Recensie Lars Doberman

Elke vorm van kritisch zelfonderzoek of oprechte kwetsbaarheid ontbreekt (twee sterren)

‘De vrouw’ van Lars Doberman is vlees noch vis. De potpourri van scènes komt geforceerd en onbeholpen over.

Beeld Foto Ben van Duin

Vijf witte heteroseksuele mannen die een voorstelling maken over ‘de vrouw’, kan dat nog in deze tijd? Toen acteurs Reinout Scholten van Aschat en Matthijs van de Sande Bakhuyzen van het collectief Lars Doberman dit voornemen vorig jaar zomer uitspraken in een interview in Volkskrant Magazine, moest de rel over het boekenweekgeschenk (thema: De moeder, de vrouw, geschreven door een man) nog komen. Daar refereren ze op het toneel niet aan, maar ze beginnen wel met een uitgebreide verontschuldiging voor dat interview. Van de kritische reacties die ze op hun voornemen ontvingen, lezen ze er schijnbaar deemoedig een paar voor.

Geestige vondst, waarin duidelijk de hand te herkennen valt van Vincent Rietveld van theatercollectief De Warme Winkel, die de eindregie deed. Dat geldt ook voor de e-mails die ze daarna met het publiek delen. Eerst die van de schrijver van het stuk, Vincent van der Valk, die zich ongemakkelijk voelt bij hun uitlatingen en ze vraagt te benadrukken dat ze met zijn tekst ‘aan de haal’ zijn gegaan. Dan volgt nog een e-mail van Rietveld zelf, waarin hij aangeeft liever niet hun regisseur te willen zijn, maar enkel verantwoordelijk te willen zijn voor de ‘eindregie’. Dit omdat hij zich niet prettig voelt in de door hen gekozen hoek van de ‘genderproblematiek’.

Het moge duidelijk zijn: dit project is al gedoemd nog voor het is begonnen. Het onderwerp is te gevoelig, het debat te explosief. Wat dachten ze wel niet? Hoe redden ze zich hier nog uit? Zo’n inzet werkt goed als de voorstelling vervolgens alle aarzelingen, strubbelingen en bezwaren wegblaast, en er iets nieuws, onverwachts maar volkomen overtuigends tegenover zet. Dat is bij De vrouw helaas niet het geval.

De voorstelling is een losse aaneenschakeling van geëxalteerde scènes zonder duidelijke richting of pointe, waarin de tekst van Van der Valk wordt afgewisseld met eigen ervaringen en gedachten over gendergelijkheid, mansplaining, #MeToo en ‘white male privilege’, dit alles vrolijk gelardeerd met felle, opzwepende jazz.

Over de top spelen ze een paar scènes uit de tekst van Van der Valk, een opzettelijk platvloers en seksistisch sprookje over de hitsige koning Amorius en zijn jacht op ‘scharrels’: die fascinerende en voor de koning woest aantrekkelijke vrouwsoort die bereid is tot gemeenschap zonder liefde. Waar Van der Valk met dit verhaal naartoe wilde, wordt helaas nooit duidelijk, omdat Lars Doberman slechts een paar passages speelt. En verder gaat het, in hoog tempo, met een kritische brief uit het publiek, rommelige verkleedpartijen, woeste decorwisselingen en een gefluisterde entr’acte over man- en vrouwbeelden, vooroordelen, prehistorie en evolutie, natuur en cultuur.

De Vrouw, Orkater / Lars Doberman, Concept, spel en muziek: Matthijs van de Sande Bakhuyzen, Mattias van de Vijver, Jip van den Dool, Reinout Scholten van Aschat Scenografie: Jochem van Laarhoven Tekst: Vincent van der Valk Eindregie: Vincent Rietveld Kostuums: Bas van den Hurk Lichtontwerp: Stefan Dijkman Decoratelier: Emiel Veken Techniek: Bram Anneveldt, Guido van ’t Hof, Steven Raapis Dingman, Casper Verberg Beeld Foto Ben van Duin

Zo’n potpourri kan goed werken als die resulteert in een onontkoombaar theatraal universum, zoals in hun eerdere producties Een bebop verhaal en De familie Mansøn. Maar hier komt het geheel geforceerd en onbeholpen over. Het is de makers niet gelukt om uit de ingrediënten een samenhangend geheel te smeden, laat staan een overtuigend artistiek antwoord te formuleren op de argumenten en gevoeligheden in het genderdebat, die nu uitsluitend lijken te worden geridiculiseerd.

Dat komt ook doordat de toon voornamelijk ironisch is en elke vorm van kritisch zelfonderzoek of oprechte kwetsbaarheid ontbreekt. Dat begint al bij de stiekem toch wat verongelijkte excuses bij aanvang en wordt erger bij elke opzettelijk seksistische opmerking in het stuk (‘een huilende vrouw is als een blaffende hond’). Natuurlijk mag je op toneel vrouwonvriendelijk zijn en politiek incorrect, zolang het een artistiek doel dient. Maar ook daar wordt niet voluit voor gekozen: het is ernst noch satire, en daardoor blijven die opmerkingen enerzijds loos, en tegelijk griezelig onweersproken. Aan het slot volgt dan nog een zogenaamd eerlijke scène, waarin de mannen persoonlijke ontboezemingen doen over hun liefde voor de vrouw, maar die uiteindelijk toch weer uitmonden in sneue stereotypen: de beminde vrouw is blond en altijd vrolijk, de mooiste borsten zijn appelvormig, als een vrouw huilt voelt de man zich sterk. Is dat nu opzettelijk of gewoon ondoordacht? En als het opzettelijk is, waarom dan? Lars Doberman komt er niet uit, en wij dus ook niet.

Lars Doberman is een muziektheatercollectief dat opereert onder de vleugels van Orkater. De groep bestaat uit vier acteurs: Reinout Scholten van Aschat, Matthijs van de Sande Bakhuyzen, Mattias van de Vijver en Jip van den Dool, aangevuld met beeldend kunstenaar Jochem van Laarhoven. Eerder maakten zij de goed ontvangen voorstellingen Een bebop verhaal (2013) en De familie Mansøn (2015).   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden