Eindelijk weer een film over Suriname

In de filmwoestenij van Suriname is er eindelijk weer een film over het land: Tuintje in mijn hart. Of, nou ja: over het Suriname uit de reisfolders.

Fockeline Ouwerkerk en Edwin Jonker in Tuintje in mijn hart. Beeld
Fockeline Ouwerkerk en Edwin Jonker in Tuintje in mijn hart.Beeld

De Surinaamse film bestaat niet. Deze vaststelling is niet op zijn Máxima's bedoeld, alsof er zo'n diversiteit aan films met een Surinaams karakter zou zijn dat we die tekort zouden doen door erover te spreken als één afgebakende filmsoort. Ze dient letterlijk te worden opgevat.

Er is weinig film uit of over Suriname, en door of met Surinamers. Of, nauwkeuriger: er zijn niet veel speelfilms met bioscooppotentie, films die je graag nog een keer zou willen terugzien, films die de wereld over gaan - of zouden moeten gaan. Dat is niet zo gek voor een land dat geen filmsubsidies heeft, of tout court geen geld, geen filminfrastructuur, en een Filmacademie waarvan niemand met zekerheid kan zeggen of ze nog bestaat en zo ja, of van daaruit betekenisvolle activiteiten worden ontplooid.

Natuurlijk wordt er met enige regelmaat iets van eigen bodem gemaakt. De Surinaamse filmgeschiedenis vermeldt trotse titels als Gespannen borsten I, II en III (script en regie John Slagveer), Mustafa (2001, Nizamali Ozir, over jongeren op het criminele pad) en een bescheiden reeks andere low- en no-budgetfilms.

Zeker, er worden schitterende documentaires gemaakt, want Suriname is dankzij zijn complexe geschiedenis en zijn rijke bevolkingsvariëteit een dankbaar land voor documentaires, maar dit artikel gaat over de speelfilm.

Natuurlijk is er Wan Pipel, de veertig jaar oude klassieker van Pim de la Parra waarvan iedere Surinamer van zekere leeftijd de magistrale rivierscène (Karina: 'Je bent van mij, Roy! Je bent van mij!' Roy: 'Je hebt ka in je hoofd.'*) kan naspelen. Een film over de pijn van de scheiding met Nederland, over de pijn van de interetnische spanningen in Suriname, over de pijn van jezelf opnieuw uitvinden als land, als volk en als geliefden.

Edwin Jonker. Beeld
Edwin Jonker.Beeld

Het productiebedrijf van Pim de la Parra ging eraan failliet, hoofdrolspeelster Diana Gangaram Panday werd ook in het echte leven nog lang beschimpt vanwege haar filmrelatie als hindoestaanse met de creool Borger Breeveld, die op zijn beurt na de revolutie van 1980 de woordvoerder van de jonge, nieuwe legerleider/dictator Desi Bouterse zou worden - jawel, over het leven ná Wan Pipel valt een langlopende serie te maken die zó op Netflix zou kunnen.

En natuurlijk zijn er de grotere bioscoopfilms die met buitenlandse financiering en mankracht zijn gemaakt. Zoals het historische slavendrama Hoe duur was de suiker (2013, Jean van de Velde), gebaseerd op de bestseller van de Surinaamse schrijfster Cynthia McLeod. Of de politieke thriller Paramaribo Papers (2002, Ger Poppelaars), over onder meer een verdwenen journalist tijdens de dictatuur van de jaren tachtig.

En nu is er in die laatste categorie Tuintje in mijn hart. De titel is ontleend aan de hit Mi Rowsu van de Surinaamse zanger Damaru. Een romantische komedie door Nederlandse makers, met Nederlandse financiering en met een gemengd Nederlands-Surinaamse cast. Een film die tussen het onbekommerde vermaak en de nogal talrijke verhaallijnen door, iets over Suriname en Surinamers beoogt te zeggen, iets over identiteit en migrantenheimwee en het land.

Edwin Jonker en Leo Alkemade. Beeld
Edwin Jonker en Leo Alkemade.Beeld

Dat valt althans op te maken uit de ontwikkeling die de mannelijke hoofdpersoon Axel (Leo Alkemade) doormaakt. In Nederland was hij volmaakt geassimileerd, hetgeen ongetwijfeld werd vergemakkelijkt door zijn witte huid die hij aan zijn boeroe afkomst heeft te danken; terug in Suriname hervindt hij na wat tegenslag en enig onnavolgbaar gedoe met zijn bruine halfbroer zijn Surinaamse zelf.

Dat de makers 'iets' over het land willen zeggen, blijkt uit de informatie die ze vooraf verschaften en waarin staat dat 'Suriname óók een personage is'. Dat laatste schept verwachtingen, over het blootleggen van de Surinaamse ziel. Minstens.

Maar wanneer dan eindelijk heel kort iets van ontroering toeslaat, ergens halverwege Tuintje, bij een shot van een doodgewoon huis in de slaperige stad, zo'n stenen huis op hoge neuten ** met een voorbalkon en diefijzer *** voor de ramen waarachter je echte mensen vermoedt met volle levens, dan daalt pas het besef in waar het knagende ongemak dat tot dusver domineerde, vandaan komt.

Tuintje in mijn hart verliest gaandeweg zijn frisheid (***)

Dankzij de schwung en gesmeerde dialogen geef je je gewonnen. Marc Waltman maakte een film die de clichés over Suriname liever omhelst dan mijdt. Lees hier de hele recensie.

Deze film heeft bitter weinig met Suriname van doen.

Het 'personage Suriname' is een verzameling plaatjes uit een reisfolder. Het Suriname dat Hollandse toeristen leuk vinden, het Suriname van de National Geographic. Het Suriname van laaghangende mist boven het bos, van korjalen over kolkende sula's, van kasiri uit een kalebas drinken met Indianen rond een kampvuur, van slangen die uit bomen kronkelen, van snoezige luiaards die zich zonder protest laten knuffelen en van aapjes langs het wandelpad.

Het Suriname waarin een bonte familie met een boeroevrouw als de matriarch (Beppie Melissen met een bijna gelukt Surinaams accent) een museaal houten plantagehuis bewoont en waarin de Nederlandse personages op blote voeten door modderplassen in het bos waden zonder daar een infectieziekte of insectenbeet aan over te houden. Het Suriname dat bevolkt wordt door Suri's die iedereen in Nederland kent: Jörgen Raymann en Prem Radhakishun.

Alsof Duitsers hier een film komen maken waarin 'Nederland óók een personage is'. En waarin ze vervolgens hun hoofdpersonen huisvesten in een Zaanse molen en laten rollebollen op de waterwegen van Giethoorn.

Sranan

Je hebt ka in je hoofd
Je bent van de pot gepleurd/gek geworden

Neuten
Pilaren of palen waarop een huis rust; veel huizen in Suriname staan op neuten.

Diefijzer
Traliewerk om inbrekers tegen te houden

Het levert mooie plaatjes op, dat wel, inclusief beelden van een romantische worsteling langs de oever van de rivier tussen Victoria (Fockeline Ouwerkerk) en haar schoonbroer Virgil (Edwin Jonker) die misschien als knipoog naar Wan Pipel is bedoeld. De fraaie plaatjes zijn vast heel goed voor het toerisme. Touroperators die 'jungletours' aanbieden, staan al te trappelen.

Tegelijk heef het iets hoopvols. Dat Nederland en Suriname veertig jaar na de onafhankelijkheid eindelijk kennelijk zo onthecht van elkaar zijn geraakt dat een Nederlandse filmmaker een weinig gecompliceerde film kan maken waarin alle clichés over Surinaamse mannen en Nederlandse stagiaires mogen. Een film waarin Suriname probleemloos gereduceerd kan worden tot een fotogeniek vakantieland, en eens níet het tragische slachtoffer is van wanbestuur en drugshandel dat het in de Nederlandse verhalen zo vaak is.

Die ándere film over Suriname, de over de worsteling met het echte leven achter het diefijzer in de doodgewone stadshuizen op hoge neuten, de film over de Surinaamse ziel, die zullen ze in Suriname zelf maken.

Eens, op een mooie dag.

Beeld uit de film Hoe duur was de suiker Beeld
Beeld uit de film Hoe duur was de suikerBeeld
Wan Pipel. Beeld
Wan Pipel.Beeld
Paramaribo Papers. Beeld
Paramaribo Papers.Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden