Opnieuw relevantSubsidies voor popmuziek

Eindelijk subsidie voor popmuziek – en toch is dat nog geen reden voor feest

Torre Florim op Lowlands.Beeld Hollandse Hoogte / Harold Versteeg

De popmuziek is eindelijk doorgedrongen tot het hart van de kunstsubsidies. Toch roept dat in de popwereld meer vragen dan vreugde op. Want waarom deed maar één band een aanvraag en wordt het internationaal aangeschreven Eurosonic overgeslagen? 

De Tweede Kamer praat maandag met minister Ingrid van Engelshoven over de financiering van en de uitgangspunten voor het kunst- en cultuurbeleid in de komende vier jaar. Daarom brengen wij dit verhaal opnieuw onder de aandacht.

Hoera! Als eerste rockband gaat De Staat uit Nijmegen doordringen tot de ‘culturele basisinfrastructuur’ van Nederland. Dat is het hart van het rijkssubsidiestelsel voor cultuur en heet kortweg de ‘BIS’ in de wandelgangen van de kunstprofessionals.

Inderdaad, dit verhaal gaat niet over de triomfen die de Nederlandse popmuziek normaal gesproken viert. Een nummer-1-hit, een gouden plaat, een buitenlandse tournee. Dit verhaal gaat over hoe de popmuziek in Den Haag overeind is gebleven in bestuurlijke adviesrondes, ambtelijke molens en politieke besluitvorming.

Daarom eerst even de maat aangeven, als een drummer die aftikt voor een nummer begint.

(Eén!) De BIS valt rechtstreeks onder de minister van Cultuur. Hierin zitten de gezelschappen en instellingen die vitale functies vervullen voor de Nederlandse kunstleven: de symfonieorkesten, de grootste dans- en theatergezelschappen, de belangrijkste festivals, de vernieuwende ensembles en de bepalende presentatie-instellingen en ontwikkelplekken voor eigentijdse kunst.

(Twee!) De Raad voor Cultuur adviseert de minister iedere vier jaar wie in aanmerking komt voor het beperkt aantal plekken dat de BIS telt. Drie weken geleden bracht de raad zijn subsidieadviezen uit om de BIS in de periode 2021-2024 te vernieuwen.

(Een-twee-drie-vier!) Minister Ingrid van Engelshoven (D66) studeert daar momenteel op en gaat er maandag over in debat met de Tweede Kamer. Het kan tot wijzigingen in de toekenningen leiden, want uiteindelijk belanden alle subsidietoekenningen in de begroting van Prinsjesdag. Het parlement moet daarmee instemmen.

De Staat dus. Vier jaar lang ontvangen ze 225 duizend euro subsidie per jaar.

De vijfkoppige band onder aanvoering van zanger Torre Florim heeft in dertien jaar tijd een oeuvre van vijf studioalbums bij elkaar gespeeld met eigenzinnig hoekige rock. De videoclip van hun hit Witch Doctor – een computeranimatie van een mensenmenigte die om Florim kolkt – viel in 2015 op het filmfestival van Bogotá in de prijzen. De Staat maakte ook sinds de tournee na het tweede album Machinery (2011) furore met theatrale shows. Het culmineerde in de zomer van 2019 in een optreden als headliner in de grote Alpha-tent van Lowlands.

‘Het vakmanschap van de bandleden is groot en ook de algehele artistieke kwaliteit die De Staat realiseert is hoog’, schrijft de Raad voor Cultuur. ‘De Staat is een voortrekkersrol gaan spelen voor de Nederlandse popmuziek.’

De ronkende woorden maken nieuwsgierig naar de beoordeling van de subsidieaanvragen van andere bands. Alleen: die zijn er niet. De Staat is opmerkelijk genoeg de enige band die zich heeft gemeld voor de rijkssubsidie.

Zo is er meer dat vragen oproept over de entree van de popmuziek in de BIS. De Popronde – het door het land reizende festival dat zich in 25 jaar heeft ontwikkeld tot lanceerplek voor jonge bandjes – zit er wel in (389.630 euro per jaar). Maar Eurosonic Noorderslag (ESNS), dat vanaf 1986 langzaam is uitgegroeid tot het nieuwjaarsfestival van de Europese popindustrie, valt buiten de boot (600 duizend euro per jaar aangevraagd).

‘We zijn blij verrast’, zegt Bas Broeder, die de zakelijke leiding heeft bij de Popronde. ‘Je kijkt toch op tegen de BIS, want dat is zo’n beetje de eredivisie van de podiumkunsten.’

‘De afwijzing komt voor ons als een donderslag bij heldere hemel’, zegt Dago Houben, directeur van ESNS. ‘Als de BIS er nu ook voor is om de infrastructuur in de popmuziek te waarborgen, kunnen wij niet ontbreken. Wij spelen een grote rol in de talentontwikkeling nadat bands zijn doorgebroken bij de Popronde. Ik hoop dat de Tweede Kamer in opstand komt, ook al omdat dit besluit ons festival treft in onzekere tijden.’

Zodoende blijft het grote feest uit. De Popcoalitie, de belangenvereniging van de sector, schreef de Raad voor Cultuur deze week een brief. De eerste zin is nog opgewekt: ‘Popmuziek zit in de BIS – dat voelt als een kleine culturele revolutie.’ Maar het schrijven eindigt teleurgesteld.

De Staat op Lowlands Festival in 2019.Beeld Hollandse Hoogte / Harold Versteeg

‘Voor een echte revolutie is het aandeel van popmuziek in het cultuurbeleid nog wat weinig. 0,2 procent (225.000) van het podiumkunstenbudget (143.890.000) gaat naar popmuziek. Van het gehele BIS-budget (195.963.959) is dat 0,6 procent (inclusief ontwikkelinstellingen). Ter vergelijking: 62 procent van het podiumkunstenbudget gaat naar academische, gecomponeerde muziek (in de volksmond: klassiek). Van het totale BIS-budget is dat 45 procent.’

Het begon allemaal drie jaar geleden met een advies van de Raad voor Cultuur aan de minister om het subsidiebeleid voor muziek eens flink open te gooien. Het telde 122 bladzijden en was getiteld De balans, de behoefte, naar een tekstregel van rapper Typhoon. Het advies was zulk groot nieuws dat de Volkskrant het op 23 november 2017 op de voorpagina zette. ‘De overheid moet bij subsidies voor muziek meer oog krijgen voor populaire genres als pop, dance, urban en het Nederlandse lied.’

De raad schreef: ‘Te lang is alleen gekeken naar de muziek die al deel uitmaakt van het bestel. Dat heeft een verkokerde visie opgeleverd op de muzieksector en op wat daarin gebeurt. Daar willen we mee afrekenen.’

Minister Van Engelshoven zag daar wel iets in en spoorde de raad anderhalf jaar later in haar Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021-2024 aan subsidieaanvragen uit de popmuziek en urban arts (een beleidsterm waaronder hiphop valt) te honoreren. Maar toen de definitieve subsidieregeling met al zijn paragrafen en lemma’s in november 2019 verscheen, was niet meteen duidelijk hoe bands zich konden aanmelden. ‘Artikel 3.17 Muziekensembles en koren’ stond open voor wie ‘oude muziek, klassieke of modern-klassieke muziek, of eigentijdse muziek’ beoefent.

‘Vallen daar ook rockbands onder?’ Arjo Klingens, manager van De Staat en een paar andere bands, en voorzitter van de Popcoalitie, herinnert zich dat ze dat vroeg op een voorlichtingsdag van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

‘Het is opvallend dat daar niet over was nagedacht. We zijn een tijdje van het kastje naar de muur gestuurd. Vlak voor de kerstvakantie wisten we het. Toen hebben we met de band en onze raad van toezicht besproken of we ook echt een aanvraag zouden indienen.’

Na een lichte aarzeling stemt Klingens erin toe de subsidieaanvraag van De Staat toe te lichten. De band kreeg in 2016 een stortvloed van kritiek en zelfs bedreigingen op zich af, nadat de Nijmegenaren meerjarige subsidie hadden gekregen van het Fonds Podiumkunsten (FPK). Het ging om vier keer 282 duizend euro. Ook dat is rijksgeld, maar de verdeling ervan staat op grotere afstand van de minister van Cultuur.

De teneur was: een klein miljoen aan belastinggeld voor een popbandje, dat willen we allemaal wel! De VVD en PVV stelden Kamervragen. Het leidde tot niets, de ophef trok weg en De Staat werkte door. Het liet zien hoe explosief het onderwerp ‘popmuzieksubsidies’ kan zijn.

‘Voor we de aanvraag bij de BIS deden, hebben we even stilgestaan bij de vraag wat subsidie doet voor het imago van de band. Maar ik denk al heel lang: waarom zou een popartiest of een band niet dezelfde status kunnen hebben als een theatergezelschap wanneer hun muziek jarenlang van constante waarde is?’

De aanvraag voor de BIS past bij De Staat, omdat die regeling volgens Klingens beter aansluit bij de werkwijze in de popmuziek dan de meerjarige regelingen van het FPK. ‘Daar zitten verplichtingen aan vast over het aantal concerten dat je geeft, maar een band is niet per se gebaat bij zo veel mogelijk optredens. Je moet soms ook even in retraite en uit beeld zijn om aan een nieuwe plaat te werken. Het is een heel ander ritme dan een orkest of toneelgezelschap dat niet zijn eigen repertoire schrijft.’

RoosbeefBeeld Hollandse Hoogte / Alex Vanhee

De ingewikkelde verhouding tussen popmuziek en subsidie kent een lange geschiedenis, die vermoedelijk zijn oorsprong vindt in het rebelse karakter van rock-’n’-roll in de jaren vijftig en pop in de jaren zestig. Het afzetten tegen het establishment werkte twee kanten op: de kunstelite en popmuziek waren als water en vuur. Geholpen door de opkomst van de consumptiemaatschappij bleek popmuziek een product te zijn dat zich onder de babyboomers makkelijker liet vermarkten dan symfonieën van Jean Sibelius of cantates van Dietrich Buxtehude.

Inmiddels is de popmuziek een Nobelprijs en 39 studioplaten van Bob Dylan verder. In de 21ste eeuw is het ‘met z’n allen nadenken’ hoe popmuziek het best in het subsidiebestel past, zegt Klingens. Want wie denkt dat popmuzikanten veel geld verdienen, heeft het mis.

In 2015 bleek uit onderzoek van muziekrechtenorganisatie Sena dat in Nederland ‘pop- en urbanartiesten gemiddeld 18 duizend euro bruto per jaar verdienen met hun muziekwerk, waarvan ongeveer de helft uit optredens en de rest uit lesgeven, auteursrecht, compositieopdrachten et cetera’. Bovendien: ‘Dit gemiddelde wordt vertekend door een kleine groep goedverdienende musici; ruim de helft van de musici verdient niet meer dan 9.000 euro bruto met muziek.’

Toch is de stap naar het aanvragen van subsidie groot. Geen enkele band of manager heeft Klingens gevraagd, ‘als ik het me goed herinner’, hoe ze in 2016 de subsidie voor De Staat had weten binnen te slepen. Voor dat gebrek aan interesse heeft ze wel een paar verklaringen.

De meeste bands zijn niet gewend vier jaar vooruit te kijken, omdat in de popsector vrijwel niemand verder dan één plaat vooruitdenkt. Subsidieaanvragen vergen veel administratief werk en succes is zeker niet verzekerd, dus denken managers wel drie keer na voor ze daar tijd in investeren. En voor grote subsidies moet je georganiseerd zijn als een stichting met een bestuur en een raad van toezicht, en dat is voor bands een ver-van-mijn-bedshow.

‘Je moet het ook allemaal maar op papier krijgen in het fondsenjargon’, zegt Bas Broeder van de Popronde, die zelf afgelopen vier jaar subsidie kreeg uit het Fonds voor Cultuurparticipatie. Jaar in, jaar uit ziet hij beginnende bands voorbijkomen in de veertig steden die de Popronde aandoet. ‘De bands weten wel de weg te vinden naar de eenmalige subsidies voor een tournee bij het Fonds Podiumkunsten, maar dit strategische vooruitdenken is nieuw voor ze. De Staat is een breekijzer geweest. Ik verwacht wel dat er meer gaan volgen.’

Thomas AzierBeeld Hollandse Hoogte

Het denken over popsubsidies zit in een overgangsfase, zegt Henriëtte Post, directeur van het Fonds Podiumkunsten (FPK). Een groot onderzoek naar de popsector door het ministerie van Cultuur heeft vanwege de coronacrisis vertraging opgelopen. ‘Maar iedereen is benieuwd naar de uitkomsten.’

Jarenlang, zegt Post, is ook door de sector zelf gedacht dat vooral poppodia subsidie moesten krijgen om bandjes te kunnen programmeren. Het inmiddels opgeheven Popinstituut was daar vanaf de jaren tachtig de spil in. Na fondsenfusies, stelselherzieningen en bezuinigingen – ook bij gemeenten – is bij podia nauwelijks meer sprake van een programmeringsbudget. 

Sindsdien is het zoeken hoe pop het best te subsidiëren is. Het eerst wisten groepen het FPK te vinden die op het snijvlak met theater of wereldmuziek zaten, vult Floris Vermeulen aan, die de muzieksubsidies van het FPK overziet. Denk aan de oude punkers van De Kift met hun verhalende projecten en de Amsterdam Klezmer Band.

‘Het is weinig constructief om na te denken hoe je de popmuziek kunt laten passen in de mal van het theater en de klassieke muziek’, zegt Post. ‘Beter kun je bedenken hoe de pop in elkaar zit en waar je dan kunt bijdragen aan ontwikkeling.’

Zo’n ingang lijkt gevonden met de Upstream Music-regeling, die het FPK sinds 2019 uitvoert en waarvan artiesten als Jeangu Macrooy, Thomas Azier, Roosbeef en Blaudzun gebruikmaken. Het is bedoeld als investering (en deels lening) voor een band of artiest die al met een label een plaat aan het maken is of met een management een publiciteitscampagne voorbereidt. Hier is veel animo voor.

Het laat goed zien hoe subsidie popartiesten kan helpen, zegt Vermeulen. ‘Het vergroot hun autonomie ten opzichte van labels, publishers en managers, omdat het ze financieel minder afhankelijk maakt. Ze kunnen daarna hun zelfstandigheid vergroten door meer naar de lange termijn te kijken. De instelling ‘ik zie wel wat er gebeurt’ maakt je kwetsbaarder.’

Het FPK geeft voorlichting over de subsidies in panels in het symposiumprogramma van het vierdaagse Eurosonic Noorderslag. Het is waar je moet zijn om te weten wat er in de Nederlandse en Europese popwereld speelt. Optredens op het Groningse festival zijn een katalysator geweest voor de carrière van de De Staat. Toen daar een jaar of vijf geleden in een paneldiscussie in gunstige zin over de Popronde werd gesproken zónder dat zakelijk leider Bas Broeder zelf aan tafel zat, wist hij: ‘We tellen mee.’

De afwijzing van het ESNS-festival voor de BIS voelt daarom voor de popsector als een vlek op het advies van de Raad voor Cultuur. Dat ook de aanvraag van het invloedrijke Amsterdam Dance Event niet is gehonoreerd bevestigt hun indruk dat de raad popmuziek nog niet goed begrijpt. Het voelt bovendien als een slap excuus dat de raad de minister aanraadt over vier jaar meer geld voor festivals te reserveren, zodat dan de pop ook kan meedoen, terwijl dat nu al het beleid was.

Eurosonic Noorderslag heeft voor de zekerheid ook een aanvraag ingediend bij het Fonds Podiumkunsten, dat begin augustus zijn subsidiebesluiten openbaart. ‘Ik verwacht daar weinig van’, zegt directeur Dago Houben, ‘want zij hebben ons vorige keer weliswaar goed beoordeeld, maar doorverwezen naar de BIS.’

De voortekenen waren ook goed, aangezien de in de Staatscourant afgedrukte subsidieregeling voor de BIS in ‘Artikel 3.22 Festivals’ voorschreef dat de aanvragende instellingen ‘er mede op gericht zijn een platform te bieden voor internationale uitwisseling tussen vakgenoten’. En als ESNS íéts is, dan is het dat. ‘Wij concurreren met andere showcasefestivals in Europa’, zegt Houben. ‘Om dat vast te houden hebben wij als non-profitorganisatie structureel subsidie nodig. Het vergelijkbare Reeperbahn-festival in Duitsland krijgt voor vijf jaar 27 miljoen euro van de overheid.’

De Raad voor Cultuur reageert alleen schriftelijk op vragen over de toekenningen, vanwege de gevoelige fase waarin het subsidietraject zich bevindt. De teleurstelling over de weinige plekken voor popmuziek, begrijpt de raad niet. In de vorige BIS zat popmuziek verscholen bij de multidisciplinaire ontwikkelinstelling De Nieuwe Oost en nu zijn er drie bijgekomen – naast De Staat, Popronde ook het Hiphophuis in Rotterdam. ‘Dat is een verviervoudiging.’

De afwijzing van de popfestivals is geen verborgen signaal aan de minister. Zo van: als u meer geld had vrijgemaakt, konden ze wel mee. ‘De raad heeft op basis van een inhoudelijke beoordeling van de vragen geadviseerd binnen de ruimte die de regeling bood. Daarbij is gezocht naar een goede balans tussen continuïteit, artistieke kwaliteit, vernieuwing en verbreding, en regionale spreiding.’

De bal ligt nu bij de Tweede Kamer. Het parlement heeft nog een in november toegezegd onderzoek naar de toestand van de popsector tegoed van minister Van Engelshoven. Maar zij liet deze week in een brief aan de Kamer weten dat die vanwege de coronacrisis pas aan het eind van de zomer af is. Vooruitschuiven van het lot van de popfestivals ligt dus in het verschiet.

Bij de Popronde maken ze zich intussen op voor een nieuwe fase in hun bestaan. ‘We nemen nu behoorlijk wat hooi op onze vork als regisseur van de talentontwikkeling in Nederland’, zegt Bas Broeder. ‘Het vergt meer mankracht en we leggen nu even de boel tegen de meetlat om te kijken hoe we ons kantoor gaan opzetten.’

Voor De Staat is er nu ruimte om voor het zesde album met andere artiesten samen nieuwe liedjes te schrijven. Daarnaast gaan ze tien geluidskunstwerken bouwen en zich ontwikkelen tot kunstenaarscollectief. De BIS geeft ruimte. Head space, noemt manager Arjo Klingens dat.

De Staat

De bandnaam De Staat verwijst naar De staat, het hamerende minimalmusicstuk uit de jaren zeventig waarmee componist Louis Andriessen de basis legde voor de Haagse School. Hij verwees daarmee op zijn beurt weer naar het politieke traktaat De staat van de Griekse wijsgeer Plato. Veel toepasselijker kan de naam van een band die het Binnenhof bedwingt nauwelijks zijn.

Het optreden van De Staat op Lowlands in 2019 kreeg 5 sterren in de Volkskrant. ‘We vallen van de ene verbazing in de andere.’

In januari zagen we een bloeiende 2020-editie van Eurosonic Noorderslag. ‘Hier ontvouwt zich de Nederlandse popmuziek in al zijn veelkleurigheid.’

En onze verslaggeving over het op 4 juni uitgebrachte advies van de Raad voor Cultuur over de subsidietoekenningen voor de BIS, vindt u hier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden