Eigendunk als goede karaktertrek

Van een Italiaanse fontein tot een Hollandse polder; de wereld is het decor van de kunsten. Deel 1: Amsterdam in de film....

Ronald Ockhuysen

amsterdam Josh, Paxton en Oli weten niet wat ze zien. Ze hadden over Amsterdam de wildste verhalen gehoord, maar de werkelijkheid overtreft hun stoutste dromen. De jongens, hoofdpersonen in de horrorfilm Hostel (Eli Roth, 2005), wandelen door een bizar vormgegeven versie van de rosse buurt. Tussen de coffeeshops en de nachtclubs kijken ze vol verbazing naar de seksuele uitspattingen die daar openlijk worden getoond. Overal wordt gezopen, geblowd, gesnoven en geneukt.

Wie het Centraal Station van Amsterdam uitloopt, rechtdoor, het Damrak op, ziet in een oogopslag hoe de meeste toeristen de stad het liefst hebben: als een wirwar van kroegen, coffeeshops en eethuizen, met om de hoek het Red Light District. Natuurlijk – 3,1 miljoen bezoekers maakten in 2006 een tochtje met de rondvaartboot en 1,7 miljoen mensen kochten een kaartje voor het Van Gogh Museum. Maar het meeste geld wordt verteerd tussen het Damrak, de Prins Hendrikkade en de Nieuwmarkt. Het is dit gebied, de Wallen en omgeving, waar ook filmmakers doorgaans de camera op richten. Dat gebeurt in Hostel (al werden de Wallen voor deze film in een Tsjechische studio nagebouwd), maar ook in La ragazza in vetrina/Meisjes achter de ramen (Luchiano Emmer, 1960), Wat zien ik? (Paul Verhoeven, 1971), De ratelrat (Wim Verstappen, 1987), Puppet on a Chain (Geoffrey Reeve, 1971) en Do Not Disturb (Dick Maas, 1999).

Brad Pitt, George Clooney en Matt Damon kenden Amsterdam eveneens als een plaats waar God en gebod weinig indruk maken. Voor de opnamen van de blockbuster Ocean’s Twelve (Steven Soderbergh, 2004) streken deze A-sterren enkele weken in de stad neer, waar ze permanent schuil gingen achter glimmend glas en de brede ruggen van bodyguards. Maar in de film kent hun route geen geheimen: cool babbelend gaat het meteen richting een coffeeshop op de Heiligeweg.

Toch kozen Clooney en zijn kompanen niet alleen voor Amstedam vanwege de libertijnse geest; de stad vormt ook het decor van Ocean’s Twelve omdat zij volgens de makers zo doorleefd is en veel mysterie herbergt – al moesten cast en crew naar Haarlem uitwijken om daar op het station de romantiek te vinden die in Amsterdam door bouwdrift en winstbejag is weggevaagd.

Heldhaftig. Vastberaden. Barmhartig. Die woorden vormen het devies van de hoofdstad. Ze reflecteren ook de bravoure van de bewoners, het zelfbewustzijn, en de eigendunk. Amsterdammers hebben niets met bescheidenheid. In hun stad, eens de belangrijkste handelsstad van Europa, is goed nooit goed genoeg. P.C. Hooft, Joost van den Vondel, Bredero, Sweelinck en Ajax zijn dan wel ‘top’, maar dat betekent niet dat het altijd nog veel beter kan. I Amsterdam luidt de slogan waarmee de stad zichzelf internationaal verkoopt – alsof het bestaan alleen zin heeft als het zich in Amsterdam afspeelt.

Voor filmmakers is dat zelfbewustzijn een aantrekkelijke karaktertrek. Wie zijn film in of rond de grachtengordel laat afspelen, haalt vanzelf brutaliteit en gogme zijn werk binnen. De hoofdpersoon in Bleeke Bet (Richard Oswald, 1934) kent als koppelaarster geen scrupules. In Dick Maas’ thriller Amsterdamned heeft de arrogantie het gezicht van een meisje dat wijdbeens ronddobbert op een luchtbed op de Amstel. De hoofdpersoon in Eddy Terstalls Simon houdt zich onledig met louche handel, lummelen en vreemdgaan (versiertekst: ‘verander jij eens heel snel in een naakt lichaam’). Ook heel hoofdstedelijk: de terloopsheid waarmee Wim Verstappen de provo-acties op het Spui filmde in De minder gelukkige terugkeer van Joszef Katus naar het land van Rembrandt (1966) – alsof de culturele revolutie in Amsterdam tot de doodgewone bezigheden behoort. Zelfs Sinterklaas raakt van de Amsterdamse eigendunk op drift: in Fons Rademakers’ Makkers staakt uw wild geraas (1960) springt de goedheiligman op het Leidseplein pardoes achter op tramlijn 10.

De laatste jaren wordt de Amsterdamse romantiek gerelativeerd. Dana Nechustan maakte van de stad in Nachtrit (2006) een anoniem en duister oord waar geen geveltje of warm verlichte gracht te zien is. David Lammers draaide zijn film over hedendaags Amsterdam – Langer Licht – (2006) in het rauwe Noord. Wanneer de hoofdpersoon een snackbar binnenloopt, treft hij twee Marokkaanse jongens aan en een Egyptenaar achter de toonbank. Op het menu staat Turkse pizza. Aan de wand hangt een antieke plattegrond van de stad als VOC-vesting.

Die realistische versie van Amsterdam, als multiculturele, hardwerkende samenleving, zal de Amerikaanse en Britse rugzaktoeristen niet bereiken. Die willen de stad helemaal niet zo zien. Zij komen voor de uitspattingen uit Hostel en de naakte, Nederlandse weervrouwen uit Deuce Bigalow: European Gigolo (2005). Voor de backpackers lijdt het geen twijfel: Amsterdam heeft het.

Ronald Ockhuysen

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden