NieuwsMauritshuis

Elisabeth en Jakob, een verloofd paar uit 1539, herenigd in het Mauritshuis

Het portret van Elisabeth Bellinghausen, door Bartholomäus Bruyn de Oude, hing er al. Nu heeft het museum ook Jakob Omphalius verworven.  

Bartholomäus Bruyn de Oude, ‘Portret van Jakob Omphalius’ en ‘Portret van Elisabeth Bellinghausen’ (1538/39)Beeld Margareta Svensson

Het is een reünie waar ze op de treurbuis een puntje aan kunnen zuigen: na een scheiding van 125 jaar zijn Jakob Omphalius en Elisabeth Bellinghausen herenigd. Tenminste, de verlovingsportretten die de Keulse schilder Bartholomäus Bruyn de Oude (1439-1555) rond 1539 van het koppel maakte. Het portret van Elisabeth bevond zich al in het Haagse Mauritshuis, een bruikleen van het Rijksmuseum; dat van Jakob werd daar in februari aan toegevoegd. Het museum kocht het van kunsthandel De Jonckheere in Genève voor 250 duizend euro. ‘Een feestelijk moment,’ aldus conservator Ariane van Suchtelen.

Bruyn de Oude, wiens portretten vanwege hun fijnzinnige stofuitdrukking en levensechte fysionomie worden gerekend tot de crème de la crème van de 16de-eeuwse portretkunst, en die een hele generatie notabelen vereeuwigde, maakte het tweeluik voorafgaand aan het huwelijk van Jakob en Elisabeth op 8 februari 1539. De bruidegom was jurist en edelman en zou meermaals promoveren, vrij indrukwekkend. De bruid stamde uit een vooraanstaande familie en kreeg dertien kinderen – ook geen geringe prestatie.

Hier zien we ze in ongehuwde staat; dat weten we door het kapje op Elisabeths hoofd, een zogenaamd stickelchen, en dan vooral door de vlechten eronder – enkel ongetrouwde vrouwen lieten zich zo afbeelden. Aardig weetje: Elisabeths ceintuur en stickelchen komen in bijna identieke vorm terug op andere schilderijen van Bruyn de Oude,  zoals we ook het takje in Elisabeths hand en, verrassend, de handen zelf bij andere geportretteerden uit die tijd terugzien – net als Jakobs bonten mantel trouwens. Dergelijke kledingstukken waren dus in bezit van Bruyn de Oude, niet van Elisabeth en Jakob.

In 1896 werden de portretten van elkaar gescheiden op een veiling in Londen. Het Elisabeth-deel kwam in handen van het Rijksmuseum, dat het in 1951 voor onbepaalde tijd in bruikleen gaf aan het Mauritshuis. Het Jakob-deel, daarentegen, verdween van de radar.

Van Suchtelen stuitte twintig jaar geleden op een spoor, toen ze onderzoek deed in de archieven van het RKD (Nederlands instituut voor kunstgeschiedenis) en een foto van het Jakob-portret aantrof. Ze deed onderzoek naar de Antwerpse schilder Jan Gossaert, aan wie het portret abusievelijk werd toegeschreven. In het RKD-archief trof de conservator ook de betreffende veilingcatalogus uit 1896. Hierin stonden tekeningetjes van de familiewapens op de achterzijden van de panelen, zodat de portretten definitief aan elkaar konden worden verbonden. ‘Jakobs’ verblijfplaats was toen echter nog onbekend. In mei 2019 dook het portret opeens op bij een klein veilinghuis in Parijs. Dat verkocht het aan de kunsthandel in Genève.

Nu is het te zien in het Mauritshuis, herenigd met Elisabeth. Tot 4 oktober. Daarna zal het lichtjes worden gerestaureerd; het vernis zal worden vervangen en de al te nadrukkelijke retouches worden afgezwakt. De verloofden zullen wederom gescheiden zijn. Even.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden