Ellen Deckwitz giet het hele bestaan in vloeibare woorden

Zien te ontkomen aan de dreun, leek in de eerste twee dichtbundels van voormalig slamkampioen Ellen Deckwitz (1982) de voornaamste opgave die ze zich stelde. Dat wil zeggen, in De steen vreest mij (2011, Buddingh'-prijs) en Hoi feest (2012) slalomde ze met oorspronkelijke beelden en oneliners om alle clichés en traditionele ritmes heen.


Door die showelementen word je gemakkelijk in de luren gelegd. Deckwitz kan van een intiem gedicht over een meisje uit een gebroken gezin en met een haperende relatie een entertainend liedje maken dat je eerder raakt om zijn muzikaliteit dan om het drama dat zich binnen een paar regels kan ontvouwen.

Verbluffende enjambementen

Voor haar derde bundel De blanke gave heeft ze meer tijd genomen, en zich een andere uitgever gekozen. Wat er ook de oorzaak van zij, de vorm en de inhoud zijn fijner op elkaar afgestemd dan voorheen. Nog steeds draait ze de hand niet om voor verbluffende enjambementen ('Vermoeden is altijd beter/ dan verwekken. En jong zijn betekent meer/ kansen te verknallen') of voor relativerende wijsheden ('Het is belangrijk om je geschiedenis te kennen/ maar daar heb je niets aan wanneer je een lekke/ koelkast kit').

En ook blijft ze gretig grabbelen in het spreektaalidioom van 'ach jong', 'man', 'hallo' en 'vader', waaraan je kunt horen dat ze niet bang is voor een podium.

Maar dit keer is er meer te beleven. Deckwitz is in De blanke gave een docent geschiedenis die ons op eigen poëtische wijze laat zien dat we uit een waterlandje komen. Van een rampzalige onderhandeling aan zee tussen Willem en Filips, die de vloed niet overleefden, tot aan de huidige tijd waarin we ons veilig wanen voor het wassende water: 'Hoe lang nog, mijmert een oude zandzak,/ voor we de overstroming zee zullen noemen.// Een colonne wolken zwengelt aan. Hoe/ lang nog voor het droge zich tot oever/ africhten laat.'

Vloeibare woorden

Dat is de nieuwe Deckwitz: ze kan nog steeds een mooi gedicht schrijven over een impasse in een relatie ('Ik zou moeten praten/ en berg onze schoenen op'), maar die kamermuziek staat nu tussen de bredere verzen over drijven, gletsjers, dammen, dooi, smelten en wakken. Het hele bestaan in vloeibare woorden. Als ze droomt van een visje, gaat dat over een kind. En als ze schrijft over velden of bergen die onder dalend water vandaan komen, gaat het over oppervlakte en de harde kern.

Een enkele keer is ze met weinig al tevreden ('Verhoudingen', dat spanningsloos is en enkele pagina's beslaat), maar meestal blijft ze moeiteloos drijven in deze verzen die een ruimer sop kiezen en toch dicht bij huis blijven - in aanmerking genomen dat wij zelf zonder water niet zouden bestaan. Ellen Deckwitz rukt op naar de kern.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden