Elektronische liveband Caribou maakt imperfectie tot kunst

Caribou Beeld Electronic Press

Als maker van elektronische popmuziek zou Dan Snaith, de Canadees die schuilgaat achter de naam Caribou, zich heel wat makkelijker van zijn optredens af kunnen maken: boetseer thuis een live-set met behulp van een sequencer en je kunt je op het podium beperken tot een druk op de 'play'-knop en een hoop gezwaai met je armen.

Maar dat wil Snaith dus niet. Caribou maakt elektronische pop (folktronica, garage, house, disco, hiphop; je vindt slierten van al die genres terug op de vier albums die hij tot dusver als Caribou uitbracht), maar gaat op tournee als vier koppen tellende live-band, die zondag de uitverkochte Amsterdamse Melkweg aandeed: een echte bassist, af en toe elektrische gitaar, live percussie van Brad Weber en Snaith zelf. Ze stonden tegenover elkaar opgesteld en vochten soms meeslepende percussieduels uit, met stokjes op drumapparaten slaand. Wat je bij Caribou hoort, is allemaal 'echt': elektronisch, maar ter plekke door mensenhanden gestuurd, met alle imperfectie van dien. Neem Mars, afkomstig van het pas verschenen vierde album Our Love: de beats struikelen op de plaat al bijna over elkaar, maar in de Melkweg moest percussionist Brad Weber echt even zoeken, landden zijn drumklappen steeds een fractie na de tel en moesten hij en Snaith matenlang oogcontact houden om het nummer bij te sturen.

Precies dát bleek, in elk geval in een intieme club als de Melkweg, de aantrekkingskracht van Caribou, een podiumband die elektronisch is maar nooit mechanisch. Er stroomt mensenbloed door de ritmen en er kan, in elk geval in theorie, iets fout gaan. Gewiekst was de setopbouw: in het begin een aantal zwoele 'luisterstukken' als Our Love, begeleid door een mooie lichtshow waarin je je verliezen kon. Bij vlagen waande je je bij een optreden van Moderat. Het melodieuze Second Chance, met vocale gastrol van voorprogramma Jessy Lanza, was het scharnierpunt, waarna tempo, volume en intensiteit gaandeweg toenamen - en daarmee ook de dansbaarheid. Het zeldzaam opwindende slot, met Can't Do Without You en Sun, voelde aan als een rave, krachtiger dan Caribou het op plaat serveert.

Snaith, de vriendelijke Canadees, liet de publiekseuforie dankbaar over zich spoelen. Dat zijn ijle zang, op de platen kenmerkend voor Caribou, de hele avond amper boven het straffe bandgeluid was uitgekomen, kon eigenlijk niemand meer iets schelen.

Albumhoes. Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.