Eigentijds topamusement in nostalgische setting

Productioneel van hoog niveau schittert de nieuwe musical Moeder, ik wil bij de revue vooral in de grote show- en dansnummers.

Moeder, ik wil bij de revue! Beeld Roy Beusker
Moeder, ik wil bij de revue!Beeld Roy Beusker

Joop van den Ende brengt met zijn theaterbedrijf dit seizoen twee grote musicals uit die in wezen over hetzelfde onderwerp gaan: eenvoudige jongen droomt van een leven in het theater. In Moeder, ik wil bij de revue, nu te zien, wil de zoon van een Limburgse kolenboer revue-artiest worden. In Billy Elliot, vanaf november te zien, droomt het zoontje van een Engelse mijnwerker van een carrière als balletdanser. In Billy en ook in Bob Somers (de zoon van de kolenboer) zal Van den Ende ongetwijfeld zichzelf herkennen: jongen uit een eenvoudig milieu klimt op en wordt in zijn geval een van de grootste theaterproducenten van Europa.

In Moeder, ik wil bij de revue levert dat bovendien een oer-Hollandse productie op, die tegemoet komt aan de huidige hang naar nostalgie, maar ook eigentijds topamusement brengt. De musical is gebaseerd op de gelijknamige televisieserie (uitgezonden door Omroep MAX). De kolenboer werd daarin gespeeld door Huub Stapel (timide, stuurs, bijna woordloos geïmplodeerd), zijn zoon met ontwapende charme door Egbert-Jan Weeber.

Het verhaal is simpel: goedmoedige jongen komt in de grote stad in aanraking met oudere revue-artiesten en ziet daar zijn toekomst liggen. Hij ontmoet ook nog eens het meisje van zijn dromen, de dochter van een winkelier in elektrische apparaten. Een en ander speelt zich af in het aangeharkte Nederland van 1955. Na nogal wat verwikkelingen bereikt hij uiteindelijk zijn doel: aan het eind van de show zingt hij Wim Sonnevelds Het Dorp, terwijl zijn stugge vader huilend in de loge zit.

De tv-serie concentreerde zich op de verhaallijn van Bob, de musical richt zich meer op de wereld van de revue. Een logische keuze, temeer daar Jon van Eerd en Simone Kleinsma de oudere artiesten spelen. Met hun vakmanschap, souplesse en licht ironische aanpak zijn zij de solide steunpilaren onder deze voorstelling.

undefined

Productioneel is Moeder, ik wil bij de revue op alle fronten van hoog niveau. Opvallend is het gebruik van videoprojecties op technisch vernuftig schuivende panelen, waardoor gesleep met decorstukken achterwege blijft. Kostuums, pruiken, belichting, geluid: het is allemaal onberispelijk en smaakvol. Regisseur Carline Brouwer heeft er flink de vaart in weten te houden en laat de scènes soepel in elkaar overlopen. De nog tamelijk prille Terence van der Loo speelt Bob Somers, ietwat slungelig en onzeker, maar ook met momenten van passie en ontroering. Christianne de Bruijn is zijn pittige verloofde. Haar ouders worden gespeeld door Raymonde de Kuyper (droogkomisch en heerlijk over de top) en Hugo Haenen (adequaat). Arie Kant maakt van de kolenboer helaas een karikatuur, het Limburgse dialect waarin hij en zijn gezin spreken, is bovendien niet feilloos.

Waar de voorstelling voor de pauze nogal de tijd neemt om alle lijnen uit te zetten, wordt het verhaal na de pauze afgeraffeld. Zwangerschap, abortus, dood en doorbraak: voordat je het weet zingt onze Bob zijn finalelied. De zijlijn waarin de homoseksualiteit van de oudere revue-artiest wordt uitgemolken, doet behoorlijk tuttig aan.

In de tv-serie werden de liedjes die het verhaal moeten stuwen vooral betrokken uit het repertoire van Wim Sonneveld, in deze musical is van alles en nog wat uit de oude platenkast gehaald. We horen bewerkte nummer van Guus Vleugel, Jules de Corte en Frans Halsema, naast vertalingen van Charles Aznavour. Vrolijk wordt geciteerd uit allerlei andere musicals, maar daarover worden gelukkig ook grapjes gemaakt: een revue maken is vooral slim jatten.

Wat Moeder, ik wil bij de revue bijzonder en niet oubollig maakt, zijn vooral de grote show- en dansnummers. Uitgevoerd door een topensemble van zangers en dansers, in een choreografie van Daan Wijnands die traditie verbindt met vernieuwing. Het levert een aantal spectaculaire showscènes op, zoals Nikkelen Nelis, dat overgaat in een fabelachtige dans van draaiorgelpoppen.

Ooit droomde een jongen van driehoog achter in Amsterdam van een leven in de coulissen van het theater. Net als Bob en Billy is ook Joop gekomen waar hij wezen wilde.

Gezien: 21/9, Beatrixtheater Utrecht.

Scène uit Moeder, ik wil bij de revue. Beeld Roy Beusker
Scène uit Moeder, ik wil bij de revue.Beeld Roy Beusker
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden