EIGENWIJS IN HET KWADRAAT

Hij zou naar Peking gaan om fietsen te fotograferen. Zittend tegenover een stewardess besloot Hans Aarsman, nog voor het vliegtuig van de grond was, om vrouwen te gaan fotograferen....

door Martin Schouten

Iedereen die tijdens de vakantie een straatfoto maakt, kent het ongemak van mensen die niet door een onbekende zo maar in hun gezicht willen worden gekiekt en het ongemak waarmee je dat dan soms toch maar doet. Mensen moeten er op foto's uitzien alsof ze niet weten dat ze gefotografeerd worden, of dat wel weten en ermee instemmen.

Maar het onbehaaglijke tussengebied van mensen die weten dat ze gefotografeerd worden en er niet mee instemmen is taboe. Iedere fotograaf, amateur of beroeps, is er altijd op uit om dat te omzeilen of te verbergen. Zo niet fotograaf Hans Aarsman, die juist met dat taboe is gaan spelen in Peking.

Hij ging naar de Chinese hoofdstad in het kader van een cultureel uitwisselingsprogramma, waarbij Chinese fotografen in Amsterdam fietsen moesten fotograferen en Nederlandse fotografen Pekinese fietsen.

Het resultaat van die onderneming is te zien op de binnenplaats van het Amsterdams Historisch Museum en wat de Chinezen hier hebben gemaakt - dingen als een fiets die ondersteboven hangt aan een brugleuning - is vooral aandoenlijk. 'ANP-fotografie van vijftien jaar geleden', zegt Aarsman over dat werk. 'Het ANP werkt nu zoals alle jongens bij de kranten tegenwoordig werken, lekker compositietjes maken, maar dit is echt het oude ANP. Niet op de ruimte letten, alleen op het onderwerp.'

De Nederlanders maakten in Peking aanzienlijk beter werk. Hans van der Meer maakte een reeks meeslepende stadspanorama's met natuurlijk veel fietsen. Het duo Ellie Uytenbroek en Ari Versluis, dat in Nederland naam maakte met studioportretten van mensen die zich een bepaald uiterlijk aanmeten om bij een groep te horen, is daar in Peking gewoon mee door gegaan. Op straat en met een wit achtergrondje bij de hand om een studio-effect te krijgen, want aan fietsen hadden ze geen boodschap en alleen al die eigenwijsheid werkt aangenaam.

Hans Aarsman, vanouds eigenwijs in het kwadraat, wist niet precies wat hij met die opdracht aan moest toen hij in het vliegtuig stapte. Eigenlijk had hij zich zeven jaar geleden voorgenomen dat hij geen fotograaf meer was. Hij had succes geboekt met de kleinbeeldcamera, wild werk op de rand van chaos, en maakte daarna naam met een technische camera, waarmee hij kalme landschappen fotografeerde, met een weelde aan details die hij ook niet allemaal echt onder controle had.

Nadat hij ook die balans tussen chaos en orde had onderzocht, stopte hij met fotograferen. Nou ja, niet echt, want vanachter zijn hand maakte hij intussen kiekjes om de onschuld van de amateurfotograaf te hervinden. Die foto's waren zo hier en daar weleens te zien zonder dat het erg veel mensen is opgevallen. Maar de uitnodiging om in Peking weer eens 'officieel' te gaan fotograferen was te verleidelijk om te laten lopen. Hoe moest hij zich daar nu uit redden zonder zichzelf ontrouw te worden?

'Er zijn een heleboel redenen waarom ik zeven jaar geleden ophield met fotograferen, maar een daarvan was dat ik niet meer het beeld wilde maken dat ik maakte. Ik heb vastgesteld dat ik ervoor moet zorgen dat ik helemaal geen projecten doe en geen onderwerp heb, maar dat ik het gewoon op me af laat komen. Zo heb ik dus een tijd gefotografeerd. Langzamerhand kwam ik op het idee dat ik een andere vorm nodig had en dat was het staande beeld, waardoor je gedwongen wordt anders te gaan kijken. Die overzichten waarin iets van voor naar achter relaties aangaat, daarvan kun je wel zeggen: knap gedaan, maar dat heb ik nu wel gehad.

'De suggestie dat het leven theater is, moet ik op een andere manier zien te bewijzen en ik dacht dat ik misschien die impasse in mijn fotografie zou kunnen doorbreken met een andere camera. Het gaat bij mij altijd zo: als ik mijn techniek verander, kom ik op een andere inhoud uit. Dan moet je je toch weer op een heel andere manier verstandhouden met wat er om je heen is.'

Hij kocht een Fuji 6 x 4,5. Als je die camera voor je oog heft, krijg je, anders dan bij de gangbare camera's, geen liggend maar een staand beeld. Zo, had hij zich voorgenomen, wilde hij in Peking straathoeken fotograferen, zonder zich om fietsen te bekommeren, want die krijg je daar vanzelf wel in beeld. 'Ik dacht: ik ga er niet op letten, je krijgt altijd de beste foto's als je het onderwerp vergeet.'

In het vliegtuig kwam hij bij de start oog in oog te zitten met een stewardess. 'Toen heb ik bedacht dat ik haar wilde fotograferen; dat vond ze helemaal niks. Ik heb vier opnames van haar gemaakt, ze kijkt steeds bozer en op een bepaald moment maakt ze een afwerend gebaar, maar dat is veel te theatraal. Ik dacht: ik ga gewoon vrouwen fotograferen in China, ik heb mijn onderwerp. Ik heb ze heel snel gefotografeerd, op drie meter afstand, ik zei niets want anders gingen ze lachen of draaiden ze zich om, dus ik moest heel snel zijn. Ik vroeg nooit of het mocht. Ik deed zo'n beetje of ik geïnteresseerd was in een dak of in mijn eigen schoenpunten en dan opeens boem en dat is het dan. Want met staand beeld kom je uiteindelijk toch uit op een soort portretten, hoe je het ook wendt of keert, dus het moest toch weer de kant van de mensen op. Ik denk dat het zoiets is geweest.'

Toen hij, terug in Nederland, zag wat hij had gemaakt, was hij teleurgesteld. 'Die stewardess vond ik oké, dat vond ik een mooie kiek, en de rest vond ik allemaal zo, nou ja, die mensen kijken inderdaad net zo schrikachtig als ik verwacht had dat ze zouden kijken. Daar kon ik me eerst niet van losmaken en ik dacht: gadverdamme. Maar wat ik nog nooit meegemaakt heb gebeurde nu: in plaats van dat ik mijn werk slechter begon te vinden, ging ik het beter vinden. Ook door die foto's met elkaar te combineren.'

De aparte foto's zijn natuurlijk wel om aan te zien, maar hebben weinig diepte, zijn heel erg direct in wat ze voorstellen: een vrouw die niet gefotografeerd wil worden. Tja, het zal wel, nou en? Maar de combinaties van steeds drie foto's krijgen vleugels. De linkervrouw kijkt naar rechts, de rechtervrouw kijkt naar links en daartussen staat een vrouw die recht vooruitkijkt. Die blikken van links en rechts geven iets beslotens aan het drieluik. Ze onttrekken de afbeeldingen aan de fotografische conventie die je altijd duidelijk laat weten dat het getoonde maar een uitsnede is uit een werkelijkheid die buiten de foto doorgaat. Hier wordt een eigen, nieuwe werkelijkheid gemaakt, omsloten door achterdochtige blikken van links en rechts, die niet verwijzen naar een werkelijk buiten het beeld, maar die gaat over mij, de kijker, naar deze ongemakkelijke foto's. Je kunt er niet uit weg, ze zetten je aan het denken over je eigen onbarmhartige blik, maar ze verzoenen je daar ook mee omdat Aarsman ook houdt van die door hem gefotografeerde vrouwen. De wederzijdse blik is onmiskenbaar wreed, maar de argeloosheid en de schoonheid van deze moderne altaarpanelen verzoenen je daarmee.

'Dat heb ik altijd als ik een nieuwe richting insla', zegt Aarsman, 'dat het dan een hele tijd duurt voordat je erin zakt en denkt: o dit is het dus. In het begin zit je nog steeds met die weerstand: ik wil niet iets anders, terwijl je het toch wil en intussen geneigd bent om naar je oude succesjes af te glijden. Maar ik heb nu toch nog niet het idee dat ik helemaal het goede spoor heb. Twee van die dingen vind ik goed, de rest krijgt een zeven voor fotografie, nou, een zevenenhalf, maar dat mag ook wel. Je doet er meestal toch wel een jaar of anderhalf over om zoiets goed in de vingers te krijgen.'

Hans Aarsman heeft een publiek geheim ontdekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden