Philip Kroonenberg (met zijn vrouw Jellie)

Interview Philip Kroonenberg

Elke fase van de kanker van zijn geliefde werd een liedje: van operatie tot genezing

Philip Kroonenberg (met zijn vrouw Jellie) Beeld Daniel Cohen

Een gevoelsmatige noodzaak, dat is de plaat die singer-songwriter Philip Kroonenberg maakte over de kanker van zijn geliefde.

Philip Kroonenberg zat in de tuin, zijn eigen tuin, achter het Scheveningse huis op de heuvel, vlakbij de zee, en zag zijn twee dochtertjes spelen, de derde nog in haar bedje en zijn vrouw scharrelde rond in het huis. Een liedje was zo gemaakt, de gitaar lag voor het grijpen, en de woorden kwamen vanzelf - voor het nummer Garden, in 2006.

All my dreams are coming true

Can you imagine what I’m going through

Dat hij dit had, hij kon het eigenlijk niet geloven, en hij noemde dit huiselijk leven daarom een sprookje, wel een raar woord, maar hij kon geen ander woord bedenken. Een tuin in Scheveningen als zijn hof van Eden, nou vooruit. Het was zaak om het vast te leggen, in zoveel mogelijk liedjes, als een soort fotoalbum. Zo blijft het bij je, vindt hij, dat geluk. Want je kunt zomaar ongelukkig worden, je hoeft hem niet te vertellen dat het bestaan breekbaar is, of zelfs volstrekt zinloos, zoals zijn ouders hem in zijn jeugd voorhielden.

Ja, dit is te mooi om waar te zijn, hoe vaak zeiden ze het wel tegen elkaar, Philip Kroonenberg en zijn vrouw Jellie Brouwer, interviewer van het radioprogramma Kunststof. Alsof ze allebei het gevoel hadden dat ze geen recht hadden op dat zelf gecreëerde paradijs. Het kan niet anders dan dat het op een dag stopt.

Toen dat zover was, en eind 2016 de onheilstijdingen zich aaneenregen, er werd eerst borstkanker en daarna maagkanker bij Jellie geconstateerd, hoorde hij het zijn vrouw als eerste zeggen, in het park achter het ziekenhuis. Het ging te goed, de blues kon niet uitblijven. Waar zij al haar hele werkzame leven mensen had uitgevraagd naar het verhaal van hun leven, had ze nu zelf een verhaal - en hij uiteindelijk een verzameling nieuwe liedjes, nu bijeengebracht op Some more time.

But that was the day that cancer came

To live in our sweet home

Singer-songwriter Philip Kroonenberg Beeld Daniel Cohen

Philip Kroonenberg zit in de tuin en het gaat over kanker, ja de kanker in het liedje, That was the day. Het is zo’n raar, lelijk woord, maar het laat zich niet vervangen. Als je besluit alles te beschrijven, de hele duivelse shit, dan is alles wrang, en tegelijkertijd onontkoombaar en expliciet. Al sinds zijn 7de houdt hij een gitaar vast, maar pas de laatste twintig jaar, in vele cd’s, doet de 67-jarige singer-songwriter muzikaal verslag van zijn dagelijks bestaan, in al zijn lieflijkheid. Die aandrang had hij nooit gehad. Voor die tijd ging het weleens over de doolhof van de liefde, of het cowboygevoel onderweg te zijn als muzikant. Je kent het wel, de doorsnee rock’-n-rollvergezichten, en vaak gegoten in een opgewekte groove, in de lijn van de Amerikaanse troubadour
J.J. Cale.  Maar nu zingt hij al jaren over de schoonheid van thuis, heeft elke dochter een eigen liedje, en natuurlijk zijn vrouw Jellie, die was de eerste, this gal of mine.

Op 7 december 1995 had hij een echte date met haar, nadat ze elkaar professioneel hadden ontmoet in de radiostudio. Hij had die leuke, aantrekkelijke vrouw thuis uitgenodigd – en ze zou nooit meer weg gaan. Ze raakten in gesprek, om het zomaar te zeggen, en bleven in gesprek, nog steeds is hij elke dag weer verheugd om haar te zien.

Een leven lang in opleiding

Kroonenberg was 43 toen hij haar ontmoette, en eigenlijk had hij niet meer op de liefde gerekend. Hij ging er vanuit dat een relatie niks voor hem was, hij had het vijf keer geprobeerd, maar dat uitte zich in oeverloos getob, ook met de vrouw met wie hij in 1981 een dochter kreeg. Waar hij naar op zoek was, was een dame als in de film van Michelangelo Antonioni, Blow-Up. De vrouw die met haar fototas om de schouder ’s nachts thuiskomt en haar man, die op de bank zit, een vluchtige kus geeft en dan rechtdoor naar de donkere kamer gaat om de foto’s van die dag te ontwikkelen. Jellie is precies dat, vindt hij nog steeds, het is niet moeilijk om van haar te houden. Een zelfstandige geest die niet gaat zitten wachten waar hij blijft. Zo van, Jezus, je zou toch op tijd thuis komen.

En nog wat, ze durfde het aan om hier in dit huis bij hem te wonen. Hij was toch de man die boven zijn verlamde, depressieve moeder bivakkeerde, die hij verzorgde na de dood van zijn vader in 1986. Hij voelde zich altijd schuldig omdat hij haar leed niet kon wegnemen, hij haar niet kon overtuigen dat het bestaan niet zinloos was, ze echt niet aanhoudend moest huilen. Toen ze was overleden in 2002, viel er dan ook een zak mortel van zijn rug – anders kan hij het niet zeggen. Nu hoefde hij zich nooit meer zorgen te maken over zijn oudjes.

Achteraf gezien leek het wel alsof hij zijn hele leven in opleiding is geweest om klaar te zijn voor een leven met Jellie en hun drie dochters. Want hij is niet altijd een brave psychotherapeut geweest, die in de avonduren zijn narcistische neiging in muziek omzette. Tot zijn 30ste was hij behalve een groot muzikaal talent – Willem van Kooten, legendarische platenbaas, noemde hem ‘het summum van de ware artiest’ – ook een drugs- en alcoholverslaafde met een rommelig bestaan. Hij was de zanger van The Freelance Band, een bovenmatig vernuftig combo uit Den Haag, dat het zeker ging maken, maar door een collectieve hang naar verdovende middelen werd ondermijnd.

Echt, hij wist dat hij na slechte lsd-trips zeker van de coke en speed moest afblijven, dat zou te lekker zijn voor hem. Maar hij zag hoe iedereen in zijn omgeving er zo cool en charmant mee omging. Zo erg kon het toch niet zijn. Voordat hij het wist, was hij verslaafd, en lag hij stuiterend in zijn bed, met hartritmestoornissen. Op het moment dat zijn ouders zich ernstig zorgen gingen maken over hem - verdomme dat wilde hij hun niet aandoen - meldde hij zich in zwart pak bij de huisarts, met de vraag om opgenomen te worden.

Hij werd clean, zou nooit meer drinken, ging psychologie studeren, hardlopen en werd een meer altruïstisch mens. Psychotherapeut werd zijn baan, en muziek was iets voor in de avonduren. En toen was daar de ware liefde, alsof het zo moest zijn, ze hadden alle tijd van de wereld samen, zo zag hij het, totdat hij vreesde dat de tijd op was.

We got some more time

To finish what we started

Het duurde maar, de operatie in 2017 aan haar maag in het Anthonie van Leeuwenhoek-ziekenhuis moest allang zijn afgerond. Kroonenberg zat in de wachtkamer. Hij zag het voor zich, dat hakken in haar lichaam, hij zag de gezichten van die artsen voor zich, die zich langzaam ontpopten tot engelen die hun al het goede zouden brengen. En toen begon hij een liedje te schrijven, op zijn iPhone. Voor ons, voor ons, voor ons – als een soort mantra herhaalde hij het. Some more time heette dat nummer, om te vieren dat de operatie was gelukt.

Philip Kroonenberg Beeld Daniel Cohen

Elke fase van Jellie’s ziekte werd daarna een liedje, hij werd een wachtkamerliedjesschrijver- en de wachtkamer is ook te zien op het cd-hoesje. Ja, de één gaat stofzuigen, of hardlopen of naar de zee staren, hij maakte liedjes over zijn zorgen en verdriet. Het voelde alsof hij daardoor meester werd over de penibele situatie. Hij bezong het moment dat het huis vol bloemen stond, een huis in afwachting tot zij weer zou thuiskomen. Er was een nummer over de totale ontreddering die hij voelde, bij de gedachte dat zij er niet meer zou zijn. Hoe erg dat zou zijn voor de kinderen, zij die de duisternis uit zijn leven hadden weg genomen. Over de erfelijkheid van haar kanker, over het uiteindelijke verdwijnen van de kanker.

En toen waren daar dertien liedjes, en nu een cd, zijn eerste bij Excelsior Recordings. Hij durft zelfs te zeggen dat het zijn beste plaat ooit is, omdat de liedjes er als een fontein zijn uitgespoten, een krachtige eruptie, tezamen één document vormend van gevoelsmatige noodzaak. Veel meer kan hij in zijn optiek niet bereiken, als singer-songwriter. Natuurlijk was er een drempel waar hij overheen moest, om het de wereld in te slingeren. Is het ook niet afschuwelijk om via je familieleed al die aandacht te krijgen?, dacht hij. Het heeft ook iets ranzigs, nu alles open en bloot wordt gepresenteerd, daarom legde hij het haar voor.

Jellie zei het niet te willen tegenhouden, maar moeilijk vond ze het wel. Zo’n emotionele openbaring kon lelijk zijn, bol van kitsch. En dan zou zij voortaan die vrouw zijn die kanker had gehad, lekker dan. Maar ja, Philip had het in prachtige liedjes verteld, ze hield het niet droog. Dat is toch wat echte kunst doet, zei ze, je ontroeren met verhalen over de liefde, en de dood. Toch raar als zij dan zou zeggen, nee doe nu maar niet. Dus fuck de drempel! Daar komt nog bij, dat ze het hem gunt, al die aandacht. Met zijn vorige cd’s had hij niet bepaald de hitlijsten bestormd.

And we will try to make this day a happy loving day

And Appreciate every bit of sunshine shining our way

Jellie Brouwer zit in de tuin, en Philip Kroonenberg heeft zijn gitaar nog vast. Zojuist had hij twee liedjes gezongen, en zichzelf daarbij fingerpickin’ begeleid, waarbij het onmogelijk was om niet ontroerd te raken.

Zo staan ze er hedentendage voor, ‘she is back in the game again’, alweer een tijd terug op de radio, en ze ervaren samen vooral dankbaarheid. Ja, ook weer zo’n raar woord voor iemand als Kroonenberg die zo anti-religieus en anti-sociaal is opgevoed. Ze zijn dankbaar voor de kracht die ze hadden om er samen doorheen te komen. Nooit hebben ze zich verongelijkt gevoeld, over wat opeens op hun levenspad was gekomen. Het was altijd van, vandaag zijn we bij elkaar en we gaan er een mooie dag van maken, net als nu hier in de tuin van hun Scheveningse huis, we nemen de tijd.

Philip Kroonenberg, Some More Time. Excelsior Recordings.

Stijl

Als het over de muziekstijl van Philip Kroonenberg heb, moet je beginnen bij zijn vader. Die nam eind jaren vijftig folkplaten mee uit Amerika van Big Bill Broonzy, Leadbelly, Lightnin’ Hopkins, Pete Seeger. Ook klonk in het ouderlijk huis calypso en chanson. Nadien omarmde Kroonenberg zelf het geluid van J.J. Cale, Ry Cooder en Tony Joe White. Dit alles mengend, ontwikkelde hij een eigen gitaarstijl: double-bass fingerpicking, flatpicking en een flamenco-achtige slag.

Fotodetective Hans Aarsman kan als geen ander spannende details ontdekken op een foto. Iedere week licht hij een foto uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden