'Elke Nederlander was 'n Hulzebosch'

De Haagse ingenieur H.H. Schotanus à Steringa Idzerda was de eerste radiopionier in Nederland. Vanuit zijn huiskamer zond hij vanaf november 1919 muziek uit (grammofoonplaten, levende muziek)....

Dit is een van de vele smakelijke anekdotes waarmee het Taalboek van de eeuw (Sdu; ¿ 39,90) is doorspekt. Deze onder redactie van Peter Burger en Jaap de Jong samengestelde bundel geeft vanuit allerlei invalshoeken een overzicht van de geschiedenis van de Nederlandse taal in deze eeuw. Aan de orde komen onder meer het gebruik van vreemde woorden, de spelling, het informele taalgebruik, de grammatica, Nederlands als tweede taal en het taalonderwijs. Een taalkroniek met feiten en gebeurtenissen kruidt het geheel.

Het verhaal van Idzerda's radiozender staat in het hoofdstuk 'Taal en techniek in de twintigste eeuw', geschreven door Marc van Oostendorp. 'Veel mensen vinden dat alles almaar slechter wordt en sommigen wijten deze achteruitgang wat de taal betreft aan de techniek', zo begint hij zijn interessante uiteenzetting. 'De radio, de sprekende film en de televisie zouden de taal volgens deze mensen almaar verloederd en verslapt hebben en het Internet kwam aan het eind van de twintigste eeuw de doodsteek uitdelen.'

Van Oostendorp gelooft daar weinig van. Volgens hem hebben radio en televisie de alledaagse taal nauwelijks veranderd. Eerder is het omgekeerde gebeurd: de alledaagse taal, die vroeger de voertaal was in de huiskamer en daarbuiten niet, heeft haar vleugels uitgeslagen en is steeds verder doorgedrongen tot het openbare domein van de radio, de televisie, de film en uiteindelijk ook het gedrukte woord in kranten, tijdschriften en boeken.

De echte veranderingen zijn, betoogt hij, sluipenderwijs gekomen, onder invloed van technieken die we nu interactief noemen. De telefoon is daarvan tot dusver het beste voorbeeld. Doordat er veel meer onderling contact kwam, zijn er langzaamaan drie veranderingen opgetreden: de dialectverschillen zijn afgevlakt, de openbare taal is informeler geworden, en spreektaal en schrijftaal zijn meer op elkaar gaan lijken. Er is een variant van het Nederlands ontstaan, die Van Oostendorp 'huiskamer-Nederlands' noemt.

De mogelijkheid om terug te praten was daarbij van wezenlijk belang. Dat blijkt ook uit de volgens Van Oostendorp geringe invloed die de kerk uiteindelijk op onze taal heeft gehad. 'In de tijd dat er nog geen nieuwslezers bestonden, las vader in veel Nederlandse gezinnen elke dag uit de bijbel voor. (. . .) Hoewel deze praktijk de Nederlandse taal heeft verrijkt met veel uitdrukkingen en gezegden, heeft ze er niet voor gezorgd dat de luisteraars hun dialect kwijtraakten.'

Tegenwoordig spreken veel meer mensen een soort Nederlands dat op ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands) lijkt, al raakt de term in onbruik. Van Oostendorp: 'Het gaat met het standaard-Nederlands een stuk beter dan met de Nederlandse streektalen en dialecten. De schaatser Erik Hulzebosch geldt als een curiosum: een jonge man die een Nederlands spreekt dat vrijwel onverstaanbaar is voor mensen die meer dan tien kilometer afwonen van de boerderij waar hij geboren is. Maar nog niet eens zo heel lang geleden was bijna elke Nederlander een Erik Hulzebosch, en zonder de techniek was hij dat gebleven.'

Vooral onder invloed van internet en de e-mailcultuur staan ons nog heel wat veranderingen op taalgebied te wachten. De belangrijkste daarvan is misschien wel het geruisloos in elkaar overvloeien van spreektaal en schrijftaal. Berichten worden vaak in grote haast ingetikt en in een informele stijl gesteld. De spreektaal verdringt de schrijftaal, die vroeger het kenmerk was van de geschreven brief.

Er wordt, zegt Van Oostendorp, anders dan velen menen in overvloed geschreven, maar dan wel in spreektaal. Die schrijflust zal, verwacht hij, wel weer overgaan als de internettechniek zo wordt verbeterd dat er ook met gesproken tekst kan worden gewerkt: je spreekt een bericht in en stuurt het naar de elektronische brievenbus van degene voor wie het is bestemd. 'Geen getik meer, alleen een goed gesprek, met de voordelen van e-mail: je wordt niet gestoord en je antwoordt als het jou uitkomt.'

Volgens sommigen zal het wereldwijde karakter van internet ertoe leiden dat Engels de taal wordt die in de 'wereldhuiskamer' wordt gesproken. Van Oostendorp denkt dat dat voorlopig niet zal gebeuren. 'Ook op internationale schaal hebben vervoermiddelen meer verandering gebracht dan alle massamedia bij elkaar. Als de mensen zich nog uitsluitend per trekschuit en postkoets konden verplaatsen, zouden er maar weinig Nederlanders zijn die Engels spraken. Het relatieve effect van Internet is daarbij vergeleken waarschijnlijk gering. Dat is een reden om al te zorgelijke voorspellingen over de toekomst van het Nederlands met een korrel zout te nemen - of om in ieder geval het aandeel van het Internet daarbij niet te overschatten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden