Recensie Eigendomsstrijd

Eigendomsstrijd biedt een mooie aanvulling op de geschiedschrijving over het slavernijverleden (drie sterren)

Suriname kende midden 18de eeuw niet alleen slavenhouders, plantageslaven en uit slavernij gevluchte marrons. Heel soms schonk een slavenhouder aan zijn wettelijk eigendom de vrijheid. Bijvoorbeeld aan een vrouw die kinderen van hem had gebaard. Of aan een man die zich verdienstelijk had gemaakt in de strijd tegen de marrons.

Over deze vrijgelatenen schreef de Leidse historicus Karwan Fatah-Black Eigendomsstrijd. Volgens hem heeft geen enkele op slavernij gebaseerde samenleving ooit zonder een vorm van vrijlating of manumissie gekund. Ze gaf slavenhouders een zweem van barmhartigheid, de slaafgemaakten een zweem van hoop.

In Suriname was de kans erop aanvankelijk minimaal: in de 18de eeuw kreeg jaarlijks 1 op de 1000 de ‘onwaardeerbare schat des vrijdoms’. Zij vestigden zich in Frimangron, een drassige wijk aan de rand van Paramaribo, waar ze een ‘grondje’ konden bemachtigen. Let wel: de vrijheid was en bleef een geschenk, met alle verplichtingen van dien. De ontvangers waren lang zelfs wettelijk gehouden tot wederdienst: verviel hun voormalige eigenaar tot armoede, dan moesten ze hem te hulp schieten.

Fatah-Black vraagt begrip voor de spagaat waarin de vrijgelatenen belandden. Zeker, ze hielpen soms actief mee om het ‘racistische systeem’ in stand te houden. Maar hen in retrospectief ‘collaborateurs’ noemen zou de geschiedenis volgens hem geen recht doen. Manumissie was nu eenmaal een van de weinige wegen naar vrijheid, voor jezelf én voor je nageslacht. Fatah-Black: ‘Het verdelen in ‘goed’ en ‘fout’ zou ons niet helpen om het verleden te begrijpen en de nawerking van dit verleden in het heden te herkennen.’

De gemanumitteerden op hun beurt probeerden verwanten en vrienden vrij te krijgen. Ten tijde van de afschaffing van de slavernij in 1863 was de ‘vrije niet-witte bevolking’ in Suriname uitgegroeid tot 15.000 mensen. Maar was de eerste generatie nog dankbaar voor de geschonken vrijheid, hun nageslacht keek daar anders tegenaan. Juist in het vrije Frimangron, schrijft Fatah-Black, ‘werd de niet-ingeloste belofte van vrijheid en gelijkheid’ hard gevoeld. Het hoeft volgens hem niet te verbazen dat Anton de Kom uit deze wijk afkomstig was.

Eigendomsstrijd biedt een mooie aanvulling op de geschiedschrijving over het slavernijverleden. Prijzenswaardig is ook dat Fatah-Black meestal de feiten laat spreken – ze zijn immers van zichzelf gruwelijk genoeg. Wel is het jammer dat hij de rol van missie en zending zo kort behandelt. Want natuurlijk was kerstening een instrument om de bevolking ‘in het gareel te houden’ en een ‘propagandamiddel’ van de afschaffingsbeweging in Nederland. Maar is dat het hele verhaal?

Karwan Fatah-Black: Eigendomsstrijd – De geschiedenis van slavernij en emancipatie in Suriname 

Ambo Anthos; 224 pagina’s; € 20,00.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.