Eindelijk ruimte voor zuidelijke degelijkheid

De vestiging van het NAi in Maastricht is het laatste wapenfeit van vertrekkend directeur Aaron Betsky. Geen dependance van Rotterdam, maar ‘snoepjes’ zijn er welkom....

Er waren ballonnen en Limburgse vlaaien, de fanfare was uitgerukt en er waren Belgische NAi-bonbons. Het Nederlands Architectuurinstituut in Maastricht werd zaterdag feestelijk geopend door minister Van der Hoeven van Cultuur.

Niet zo maar een dependance van Rotterdam, maar een serieuze, zelfstandige tweede vestiging in Limburg moet het worden, beklemtoonden plaatselijke bestuurders. ‘Ik heb het steeds over een dependance omdat ik dacht dat je hier juist met chique Franse woorden aan moest komen’, reageerde directeur Aaron Betsky na alle toespraken.

Hij liep vierenhalf jaar geleden per toeval de Limburgse directeur van de vastgoedonderneming Vesteda tegen het lijf en klaagde over de kinderziektes van zijn (Vesteda-)appartement in de Rotterdamse woontoren De Hoge Heren. Datzelfde Vesteda is nu hoofdsponsor van de vestiging. Het rijk, de provincie en de gemeente betaalden ook mee.

Het NAi Maastricht is Betsky’s laatste wapenfeit. In november wordt hij de nieuwe directeur van het Cincinnati Art Museum. ‘Ik ben erg blij dat het open is nog voordat ik weg ben.’

Waarom een tweede vestiging en waarom Maastricht? Betsky: ‘Er is onderzocht dat mensen voor het bezichtigen van een tentoonstelling bereid zijn gemiddeld één uur te reizen. Het NAi in Rotterdam bestrijkt de Randstad, maar niet verder. Het zuiden is een interessant gebied vanwege de internationale uitstraling. Maar ook de specifieke geschiedenis is interessant: dat romantische landschap in combinatie met de overblijfselen van die enorme mijnindustrie.’

Dat het NAi zelf is gevestigd in de zogeheten Wiebengahal, op het voormalige terrein van de aardewerkfabriek Sphinx-Céramique, is typerend: oude industriële monumenten krijgen een nieuwe bestemming. De hal uit 1912, vernoemd naar architect J.G. Wiebenga en in 1991 uitgeroepen tot Rijksmonument, is bijzonder om zijn betonnen schaaldak. Na een eerste restauratie door architect Hubert Jan Henket deed het jarenlang dienst als expositieruimte van het naastgelegen Bonnefantenmuseum. Nu, na een tweede ingreep (kosten: vier miljoen euro), is er een semi-permanente tentoonstelling te zien: Van Cuypers tot Coenen, over de geschiedenis van de Limburgse architectuur van 1750 tot 2050.

Het NAi bestrijkt twee verdiepingen van het gebouw, de begane grond en de zolder. De rest biedt onderdak aan het Limburgse restauratie-atelier en aan het kantoor en de woongalerie van Vesteda.Op de begane grond is ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen. Speerpunt van het NAi Maastricht vormt design en vormgeving, een wens van de provincie. Verder zal het programma zich toespitsen op de architectuur van de zogenoemde Euregio. ‘Wij zien Maastricht toch een beetje als het brandpunt van het nieuwe Europa’, zegt Betsky. ‘Er komen tentoonstellingen die alleen hier te zien zullen zijn. Maar het zal ook voorkomen, zoals bij de grote Cuypers-tentoonstelling volgend jaar in Rotterdam, dat we de snoepjes eruit pikken.’

Jo Coenen is als Limburger, als architect van het NAi-gebouw in Rotterdam, als voormalig Rijksbouwmeester en als ontwerper van het stedenbouwkundig plan voor het Céramique-terrein nauw betrokken geweest bij het NAi Maastricht. Voor hem is het een verwezenlijking van een langgekoesterde gedachte. ‘Nederlandse architectuur is meer dan Hollandse architectuur. En dat is geen chauvinisme. De architectuur hier kenmerkt zich door degelijkheid, een royale omgang met ruimte en een weerstand tegen namaak. Dat is toch anders dan de architectuur van de Wild West, van Almere en Rotterdam. De link met Parijs, Duitsland, België is veel sterker.’

Van die veronderstelde degelijkheid is op de openingstentoonstelling vooralsnog niet veel te zien. New Faces toont spetterende en heroïsche architectuur van vijf aanstormende architectenbureau’s in Europa: de Brit David Adjaye, het Nederlandse SeARCH, de in Berlijn werkzame Jurgen Mayer, en de twee architecten Julien De Smedt en Bjarke Ingels van het inmiddels opgesplitste Deens bureau PLOT – allemaal op het punt dat hun eerste grote projecten worden uitgevoerd.

Zoals Mayers futuristisch overdekte markt in Sevilla van grote kunststof bomen waar je ook bovenop kunt wandelen. Of Ingels gebouw in de vorm van het Chinese teken voor ‘volk’ – een toren die zich aan de basis naar voren en naar achter splitst. Oorspronkelijk was het een hotel in Zweden van tachtig meter hoog, nu zal het hoogstwaarschijnlijk in Shanghai verrijzen. Ingels op de opening: ‘Het ziet er goed uit. De hoogte hebben we alvast naar een meer Chinese schaal gebracht van tweehonderd meter. Ook de burgemeester is enthousiast. Die ziet er de perfecte combinatie in van het oude en het moderne China.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden