Boekrecensie Twee schrijfbroeders en de drank

Elke vriendschap met mij is verderfelijk is het document van een complexe en oprechte vriendschap (vier sterren)

De correspondentie tussen Joseph Roth en Stefan Zweig laat een complexe vriendschap zien.

Zweig en Roth Beeld Max Kisman

Vanaf den beginne was van gelijkheid geen sprake, en misschien daarom bleven ze elkaar tot het einde toe vousvoyeren. Joseph Roth (1894-1939) was een in Wenen en omstreken bekende Joodse journalist en romanschrijver, die zonder vast adres in hotels verbleef en een drankprobleem had dat hem behalve financiële ook lichamelijke ongemakken bezorgde. Stefan Zweig (1881-1942) was een stuk ouder, en wereldberoemd als Joodse auteur van novellen en romans, welgesteld en bereisd, met als basis zijn grote huis in Salzburg, en toen hij bij zichzelf een hardnekkig nicotineprobleem vaststelde, kapte hij radicaal met roken.

De twee raakten bevriend. Ze correspondeerden vooral in de jaren dertig intensief, toen ze beiden de wijk namen uit Oostenrijk (dat in 1938 werd ingelijfd bij het Derde Rijk), en in Londen, Parijs en Amsterdam neerstreken, bezorgd om hun vaderland, Europa, en hun lot; elkaar lezend en elkaar aanmoedigend.

Vrijheid

Wat ik zou willen, schrijft Zweig in 1929, is vrijheid. Het publieke leven hoef ik niet zo, liever ben ik anoniem op pad: ‘Beter vergeten dan een merk te worden, beter minder gelezen en bejubeld maar vrij!’ Hij beveelt Roth aan om zo laat mogelijk zijn naam te vestigen. Alsof die wat te kiezen had. Roth leefde uit drie koffers, wist niet eens wat thuis was, en had geen tijd om aan de planning van een carrière te denken – te druk met voorschotten en leningen vragen en opsouperen, en met het schrijven van reportages en romans.

Waarbij nog een ongelukkige partnerkeuze kwam; als Roths vriendinnen niet al geestelijk wankel waren, dan werden ze het in zijn nabijheid wel. Hij deed dan vervolgens zijn best om de dokterskosten te betalen, en opgeteld bij zijn levensstijl noopte hem dat andermaal tot verzoeken om geld. Ook aan Zweig. Die hem af en toe flink wat toestopte, maar ook wist dat je een alcoholist nooit een groot bedrag ineens moet geven, want die weet niet wat spreiden is en snelt verheugd naar de kroeg, om daarna het restant aan sloebers weg te schenken.

Psychologisch spel

Dus wat zien we in de brieven van Roth aan Zweig, het merendeel van de correspondentie die met een citaat van de eerste Elke vriendschap met mij is verderfelijk heet? Een fascinerend psychologisch spel van een gewiekst broodschrijver die zijn gefortuneerde kunstbroeder paait en vleit (‘u hebt een soort wijsheid die iets schoons en natuurlijks heeft’), en dringend vraagt om zijn arme kameraad níet te recenseren, want hun ‘stille vriendschap’ (of bedoelt hij het geld?) is hem veel belangrijker. Maar die ook, als de nood hoger wordt, steeds brutaler om geld vraagt en zijn ellende zo dramatisch schildert dat het pathetische trekken krijgt. Vrouw gek geworden! Hoornvlies ontstoken! Maag- en darmontsteking! Aambeien! ‘Ook u misbruik ik, met het wanhopige egoïstische recht van een man die zijn beste vriend tijdens het verdrinken in gevaar brengt door zich aan hem vast te klampen. Ik vind werkelijk geen ander beeld!’ Als hem geld in het vooruitzicht wordt gesteld, aarzelt Roth tussen hemden kopen en een pak, of zou hij zich maar vast ‘een degelijke lijkwade’ kopen?

Wat moet je daar op antwoorden? Stel je niet aan? Het dramatische was dat Roth voor iedereen zichtbaar naar de ratsmodee ging, op zijn 40ste had hij opgezwollen voeten en vielen zijn tanden uit, en de vermaningen van Zweig (eerst een ontwenningskuur, vriend, dan komt er weer geld) hielpen niet. Om de dramatiek nog wat aan te zetten: het is alsof de langzame zelfmoord, waar je het drankpatroon van Roth mee kunt vergelijken, symbolisch is voor de ondergang van de Donaumonarchie waar hij zo prachtig over heeft geschreven, én voor de ondergang die zes miljoen Joden wachtte, niet lang na de zijne in 1939. Drie jaar later zou Zweig samen met zijn geliefde in Brazilië zelfmoord plegen.

Wat maakt een boek goed of slecht?
Op allerlei manieren over boeken schrijven, daar is de boekenredactie van de Volkskrant de hele dag mee bezig. Maar hoe kiezen zij welke boeken uit het enorme aanbod worden behandeld, en hoe bepaal je wat goed en slecht is? Boekenchef Wilma de Rek: ‘Een roman is goed als je erin wilt blijven wonen.’

Complexe vriendschap

Die wetenschap maakt van Elke vriendschap met mij is verderfelijk het document van een complexe en niettemin oprechte vriendschap (anders had Zweig het nooit volgehouden), én van een tijd die deze twee mannen geen moment rust schonk. Onvoorstelbaar dat Roth drie romans in vijf jaar kon schrijven, en Zweig bijvoorbeeld zijn boeken over Erasmus, Maria Stuart en Marie Antoinette publiceerde midden in die roerige periode. Dat paste weliswaar bij de schrijver die zich, anders dan zijn temperamentvolle vriend, liever niet rechtstreeks met de politiek bemoeide, maar ook dan blijft zijn publicatie-ritme benijdenswaardig.

‘Als ik aanleg had voor hysterie, dan zou ik kunnen vluchten in een verlossende ziekte’, schrijft Roth, en dat is buitengewoon beheerst geformuleerd, door de man die zoveel moest produceren dat hij zich geen hysterie kon veroorloven. Wanneer Zweig zich ook een keer zielig voordoet (hij kan niet telkens komen opdraven als Roth dat verlangt, want ‘u mag niet vergeten dat ik de vijfenvijftig al gepasseerd ben’), krijgt hij er direct van langs: ‘Hou op over uw vijfenvijftig jaar. Op mijn vijfenveertigste heb ik genoeg ellende beleefd – en laten we toch niet zo smakeloos worden om met dat soort dingen uit te pakken.’

Hiermee moet hij Zweig getergd hebben. Maar ze blijven in contact. Roth verbrast zijn royale leningen in hotel Foyot in Parijs, waar hij onbeperkt krediet heeft, en dat hij in 1938 als laatste gast verlaat, wanneer het failliet is gegaan en wordt gesloopt. In de knijp tegenover de restanten van Foyot zuipt hij zich een halfjaar later dood. Kort na zijn overlijden verschijnt zijn wonderschone novelle De legende van de heilige drinker, waarin een Parijse dakloze een grote som geld krijgt van een goed geklede, onbekende heer van gevorderde leeftijd.

 Hopelijk heeft Zweig dat verhaal nog gelezen. De mooist denkbare terugbetaling.

Joseph Roth en Stefan Zweig: Elke vriendschap met mij is verderfelijk – Brieven 1927-1938.

Uit het Duits vertaald door Els Snick.

De Arbeiderspers; 402 pagina’s; € 27,99.

De boekenredactie
Op allerlei manieren over boeken schrijven, daar is de boekenredactie van de Volkskrant de hele dag mee bezig. Maar hoe kiezen zij welke boeken uit het enorme aanbod worden behandeld, en hoe bepaal je wat goed en slecht is? Boekenchef Wilma de Rek: ‘Een roman is goed als je erin wilt blijven wonen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.