Interview

'Elke financiële instelling in Nederland kent Follow the Money'

Met onderzoeksbureau Follow the Money volgt journalist Eric Smit geldstromen om de waarheid boven tafel te krijgen. Het bureau is succesvol en toch moet Smit sappelen om rond te komen. Waar wringt het?

Beeld Linda Stulic

Eric Smit (48) let altijd op de centen. Dat is zijn werk: vijf jaar geleden richtte hij met Arne van der Wal het journalistieke onderzoeksbureau Follow the Money (FTM) op. Naar het bekende advies van Watergate-klokkenluider Mark Felt, alias Deep Throat, volgen de FTM-journalisten geldstromen om de - liefst smerige - waarheid te achterhalen. Hun verhalen publiceren ze in kranten, tijdschriften, op tv en de eigen site.

Die methode leverde in april de tweede Tegel op voor Follow the Money. Robert Kosters, auteur van FTM, ontving de prijs voor zijn achtergrondverhaal in Vrij Nederland over de dubieuze overname van Douwe Egberts en de rol die CEO Jan Bennink daarin speelde. Eerder wonnen Eric Smit en Jesse Frederik een Tegel voor hun verhaal in de Volkskrant over het derivatenavontuur van een semi-overheidsinstelling.

Maar Smit let ook op de eigen centen. Geen vorm van journalistiek is zo prijzig als onderzoek; het is haast onmogelijk om de kosten van een productie eruit te halen. Zo betaalde de Volkskrant minder dan 2.000 euro voor het derivatenstuk dat uiteindelijk De Tegel won. Smit: 'De werkelijke kosten lagen ongeveer vijf keer zo hoog, maar als ik aankom met een aankoopprijs van 10 duizend euro voor een onderzoeksverhaal, dan weet ik dat ik het deksel hard op mijn neus krijg.'

Voordat Eric Smit (48) Follow the Money oprichtte, werkte hij bij maandblad Quote, eerst als onderzoeksjournalist en later als adjunct-hoofdredacteur. Eind 2006 was hij een van de oprichters van gratis dagblad De Pers. Smit schreef drie boeken: De Broncode, Nina: de onweerstaanbare opkomst van een powerlady en Woekerpolis, hoe kom ik er vanaf?. Vóór zijn journalistieke loopbaan was Smit professioneel squasher. Sinds 2003 zingt hij in de coverband The Full Service.

Schnabbelen

Het gevolg is dat Smit altijd aan het scharrelen is om zelf rond te komen en het bureau draaiende te houden. In april vond hij zichzelf terug in een lijstje van schnabbelende journalisten in NRC Handelsblad, naar aanleiding van de ophef over Fons de Poel die bijkluste bij ABN Amro en in Brandpunt politicus en ABN-criticaster Jesse Klaver 'snotneus' noemde. Het zou tussen de 750 en 2.000 euro kosten om Smit te boeken.

'Helaas ben ik een tragisch geval', zegt Smit op een terras in Amsterdam Oud-West, vlak bij het nieuwe flexwerkkantoor van Follow the Money op de Overtoom. 'Mijn babbelwinkel loopt voor geen meter. In de vijf jaar dat ik bij het bureau Speakers Academy zit, heb ik zes klussen gedaan. Als ik al een klus doe, zegt men van tevoren dat er weinig budget is. ABN zou mij niet vragen. Ze weten dat ik vervelende vragen ga stellen.'

Smit heeft door alle financiële tegenslagen regelmatig getwijfeld of hij moest doorgaan met Follow the Money. Meermaals veranderde het verdienmodel: in 2009 kwam het platform tot stand met een subsidie van 180 duizend euro van het Stimuleringsfonds voor de Pers. Een tijd lang werd het charitas-model gehanteerd: in navolging van het Amerikaanse journalistieke onderzoeksbureau ProPublica werkte Follow the Money volledig met giften.

Beeld Linda Stulic

Radicaal onafhankelijk

Dat begon Smit al snel tegen te staan. Hij is niet iemand die zijn hand wil ophouden. Hij wil 'radicaal onafhankelijk' zijn, zegt hij. 'Als je vindt dat jouw journalistiek wat waard is, moet het ook wat kunnen opbrengen, vind ik. Misschien is dat naïef, maar ik geloof erin.'

Een groot deel van de inkomsten komt nu van branded content: als journalistiek vermomde advertorials. Dan worden zijn journalisten bijvoorbeeld ingehuurd om een commerciële bijlage over ING te maken voor weekblad Elsevier. Het is een vorm van journalistiek waartegen Smit ten strijde trekt, maar het is noodzakelijk om van Follow the Money een gezond bedrijf te maken.

Momenteel zit het bureau weer in een transitie. Met De Correspondent en het Franse Mediaparte als voorbeelden in het achterhoofd, wil ook Follow the Money volledig overgaan op betalende leden. Het nieuwe model werd eind 2014 aangekondigd en na de zomer gaat de campagne van start. Zijn pitch heeft Smit al klaar: 'We verkopen geen artikelen, maar een missie, een clubgevoel. Als je het belangrijk vindt dat er onderzoeksjournalistiek wordt bedreven, kun je daaraan een bijdrage leveren.'

Het zijn ook de centen waardoor Smit zichzelf na een carrière vol primeurs, prijzen en drie boeken nog altijd niet als een succes ziet. 'Inhoudelijk kan ik wel wat laten zien, we hebben mooie prijzen gewonnen en impact gehad met Follow the Money. Maar je verdient pas erkenning als je ook je bedrijf goed weet op te tuigen, en dat hebben we nog niet goed genoeg gedaan.'

Beeld Linda Stulic

Toch over de inhoud: is er een FTM-geheim?

'Nee, er is geen geheim voor journalistiek. Wij kijken door een financieel-economische bril naar de wereld, omdat we denken dat geld de belangrijkste factor is in de maatschappij. Je moet een aantal eigenschappen hebben om een succesvolle journalist te zijn: nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen, onverschrokkenheid. Je moet ook in staat zijn je te specialiseren en op je terrein een netwerk opbouwen. Je moet op gelijk niveau met bronnen kunnen praten. Dat vergt veel moeite, maar dat is wat journalistiek behelst: hard werken.'

Komt het succes van Follow the Money ook door gebrek aan concurrentie?

'De treurige vaststelling is dat er online nauwelijks concurrentie is. De Volkskrant en NRC Handelsblad zouden nog een groter deel van het budget aan onderzoeksjournalistiek mogen spenderen, maar ze houden in elk geval een bepaald niveau in stand. Over het geheel kun je vaststellen dat er een steeds groter deel van het beschikbare geld in de journalistiek naar snelle, leuke stukjes gaat. Ook online. Ik vind website VICE een mooi bedrijf dat commercieel handige dingen doet om journalistiek te kunnen bedrijven, maar ik voorzie niet dat VICE in de nabije toekomst een Tegel wint.'

Sta je achter de gevleugelde uitspraak: 'Journalistiek is publiceren wat iemand anders niet gepubliceerd wil zien. De rest is pr.'

'Dat is zwart-wit, maar ik sta er wel achter. Ik merkte het de afgelopen vijftien jaar in de financiële journalistiek. Hoe lang journalisten brave praatjes hielden over financiële instellingen - echt onvoorstelbaar. Ik was laatst nog te gast bij BNR Nieuwsradio om over woekerpolissen te vertellen. Ook uitgenodigd was Jos Baeten, CEO van ASR, een grote verkoper van woekerpolissen. Er was net een rapport uitgekomen van de Commissie Verzekeraars, dat totaal niet kritisch was. Er was ook een FD-journalist uitgenodigd. De redactie vroeg of hij Baeten het vuur na aan de schenen ging leggen. Hij weigerde, want hij moest nog vaker met hem werken. Dus ik werd uitgenodigd. Toen heeft Baeten gezegd: als Smit komt, kom ik niet. Misschien ben ik heel dom dat ik zo compromisloos ben, maar dat is nu eenmaal mijn aard. Ik vind dat journalistiek zo moet zijn. Je moet niet gaan meelullen.'

Beeld Linda Stulic

Wat ging er mis bij het stuk in Trouw vorig jaar over de stichting die zich verrijkt ten koste van de bewoners van serviceflats? Dat werd op last van de rechter op de voorpagina gerectificeerd.

'Dat was een enorme klap in mijn gezicht. We hadden geschreven over belangenverstrengeling tussen de Stichting Dienstverlening Serviceflats en vastgoedinvesteerder Andries de Boer. Hij zou ervan profiteren dat seniorenwoningen ver onder de taxatieprijs werden aangekocht. Hij spande een rechtszaak aan vanwege onze artikelen. Er was volgens de rechter geen sprake van belangenverstrengeling; de te lage aankoopprijzen van de huizen klopten niet, en er was niet lang genoeg van tevoren de mogelijkheid tot wederhoor gegeven. Eigenlijk werd ons onderzoek volkomen van tafel geveegd.'

Sta je nog achter het stuk?

'Volledig. Trouw is in hoger beroep gegaan. Het was zo'n kneiterhard vonnis. Daar ben ik een paar weken van ondersteboven geweest. Ik heb alles nog eens op een rij gezet: waar hadden we het beter kunnen doen? Wederhoor had inderdaad eerder gekund. Er zijn geen regels voor. We hadden De Boer een dag de tijd gegeven. Maar omdat we al anderhalf jaar met dit onderwerp bezig waren, vond de rechter dat we eerder contact hadden kunnen leggen. De Boer had zich goed verweerd. Hij had een enorme bak met overtuigende informatie. Het gaat om vastgoedwaarderingen. Dat is erg schimmig. Je kunt er allerlei kanten mee op. Een rectificatie op de voorpagina is een van de ergste dingen die je kunnen gebeuren in de journalistiek.'

Kun je in gesprek met een opdrachtgever al een onthulling beloven?

'Nee. Je kunt pas een scoop beloven als je iets hebt. Je moet op zijn minst een halffabricaat hebben als je aanklopt. In het verleden is gebleken dat ik daarvan een goede inschatting kan maken. Dus dan vertel ik hoe de zaken ervoor staan.'

Dan geef je alles al weg?

'Ja, ik ben er nooit bang voor geweest het verhaal kwijt te raken. Dat is me nog nooit gebeurd. Het is typisch iets voor journalisten om daarvoor bang te zijn. Van die journalisten die trots zeggen iets op het spoor te zijn en dan verder niets willen zeggen.'

Wat gebeurt er als je er na maanden research achterkomt dat het geen verhaal is?

'Dat hebben we weleens. Maar dat is nog nooit gebeurd als het verhaal al is gepitcht bij een afnemer. Soms heb je een voorpaginaverhaal, neemt iedereen het nieuws over en win je er een prijs mee. De andere keer valt het stuk weg in de ruis. Het verhaal over Douwe Egberts waarmee Robert Kosters onlangs zijn Tegel won, stond in de week van MH17 in Vrij Nederland. Bijna niemand pikte het stuk toen op.'

Geloof je in twee kanten van een verhaal?

'Ja, die zijn er wel. Daarvoor moet je openstaan, maar je moet ook overtuigd zijn van je eigen feiten. Op het moment dat je het pijnpunt ontwaart, en je kunt dat feitelijk vaststellen, moet je er onverschrokken op blijven doorhakken.'

Leidt die houding vaak tot gesloten deuren?

'We kloppen vriendelijk aan, maar er wordt lang niet overal opengedaan. Er is geen financiële instelling in Nederland die ons niet kent. Dat is op zich leuk, maar je wilt wel met die mensen in gesprek komen. Ik hoef ze niet alleen maar in het gezicht te spugen. Via de achterdeur spreek ik met mensen van een aantal banken. Om te laten zien dat we ons echt willen verdiepen in hun problematiek en niet alleen die trap in het kruis willen uitdelen, die ze wel verdienen. Je moet complexe zaken, zoals die in de financiële wereld, heel goed uitleggen.'

Beeld Linda Stulic

In een eerder interview zei je: 'Wij gaan niet uitleggen, niet filosoferen, maar aanpakken.'

'Dan heb ik dat niet goed gezegd. Follow the Money steunt op drie pijlers. De belangrijkste is: misstanden aantonen. Maar we leven in zo'n complexe samenleving dat je ook goed moet uitleggen hoe iets in elkaar steekt. Als je in beeld brengt hoe banken werken of wat TTIP (een handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, red.) is, doe je de samenleving een dienst. De derde pijler is constructieve journalistiek: laten zien hoe het ook kan. Bij de geplande beursgang van ABN Amro bekeek ik bijvoorbeeld of dat wel zo'n goed idee was en wat de andere mogelijkheden zijn. Dat gaan we steeds meer doen. Ons nieuwe motto is: breken en bouwen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.