Elke nacht het dak eraf

De Roxy begon als club een jaar voor house in 1988 de dansscene definitief zou veranderen. Die revolutie verliep niet zonder slag of stoot....

TOEN DE Roxy tien jaar geleden, in de zomer van 1987, zijn deuren opende, had niemand kunnen voorspellen dat de club aan de Amsterdamse Singel een sleutelrol zou gaan spelen in het muziekleven van de daaropvolgende jaren. Dat het statige oude gebouw, de voormalige bioscoop Roxy, met zijn ruime balkon, vreemde gangen en trappen, en hoge plafond, een aanwinst vormde voor het nachtleven, was al meteen duidelijk. Maar wat club Roxy zo bijzonder maakte, waren niet alleen het kleurrijke publiek en de fraaie decors, maar vooral ook de muziek die er vanaf de zomer van 1988 klonk: een obscure nieuwe stijl, die was overgewaaid uit Chicago, en die house genoemd werd.

Daarmee liep de Roxy ver vooruit op de house-golf die later over Nederland zou spoelen. Toch verliep ook in de club zelf, hoe progressief ze ook pretendeerde te zijn, de introductie van de nieuwe dansmuziek niet zonder slag of stoot. Toen dj Eddy de Clercq house op zijn clubnachten introduceerde, werd er flink gemopperd door publiek en personeel. De clubmuziek uit die tijd bestond immers uit funk, hiphop en Prince.

Hans Kuipers, vanaf de opening als directielid bij de Roxy betrokken, noemt het een van de hoogtepunten uit de tienjarige geschiedenis van de club: 'Toen Marc van Staveren (toenmalig financieel directeur) en ik tegen Eddy de Clercq zeiden: ''Die rare muziek die jij draait, die house, daar krijg je een maand voor. Als het dan niet aanslaat, dan is het afgelopen, dan gaan we weer normale muziek draaien.'' En in een maand ging het publiek er voor, en stond ik zelf ook op de dansvloer.

' Eddy de Clercq heeft de house geïntroduceerd. En wat was de Roxy geweest zonder house? Eddy is de eerste geweest die het oppikte, groot heeft gemaakt, tegen alle stormen van kritiek in. Dat is een geniale zet geweest.'

Dj Joost van Bellen, die met dj Johnson een vaste plek heeft op de Roxy-zondagavond, noemt de jaarlijkse aids-benefiet, het Love ball en 'alles wat met het begin van de Roxy te maken heeft' als hoogtepunten van de afgelopen tien jaar: 'Het optreden van MC Kinky (Everything starts with an E), de decors - die zijn nog steeds fantastisch -, de vrijdagnachten van Eddy en 'Bam Bam' op woensdag: totale idioterie.'

In de eerste jaren was house nog het geheim van een klein, select publiek, dat avond aan avond zijn weg vond naar de club aan de Singel, en zich uitleefde in wilde feesten, waarbij elke nacht het dak er af ging. Volgens Van Bellen was de invloed van de Roxy 'gigantisch', al haast hij zich om ook de dj's van Soho Connection te noemen.

Rond de tijd dat de Roxy overschakelde op house, begon een in Nederland gevestigde club Engelse dj's (Paul Jay, Maz, Johnson en Graham B) onder de naam The Soho Connection feesten te organiseren, zoals London comes to Amsterdam. Van Bellen: 'Samen met de Roxy brachten zij de dansmuziek in beweging in Nederland. Er was in die tijd ook nog een sfeer van saamhorigheid. We waren met z'n allen bezig iets nieuws op te zetten. Na Engeland was Nederland het eerste land waar house aansloeg. België, Frankrijk en Duitsland volgden pas veel later.'

De opzwepende muziek, de fraaie decors, de belichting met de felle stroboscoop-effecten en het uitzinnige publiek, maakten de Roxy-nachten tot het voorbeeld van party's en clubs die de Roxy-stijl in latere jaren zouden navolgen. Drie jaar na de eerste housenachten in Amsterdam barstte de house-rage in alle hevigheid los, en gingen zelfs de kleinste dorpsdiscotheken party's organiseren. Toen was Eddy de Clercq al vertrokken uit Amsterdam. Dj Dimitri nam zijn plaats in de Roxy over.

Dimitri, een van de Clercqs tovenaarsleerlingen, is sindsdien uitgegroeid tot een van de grote namen van de Nederlandse house. Zijn 'High Tech Soul Movement'-nacht op donderdag in de Roxy is nog altijd een van de beste avonden van de week.

Andere dj's die in de Roxy begonnen, waren onder anderen DNA, Remy en 100% Isis, terwijl een groot deel van de latere Nederlandse dance-producers en labelbazen hun eerste house-experience in de Roxy beleefden. Zoals Fred Berkhout, oprichter van het Go Bang!-label, Aad de Mooij (D-Shake), die naam maakte met de internationale clubhit Yaaah, jungle-producer Dylan Hermelijn, Spider Willem, de muzikanten van Fierce Ruling Diva (nu The Party Animals), EC Groove Society, producer Ad de Feijter (Gabbertje), Eric Nouhan en dj Zki, die met zijn groep The Goodmen een wereldhit scoorde met de single Give it up.

'Wat me direct aantrok aan de Roxy was de sfeer', zegt Zki nu: 'Een mooi gebouw, leuke mensen. En niet te vergeten de muziek: ik dacht dat ik uitgaan wel een beetje had gehad, maar opeens wilden mijn benen weer gaan bewegen. Voor mijn gevoel heeft de Roxy er zeer sterk toe bijgedragen dat de house groot is geworden, en is wat het nu is.'

De eerste Nederlandse house-producties die hij in de Roxy hoorde, inspireerden Zki om ook zelf muziek te gaan maken: 'Daarvóór had je toch altijd het idee dat als iets uit Nederland kwam, het toch niets zou worden. Zonder het dansvirus en later het 'ik-wil-dit-ook-maken'-virus, was ik nooit zo ver gekomen.'

Toen house echt groot werd, verloor de Roxy zijn positie als Amsterdams enige echte house-club. Ook de Mazzo, begonnen als new-wave club, ging house programmeren, discotheek de It werd een belangrijk house-centrum, en later volgden Marcanti en de Chemistry in de Escape. Toch heeft Michiel Kleiss, die samen met Hans Kuipers de Roxy-directie vormt, de andere clubs nooit als een bedreiging gezien: 'Het is juist heel goed dat er een alternatief is. Als een It of een Chemistry er niet is, dan staan ze allemaal bij ons voor de deur.'

Binnen zien te komen in de Roxy is toch al niet makkelijk. Het strenge deurbeleid van de portiers heeft veel mogelijke bezoekers altijd afgeschrikt. Het is een van de redenen dat de Roxy de naam heeft een elitaire club te zijn. Volgens Michiel Kleiss is het deurbeleid zo streng, omdat de Roxy eigenlijk maar een kleine club is: 'Met zeshonderdvijftig bezoekers is het vol. We hebben een uitgebreid ledenbestand, op donderdag en zaterdag kennen we 80 procent van het publiek. Dan is er nog maar weinig plaats voor anderen.'

Het deurpersoneel heeft de niet eenvoudige taak om mogelijke nieuwe bezoekers te selecteren op 'geschiktheid'. Kleiss: 'We willen geen agressiviteit, geen dronkenschap of mensen die alleen maar komen kijken: van wat is dit?' De ideale bezoeker is 'onderdeel van het geheel': 'Publiek dat er zin in heeft, en een bijdrage levert aan de avond, er een feest van maakt.'

Pottenkijkers zijn daarom niet welkom, ook drugs worden zoveel mogelijk geweerd. Dat was niet altijd even makkelijk, geeft Hans Kuipers toe, zeker niet in de tijd dat een deel van het publiek 'stijf stond van de XTC'.

'Ons beleid is altijd geweest dat we alleen softdrugs tolereerden. Als je werd betrapt met cocaïne werd je er meteen uitgezet. In het geval van XTC kreeg je een waarschuwing, een tweede keer ging je er uit. En we hebben altijd lopen jagen op dealers, want wij wilden in ieder geval niet dat de Roxy een vrijplaats zou worden voor XTC.' En de Roxy was kwetsbaar. 'Zeker in het begin was dit de housetempel, en house was synoniem met XTC', zegt Kuipers. 'Over het algemeen zijn dealers niet het meest aangename, feestvierende deel van de Nederlandse samenleving. Die komen alleen voor hun eigen boterham. Dat brengt een nare sfeer met zich mee.'

Het strenge deurbeleid is een van de redenen dat de Roxy weliswaar is uitgegroeid tot een gezond bedrijf, maar lang niet zo veel geld heeft verdiend aan de house-golf als soms wordt aangenomen. Michiel Kleiss: 'Als we de deuren open hadden gezet, commerciële house waren gaan draaien, en geen grote decors hadden gebouwd, dan zouden we natuurlijk veel meer verdienen. Maar ten eerste vind ik dat niet leuk, en verder denk ik dat het dan in drie, vier jaar is afgelopen.'

'De Roxy is nooit een tent geweest van zoveel mogelijk winstmaken en binnenlopen', zegt Hans Kuipers: 'Altijd is de overwinst weer teruggepompt in het programma. Dat is ook de reden dat de Roxy na tien jaar nog steeds op de kaart staat.'

Kuipers en Kleiss zijn aandeelhouders in de Roxy BV, waarin ze een meerderheidsbelang hebben (andere aandeelhouders zijn MOJO concerts en de Triodos Bank), en al blijven beiden in de toekomst bij de Roxy betrokken, toch dragen ze het komende jaar hun functie over aan anderen.

'Ik heb het inmiddels tien jaar gedaan', zegt Hans Kuipers, 'Ben nu 44, zit zo'n achttien jaar in het nachtleven, en vind het mooi geweest zo.' Kuipers is toe aan 'een nieuwe uitdaging'. Datzelfde geldt voor Kleiss, die zich meer wil richten op zijn Kubin-label, waarmee hij in het afgelopen jaar mix-cd's en compilaties uitbracht van Roxy-clubnachten als High Tech Soul Movement (Dimitri), Swet (Erick E) en Flow, de nieuwe jungle-avond op vrijdag.

'Het is voor het eerst in jaren dat er echt iets nieuws is op muziekgebied', vindt Michiel Kleiss: 'Een nieuw universum, een stijl die nog alle kanten op kan. Maar een dergelijke nieuwe muziek overtuigend brengen, kost tijd, het heeft even geduurd voordat we de juiste vorm hadden gevonden. Maar we hadden het idee dat we het moesten doen, omdat we ons op de toekomst willen blijven richten.'

Dat is daarom ook nodig, zegt Hans Kuipers: 'Omdat niet alleen het publiek, maar ook de Roxy zelf in de afgelopen tien jaar is veranderd. In het begin was het vrienden onder elkaar, lang leve de lol en we zien wel waar het schip strandt. Maar als je zevenenzestig man op de loonlijst hebt staan, kun je je zo'n houding niet meer veroorloven. Toch is de kracht van de Roxy nog steeds dat je hier een sfeer hebt, die je in maar weinig zaken in Nederland of Europa aantreft.'

Joost van Bellen: 'Het is bijzonder dat de tent zo'n spirit heeft weten te behouden in de afgelopen tien jaar. Je kunt je er veilig voelen, je krijgt kwaliteit en het ziet er ontzettend mooi uit.'

Wel vindt hij dat de Roxy op bepaalde punten de boot heeft gemist: 'Daar ben ik zelf ook mede schuldig aan geweest. Zo zijn we voorbijgegaan aan bepaalde ontwikkelingen, vooral de hardere house, de trance. Omdat de Roxy niet harder wilde gaan draaien.'

In plaats daarvan was de club vorig jaar even het centrum van de Easy Tune, de nieuwe easy listening, die zo veel aandacht kreeg in de media, dat de decorbouwers zelfs een 'perstribune' bouwden voor bezoekende journalisten. 'Het was echt een hype', meent Michiel Kleiss: 'Zoveel pers heb ik hier nog nooit gezien. Ik kan ook niet verklaren waarom iedereen over elkaar heen viel om dat te coveren.'

Zelf had hij 'al na twee, drie keer' het idee dat het maar een kort leven was beschoren: 'Aan het eind van de twintigste eeuw krijg je dat soort trends, die maar heel even duren. Maar toch was het hartstikke leuk, en helemaal op zijn plaats in de Roxy.'

'We hebben af en toe ook wel de plank misgeslagen', zegt Hans Kuipers: 'Maar we zijn altijd in voor een experiment, hebben nooit de weg van de minste weerstand gekozen. Dat is de reden dat we nu op vrijdag jungle doen - een muzieksoort, die toch vooruit loopt op wat er nu allemaal gaande is. De Roxy moet geen plaats zijn van gezapigheid. Daarom willen we bij dit jubileum niet stil blijven staan bij het verleden, maar ons richten op de volgende tien jaar. Omdat de Roxy toch staat voor evolutie, ontwikkeling, niet voor stilstand. '

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden