Elk schilderij is een werk in uitvoering

Door zijn B-stukken openbaar te tonen, speelt het Mauritshuis open kaart. Dit lieten wij in het depot staan, zegt het - wat denkt u? Niet alle verhalen achter de collectie zijn interessant. Al schuilt achter het afdankertje van Willem I een bijkans filmische plottwist.

Depot van het Mauritshuis. Beeld Ivo Hoekstra

Arme Willem. En dan heb ik het niet over Willem van Oranje of onze eigûh Koning Willie, maar over Willem I, eerste Koning van het Koninkrijk der Nederlanden. Die verzamelde kunst en in 1821 nam hij een complete Vlaamse collectie over, pakweg honderd stukken, veel oude meesters: Velázquez, Titiaan, een Rafaël - voorwaar een dankbare buit.

Tenminste, dat dacht Willem. Bij nadere inspectie bleken veel oude meesters valse meesters. Ook de vermeende Rafaël. Die was geschilderd door een ander. En dus verhuisde deze tien jaar na aankoop alweer naar het depot van het Koninklijk Kabinet van Schilderrijen, thans het Mauritshuis. Nu, pakweg tweehonderd jaar later, figureert het daar in een expositie gevuld met stukken die normaal gesproken de kelders zelden verlaten: Hoogte- en dieptepunten uit het depot.

Een museum dat zijn winkeldochters toont: het lijkt een trend. In het Amsterdamse Allard Pierson Museum is thans te zien wat negen gelegenheidsconservatoren op uitnodiging van het televisieprogramma De Wereld Draait Door uit evenzovele museumkelders opduikelden. Binnenkort verrijst in het Rotterdamse Museumpark een 41 meter hoge, spiegelende opslagcontainer, pardon, schatkamer: dat is dus het collectie-gebouw van Boijmans. Zulke initiatieven kun je makkelijk afdoen als het te gelde maken van je kneusjes. Je kunt het ook uitleggen als een genereus gebaar om de Collectie-Nederland met een zo breed mogelijk publiek te delen; om datzelfde brede publiek inzicht te bieden in de keuzen en motieven die een rol spelen bij de totstandkoming van een collectiepresentatie. Om het, kortom, in de rol van de conservator te laten kruipen.

Hoogte- en dieptepunten uit het depot. Mauritshuis, Den Haag t/m 8/5.

De verhalen achter de collectie

In Den Haag doet men dat op ondubbelzinnige wijze. Onder kopjes als 'Te groot', 'Te veel', 'Conditieproblemen', en 'Buitenbeentjes' toont het schilderijen die, nu ja, te groot, talrijk, gehavend of afwijkend voor de vaste (relatief kleine) opstelling worden geacht: een drie meter breed jachtstuk van Weenix (te groot), een poezelig pastelportret van Wilhelmina van Pruisen door Tischbein (buitenbeentje, want: 19de eeuw) en een portret van een man van Karel Slabbaert dat eruit ziet alsof het jaren heeft dienst gedaan als krabpaal voor jonge katjes. Door die B-stukken zo openbaar te tonen, speelt het museum open kaart. Deze keuzen zegt het, maakten wij - wat denkt ú?

Als conversation starter werkt dat de ene keer prikkelender dan de andere. Het is interessant om te zien dat het Mauritshuis naast de Van Goyen die standaard op zaal hangt, die met dat silhouet van een bootje op de voorgrond (en Jaws), nog vier stukken van de Haagse schilder bezit. Het is nog leuker om vervolgens te redetwisten of die andere vier de ereplaats eigenlijk niet meer verdienen (ik denk van niet). Minder interessant is de revelatie dat het museum ook zwerfkeien - het portret van Beatrix door Warhol, een mythologisch stuk van Bury - of zwakke broeders bezit. Deze expositie vertelt de verhalen achter de collectie, jawel, maar die zijn niet altijd even sterk.

Dat van Willem I's zogenaamde Rafaël is dat wel. Dat werk, dat een nimf met een schouderband toont, kreeg recentelijk een statusupdate toen röntgenfoto's aantoonden dat achter de valse Rafaël een Michelangelo, nee geintje: een ondergrond van Italiaans goudleer compleet met stempels uit de 16de eeuw bleek schuil te gaan - een unicum aldus kenners. Het afdankertje van weleer bleek toch uitzonderlijk, een bijkans filmische plottwist. Elk schilderij, zou je naar aanleiding van die episode kunnen concluderen, is een werk in uitvoering. Elke collectie trouwens ook.


Johannes op Patmos keert terug

Het Mauritshuis haalt het schilderij van Hans Bol uit het depot weer terug op zaal.

Dat een én kwalitatief hoogwaardig én in goede staat verkerend schilderij toch in het depot kan belanden bewijst Fantasielandschap met Johannes de Evangelist op Patmos (1564) van de Vlaamse schilder Hans Bol. Die heeft naar goed 16de eeuws gebruik geprobeerd zo'n beetje de hele wereld op het oppervlakte van amper een halve bij een hele meter te proppen. Alles is geschilderd met dezelfde liefdevolle aandacht - de bergen, de bomen de zee, de scheepjes erin en de stad erlangs; alles behalve Johannes. Die oogt met zijn fletse mantel en dito gezicht wat schraal. Waarschijnlijke oorzaak: een ondeugdelijke overschildering. Lang was het werk een fremdkörper, maar na aankopen van tijdgenoten als Paul Bril past het goed in de opstelling. Straks, na de expositie, komt het in een nieuwe lijst. Daarna keert het terug op zaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden