KunstcolumnAnna van Leeuwen

Eindelijk: een requiem voor bouwmarktkunst

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, beeldende kunst of theater.

Laat ik beginnen met een vreemd verhaal. Er was eens een kunstenaar die in 2016 afstudeerde aan een kunstacademie. Haar afstudeerwerk kwam later per ongeluk terecht in een vuilcontainer. De drie sculpturen werden daar vervolgens uitgevist, door een andere kunstenaar. Die beschouwde het als materiaal voor zijn kunst. En zo zag de ene kunstenaar haar sculpturen begin dit jaar terug op een grote kunstbeurs, onder de naam van de andere kunstenaar. Oeps. Zij was not amused. Deze maand kreeg ze haar kunstwerken terug.

Het is waargebeurd, ja heus, maar hoe kan zoiets gebeuren? Zijn verweer is: ik had niet door dat het al kunst was, het leken readymades, gevonden voorwerpen. En daar heeft hij een punt. Het ging namelijk om drie industrieel uitziende staken van metaal in zwart-wit. In feite leek heel veel kunst uit 2016 op readymades, het was een topjaar voor wat ik noem bouwmarkt-abstract: pvc-buizen, roestvrij staal, purschuim, isolatiefolie. Stoere, cleane spullen die in exposities niet mochten doen denken aan mannenzweet, maar ‘hybride’ werden genoemd, serieus beschouwd dienden te worden.

Datzelfde jaar exposeerde Magali Reus bijvoorbeeld haar abstracte sculpturen in Stedelijk Museum Amsterdam. De titelbordjes waren groot uitgevallen omdat alle materialen werden genoemd. Dat werd poëzie, ik citeer een klein stukje: ‘loodhagel, gepoedercoat stalen buizen en lasgesneden staal, gezwarte inbusbouten, ringen en moeren, geblakerd en gegraveerd hout, gepassiveerd staal, bevestigingsmaterialen’.

Het deed me eigenlijk niet zoveel, dit bouwmarkt-abstract. Het leek een excuus om je kunst te laten glimmen zonder dat het kitsch werd, want er hing een zweem van pretenties rondom dit soort installaties. Al begreep ik nooit welke pretenties. Eerder leek het mij materiaalfetisjisme: ‘Kijk hoe sexy mijn roestvrijstalen buis is!’ 

Bij de afstudeertentoonstellingen van dit jaar ben ik dit soort sculpturen niet meer tegengekomen. Ik dacht eigenlijk dat kunstenaars bouwmarkten inmiddels meden, tot ik hoorde van een werkelijk briljant project van kunstenaar Lisa Sudhibhasilp (zij is trouwens ook van de lichting 2016). Haar kunstwerk No thanks, I’m just looking bestaat uit kleine kunstwerken die zij bouwde, of gewoon kant-en-klaar aantrof, in een grote Hornbach in Amsterdam-West. 

Donderdag is het in boekvorm verschenen, Johannes Schwartz maakte de foto’s. In het boek zit een tentoonstellingsplattegrond van de speciaalzaak en een route, zigzaggend tussen de stellingkasten. De kunstwerken kregen ook titels. Een lamp die reageert op beweging heet Afraid of the dark. Klinkt misschien flauw, maar nu de werken zich buiten de museumzaal ­bevinden, in hun eigen omgeving, en gevrijwaard zijn van de bijbehorende pretenties, lukte het me dat bouwmarkt-abstract te waarderen. Ik ben er dankzij Sudhibhasilps boek alsnog voor gevallen, juist nu de trend voorbij lijkt. Haar boek is zodoende het perfecte requiem voor deze maffe stroming. En ja, er zit natuurlijk ook een readymade-wc-pot in, ­getiteld A fountain, really.

Naar welke speciaalzaken gaan kunstenaars nu eigenlijk? Ik zag onlangs (bij Boijmans in Ahoy) kunstzinnige aquariumbeeldjes van Bas van Beek, en in de afstudeertentoonstelling van de Gerrit Rietveld Academie vond ik een mooie film van Lucien Easton over een Amsterdamse hondentrimsalon. Ik zet mijn geld voorlopig in op dierenwinkels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden