Elke staatsman behoeft zijn tegenspeler

De grote rivalen in de huidige, paarse coalitie zijn PvdA-premier Wim Kok en VVD-fractieleider Frits Bolkestein. Zulke rivalen had je vroeger ook....

JAN JOOST LINDNER

'Het is voor elken grooten staatsman een gemis, wanneer hij geen evenwaardige tegenspeler heeft. Zoo was de dood van Nolens een verlies voor Colijn. Groen (van Prinsterer) was wel theoretisch, maar niet op het gebied der practische politiek een voldoende tegenspeler voor Thorbecke'. schreef de historicus C.W. de Vries. Overigens was RKSP-leider mgr Nolens vanaf de Vaticaancrisis van eind 1925 eerder bondgenoot van Colijn. In het Nederlandse stelsel zijn rivalen vaak ook verplicht tot samen regeren, anders dan in Engeland, waar Disraeli en Gladstone of Churchill en Attlee elkaar afwisselden als regerings- en oppositieleider en vrijelijk hun afkeer en minachting konden luchten.

Wim Kok en Frits Bolkestein lijken als tegenspeler redelijk aan elkaar gewaagd. Ze zijn coalitiegenoten - vermoedelijk ook in de volgende periode - en de belangrijkste rivalen voor de verkiezingen van volgend jaar mei. Twee zeer verschillende karakters en stijlen. Het ongelijksoortige duo domineert de huidige politiek, zoals Romme en Drees en later Den Uyl en Van Agt dat (ook in grote verscheidenheid) deden, meestal als coalitiegenoten.

Tussen Van Agt en Den Uyl liep het spoedig al te scheef. Ze werden te zeer symbolen van vijandige bewegingen. Van Agt werd vernederd in het eerste kabinet-Den Uyl, verhinderde het tweede en hun laatste gezamenlijke kabinet werd een (gelukkig kortstondig) lachertje. Drees en Romme zijn soepeler te vergelijken met Kok en Bolkestein, maar ook daar daalde het peil in de loop van jaren. Toch is het goeddeels aan die twee te danken dat hun periode van wederopbouw, stabiliteit en groeiende welvaart politiek gunstig wordt gewaardeerd. Ondanks het falen van het Indonesië-beleid.

Drees en Romme waren veel benauwd-Hollandser dan huidige politici. 'Als Drees het Albertkanaal overgaat, komt hij op een andere planeet', werd gezegd. Romme vreesde het premierschap ook, omdat hij zijn talen zo slecht sprak. De dekolonisatie was voor beiden een raadselachtig proces. Maar in bijna alle andere opzichten waren ze volgroeider dan de laatkomers en -bloeiers Bolkestein en Kok. Voor de oorlog waren ze in allerlei bestuursfuncties steil omhooggeklommen. Romme was als 28-jarige al RKSP-fractieleider in de Amsterdamse raad en werd - mede om zijn blozend hoofd - 'de Baby' genoemd.

Hun nauwere 'samenwerking' besloeg twaalf jaar (tot eind 1958). Wat dat betreft zijn de huidige leiders net begonnen. Romme en Drees waren geen vrienden en hadden als werkezels überhaupt weinig tijd voor vriendschap. Romme waardeerde Drees omdat die, bij al diens socialistische dogma's, veel redelijker, evenwichtiger en maatschappelijk behoudender was dan bonkige of profetische socialisten van het slag Vorrink, Van der Goes van Naters, Vos, Hofstra en Burger. 'Een karbouw in de porseleinkast' werd de laatste in KVP-kring genoemd.

Alleen Drees was, als Wibaut voor de oorlog in Amsterdam, het type leider om een soort Grote Coalitie mee te maken. Bij diens afscheid eind 1958 schreef Romme in de Volkskrant: 'Hij is zo fatsoenlijk als een eerlijke Hollander maar kan zijn, en zo glad als een aal'.

De historicus Lambert J. Giebels schreef in zijn recente Beel-biografie: 'De politiek leider van de KVP was met zijn roomse fraseologie, zijn piëtistische geloofsverkondiging, zijn jezuïtische streken soms ook, voor de nuchtere agnosticus Drees een onbegrijpelijke en ongrijpbare figuur'. Deze was opgelucht dat hij nooit met Romme in één kabinet hoefde te zitten. ('We lagen elkaar helemaal niet', zou hij later schrijven). Zulks geldt vermoedelijk ook voor de nauwkeurige en behoedzame Kok en de wijdse bespiegelaar Bolkestein.

Drees en Romme spraken elkaar zelden. Het meeste contact liep via KVP-ministers, vaak Beel. Ze begrepen elkaar ook niet erg. Als Romme bij kabinetsformaties allerlei verlangens opeenstapelde, jammerde Drees: 'Hij wil echt niet'. Terwijl Burger beter begreep dat Romme - voor wie de relatie met de katholieke vakbeweging essentieel was - niet anders kon dan met de PvdA regeren en slechts de tactiek van het majoreren (veel eisen om een beetje meer te krijgen) toepaste.

Een enorm verschil tussen toen en nu is dat de twee leiders van destijds op elkaar aangewezen waren, ook in een verslechterend klimaat. Romme wilde niet met 'rechts' en Drees al helemaal niet. Bolkestein en Kok kunnen straks elk wel partnerruilen ten gunste van het CDA nu die club iets lijkt op te krabbelen. Toch is voortzetting van een succesvol (en voor de VVD profijtelijk) paars plausibeler, mits PvdA en VVD niet te veel polariseren.

Een ander verschil is het enorme parlementaire dualisme in de jaren veertig en vijftig, terwijl in de afgelopen periode alleen een vage (en mislukte) poging tot een vrijere houding van regeringspartijen tegenover de ministers werd gedaan. Drees onthield de PvdA-fractie en de partij alle informatie, zelfs over de Politionele Actie van 1948. En hij moest maar afwachten welke meerderheden Romme in de Kamer zou oproepen.

Tegenwoordig ontsteken Kok en de fractieleiders van PvdA en D66 in woede als Bolkestein vrijblijvende standpunten inzake de NAVO-uitbreiding en het weren van Turkije uit de EG uitdraagt. Zulks kunnen de huidige fragiele coalities kennelijk niet hebben. Bolkestein profiteert inderdaad van zijn vrijheid. Ten koste van zijn rivalen die verzuimen om de feitelijke loosheid van Bolkesteins optreden aan te tonen. Vroeger zou die vrijheid van een parlementair leider onaantastbaar zijn geweest. Pas als deze de eigen opvattingen dwingend tot regeringsbeleid wilde promoveren, kwam er gedonder.

Drees had afgrijzen van de corporatistische neigingen van Romme en bij het Bischoppelijk Mandement van 1954, met zijn dwang tot - ook politieke - katholieke eenheid, werd openlijk aan de democratische instelling van katholieken en KVP getwijfeld. Terwijl de katholieken op hun beurt weer boos waren omdat ook premier Drees openlijk zijn afkeuring uitsprak. Maar het ging niet om concreet beleid en men verdroeg het dus maar.

De rolverdeling tussen Drees en Romme lijkt achteraf gefixeerder dan het was. In 1948 werd Drees verrassend minister-president. De KVP was groter, maar regentes Juliana wilde graag Drees. En KVP-er van Schaik zag alleen zo kans om de PvdA te bewegen tot een bredere basis met CHU en VVD (Stikker). Bovendien kreeg de KVP alle posten die direct met het Indonesiëconflict te maken hadden, wat toen nog een zegen leek. Romme was volgens zijn biograaf Bosmans onthutst over Drees' premierschap, maar verdedigde het toch in zijn partij. Wel begon hij Drees' bekwaamheid als behoedzaam premier steeds meer te waarderen.

Desondanks bleek Romme in 1952 (eindelijk) bereid zelf premier te worden. Maar de kiezers gaven de PvdA evenveel zetels en net iets meer stemmen. De KVP was volgens partijhistoricus J.A. Bornewasser 'in zak en as', vooral ook omdat nogal wat arbeiders in het zuiden naar de populair geworden Drees overstaken. Vermoelijk was het Mandement niet helemaal vreemd aan die ontwikkeling.

De sfeer verslechterde per jaar en vooral bij de verkiezingen van 1956 werden Romme en Drees als kampioenen van elkaars zuil tegen elkaar opgezet. Drees werd in Venlo met stinkbommen begroet en in Roermond werden de electriciteitskabels doorgesneden. Ook de partijdige rijmkunst bloeide op. De PvdA: 'Wie wint de race? Natuurlijk Drees.' De KVP in Maastricht: 'Liever wees dan een kind van Drees'. De KVP had met de naam Romme meer moeite, ook al wegens de propagandistische verbastering tot Rome. 'Wie zal het eerst ankomme? Allicht Romme'. En: 'Romme moet je niet uitgomme'. Op Kok en Bolk(estein) valt krachtiger te rijmen.

Drees was populairder dan de 'ingewikkelde' Romme en won met een zetel meer. De premier was toch al met tegenzin aan een nieuwe ronde begonnen en deed vooral mee omdat het hof in moeilijkheden zat (Soestdijkse huwelijksperikelen rond de vrome invloed van Greet Hofmans).

Na Drees' overwinning maakte Romme de formatie van 1956 tot een hel, waarna de resterende periode tot de definitieve breuk twee jaar later niet veel beter bleek. P.F. Maas in Kabinetsformaties 1959-1973: 'Ruim twintig jaar later zou Van Agt tegenover overwinnaar Den Uyl de werkwijze van Romme imiteren: de formatie bewust rekken zodat alle glans van de overwinning plaats maakte voor de dofheid van een teleurstellend formatieverloop'.

Een tip voor de verliezer van de race Kok-Bolkestein? De historicus Rogier schreef in 1965: 'Het geschiedverloop is geen receptenboek. Wie het raadpleegt om te weten te komen hoe hij vandaag moet handelen, misbruikt het'.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden