Review

Eindeloos jong en sexy in de foto's van Ryan McGinley

Naakte jongeren die in spectaculaire landschappen eindeloos jong en sexy zijn - kijk naar zijn foto's, zoals nu in KAdE, en je begrijpt meteen waarom Ryan McGinley vol overgave in zijn zelfgeschapen universum woont.

Highway (2007-2008). Beeld Ryan McGinley/ Team Gallery

'Photography is where we live.' Die zin komt van Ryan McGinley en daarmee bedoelt hij niet dat de fotografie een doorzonwoning is met drie slaapkamers, een open keuken en een tuin. Nee, voor McGinley, een lange bleke dertiger uit de New Yorkse vrijgevochten skate-/post-grunge-/neo-hippie-/street-cool-scene (wacht nog even met de pagina omslaan), is fotografie een aftandse stacaravan ergens in de ruige wildernis. Of een afgelegen hooischuur. Of de oever van een bergbeekje, waar de Amerikaanse fotograaf rondhangt met zijn vrienden, à la de romantische dichter Henry Thoreau het merg uit het leven zuigt en werkt aan zijn immer uitdijende en buitengewoon populaire oeuvre. Voor hem is fotografie het leven zelf - of zelfs: een plek die beter is dan het leven zelf.

McGinley schreef zijn zin in het voorwoord van een tijdschriftachtig boekje, getiteld The Journey is the Destination. In die publicatie trakteert hij op een blik achter de schermen van zijn fotografische snapshotuniversum, dat zich sinds 2000 als een olievlek over de kunstwereld verspreidde. Die wereld wordt bevolkt door veelal broodmagere en meermaals poedelnaakte jongeren, die tegen de achtergrond van overweldigende landschappen het leven vieren door zich lachend van rotsen af te storten, in bomen te klimmen, gezellig samen onder de douche te vergaderen en eindeloos jong en mooi en sexy te zijn.

De camera legt alles vast. Niet alleen de magische momenten die McGinley later afdrukt en ophangt aan de tentoonstellingswanden, zoals het grote overzicht van zijn werk dat nu in Kunsthal KAdE in Amersfoort te zien is. Ook dat wat ertussen en erachter zit: de verveling, het melige samenzijn en het gesleep met trampolines, luchtkussens, lampen, ladders, veiligheidsriemen en zelfs luchtballonnen - alles wat nodig is om McGinleys ogenschijnlijk moeiteloos tot stand gekomen foto's te creëren.

Ann (slingshot) (2007). Beeld Ryan McGinley/ Team Gallery
Beeld Ryan McGinley
Beeld Ryan McGinley
Beeld Ryan McGinley
Beeld Ryan McGinley
Beeld Ryan McGinley
Beeld Ryan McGinley

Kleine zalen

'Het leven is gewoon spannender met een camera in mijn hand', schrijft McGinley. Hij woont in zijn foto's, zoals Slauerhoff in zijn gedichten, maar niet omdat hij niet anders kan. Omdat hij niet anders wíl. Hij is dus van plan om er nog wel eventjes te blijven, in die fotografie. Dat is zijn goed recht natuurlijk. En belangrijker: de fotograaf die al op zijn 23ste een tentoonstelling had in het Whitney Museum of Modern Art in New York stuurde ons vanaf zijn tijdelijke woonplekken af en toe prachtige ansichtkaarten.

In KAdE is een aantal kleine zalen mooi en bedachtzaam ingericht met foto's die het afgelopen decennium een ijzersterk verbond sloten met het geheugen en daar zeker weten nooit meer vandaan gaan. Oja, die: de blote jonge vrouw met het blauwe oog, die tegen de achtergrond van een zinderende zandvlakte oneindig ongenaakbaar een sigaret aansteekt. En die: de getatoeëerde jongen die, één oog dicht tegen het felle licht, vanuit groen water omhoog klimt. Een naakte nimf die in een nevelige supermarkt omhoog springt. Gespierde lichamen rennend over de snelweg, als overstekende herten, richting arcadische heuvels.

Je hoeft niet per se in deze manier van leven te geloven om te worden overtuigd door McGinleys foto's. Dat het er in hippiecommunes vaak minder rooskleurig aan toegaat en dat zijn eigen vriendenclub echt geen uitzondering zal zijn, doet niets af aan de beelden, die als béélden overtuigen en in hun vrolijke onbezorgdheid doen denken aan de onschuldige, experimentele foto's van springende mensen die het Franse zonnekind Jacques Henri Lartigue aan het begin van de vorige eeuw maakte.

Daktoa (Hair) (2004). Beeld Ryan McGinley/ Team Gallery

'Warhol's children'

Dat is ook het slimme aan McGinleys tactiek: hij heeft nooit beweerd dat hij documentaire maakt. De making-of-foto's uit The Journey is the Destination (die ook in KAdE te zien zijn) onderstrepen dat nog eens. Kijk, zegt McGinley daarmee, mijn foto's lijken wel snel geschoten, maar moet je zien wat er allemaal komt kijken bij het maken van die 'kiekjes'. Hij werkt snoeihard aan het achteloze image van zijn foto's.

Die liefde zit erin gebakken. De fotograaf belichaamt eigenlijk twee kort op elkaar volgende generaties. Hij is een kind van de jaren negentig, waarin fotografen als Juergen Teller, Wolfgang Tillmans en Corinne Day een nieuwe, realistische manier van fotograferen introduceerden, gebaseerd op de rauwe en zo eerlijk mogelijke beeldtaal van Nan Goldin en Larry Clark: een soort punk-rockfotografie, die enerzijds een tegencultuur van drugs en dwarse vrijbuiters vertegenwoordigde en tegelijkertijd werd omarmd door chique modemerken.

Daar passen McGinley en zijn vriendenclub, waartoe ook de jong gestorven kunstenaar Dash Snow behoorde, prachtig bij. 'Warhol's children' werden ze genoemd door New York Magazine, een verwijzing naar Andy Warhols beroemde Factory, ontmoetingsplek voor allerlei soorten creatievelingen. En ook McGinley werkt op het snijvlak van kunst en commercie, laat zich inhuren voor modelabels als Pringle en maakt beelden die met een pakkende tekst eronder zo als advertentie in een tijdschrift kunnen.

Lily (black eyes) (2005). Beeld Ryan McGinley/ Team Gallery

Valkuil

Tegelijkertijd is McGinley, hoewel hij over twee jaar 40 wordt, sterk verbonden met de tieners en twintigers van nu. Het zijn de mensen die terwijl ze opgroeien altijd een camera op zich gericht weten. De selfiegeneratie, die denkt dat iets pas bestaat als het is opgenomen of gefotografeerd en meteen in een eindeloos bestudeerde pose schiet zodra de smartphone tevoorschijn komt. Mislukte of afwijkende foto's verdwijnen sneller dan het licht in de digitale prullenbak en wat overblijft is een perfecte, homogene, oersaaie eregalerij.

Die beeldtaal is McGinleys grootste valkuil, even afgezien van de vraag hoe lang hij en zijn blote dertigersvrienden nog appetijtelijk cameravlees zullen opleveren. In KAdE hangt het perfecte voorbeeld, als behang uitgespreid over een lange muur (en in sommige tentoonstellingszalen zelfs ook op het plafond geplakt): Yearbook, een verzameling studioportretten van allerhande (blote natuurlijk) jongeren tegen gekleurde achterwanden. Zwart, wit, dun, dik, verlegen, ingetogen, uitbundig, brutaal - alles is vertegenwoordigd in een afstompende hoeveelheid van politiek correcte plaatjes, een Benettonreclame zonder de panache van Oliviero Toscani.

Blijf nog even in die afgelegen hooischuur wonen, Ryan McGinley! Je bent nog veel te jong om je al te settelen in de studio. Zoek de grotten van Noord-Amerika op, zoals in de magische serie Moonmilk (2009), waarin menselijke figuren opgaan in wonderlijke constellaties van steen en kunstlicht. Richt je camera op de sterrenhemel in het pijnbomenbos, op je vrienden in een boomtop, op springende lijven met bungelende piemels voor mijn part. Maar trek die deur voorlopig nog niet achter je dicht.

'Het maakt niet uit wie ik fotografeer, ik word altijd een beetje verliefd op diegene. Of eigenlijk is het eerder mijn camera die verliefd op ze wordt. Het kan een jongen zijn of een meisje, dat maakt niet uit, want het is allemaal bedacht. Het is fictie. Maar mensen kijken nog altijd naar mijn foto's alsof ze honderd procent echt zijn.'

Ryan McGinley: Photographs 1999-2015. T/m 30/8 in Kunsthal kAdE, Amersfoort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden