theaterachter de schermen bij orkater

‘Elke vier jaar moeten we vechten voor ons bestaansrecht’

Geeft de vierjaarlijkse subsidiestrijd muziektheatergroep Orkater al de nodige stress, komt er nog wat coronastress bij. Gelukkig hebben ze een prima troef: de theaterrechten van roman De pest.

Vanaf links: Leopold Witte, Belle van Heerikhuizen en Geert Lageveen.Beeld Els Zweerink

De belangrijkste zin uit de roman De pest, volgens Leopold Witte? Wacht, hij leest hem even voor: ‘De plaag heeft mij geleerd dat er in de mens meer te bewonderen valt dan te verachten.’

Witte (60) zit aan tafel in een repetitieruimte van Orkater aan de Archangelkade in Amsterdam, op gepaste afstand van twee collega’s: acteur en theatermaker Geert Lageveen (59) en regisseur Belle van Heerikhuizen (28). Het drietal is bezorgd, want binnenkort is het weer tijd voor het frustrerende subsidieparcours waar muziektheatergezelschap Orkater elke vier jaar in terechtkomt – als het niet vaker is. Witte: ‘Elke vier jaar moeten we vechten voor ons bestaansrecht.’ En alsof dat niet genoeg zorgen gaf, kwam de coronacrisis er ook nog bij. 

Maar ze zijn ook opgetogen, want voor een nieuw project dit najaar heeft Orkater goud in handen: het Amsterdamse gezelschap verwierf onlangs de toneelrechten van de Franse literaire klassieker De pest van Albert Camus, die dankzij de pandemie hernieuwde belangstelling geniet.

Witte en Lageveen schreven al aan een nieuwe voorstelling en kwamen uiteindelijk, met een beetje hulp van het coronavirus, uit bij Camus. De twee zijn nu het boek aan het bewerken: uit de roman uit 1947 destilleerden ze 32 scènes en brachten ze het aantal personages terug van twintig tot zes – het aantal acteurs waarmee ze dit najaar weer op toneel hopen te staan. Lageveen: ‘Al is het onvermijdelijk dat we met allerlei veiligheidsmaatregelen zullen moeten werken en waarschijnlijk ook op toneel afstand van elkaar moeten houden.

Witte: ‘Misschien zit er wel een publiek met mondkapjes in de zaal, of spatschermen.’

Lageveen: ‘Dat is bij dit verhaal alleen maar passend.’

Het huidige plan voor een toneelversie van De pest sluit aan bij een ouder idee voor een voorstelling over de Russische bioloog Peter Kropotkin (1842-1921). Witte: ‘Kropotkin was een tegenhanger van Darwin. Darwin concludeerde dat soorten voortbestaan door strijd. Maar Kropotkin constateerde dat waar schaarste heerst, dieren juist samenwerken. Bovendien liet hij zien dat dit ook voor mensen geldt. Dus werd het thema van onze nieuwe voorstelling...’

Lageveen: ‘... hoe gedragen mensen zich in tijden van crisis?’

Van Heerikhuizen: ‘En toen kwam er een crisis.’

Beeld Els Zweerink

Toen de makers De pest herlazen, bleek de strekking vergelijkbaar met die opvatting van Kropotkin: in moeilijke tijden neigt de mens naar samenwerking en empathie. Dat beweren is sentimenteel noch naïef, aldus Witte. ‘Mijn generatie is opgevoed met de vernistheorie: onder dat dunne laagje beschaving is de mens een beest. Dat is decennialang erin geramd, ook als uitgangspunt van talloze films, romans en toneelstukken.’ Lageveen: ‘Misschien zijn we het daardoor ook wel gaan geloven. Wat als het tegendeel evengoed waar is?’

Heerikhuizen: ‘Het is minder gebruikelijk om dat positieve standpunt in te nemen, van: de mens deugt wèl. Daarom vind ik het des te interessanter.’ Op het prikbord in hun repetitieruimte hangen niet voor niets tientallen Volkskrant-knipsels met optimistische koppen als: ‘Weg doemgedachten’, en ‘Ratten van nature empathisch.’

Het trio is zo op elkaar ingespeeld dat ze elkaars zinnen afmaken. Niet alleen Witte en Lageveen, die onder de vlag van Orkater al twintig jaar samenwerken, maar ook de jonge Van Heerikhuizen, die vorig jaar bij het gezelschap kwam, en nu hun nieuwe voorstelling regisseert. ‘Zie hier de Orkater-melange in optima forma’, constateert Geert Lageveen, en dat vraagt misschien enige uitleg. De Orkater-melange? Wat? En hoe zat het nou ook alweer met dat gezelschap?

Beeld Els Zweerink

Veel toneelliefhebbers hebben wel een beeld van Orkater (de naam is een samentrekking van orkest en theater), maar dat stamt vaak van een poosje terug, uit de tijd van Hauser Orkater (1972-1980) bijvoorbeeld, de expressieve muziektheatergroep van Rob en Dick Hauser, waarbij onder anderen Peer Mascini en de broers Vincent, Marc en Alex van Warmerdam aanhaakten. Zie de mannen vallen is zo’n productie die veel toeschouwers zich nog wel heugen.

Later drukte Alex van Warmerdam een tijdlang zijn stempel op het gezelschap, met titels als Welkom in het bos en Bij het kanaal naar links: hoekig polderabsurdisme met bordkartonnen decors, een beklemmende sfeer en fysiek spel van onder anderen Pierre Bokma en Annet Malherbe.

Maar het Orkater van nu is dat Orkater al lang niet meer. Logisch, want het gezelschap bestaat inmiddels veertig jaar. Veel groepen met die levensduur doen uiteindelijk enkel nog hetzelfde kunstje. Anderen verdwijnen simpelweg. Orkater is er nog, maar wel steeds in een andere vorm, inmiddels met een sterke nadruk op jong talent en diversiteit. Toen het gezelschap afgelopen najaar de Prijs van de Kritiek ontving, werd precies die eigenschap geprezen door de verzamelde Nederlandse theatercritici. Orkater kreeg de prijs voor haar ‘voortdurende vernieuwing’, en de constante kwaliteit van de producties – hoe uiteenlopend ook.

Tegenwoordig bestaat Orkater uit directeur Marc van Warmerdam (de broer van) en nog zo’n negen vaste medewerkers op kantoor. Rondom deze stabiele kern cirkelt een twintigtal losvaste makers, die vaak met een eigen collectief (Lars Doberman, Sir Duke, Konvooi) aan Orkater zijn verbonden. Ze hangen ‘onder dezelfde paraplu’, ‘delen dezelfde bloedgroep’, of vormen eerdergenoemde ‘Orkater-melange’. Orkater is een organisme, zeggen betrokkenen. Of: een familie.

De komende voorstelling van Witte en Lageveen toont dat perfect aan. Tot de cast behoren verschillende Orkater-generaties, zoals Witte en Lageveen zelf, die er al twintig jaar voorstellingen maken, maar ook Manoushka Zeegelaar Breeveld, die vaker speelde bij Orkater, en Erik van der Horst van The Sadists – een muziektheatergroep die onder de vleugels van Orkater begon. Dit ensemble wordt straks geregisseerd door Van Heerikhuizen, die met haar eigen club Konvooi onder de ‘Nieuwkomers’ valt. Zij maakte bij Orkater vorig jaar de succesvolle voorstelling Ilias, waar Leopold Witte haar weer bij begeleidde. Heerikhuizen: ‘Toen ik hier begon, dacht ik wel even, huh? Hoezo al die groepjes? Maar nu ik er eenmaal bij zit, vind ik het heel logisch.’

De Nieuwkomers, dat is de reden dat onder de Orkater-paraplu intussen zoveel jonge theaterclubs hangen. In 2006 begon Orkater met dit talentontwikkelingstraject waarbij jonge makers de kans krijgen een professionele voorstelling te maken, met alle artistieke en zakelijke ondersteuning die ze wensen. De voorwaarden: het zijn professionele makers, ze doen een serieuze, ambitieuze pitch voor een voorstelling, en wat ze maken is altijd een mengeling van muziek en theater.

Beeld Els Zweerink

Na één of twee producties trekken de jonge talenten weer door, treden toe tot de losvaste Orkaterstal, of werken samen met Orkater als coproducent. Via Berlin is een voorbeeld van zo’n laatste groep. Andere clubs werden door Orkater succesvol op weg geholpen en zijn nog altijd aan het gezelschap verbonden, zoals Sir Duke, The Sadists en Lars Doberman. En nu dus Konvooi. 

Verwarrend? Misschien. Maar iedereen die bij Orkater rondloopt - muzikant, decorbouwer, acteur of regisseur, snapt het precies. Van Heerikhuizen: ‘Als je hier bent voel je dat het allemaal uit hetzelfde kloppend hart komt.’

Bij Orkater wordt collectief gewerkt met een clubje geestverwanten, in wisselende combinaties. Als je een goed plan hebt staat meteen het hele huis tot je beschikking: de drie repetitieruimtes, het professionele decoratelier, de lunch en de artistieke expertise van collega’s – er staat altijd wel iemand klaar met advies.

Directeur Marc van Warmerdam: ‘Orkater is ook een structuur die continuïteit biedt, in bijvoorbeeld publiciteit en het contact met de schouwburgen. Makers komen hier in een zeer professionele omgeving terecht, met alle voorzieningen, kennis, ervaring en begeleiding die je je maar kunt wensen.’ Maar al die kleine clubjes maken het profiel van Orkater wel een beetje verwarrend, erkent Van Warmerdam. ‘We komen naar buiten toe soms wat versnipperd over.’ En natuurlijk zit er ook wel eens een mislukte voorstelling tussen. ‘Maar mislukken mag, dat is het wezen van talentontwikkeling.’

Ondanks de grote variëteit in makers is onmiskenbaar sprake van een soort ‘Orkater-dna’, vindt Lageveen. ‘Het is moeilijk te omschrijven wat dat is – muziektheater, dat sowieso, meestal met zelfgeschreven materiaal, humoristisch, toegankelijk en altijd van hoge kwaliteit.’

Van Heerikhuizen: ‘En een soort jonge hondenmentaliteit, gretig en egoloos, die je niet alleen ziet bij de jonge makers, maar ook bij de oudere garde.’

Lageveen: ‘Makers hebben het prettig hier, en dat zie je terug aan de voorstellingen. En toeschouwers merken dat ook. Voor het publiek is Orkater een soort keurmerk.’

Toch lijkt de wat diffuse uitstraling Orkater in de weg te zitten, in elk geval bij het toekennen van subsidie. Leopold Witte zucht. ‘Wij passen blijkbaar niet in de mal van de subsidiënt. Hoe leg je zo’n organisch gegroeid geheel uit, met een heel eigen dynamiek en eigen manier van werken?’ Orkater heeft niet één duidelijk gezicht naar buiten, van een artistiek leider met een herkenbare signatuur. ‘Orkater is meer een mentaliteit. Maar dat laat zich bij zo’n aanvraag moeilijk samenvatten.’

Het relatief grote gezelschap ontvangt nu ruim 1,5 miljoen euro subsidie – 1 miljoen daarvan komt bij het Fond Podiumkunsten vandaan, en de rest, 567.000, van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Daarvan maakt Orkater circa 13 producties per jaar voor bijna 60.000 toeschouwers. Dat is inclusief Nieuwkomers-voorstellingen en coproducties: een succesvolle voorstelling als Merkel, van Nineties Productions, had zonder Orkater niet gemaakt kunnen worden. Omdat Orkater niet binnen de BIS valt – de Basisinfrastructuur, de groep van grote, direct door het rijk gesubsidieerde instellingen, is haar voortbestaan elke vier jaar opnieuw onzeker. ‘De uren en mankracht die gaan zitten in het schrijven van subsidieaanvragen…’, verzucht Lageveen. Witte: ‘Het is elke vier jaar weer een enorme strijd.’

Bij de vorige subsidieronde (2017-2020) kreeg Orkater van het Fonds een positief advies, maar kwam ‘onder de zaaglijn’ terecht: het geld was op. Pas anderhalf jaar later is dat door een ingreep van minister Van Engelshoven gerepareerd. En nu, voor de subsidieperiode 2021-2024 zit Orkater opnieuw in de gevarenzone. Het Fonds Podiumkunsten, waarop zo’n 15 miljoen euro wordt bezuinigd, hanteert deze ronde een maximum subsidiebedrag van 700.000 euro. Orkater besloot daarop de kansen te spreiden en deed geen twee aanvragen, maar vier: onder meer ook voor de BIS, waar nieuw budget beschikbaar is gekomen voor 15 zogeheten ‘ontwikkelinstellingen’: organisaties die zich inzetten voor ‘talent- of genreontwikkeling.’ Orkater hoopt uit deze nieuwe regeling 550.000 euro te ontvangen voor haar Nieuwkomers-programma. Maar ze is één van de 69 aanvragers voor slechts 15 plekken. Het zag er, kortom, wederom zorgelijk uit. En toen kwam corona. De gevolgen daarvan laten zich nog moeilijk overzien, maar in elk geval moesten vier geplande producties worden uitgesteld.

Natuurlijk, deze surrealistische crisis geeft de makers veel nieuwe creatieve energie. De parallellen met Camus’ De Pest zijn talrijk. Lageveen: ‘De druk van autoriteiten om te verzwijgen dat het de pest is, dat doet denken aan hoe China zich opstelt in het onderzoek naar het virus. En Camus schrijft ook over steunbetuigingen aan de gedupeerden en de gemengde gevoelens daarbij. Dat deed mij denken aan ons applaus voor de zorg.’

Vandaag brainstormen de drie over de muziek: over hoe een stad klinkt die nerveus is, in de ban van een vreemde dreiging – allemaal zeer herkenbaar. Maar op de achtergrond sluimert steeds ook die andere zorg.

Leopold Witte: ‘Soms ben ik bang dat zo’n beoordelingscommissie pas in de gaten krijgt wat de betekenis en invloed is van Orkater als we er niet meer zijn. Ik denk dat dat pas echt doordringt als we wegvallen. Want als Orkater omvalt valt heel veel om.’

Desondanks wordt op kantoor stug doorgewerkt, zoals Orkater dat al veertig jaar doet, volgens het motto dat ook de titel van hun nieuwe voorstelling wordt: ‘Alles komt goed’.

De Pest

Het Algerijnse stadje Oran uit De pest (1947) van Albert Camus laat zich lezen als het Wuhan van nu. Camus liet zich inspireren door de Spaanse Griep, die hij als kind had meegemaakt. De hoofdpersoon van De pest is dokter Rieux, die onvermoeibaar strijdt tegen de ziekte. Ondanks de gruwelen die het stadje en de bewoners overkomen, overwint in De Pest uiteindelijk toch het goede in de mens. Het boek werd verfilmd in 1992 en eerder voor toneel bewerkt door Neil Bartlett in 2017.  

Subsidiecircus in de zomer

Komende zomer wordt spannend voor theatergezelschappen en andere culturele instellingen, en niet alleen door de coronacrisis. Eerst komt op 4 juni de Raad voor Cultuur met zijn advies over de verdeling van de rijkssubsidies in de Basisinfrastructuur. (BIS). In augustus verdeelt het Fonds Podiumkunsten zijn subsidie, en die moet het dit jaar 15 miljoen minder doen. En dan publiceert op 3 augustus ook nog het Amsterdams Fonds voor de Kunst zijn subsidiebesluit. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden