Eindelijk vrij

Ruim vijf jaar schreef Wim de Jong (51) dagelijks een tv-kritiek op de mediapagina van de Volkskrant. Op die plek wordt hij vanaf vrijdag 2 januari vervangen door Jean-Pierre Geelen....

Ter overname: drie tv-toestellen, vijf jaar oud, elk slechts elfduizend uur in bedrijf geweest. Lichte gebruikssporen op de beeldschermen door de afstandsbedieningen, tv-gidsen en pennen die er af en toe boos naartoe werden geslingerd, maar alles verder nog in uitstekende staat. Desgewenst met bijbehorende digitale kabelabonnementen UPC (2 x 90 zenders) en Digitenne (2 x 27 zenders), harddisk- en dvd-recorder, en Eye TV-pakket. Prijs n.o.t.k.

Tegen oudpapiertarieven tevens meegeleverd: plusminus 1.100 columns met nutteloze, want achterhaalde kennis van het tv-aanbod in Nederland, België en Groot-Brittannië in de periode 2003-2008, alsmede de laatste kelderrestanten zuur, azijn, gif en pis – al deze Volkskrant-gecertificeerde schrijf- en denkchemicaliën uiteraard in de gangbare 100-litervaten.

De opbrengst komt ten goede aan het nog op te richten fonds voor noodlijdende, STER-loze dagbladen, en aan langdurige fysiotherapeutische behandeling (‘doorzit’-verschijnselen) van de verkoper. Bij interesse graag e-mailen. S.v.p. geen scheldbrieven of persberichten over nog komende tv-programma’s meer naar hetzelfde adres. Mijn eenmanspostje als tv-recensent van de Volkskrant is met ingang van 1 januari 2009 namelijk definitief gesloten. Tijd voor een frisse, bijtgrage opvolger in de persoon van Jean-Pierre Geelen.

Die vindt als kritische beroepskijker vanaf aanstaande vrijdag een tamelijk sterk en zelfbewust Hilversum tegenover zich. Misschien dat het geld er inderdaad niet ‘tegen de plinten klotst’, zoals hoofdredacteur Carel Kuyl van NOVA eerst wel en onlangs, naar eigen zeggen, toch weer niet zou hebben beweerd. Maar te klagen valt er in het Mediapark volgens mij tegenwoordig verder weinig.

Zo hebben de kijkcijfers en reclame-inkomsten vooralsnog niet te lijden gehad onder de internetrevolutie. In politiek opzicht bevindt de nog altijd sterk verzuilde omroep zich in rustig, om niet te zeggen roerloos vaarwater. De herprofilering van de publieke netten in september 2006 heeft dusdanig goed uitgepakt dat er een heuse concurrentie is met de commerciële zenders. De introductie van een heleboel digitale specialinterestkanalen heeft klagers over het gebrek aan onder meer kunst, documentaires, geschiedenis en muziek op tv, veel wind uit de zeilen genomen. En met de verplatting van het aanbod is het uiteindelijk ook lang niet zo dramatisch verlopen als een paar jaar geleden nog werd gevreesd.

Zo is die spermadonorshow van voormalig Endemol-producente Marijke Schaaphok er nooit gekomen. De afzeik-tv en de harde reality-tv zijn tegelijk met John de Mol (De Gouden Kooi) grotendeels van het scherm verdwenen, en in het genre van de leed- en emo-tv lijken we de aller genantste programma’s inmiddels ook wel achter de rug te hebben. In dit verband beschouw ik Mijn laatste woorden van de EO uit 2007, waarin ten dode opgeschreven Nederlanders alvast voor de camera afscheid van hun dierbaren namen, als het smerigste format dat ik heb gezien. Dat was wat mij betreft het navrantste voorbeeld van de exploitatie van persoonlijk leed op televisie.

Van de veronderstelde pornoficatie van de samenleving is op televisie eigenlijk ook niets te merken. BNN’s Spuiten en Slikken was en bleef per slot van rekening een onschuldige onenightstand in een programma-aanbod dat de afgelopen vijf jaar steeds familialer en braver van karakter werd. Want in plaats van afzeik-tv kwam feelgood-tv: invoelbaar, gezellig en vaak ook grootscheeps aangepakt entertainment voor het hele gezin (Boer zoekt vrouw, Mooi! Weer De Leeuw, Memories, Op zoek naar Joseph, Ik hou van Holland, Wie ben ik?, In de hoofdrol). En coaching-tv: een waaier aan programma’s waarin mensen door presentatoren en deskundigen de helpende hand krijgen toegestoken bij het oplossen van persoonlijke problemen. De Belgen, Britten of Duitsers hebben ogenschijnlijk nergens last van, maar als veelkijker naar de Nederlandse zenders weet je eigenlijk niet beter of we liggen met een heel land in de lappenmand te wachten tot Yvon Jaspers, Caroline Tensen, Linda de Mol, Wendy van Dijk of Natasja Froger zich over ons ontfermt.

Het belangrijkste dat je als tv-consument op dergelijke trends kunt tegenhebben, is dat er wel heel lastig aan te ontkomen valt. De hele tv-wereld loopt elkaar nadrukkelijker dan ooit achterna wanneer bepaalde genres en formats succes blijken te hebben. Op thema’s als dating, auditie doen, afvallen, ‘nationale’ quizzen, goed nabuurschap en emigratie wordt door tv-makers eindeloos gevarieerd om toch maar vooral op zeker te blijven spelen.

Als het de tv-makers zelf niet aan te rekenen valt, dan toch wel de zendercoördinatoren, die hameren op herkenbare ‘netprofielen’ en daaraan gekoppelde doelgroepen: herkenbaarheid, meneertje. Dat gehengel naar de gunst van een vast publiek (en daarmee naar marktaandeel) heeft in Hilversum geleid tot een hoge mate van gebrek aan lef, creativiteit en vernieuwingsgezindheid. Zelfs nieuwe omroepen als LLink en Max zaten bij hun intrede in het bestel meteen in een keurslijf en wisten hun achterban amper nog te verrassen met de nieuwe televisie die ze in ruil voor ons belastinggeld beloofden.

De eenvormigheid heeft kijkers veel gemakzuchtig infotainment en ook heel veel BN’ers gebracht. Het oude adagium dat televisie ons een venster op de wereld verschaft, verloor navenant aan betekenis. Met uitzondering van programma’s als Tegenlicht, Import, Reporter, Van Dis in Afrika en In Europa zijn buitenlandrubrieken in het tv-aanbod inmiddels betrekkelijk zeldzaam. Zoals het pamperen van de gewone, ‘authentieke’ Nederlander in talloos veel programma’s de kijker eveneens het zicht heeft benomen op de kunstenaars, ondernemers, denkers en andere geleerden, aan wie je in vroeger tijden nog wel eens een heel tv-portret gewijd zag. Op z’n best komt hun verhaal even voorbij in een talkshow van Pauw & Witteman of wordt er af en toe 25 minuten zendtijd voor ze ingeruimd in een extra late uitzending van Profiel.

Echt markante tv-presentatoren vormen trouwens ook een bedreigde soort. Vrijwel alle vrouwelijke boegbeelden van het Mediapark zijn, net als Mies Bouwman en Willy Dobbe, vooral hostessen die sfeer en empathie moeten verkopen, maar nooit om hun inhoud voor een tv-programma worden gevraagd; een journalistieke vakvrouw als Clairy Polak en een multi-inzetbaar talent als Sophie Hilbrand dan niet te na gesproken. En spraakmakende mannen die je onlosmakelijk met een bepaalde stijl of aanpak in tv-land associeert, zijn ook op één hand te tellen.

Peter R. de Vries is er nog een, net als Paul de Leeuw, Prem Radhakishun, Wilfried de Jong en Jeroen Pauw. Twan Huys is degelijk, maar nog niet echt een ‘anker’. Beau van Erven Dorens heeft de belofte nooit kunnen waarmaken. Max Westerman is op de verkeerde manier veel te hoekig. En Jort Kelder heeft zich bij de KRO laten omscholen tot allemansvriend, terwijl juist hij de Jeremy Paxman (Newsnight, BBC) van de Nederlandse televisie had kunnen worden. Matthijs van Nieuwkerk vind ik nog steeds groeien. Vooral dankzij hem werd De Wereld Draait Door het beste langlopende programma van dit moment. De formule ervan staat als een huis, en veel meer dan in voorgaande seizoenen durft Van Nieuwkerk zijn tanden te zetten in onderwerpen die controversiëler zijn dan wat er die dag in kleine culturele of mediakring speelt. Naar DWDD zal ik in ieder geval ook als vrij zwevende zapper altijd wel blijven kijken.

Verbazingwekkend in het tv-aanbod van de voorbije vijf jaar vond ik de consistente afwezigheid van gekleurd Nederland. Dat de multiculturele samenleving een feit is, blijft op de menukaart van Hilversum volstrekt onderbelicht. Of Surinamers, Antillianen, Marokkanen, Turken en andere etnische bevolkingsgroepen zouden het normaal moeten vinden dat Hilversum voor hen een reservaat op de doodse zaterdagmiddag heeft ingericht, waarop ze elk hun eigen ‘roots’-tv voorgeschoteld krijgen. En dat ze de televisie in de regel anderszins alleen halen als er slecht nieuws over allochtonen valt te melden.

In de grote tv-shows en in al die andere hartelijke, warmbloedige formats die de programmering van Nederland 1 en de RTL-zenders vandaag de dag zo domineren, ontbreken ze in elk geval. Terwijl die misschien wel het bij uitstek het ideale podium voor integratie zouden kunnen vormen. Jörgen Raymann is met Raymann is Laat al sinds 2001 (!) een heel eenzame pionier als het gaat om tv-shows waarin ‘diversiteit’ vanzelfsprekend is, en terecht maakt hij zich er boos om dat de rest van Hilversum al die tijd ostentatief ‘wit’ is gebleven.

Maar goed, die diversiteit schijnt voor de komende jaren bovenaan de agenda van de publieke omroep te staan, zoals er daar – op afstand –nog wat meer goede voornemens zijn te bespeuren. Paul de Leeuw richtte samen met nota bene Joop van den Ende het bedrijf E.V.A. (En Vele Anderen) op, dat zich wil profileren met televisie die nou eens niet op voorhand confectie moet zijn. De nieuwe directeur van de KRO wil het journalistieke gehalte van zijn omroep opwaarderen. En de VPRO doet, met Lex Runderkamp als presentator, Charles Darwins reis met de Beagle over in een tv-project waarvoor miljoenen zijn geïnvesteerd.

Al die vrienden, bekenden, mediacollega’s en Volkskrant-lezers die me de afgelopen jaren lieten weten ‘allang’ geen televisie meer te kijken dan wel meldden te zijn uitgeweken naar Canvas en de BBC, hebben straks dus misschien weer redenen om er toch weer in te gaan geloven.

Rest mij hier dan nog de kans als scheidend tv-recensent de deur achter me dicht te trekken zonder bezwaard gemoed. Daar ga ik: Catherine Keijl, ik had u in mijn beginjaren nooit een ‘veenlijk’ mogen noemen; ik bediende me met die kwalificatie van dezelfde hufterige afzeikmethoden als in het tv- en internetgenre dat ik zo verafschuw. Dat uw diva-achtige magneetwerking haar nut onmiskenbaar heeft gehad, mag met terugwerkende kracht blijken uit de hoge kijkcijferscores die u met Max & Catherine haalde.

Jan Joost van Gangelen: sorry ook, u ziet er in werkelijkheid vermoedelijk helemaal niet uit als een pannenkoek. Cees Grimbergen: al die bombarie die u in Rondom Tien en in uw gelegenheidsprogramma Grim tentoonspreidde en nog tentoonspreidt, reken ik vanaf nu tot gewenst markant tv-persoonlijkheidsgedrag. Andries Knevel: idem dito. Yvon Jaspers: keer als abonnee toch terug naar het Volkskrantske, vrouwke, u zult hier nooit meer lezen dat ik het schmieren vind wat u doet. Jan Mulder en Frits Barend: u begrijpt toch wel dat ik alleen op de heel groten weleens vanuit de heup probeerde te schieten. Ingeborg Beugel: als ik eerder had geweten van uw eigen langjarige seksverdwazing had ik uw documentaires over de zoektocht naar ware lichamelijke liefde in Nederland veel beter kunnen plaatsen. Hugo Borst: zie Cees Grimbergen. Mevrouw De Jong: sorry, sorry, sorry: het was inderdaad te lang en te gekmakend; als hij het nog op prijs stelt, breng ik onze inmiddels 6-jarige zoon alsnog met een Dikkie Dik-verhaal naar bed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden