Kinderdijk

Beschouwing Bezoekerscentra

Eindelijk, een waardig ontvangst voor toeristen in Kinderdijk

Kinderdijk Beeld Ossip

Om de groeiende stromen toeristen in goede banen te leiden, worden prestigieuze bezoekerscentra gebouwd, zoals op de Hoge Veluwe en bij Kinderdijk. ‘De toeristen kwamen wel, maar we ontvíngen ze niet.’

‘Een sanitaire stop van wereldklasse. Onder die titel verscheen in 2010 een artikel over Kinderdijk in architectuurtijdschrift De Blauwe Kamer, als onderdeel van een serie over Nederlandse Werelderfgoedlocaties. Waar wás het werelderfgoed, vroegen de auteurs, landschapsarchitect Eric Luiten en architectuurhistoricus Marieke Berkers, zich af. Het zicht op het ensemble van molens en gemalen – in 1997 door Unesco uitgeroepen tot heritage of outstanding value (erfgoed van bijzondere waarde) – werd hun ontnomen door campers en touringcars met buitenlandse toeristen op een ‘rondje Europa’, het verzakte clubhuis van de ijsvereniging annex souvenirshop, reclameborden en een batterij toiletcabines. Veel touroperators die de route Parijs–Amsterdam rijden, maken in Kinderdijk een plasstop, legde de wethouder ruimtelijke ordening desgevraagd uit.

Het artikel schudde Kinderdijk wakker: er moest iets gebeuren aan de logistieke ramp waarin het dorp was veranderd. Na jaren van gesteggel tussen de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK), de gemeente, omwonenden, het waterschap en de provincie, kwam er een doorbraak in de vorm van een ruimtelijke visie. Bussen en campers werden verbannen naar parkeerplaatsen buiten het dorp en om het autoverkeer terug te dringen, kwam er een waterbusverbinding. Het ijsclubhuis werd gesloopt, de wc-huisjes verdwenen van de kade.

Elegante doos

Nu ‘zweeft’ daar, iets boven het maaiveld opgetild, een elegante doos van aluminium en glas: het bezoekerscentrum, dat op 7 september door prinses Beatrix is geopend. Architecten Dorus Meurs en Michael Daane Bolier wonnen de ontwerpprijsvraag in 2014 met een plan ‘in de geest van de functionele architectuur van de omringende gemalen’. En zo zou je het gebouw kunnen zien: als een gemaal dat de 600 duizend toeristen die het gebied jaarlijks bezoeken ‘rondpompt’.

Het bezoekerscentrum is strategisch gepositioneerd op de kruising van de entreeroute voor groepen die vanaf de busparkeerplaats, via de nieuwe brug over het water aankomen, en de Molenkade, waarover individuele bezoekers de polder in lopen. Onder het platte dak zijn twee glazen ruimten gemaakt – voor ontvangst en vertrek – die van elkaar worden gescheiden door een patio. In de ontvangstruimte kun je een introductiefilm bekijken en een kaartje kopen voor een tour door de twee museummolens en het 19e-eeuwse Wisboomgemaal. Op de terugweg maken de meeste toeristen een pitstop in het café met de souvenirwinkel en de wc’s – onzichtbaar weggewerkt in het souterrain. Voor het afsluitende Instagrammoment lopen ze vanuit de patio de trap op naar het dakterras, dat uitzicht biedt over het landschap met de 19 molens.

Het bezoekerscentrum in Kinderdijk is er een in een reeks recente, prestigieuze projecten, van het Afsluitdijk Wadden Center in Kornwerderzand tot het vernieuwde Biesbosch Museum bij Werkendam, dat meerdere architectuurprijzen heeft gewonnen. En dan is er nog het Park Paviljoen in het Nationale Park De Hoge Veluwe, dat afgelopen zomer werd ingewijd door Koning Willem-Alexander: een paleis van een pand, met een dubbele kap en goudkleurige aluminium gevels.

Van 10 naar 19 miljoen toeristen

De trend is eenvoudig te verklaren. Bezoekerscentra helpen het groeiende internationale toerisme – de afgelopen tien jaar steeg het aantal buitenlandse toeristen dat Nederland bezoekt van 10 naar 19 miljoen per jaar – te beteugelen, en er economisch voordeel uit te halen. Maar wat is een bezoekerscentrum eigenlijk, en hoe geef je het vorm?

‘Mensen uit de hele wereld komen hierheen, maar we ontvíngen ze niet’, zegt SWEK-directeur Cees van der Vlist over het bezoekerscentrum in Kinderdijk. En door bezoekers langs de ticketbalie te dirigeren, hoopt hij ze ook te verleiden tot een rondleiding. ‘Van de half miljoen bezoekers kocht voorheen slechts eenvijfde een kaartje. Dat geld is onze enige bron van inkomsten, daarmee bekostigen we het onderhoud van de molens. De Werelderfgoedstatus verplicht ons om dit in stand te houden én aan zo veel mogelijk mensen te vertellen waarom het van bijzondere waarde is.’ Dat laatste bleek niet voor iedereen evident; geregeld krijgt hij de vraag van buitenlandse toeristen ‘of al die molens zijn om graan te malen’.

Bezoekerscentrum Park Paviljoen Hoge Veluwe Ontwerp: Monadnock & De Zwarte Hond Beeld Stijn Bollaert

Een ‘moneymaker’, zo werd het Paviljoen in het Park De Hoge Veluwe bij de opening genoemd door landschapsarchitect Hank van Tilborg van bureau H+N+S, dat het plan voor de renovatie van het park tekende. ‘Meer bezoekers aantrekken, die meer spenderen, dat is het doel’, vertelt architect Job Floris van bureau Monadnock, die samen met architect Willem Hein Schenk van De Zwarte Hond het paviljoen ontwierp. Het gebouw, dat het oude zelfbedieningsrestaurant De Koperen Kop vervangt, omvat een café-restaurant met een keuken formaat balzaal, van waaruit dagelijks vijfhonderd gasten worden bediend. Ook zijn er en zalen die te huren zijn voor vergaderingen, huwelijken en heisessies. Daarnaast is er een uitgebreid geassorteerde winkel waar kinderen direct op de everzwijnknuffels afrennen, terwijl hun ouders wildpakketten en boshoning inslaan.

‘We willen zo min mogelijk afhankelijk zijn van subsidies’, vertelt Seger van Voorst tot Voorst, directeur van het Nationaal Park; een particuliere stichting. ‘Dat betekent dat je niet alleen ecologisch maar ook economisch naar het park moet kijken. Een natuurgebied dat geen geld oplevert, is niet duurzaam; als je niets onderhoudt, wordt het een puinhoop en verliest het zijn waarde.’ Om het park ‘bij de tijd te brengen’, liet hij in 2010 een Totaalplan maken, daarvan is het bezoekerscentrum onderdeel. Vooraf deed hij grondig onderzoek naar businessmodellen van de langst bestaande landgoederen in Engeland. Zo leerde hij dat een restaurant en winkel gecombineerd meer opleveren dan in aparte gebouwen, en dat winkels met een museale opstelling beter verkopen dan schappen. Lessen die zijn toegepast in het Paviljoen.

Gewijde grond

Het bezoekerscentrum moest meer worden dan een geldmachine. ‘We bouwen op gewijde grond’, zegt architect Floris, ‘we staan op de schouders van Berlage, die het Jachthuis Sint Hubertus bouwde als buitenverblijf voor het echtpaar Kröller-Müller, en van Henry van de Velde, architect van het Kröller-Müller Museum. Gebouwen die het hele park een culturele reputatie hebben gegeven.’ De open plek midden in het park bracht de ontwerpers op het idee een nieuw landhuis te ontwerpen. ‘Een icoon, maar ook een plek waar fietsers en wandelaars thuiskomen’, zegt architect Schenk. Ze namen elementen uit het landhuis – de karakteristieke kap, de open haard, de stijlkamer met houten lambrisering – en gaven daaraan een hedendaagse draai.

Het langgerekte gebouw zelf kreeg een gekromde gevel, die je vanaf de parkeerplaats naar de centraal gelegen entree begeleidt. Eenmaal binnen volgt de verrassing: het koepelgewelf dat onder de zuidelijke kap is gemaakt. Het geeft de open ruimte de monumentaliteit en sfeer van een kerk. Floris: ‘We wilden iets maken dat het gebouw boven de commerciële functie verheft.’ Geïnspireerd door de sierplafonds in stijlkamers ontwikkelden ze samen met BeersNielsen lichtontwerpers speciale ‘kroonluchters’ die licht op de wit gestuukte gewelven projecteren. De patronen in de lampenkappen geven het effect van zonlicht dat door de boomkruinen in het bos valt; sprookjesachtig mooi.

Verwelkomend, educatief, bezienswaardig. Het risico is dat het bezoekerscentrum zo veel extra toeristen trekt dat het ten onder gaat aan zijn succes. Op de Veluwe is men daar niet bang voor; het plan voor het park biedt ruimte om door te groeien tot 800 duizend bezoekers, de keuken van het Paviljoen kan tot wel duizend gasten per dag bedienen. Ook in Kinderdijk is men optimistisch. ‘De meerwaarde van de architectuur schuilt in de logistiek, hoe die hele carrousel van bezoekers nu is georganiseerd’, zegt Van der Vlist. ‘We ontvangen meer mensen, maar het gevoel van drukte is minder.’ Vorig jaar besloot de gemeente een nieuwe ontwerpwedstrijd uit te schrijven om de problemen rond de toegankelijkheid van het gebied op te lossen.

Lees verder over andere bezienswaardige bezoekerscentra

Het ‘levende’ paviljoen bij Kasteel Duivenvoorde in Voorschoten met zijn beweegbare houten gevel. Een in een reeks projecten om landgoederen nieuw elan te geven, zoals Landgoed Doornburgh, omgetoverd tot Buitenplaats voor Cultuur en Wetenschap.

Het ultraminimalistische glazen paviljoen op Landgoed Vijversburg in Tytjerk, waarover Kirsten Hannema eerder schreef

Biesbosch Museum Eiland, Werkendam, met groene ‘Hobbitdaken’ en levensgrote watermaquette. Eerder schreef Bob Witman een recensie van het gebouw. 

Afsluitdijk Wadden Center in Kornwerderzand, met uitzicht op de Waddenzee door hagelwitte honingraatgevels. Onderdeel van de vernieuwde Afsluitdijk. Je waant je op de planeet Pandora

Fotodetective Hans Aarsman kan als geen ander spannende details ontdekken op een foto. Iedere week licht hij een foto uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden