'Eigenlijk bedenk ik niet zo veel, het ontstáát'

Door zich te verplaatsen in een oudere actrice kon Inez van Dullemen (91) in haar nieuwe roman Een schip vol meloenen ook indringende momenten uit haar eigen leven verwoorden.

'Ik wilde altijd ook een ánder leven, naast het gewone' Beeld Jouk Oosterhof

'Waarom ik met de lente eindig? Over dat soort dingen denk ik niet na als ik aan het schrijven ben. Eigenlijk bedenk ik niet zo veel. Het ontstáát', zegt Inez van Dullemen (91). Zelf vindt ze het ook verbazend om Een schip vol meloenen in handen te houden, toch weer een nieuw bewijs van haar unieke schrijverschap, een paar jaar nadat ze dacht alles verteld te hebben. Haar man, de theaterregisseur Erik Vos (88), serveert koffie en trekt zich terug op de eerste verdieping van hun fraaie huis in de Haagse Vogelbuurt.

De hoofdpersoon van haar roman, een actrice op leeftijd ('Nu ben ik zover dat ik de rol van oud mens vertolk. Die rol speel ik met verve'), blikt gedurende vier seizoenen, van de zomer tot en met de lente, terug op het roerige leven dat ze geleid heeft in de schaduw van haar echtgenoot, de dominante theaterregisseur Anthony.

Van Dullemen: 'Het is niet zo dat ik de jaargetijden door elkaar begin te halen, begrijp me goed, maar wel heb ik natuurlijk steeds meer herinneringen. Dat is de rijke ballast van je leven, die het mogelijk maakt een beetje te spelen met de lineaire tijd. In mijn gedachten kan ik ook zó terug naar veertig, vijftig jaar geleden. Of verder nog, naar de oorlog. De hongerwinter in Amsterdam.

'Een jonge meid was ik. Mijn vader werkte als procureur-generaal op het Gerechtshof en is toen nét op tijd ondergedoken voor een represaille van de SS'ers, die zijn collega's nog diezelfde dag hebben gefusilleerd. Mijn vader had allerlei papieren in huis, van vonnissen en rechtszaken. Daar konden wij proppen van maken, en die gooiden we in de kachel, met een paar houtjes.

'In die periode van schaarste was alles gericht op overleven, en dramatisch. Mijn eigen broer ging bij de Jeugdstorm, hij was fout in de oorlog. En dat in één gezin. Ik heb erover geschreven in Heldendroom. Die herinneringen neem je altijd met je mee.

'Vlak na 14 mei 1940 ging ik naar een tante in Rotterdam, om te kijken hoe het met haar was. Het oude treinstationnetje stond er nog, maar de stad was weggebombardeerd. Een krankzinnig beeld. Als in trance liep ik door die stille en brandende binnenstad. Ingestorte huizen. Opengevallen boeken fladderden als aangeschoten vogels naar omlaag. In Twee rivieren staat hoe ik diergaarde Blijdorp binnen ging, om een verlamde en krachteloze kaketoe in mijn bloes te stoppen en mee te nemen.'

Op het voorplat van Een schip vol meloenen zien we Inez aan zee, achterop staat dat dit een autobiografische roman is. Maar om te beginnen is de schrijfster geen actrice, en moet ze leren 'tevreden te zijn met mierengeluk'. De schrijfster lacht: 'Dat zegt zíj, dat kan ik niet helpen. Ik heb van haar een matige actrice gemaakt, een actrice zoals ik ze veel heb gekend via mijn mans werk. Iemand die opgesloten zit in het metier.

'Altijd in paniek door de drang aldoor te moeten presteren. Ik ben blij dat ik nooit een actrice ben geworden. Door me in haar te verplaatsen, in een ander, kon ik ook sommige pijnlijke dingen uit mijn eigen leven makkelijker vertellen. Dat is al zo vanaf mijn jeugd; toen fantaseerde ik een ondergeschoven kind te zijn, een dramatisch gegeven dat mij hele verhalen ingaf. Ik wilde altijd een ánder leven hebben, naast het gewone dat altijd maar beperkt is. Je eigen huis. Je eigen kringetje. Daar wilde ik uitbreken.'

Wat Van Dullemen met de vertelster gemeen heeft: de liefde voor Shakespeare ('een uniek en natuurlijk genie'), de reizen door Amerika tot en met Alaska, Afrika, Japan en de ontmoeting met de legendarische tenorsaxofonist John Coltrane.

Plus wat misschien de grootste indruk maakt, aan het begin van de roman: de buitenbaarmoederlijke zwangerschap toen ze als twintiger op het Griekse eilandje Mykonos zat, waar onvoldoende medische hulp was, en ze bijna doodbloedde.

In twee boeken uit de recente tijd (Vogelvlucht en De twee rivieren) dacht Van Dullemen opgeroepen te hebben wat ze nog kwijt wilde. Uit de laden van haar bureau kwamen een paar jaar geleden stapels notitieboekjes tevoorschijn, 68 om precies te zijn. 'In feite is dat mijn tweede geheugen. In een van die boekjes vond ik de aanzet voor een verhaal dat ik pas twee jaar geleden alsnog heb voltooid, Twee zusters, en waarop ik vorig jaar een toneelstuk heb gebaseerd, Het verhaal van Hester.

'Dat verhaal gaat terug tot de jaren tachtig, toen Erik en ik in Georgia in een huis terechtkwamen dat inderhaast door een hele familie was verlaten, op de dag dat een van de dochters zelfmoord had gepleegd.

'Ik moest daar iets mee. Waarom? Waar ben ik mee bezig als ik een verhaal schrijf? Het omzetten van pijn in poëzie, of in poëtische vertellingen, dat zou het kunnen zijn.

'Soms besef ik dat de feiten anders waren, maar dat iets wel zo voelde. Mijn verbeelding en werkelijkheidsbeleving lopen dooreen. Wat is er in uw boeken echt gebeurd, is mij vaak gevraagd. Mijn antwoord is eenvoudig: ik weet het zelf niet. Veel van wat ik werkelijk heb beleefd, heeft zich in mijn verbeelding getransformeerd tot fictie, maar is daarom nog niet minder waar. Ik denk dat ik in al mijn verhalen met één voet in de zee sta en met de andere op het vasteland. Dat komt uit Shakespeare, Much Ado About Nothing.

'En ken je Henry V, de proloog, tegen het publiek: 'think when we talk of horses that you see them'. Zo is het ook met mij op mijn oude dag; als er in veel dromen werkelijkheden schuilen, waarom zouden er dan in onze werkelijkheid niet ook fragmenten van dromen kunnen rondscharrelen?

'Vrijheid, daar draait het telkens om. Mijn verhalen hebben me een gevoel van bevrijding gegeven. Misschien komt die drang wel door de oorlog, toen we ons allemaal benauwd hebben gevoeld. Doordat de oorlog echt een scheur of explosie in het leven betekende, waardoor ik niet meer onbezorgd kon juichen, wilde ik als 19-jarige meteen wég.

Bibliografie

1949 Ontmoeting met de andere (debuutroman)

1960 De schaduw van de regen (verhalen)

1967 Op zoek naar de olifant (reisbrieven uit de Volkskrant, ANWB-prijs)

1971 Logeren op een vulkaan (nieuwe reisbrieven)

1972 God op aarde (toneel)

1976 Vroeger is dood (novelle, bijzondere prijs van de Jan Campert Stichting, verfilmd in 1987)

1983 Littéraire Witte Prijs voor gehele oeuvre

1986 Het gevorkte beest (roman)

1989 Anna Bijns Prijs

1993 Het land van rood en zwart (roman, Henriëtte Roland Holst-prijs)

1996 De pijn van het scheppen (diesrede)

2010 Vogelvlucht (memoires)

2012 Twee zusters (novelle)

2015 De twee rivieren (roman)

2016 Het verhaal van Hester (toneel)

2017 Een schip vol meloenen (roman)

Beeld RV

'Breken met het bestaande. Ik ben toen eerst als au pair naar Londen gegaan. Daarna Parijs, waar ik Erik leerde kennen. In 1954 zijn we getrouwd.

'Toen ik in 1949 mijn eerste boek schreef, Ontmoeting met de andere, zei de dichter Martinus Nijhoff tegen me: 'Je ziet eruit of je verliefd bent.' Niet zozeer verliefd op een persoon, of op mezelf, maar op een idee, het vermogen dat ik iets kon uitdrukken: een gedachte, pijn, verliefdheid. Het geheim van het schrijven. Altijd op zoek naar dat absurde idee dat er méér bestaat dan wat zichtbaar is.

'In opdracht van toneelgroep De Appel stelde ik in 1972 een collage samen van alle pogingen van de mens om God gestalte te geven; vorm, en inhoud soms. Het heette God op aarde. We nodigden de burgemeester van Den Haag, de katholieke Marijnissen, uit voor de première. Kregen een keurig briefje van hem terug: 'Ik zal helaas niet op uw uitnodiging ingaan want God is niet op aarde maar in de hemel.'

'Schrijven geeft vrijheid.' Reizen ook, ontdekte ze in Amerika, India, Japan, Afrika. 'In Nederland voelde ik me vaak geremd, onvrij. Zodra ik op reis was, kon ik me alles permitteren. Voelde me ook vrij om te schrijven wat ik wilde.' Ja, ze kan zich geheel vinden in wat haar actrice opmerkt: 'Elke reis is een speurtocht, onophoudelijk achtervolg ik iets wat ik niet ken.'

Als haar man in het buitenland regiewerk kreeg, ging ze graag mee. Zo woonden ze in de jaren 1965-1967 in Amerika, van waaruit Inez reportages schreef voor de Volkskrant, gebundeld in twee boeken: Op zoek naar de olifant (1967), en Logeren op een vulkaan (1971). 'Heerlijk om te doen. Ik had een perskaart, maar die haalde ik nooit tevoorschijn. Kon overal naar binnen, als ongevaarlijk ogende vrouw. Zelfs in de sektarische Black Muslim Farm in Georgia, waar ik leerde waarom zij het principe van de apartheid huldigden en alles met paard-en-wagen deden.


'Vragen stellen, kijken, geen genoegen nemen met de buitenkant, inzien dat Amerika zo veel gevarieerder is dan wij in het Westen soms menen. Ik heb er veel van geleerd.'

Een van die reportages is na een halve eeuw in de nieuwe roman hergebruikt: het bezoek aan de bij Hollywood gelegen begraafplaats Forest Lawn, waar de doden, smetteloos gebalsemd en gekapt, in een hermetisch gesloten showkist de eeuwigheid in kunnen.

'Potsierlijk commercieel, fascinerend om over te schrijven. Omdat mijn hoofdpersoon het einde van haar leven voelt naderen, leek het me interessant haar mijn herinnering aan dat wonderlijke dodenpark te schenken.

'Uit die tijd, 1966, stamt ook de ontmoeting met John Coltrane, de fenomenale saxofonist wiens wildheid plotseling in tederheid kon omslaan. Het gebeurde in een nachtclub in San Francisco. In Nederland zou ik het niet gedurfd hebben naar hem te kijken, maar daar bleef ik na zijn optreden op mijn stoeltje zitten, terwijl vrijwel iedereen de zaal had verlaten.

'Toen kwam hij ineens op me af, had mij daar met een pen en notitieboekje zien zitten, en zei iets. In Een schip vol meloenen heb ik dat moeten aanpassen, omdat de hoofdpersoon een actrice is. In werkelijkheid zei Coltrane tegen mij: 'You are an author. Don't forget that you should write. That's why you are here. That's why you are on earth.'

'Ook aan wat mijn actrice als jonge vrouw beleeft op dat Griekse eiland, heb ik een paar dingen veranderd - misschien om het überhaupt te kunnen vertellen. Ik was daar met Erik op Mykonos, en een week lang doodziek. Ik werd zonder verdoving en provisorisch geopereerd, en verloor zo veel bloed dat voor mijn leven werd gevreesd. Het was heel link. We moeten hier weg, dacht Erik. Eerst gingen we naar de haven. Terwijl ik daar op een brancard lag, zag Erik, die altijd heel optimistisch is geweest, in een winkel nog een bijzonder tafelkleed. 'Dat ga ik even kopen', zei hij. Lag ik daar op die kade. Dat moet een grappig gezicht zijn geweest.

Beeld Jouk Oosterhof

'Met een roeiboot konden we naar een schip dat richting Athene voer. Op mijn brancard werd ik op dat schip in een vrachtruimte geduwd die vol met meloenen lag. Daarom is de meloen voor mij levensreddend geweest. Het was een hele lange tocht. Onderweg maakte Erik zo'n meloen voor me open - o, ik kan het nóg ruiken!

'Eindelijk kwamen we in Athene. Ik kon geen pink meer optillen. 'You come from very far', zei de witgejaste chirurg die mij onderzocht. Yes, I come from Holland, antwoordde ik. That's not what I mean, zei hij. De twee kinderen die we later hebben geadopteerd, komen uit Griekenland.

'Misschien komt het wel door het schip dat ons van het Griekse eiland naar het vasteland bracht, dat de zee altijd een zo grote rol speelt in mijn verhalen. Daarnaast komt er steeds een rivier in zicht, soms weet ik niet waar hij vandaan komt of waar hij heen stroomt, maar hij verschijnt. Daagt me uit. Verleidt me.

'Ze sleuren van alles mee, die zeeën en rivieren; planten en dieren en aangrijpende geschiedenissen. Ze gaan altijd verder, altijd door. Mensen komen en gaan, maar zij blijven.

'Een schip vol meloenen eindigt bij de rivier. Mijn allereerste boek, een jeugdzonde hoor, 68 jaar geleden gepubliceerd, eindigde ik met de zin: 'Opnieuw was niets hoorbaar dan het afwezig zingen van de zee.'

'Daarnet schoot mij een beter antwoord te binnen op jouw eerste vraag. De cycli van de natuur zijn eindeloos; dáárom besluit ik mijn laatste boek met de lente. Onbewust gedaan. Maar is dat niet een mooie verklaring?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden