REPORTAGELENTE OP HET BALKON

Einde winterslaap op het balkon van Caspar Janssen. Wat is er van overgebleven?

Beeld Illustratie: Wauter Mannaert, Foto: Caspar Janssen

Caspar Janssen begon in het voorjaar van 2019 met het creëren van een vlinder- en bijenvriendelijk balkon. Na een seizoen van groei, was er een grote vraag: wat blijft er van over in de winter? Na de eerste zonnestralen is alles ontwaakt. Planten lopen uit en de gehoornde metselbij bouwt een kraamkamer. 

Gelukkig heb ik mijn balkon nog. Kleine wereld, iets meer dan 10 vierkante meter, vol met planten, een voedertafel voor vogels, twee bijenhotels, drie nestkastjes bedoeld voor huismussen en natuurlijk het uitzicht op de binnentuinen, inmiddels zonder achtergrondgeluiden van verkeer en vliegtuiglawaai. 

Hoe prettig om die kleine wereld te herontdekken, nu de balkondeuren weer open kunnen met de eerste voorjaarszon, terwijl de grote wereld aan diggelen of anders toch wel stil ligt. Een luxe manier van thuiswerken dus, rondscharrelen op het balkon. Vluchtgedrag, zo kun je het ook noemen, vluchten op eigen terrein. Wel nog altijd in het kader van het grote beestjesbevorderende balkonproject, waar ik vorig jaar mee ben begonnen. Zelf doen, dat was het idee. 

Het bijenhotel.Beeld Illustratie: Wauter Mannaert, Foto: Caspar Janssen

Dat project begon met helemaal niets, vorig jaar rond deze tijd, er was hier ook niets, behalve een Dirk van den Broektas met lege flessen, een paar stoelen, een tafeltje en één armzalige plantenbak aan de reling met mislukte – dacht ik – klokjesbloemen. Een voorjaar, zomer en najaar lang was ik bezig om zo veel mogelijk bestuivers, andere insecten en beestjes te faciliteren op mijn balkon. 

Honderden soorten telde ik uiteindelijk, de bodembeestjes in de potten meegerekend. Vanwege de potten met planten was mijn balkon op een bepaald moment nauwelijks nog begaanbaar. Maar ik stond ervan te kijken wat je in korte tijd kunt bereiken. De hommels, wilde en honingbijen, zweefvliegen, wespen en vlinders vlogen me om de oren, vogeltjes bivakkeerden min of meer op mijn balkon, om niet te spreken van de bodemdiertjes en van bladluizen, lieveheersbeestjes en spinnen. En het was ook nog eens een spoedcursus (inheemse) planten- en beestjeskennis, voor mijzelf. 

Overwinteren

De grote vraag was: blijft er ook iets van over na de winter? Lukt het om die boog gespannen te houden, om ook in het nieuwe vroege voorjaar direct iets te bieden te hebben voor bijen, vlinders en andere insecten. In de vorm van nectar en stuifmeel, juist in de tijd van het jaar dat dit schaars is. 

Zouden er beestjes overwinterd hebben in de grond en in de planten? Dan bereik je pas echt iets – op kleine bescheiden schaal, dat wel – voor de biodiversiteit. Heeft mijn balkon ook nu iets te bieden. Of, negatief geformuleerd: kon ik voorkomen dat al die soorten die zo weldadig gevoed waren in het vorige seizoen nu opeens niets meer te eten hadden?

Nou, jawel. Alweer tot mijn verbazing. Het plan was om het dit jaar veel rustiger aan te pakken. Minder planten. Geen nieuwe planten erbij, ik heb slechts wat zaadjes geplant, nog voor de winter. Plaats overhouden om op het balkon te zitten, met drie personen. Geen nieuwe potgrond meer gebruiken, de oude grond zou nog moeten voldoen, ik ga er maar vanuit dat al die dode bladeren – die ik had laten liggen – door bacteriën en insecten omgezet zijn in organische stof. 

Beeld Wauter Mannaert

Veel uitgebloeide planten had ik elders ondergebracht, deze winter. Een maand geleden haalde ik de vroege bloeiers weer terug. Longkruid, gewone smeerwortel en gele dovenetel zijn nu de bloeiende bakens voor de eerste bijen. Het idee is ook om te zien wat er nu spontaan opkomt in de lege plantenbakken, waar vorig jaar vooral eenjarige vlinderplanten bloeiden, van zadenmengsels. Zo weinig mogelijk doen en kijken wat er dan gebeurt, welke planten hebben zich spontaan gevestigd. Ook een soort experiment. Al kon ik het toch weer niet laten om de gewone smeerwortel en het longkruid in grotere potten te zetten, meer ruimte om te bloeien.

En zie nu. Al meer dan drie weken geleden, op 14 maart om precies te zijn, zag ik de eerste gewone sachembijen over mijn balkon vliegen. Snelle vliegers zijn het, flinke zoemers, stevige bijen ook. Patrouilleren doen ze, mannetjes op zoek naar vrouwtjes, maar ook recht op het longkruid af, twee exemplaren die al volop in bloei staan. Dat is dus winst. Dat longkruid stond hier vorig jaar pas diep in april, ook toen kwamen de gewone sachembijen, maar later dus. Nestelen doen ze ergens in de buurt, in de binnentuinen, in de grond. 

Beeld Wauter Mannaert

Imposante hommels

En dan de hommels. Ze komen zich allemaal weer even voorstellen, de imposante koninginnen, de hoofdrolspelers in het komende hommelseizoen in de nabije omtrek. Een aardhommel stort zich op de gele dovenetel, doet de stengels vervaarlijk ombuigen, verdwijnt onder de bloemblaadjes, nectar en stuifmeel verzamelen, voordat het nieuwe nest betrokken wordt. 

Dan de akkerhommel, hangend aan de bloemen van de smeerwortel. Ook al in bloei, en ook dat is winst, want ook de smeerwortel kreeg ik vorig jaar pas eind april op mijn balkon. Dan de weidehommel, die ik prachtig vind, vermoedelijk vanwege die subtiele gele kraag en band, en dan die oranje behaarde punt. Ook de steenhommel zie ik, helemaal spectaculair, zwart met knalrode kont. Alsof ze hebben onthouden dat het hier te doen is. 

En dan, als het een paar dagen lang echt even zonnig wordt: spectaculaire ontwikkelingen. Gehoornde metselbijen verdringen zich rond een van mijn twee bijenhotels. Prachtige bijen, tamelijk zeldzaam, zuidelijke soort die oprukt, nieuwe soort op mijn balkon. Groot ook, bijna te verwarren met een hommel. Maar toch echt een wilde, solitaire bij. 

Ik sta er met mijn neus bovenop. Naar binnen, voedsel (stuifmeel en nectar) deponeren, naar buiten, wegvliegen, nog meer voedsel verzamelen, dan omdraaien, met de kont naar achteren naar binnen, eitje leggen op het voedselbergje voor de toekomstige larve, dan weer wegvliegen om leem te verzamelen, terugkomen, tussenwandje metselen. Zo ontstaan dus compartimentjes met eitjes, en voedsel. Die eitjes worden larven, ze ontwikkelen zich tot pop en na de komende winter vliegen ze uit als bij. Vorig jaar kwam dit bijenhotel hier pas half mei. Toen nestelden zich er vooral muurwespen. Het hotel is nu al succesvoller. 

En dan mijn andere bijenhotel, mijn blok hout met geboorde gaatjes, op de kast aan de zijkant van mijn balkon. Daar hebben zich de rosse metselbijen gegroepeerd. Ook druk bezig met bouwwerkzaamheden, ook vroeger dan vorig jaar. Een eerste gewone wesp vliegt bijna tegen me op, heel veel soorten vliegen zijn tevoorschijn gekomen, een zevenstippelig lieveheersbeestje, een bandzweefvliegje, een snorzweefvliegje... 

Bloesem met gehoornde metselbij bij het bijenhotel.Beeld Illustratie: Wauter Mannaert, Foto: Caspar Janssen

Vaarwel winterslaap

Elke dag dat ik nu het balkon betreed wacht me weer een verrassing. De gele dovenetel opeens in bloei, aan de kale takken van de aalbes groeien opeens blaadjes, de grote centaurie groeit bijna zichtbaar, her en der heb ik de dode takjes weggehaald, fris groen komt overal op, de winterslaap is voorbij, ik begin ook maar weer met bescheiden water geven. 

Caspars vogelcam.Beeld Caspar Janssen

Ik heb een kleine klimop, waarin ik heel oneerbiedig het cameraatje dat is gericht op de voedertafel voor vogels heb gedrapeerd. De klimop stoort zich er niet aan, de plant ziet er fris uit en draagt besjes. Het leukste is nog de wilg op mijn balkon, die nu katjes draagt. Het blijkt een mannelijk exemplaar: de katjes zijn geel. Dat is mooi, mannelijke wilgen leveren zowel pollen als nectar, vrouwelijke exemplaren slechts nectar. De wilg is één van de vroegste bloeiers in de natuur, en van groot belang voor bijen, vanwege die vroege stuifmeel en nectar. 

Deze wilg begon vorig jaar als een wilgentak in een bos biologische bloemen die ik kreeg. Toen alles was uitgebloeid haalde ik de kale wilgentak eruit en stak die in een pot met grond. En verdomd, de tak begon te groeien. En nu is het een boompje. Bewust laten staan, vanwege die vroege pollen en nectar. Ik observeer het boompje, en zie, daar is een kommazweefvlieg, al foeragerend, en ook een rosse metselbij. In het licht van het grote geheel stelt het niets voor, dit ene wilgje, maar het werkt dus wel, op minischaal.

Pimpelmees in water.Beeld Wauter Mannaert

Afgelopen donderdag. Een frisse dag, maar als de zon doorbreekt is mijn balkon net warm genoeg voor sommige bijensoorten. Binnen, van achter de ramen, volg ik de ontwikkelingen op en onder de voedertafel voor vogels. Onder het tafeltje met voer drinken en wassen kool- en pimpelmeesjes in de schalen met water, ook mijn huisheggemus meldt zich. 

En verder vliegen af en aan: merels, gaaien, een zanglijster, een roodborstje. Als ik even later het balkon op loop merk ik weer hoe stil het is, op het geluid van vogels na, en van grasmaaiers en spelende kinderen. Ook wij maken ons intussen zorgen. Over familie, over van de buitenwereld afgesloten ouders, over werk, over gezondheid. En zo herontdek ik het balkon. Mijn kleine universum, thuis en toch buiten. Toch misschien nog maar planten ompotten, besluit ik. En nog wat zaadjes planten.

Zondag. De eerste echt warme dag. Wij blijven thuis. Her en der snoei ik nog wat dode takjes en haal wat dode blaadjes weg. Zeven, nee acht gaatjes hebben de gehoornde metselbijen inmiddels dichtgemetseld. Een eerste vlinder in de binnentuinen, een koolwitje, meesjes vliegen af en aan, ze raken er nu aan gewend dat ik in de buurt  sta, als ik anderhalve meter afstand hou vliegen ze niet weg. 

Blauwe regen.Beeld Wauter Mannaert

Het sporkehout, het boompje dat ik vorig jaar had geplant om als waardplant te dienen voor citroenvlinder en boomblauwtje, krijgt weer knoppen. Ik heb geen rups in het boompje kunnen ontdekken, maar misschien gaat het dit jaar lukken. De knoppen van blauwe regen, die gratis en voor niets is verknoopt met de reling van mijn balkon, staan op uitkomen. We drinken er een koel wit wijntje op. Het is gedempte vreugde, maar vreugde is het wel. Of in elk geval troost.  

Zelf aan de slag

Zelf doen? Gebruik inheemse, enkelbloemige planten. In het ideale geval een mix van waardplanten en dracht- en nectarplanten. Voor insecten is het van belang dat planten en zaden biologisch zijn, dus niet behandeld met insectenwerend of dodend gif. Op biotuinwijzer.nl staat een overzicht van biologische kwekerijen en leveranciers van biologische zaadjes van inheemse wilde planten. Het aandeel biologische planten is bij de meeste grote tuincentra nog altijd beperkt. Bij sommige vestigingen van Intratuin groeit het aanbod wel. Lijsten met geschikte planten voor bijen en vlinders zijn er volop. Zie drachtplanten en  tuinieren-voor-vlinders.  Mijn lijst met gebruikte planten staat in het kader Tableau de la troupe.

Wormen

Het dilemma potgrond. Bijna alle potgrond, ook biologische potgrond, bevat turf. Daarvoor worden veengebieden afgegraven in bijvoorbeeld de Baltische staten. Dat is problematisch, vanwege het verdwijnen van die veengebieden, en omdat daar CO2 bij vrijkomt. Gebruik dus potgrond op basis van compost. Bijvoorbeeld Bio-Kultura, verkrijgbaar bij Ekoplaza. Kokospotgrond, dat bestaat uit restafval kokosgruis, is een alternatief, maar wordt wel verscheept uit bijvoorbeeld India en niet iedereen is enthousiast over de groeizaamheid in deze potgrond. Het beste – ook vanuit de kringloopgedachte – is potgrond die wordt gemaakt door wormen

Tableau de la troupe,
de insectvriendelijke planten op mijn balkon.

* = de aantrekkelijkste planten voor bijen en vlinders volgens mijn eigen, niet wetenschappelijk onderbouwde waarnemingen.

Nb. De meeste, maar niet alle planten zijn oorspronkelijk inheems.

Longkruid*

Gele dovenetel*

Knoopkruid *

Beemdkroon*

Grote tijm*

Wilde marjolein*

Grote leeuwenbek (spontaan gevestigd)*

Klokjesbloem*

Akelei

Beemdooievaarsbek*

Judaspenning*

Vuurdoorn

Sporkehout (vuilboom)*

Wilg*

Rode aalbes (Rode Ribes)

Vlinderbloemenmengsel (bolderik, korenbloem, wilde ridderspoor, gele ganzenbloem, echte kamille, akkerleeuwenbek, bleke klaproos, kegelsilene, franse silene, nachtkoekoeksbloem, reukloze kamille, koekruid)* Kanttekening: eenjarige planten.

Zonnebloemen*

Oost-Indische kers

Gewone Smeerwortel*

Witte dovenetel*

Hemelsleutel*

Zonneroosje

Ribzaad

Blauwe regen (tegen het balkon aan)*

Veldsalie*

Echte Koekoeksbloem*

IJzerhard*

Dropplant*

Muskuskaasjeskruid*

Middelste teunisbloem

Grote centaurie*

Dagkoekoeksbloem*

Peen

Duifkruid*

Gewone rolklaver

Gewone margriet*

Siertabak*

Herfstaster*

Nagelkruid*

Zeepkruid

Nachtkoekoeksbloem*

Steenanjer

Prachtanjer

Slangenkruid (gaat hopelijk dit jaar bloeien)

Wild kattenkruid*

Vingerhoedskruid

Facelia (heb ik weer weggedaan, want is vooral in trek bij honingbijen)

Sprirea

Koningskaars

Vrouwenmantel

Boerenwormkruid*

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden