van Rooy uit Bayreuth aanzetten, een legendarische Wotan van Nederlandse komaf. In Berlijn 1903 vinden we de violist Joseph Joachim, vriend van Brahms (oprecht uit de maat speelt hij een Hongaarse dans). In mei 1903 zit in Parijs de componist Grieg achter de piano om, geheel authentiek maar nogal slordig, An der Frühling aan de opneemhoorn toe te vertrouwen.

Wat had Pablo de Sarasate (Parijs 1903) een slanke viooltoon. En wat doen de gasgranaten het aardig bij het bombardement in 1918 van de Royal Artillery op het slagveld bij Lille (dankzij een opnametechniek die zich na 1910 zover ontwikkelde, dat een hele Beethovensymfonie kon worden vastgelegd, met een clubje uit de Berliner Philharmoniker onder leiding van Nikisch).

De EMI-geschiedenis is maar een deel van wat we onder muziekgeschiedenis verstaan. Maar zie hoe de musici over elkaar heen rollen, en de catalogi van de EMI-labels His Master's Voice en Columbia een historische muzieklawine oproepen, met Dame Nellie Melba, Leo Slezak en collegavocalisten als Lilli Lehman, Titta Ruffo, Adelina Patti, Emmy Destinn, Luisa Tetrazzini, Fjodor Tsjaljapin, Maria Jeritza. Om te zwijgen van de violisten Joseph Szigeti en Jacques Thibaud, de cellist Casals, de pianist Paderewski (met Chopin in Parijs 1912, zeven jaar voor hij president van Polen werd), en zijn vakbroeders Cortot en De Pachmann.

In het voorwoord van de Centenary Edition getuigt de 81-jarige violist Yehudi Menuhin van zijn verwondering bij de gedachte dat de akoestische spiegel de mens 'pas honderd jaar' ter beschikking staat. 'Zijn enige hulpmiddel tijdens de voorafgaande miljoenen jaren was zijn geheugen.' Achteloos schudt hij wat uit de mouw over zijn eigen opnamegeschiedenis: opnamen onder leiding van Monteux en Enescu, met Furtwängler, Kempff, Barbirolli, Munch.

Wat hiervan hoorde in hemelsnaam in de eeuwdoos? De samensteller koos het derde deel van Edward Elgars vioolconcert, met een zestienjarige Menuhin onder leiding van de bejaarde Elgar. Een fragment met de uitzonderlijke afmeting van negen minuten.

Van de elf cd's zijn er tien ingedeeld per decennium. De elfde is een selectie naast de selectie. Die beslaat de hele eeuw, en wordt met gepast ongemak aaneen gepresentereerd door de bariton Thomas Hampson. De ijver waarmee EMI de eeuw van Horowitz (anderhalve minuut Chopin), Albert Schweitzer (twee en een halve minuut Bach), Jascha Heifetz, Wanda Landowska, Thomas Beecham en Arthur Schnabel (vijf minuten Beethoven) tracht over te doen, is even indrukwekkend als de vertwijfeling die de eeuwdoos-cd's bij het afspelen opleveren - met hun sproeifontein van compositiefragmenten, onbedoeld geredigeerd naar de formule van het muziekbehang-radiostation Classic fm.

Dat de eeuwdoos wel degelijk een luistercontinuüm wil presenteren, blijkt uit het ontbreken van een register. Naarmate het verleden dichterbij komt - van de legendarische producent Walter Legge met zijn Klemperers, Karajans, Callassen en Schwarzkopfs naar de periode van de Domingo's, de Rattles en de authentici van deze tijd - dringt zich het besef op hoezeer ook het platenheden eigenlijk een verleden is. Een besef dat repertoire-technisch met ijzeren consequentie wordt onderstreept. Van componisten als Adams, Messiaen, Takemitsu, Boulez ontbreekt ieder spoor.

Sergiu Celibidache, de grote mystery-dirigent die zich tot zijn laatste snik tegen plaatopnamen verzette, staat in de EMI-catalogus met Prokofjevs Klassieke Symfonie. Berlijn, 1948. Hoe moest dat in de eeuwdoos? Het werd (een en driekwart minuut) het derde deel.

Centenary Edition 1897-1997. EMI Classics 566182 (elf cd's).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden