InterviewMark Ponte

Eindelijk is ook de zwarte gemeenschap in 17de-eeuws Amsterdam in beeld gebracht

Cornelis van Dalen II (naar Govert Flinck), Tronie van een vrouw met parelketting, ca. 1660. Amsterdam, Rijksmuseum.Beeld Rijksmuseum

De basis voor de tentoonstelling Zwart in Rembrandts tijd vormt het onderzoek van historicus Mark Ponte (40), die de zwarte gemeenschap in 17de-eeuws Amsterdam in kaart bracht. Aan de Volkskrant vertelt hij hoe ondertrouwregisters een goudmijn bleken.

Midden in de 17de eeuw laat de Amsterdamse Cathalina del Monte een contract opstellen. De bediende, in het document omschreven als ‘swartinne en jonge dochter’, verhuurt zich als kamermeisje aan het Duitse hof in Lüneburg. Een mooie functie, maar de bediende is slim genoeg om zich in te dekken: in het contract laat ze opnemen dat als ze het daar niet leuk vindt – ‘aldien haer Cathaline den dienst niet aenstonde & mits dien begeerde te vertreckken’ – ze terug kan gaan naar Amsterdam op kosten van het Duitse hof. Er was veel armoede, als zwarte bediende wist ze dat ze geen vangnet had. 

Cathalina was een scherpe vrouw in de Republiek, met een internationale carrière en een strategie. Ze was vrij van slavernij, hoewel bedienden veelal afhankelijk waren van beslissingen van hun werkgevers. Toch, de vondst van het contract in het Amsterdamse stadsarchief laat zien dat zij een zekere autonomie had.

Akte waarin Bastiaan en Manuel Fernando worden genoemd als zeemannen in dienst van de Admiraliteit.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Het zijn dit soort akten waarnaar historicus Mark Ponte (40) op zoek is: namen, feiten en gegevens van zwarte Amsterdammers in de 17de eeuw. Zijn onderzoek begon klein, als ‘voetnoten van de geschiedenis’ op een eigen website, en inmiddels is zijn zoektocht naar mensen van kleur in het Amsterdamse systematisch, en heeft hij er meerdere wetenschappelijke artikelen over gepubliceerd

Het onderzoek vormt de basis voor de tentoonstelling Zwart in Rembrandts tijd (en het gelijknamige boek), die vrijdag opent in het Rembrandthuis in Amsterdam. Ponte, die werkt bij het hoofdstedelijke Stadsarchief, bracht in kaart waar mensen van Afrikaanse en Afro-Braziliaanse afkomst in de stad woonden – en wie ze waren. Dat leidde onder meer tot de vondst dat er een heuse, hechte gemeenschap woonachtig was rond de Jodenbreestraat, de straat waar ook Rembrandt zijn atelier had – nu de locatie van museum Het Rembrandthuis. Zo komt hij dicht bij de zwarte figuren die in Rembrandts werk zijn afgebeeld.

In een Amsterdams café vol wanddecoraties die verwijzen naar verre oorden – kamelen, exotische planten en bloemen – naast een rustig rommelende kaketoe op de bar, licht Ponte zijn onderzoek toe. ‘Er waren wel eerder plukjes onderzoek gedaan, hier en daar. Maar ik wilde systematisch onderzoek doen naar mensen van kleur en zien of er onderling contact was. Ik ging in de archieven op zoek naar termen als ‘Angola’ of ‘Brazilië’ in de gedigitaliseerde bronnen, of de toevoegingen ‘swart’ of ‘moriaan’. 

Rijke bron

Tijdens het maken van een tentoonstelling over afschaffing van de slavernij, in 2013, merkte de historicus dat er een rijke bron is voor gegevens over zwarte bewoners van Amsterdam: de ondertrouwregisters. Die zijn namelijk compleet, van de late 16de eeuw tot in de Napoleontische tijd, toen het bevolkingsregister werd ingevoerd; en ze geven meer informatie dan andere documenten, zoals doop- en trouwakten. Op een ondertrouwakte werd namelijk altijd vermeld waar iemand vandaan kwam en, uitsluitend voor de mannen, wat hun beroep was. Soms tref je ook nog een omschrijving als ‘swartin’ of het Latijnse ‘nigri’ aan. Deze registers bleken een goudmijn; Ponte kon nu op herkomst zoeken. In elk geval de eerste generatie immigranten is betrouwbaar in beeld gebracht. Door namen te verbinden en gegevens te vergelijken met andere akten, zoals doop- en huwelijksakten, vond hij een netwerk aan relaties. 

De interesse in mensen met niet-westerse achtergrond die in Europese kunst zijn afgebeeld is van recente datum. Musea en wetenschappers hebben een onderwerp aangeboord dat vrijwel onontgonnen was. Het is niet ongebruikelijk dat bij beschrijvingen van een schilderij ieder afgebeeld mens wordt benoemd, behálve de zwarte persoon. De blinde vlek in de kunstwereld wordt nu aangepakt door onder meer archiefonderzoekers en historici bij kunstonderzoek te betrekken. 

Zo bracht vorig jaar het grote Musée d’Orsay in Parijs de tentoonstelling Le modèle noir over de rol van zwarte mensen in de Franse kunst van de 19de eeuw. Door samenwerking met experts van het Franse Nationaal archief konden meerdere figuren op schilderijen worden geïdentificeerd, bijvoorbeeld door de vondst van contracten met deze modellen. De modèles noirs, voorheen in de musea vaak aangeduid als ‘een slaaf’ of ‘negerinnetje’, kregen eindelijk een naam. Deze namen werden door Musée d’Orsay op de hoge binnengevel van het museum geschreven.

De ondertrouwakte van Bastiaan Fernando en verloofde Maria, 19 maart 1657.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Je komt veel zwarte mensen tegen op Hollandse schilderijen, zoals die van Rembrandt, als je er eenmaal op let. Ponte wilde dit deel van de Amsterdamse migranten in kaart brengen. ‘Rembrandt woonde midden tussen de Portugese Joden en tussen veel zwarte mensen uit Brazilië en Afrika. Hij had dus verschillende mensen om zich heen die model konden staan.’ Jammer genoeg kan hij nu nog geen mensen die Rembrandt heeft geschilderd een naam geven, daarvoor zijn documenten nodig die schilderijen met mensen verbinden, zoals een kwitantie van een modelsessie. Maar er komt wel veel waardevolle informatie bovendrijven tijdens Pontes onderzoek. 

Zo zouden volgens de onderzoeker voor Rembrandts beroemde schilderij Twee Afrikaanse mannen (1661) de broers Bastiaan en Manuel Fernando model hebben kunnen staan. Zij kwamen in 1656 uit Sao Tomé, een eiland voor de kust van West-Afrika, en gingen in Amsterdam bij de Sint Antoniespoort (op de huidige Nieuwmarkt) wonen, op een steenworp afstand van Rembrandts atelier. De mannen lijken op elkaar; dat ze broers zijn, zou dus goed kunnen. Ponte: ‘Ik weet zeker dat ik op Rembrandts werken mensen zie die ik ‘ken’ uit mijn onderzoek. Het zou heel mooi zijn als ik een match vind, maar dat blijft lastig. Maar ik kom wel steeds dichterbij. Zo kom ik in de archieven een aantal bedienden tegen die door hooggeplaatste mannen van de West-Indische Compagnie (WIC) zijn meegenomen uit de kortstondige Hollandse kolonie in Brazilië (Nederlands-Brazilië, 1630-1654). En er zijn veel regenten geportretteerd met zwarte bedienden, dus ik blijf zoeken.’

Rembrandt van Rijn, Twee Afrikaanse mannen (1661). Collectie Mauritshuis, Den Haag.Beeld Getty Images

Immigratie

Amsterdam groeide van dertigduizend inwoners in 1575 naar tweehonderdduizend aan het eind van de 17de eeuw, puur op basis van immigratie; de sterftecijfers waren in Amsterdam de hele eeuw hoger dan de geboortecijfers, dus de aanwas kwam geheel door arbeidsimmigratie en geloofsvluchtelingen van alle klassen. De groep immigranten is veel groter dan alleen de Portugees sprekende immigranten die Ponte onderzoekt. Er waren Asjkenazische Joden uit Oost-Europa, er waren Walen en Armeniërs, Duitsers en Scandinaviërs, Sri Lankanen, Bengalen en Indonesiërs. ‘Het interessante van onderzoek naar Braziliaanse immigranten is dat er, nadat de Hollandse kolonie in Brazilië was veroverd door de Portugezen, een echte uittocht was. Want onder de katholieke Portugezen waren de Joden en hervormden niet veilig. Het is een duidelijke, nieuwe groep in de Republiek.’

De vondst van een gemeenschap die niet eerder in kaart was gebracht, is tot nu toe de belangrijkste uitkomst van Pontes werk. ‘De gemeenschap rond de Jodenbreestraat was gebaseerd op zowel afkomst en religie als kleur en taal. Zo heb ik iemand uit Goa gevonden, die trouwde met iemand uit Brazilië. In beide gebieden werd Portugees gesproken.’ 

Tijdens het onderzoek kon Ponte constateren dat vrouwen een belangrijke rol speelden in de 17de-eeuwse zwarte gemeenschap in Amsterdam. Hij kwam één naam veel tegen: Francisca. In een notarieel verslag van een vechtpartij komt ze voor als iemand die ‘alle zwarten die de stad in komen koppelt aan de zwartinnen’. Ze verhuurde waarschijnlijk bedden aan zwarte zeemannen van de WIC en bracht hen in contact met zwarte bedienden. Op verschillende akten staat Francisca vervolgens als getuige. Ponte: ‘Vrouwen zijn doorgaans heel moeilijk te traceren in de geschiedenis. Ik wist wel dat in de Republiek de zeemansvrouwen een grote rol speelden: ze hielden hun families en een deel van de economie draaiende, als de mannen op zee waren. Maar dit onderzoek laat ook zien hoe de vrouwen een centrale rol speelden in de zwarte gemeenschap van Amsterdam.’

Ponte is inmiddels met vervolgonderzoek begonnen, onder meer naar het internationale netwerk van de Amsterdamse migrantensamenleving; er zijn aanwijzingen dat er mensen van gemengde afkomst bij de eerste kolonisten in Suriname waren. ‘En ik ben natuurlijk ook op zoek naar portretten van het Duitse hof, in de hoop Cathalina del Monte nog eens tegen te komen als bediende.’

Stephanie Archangel, Elmer Kolfin, Mark Ponte, David de Witt: Zwart in Rembrandts tijd.

Wbooks; 128 pagina’s; € 24,95.

Kleur bekennen

Twaalf Nederlandse musea gaan onder de noemer ‘Musea Bekennen Kleur’ samenwerken op het gebied van diversiteit en inclusie. Zij zullen tentoonstellingen en lesprogramma’s ontwikkelen over migratie, slavernij en de koloniale erfenis. De betreffende instellingen, waaronder het Rembrandthuis en het Stedelijk Museum (Amsterdam), het Centraal Museum (Utrecht) en het Bonnefanten (Maastricht), zullen de komende maanden brainstormen over de wijze waarop ze dit initiatief gaan realiseren. Rond de jaarwisseling treden ze naar buiten met een manifest.

Expositie Zwart in Rembrandts tijd toont een nieuwe aanwezigheid in het 17de-eeuwse stadsbeeld
In de 17de eeuw werden zwarte mensen voor het eerst anders afgebeeld dan als Caspar of kamerling, toont een expositie in het Rembrandthuis

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden