Eigen allochtonen eerst

Salman Rushdie, een auteur die gewoonlijk is afgeschermd door een web van literair agenten, is door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek gestrikt voor het schrijven van het Boekenweekgeschenk 2001....

Natuurlijk. Nederlandse schrijvers zullen eens niét morren. Voor de meesten behoort morren tot hun tweede natuur. Je merkt het bijvoorbeeld op het Boekenbal. Verscholen achter het onschuldige stemgeklater van buitenstaanders en de kakofonie van combo¹s en orkestjes hangt daar jaarlijks een massieve geluidssluier die bestaat uit één langgerekte, even onaangename als onpeilbare bromtoon die argeloze debutanten op het Bal aanvankelijk toeschrijven aan verkeerd afgestelde geluidsapparatuur - maar naarmate de avond vordert, valt zelfs bij de meest ongerepte ziel onder buitenliteraire feestgangers het kwartje: het zijn de schrijvers zelf!

En altijd gaat het gemor over subsidiegevers, ministeriële cultuurnota's, recensenten, onverdiend succes van collega's, de vulgaire moderne tijden en niet te vergeten de prijs van de drank op het Bal.

Om even bij het Boekenweekgeschenk te blijven: jarenlang morden de Nederlandse schrijvers dat vrouwen ondervertegenwoordigd waren als auteurs van het Geschenk. Het gemor ging dóór toen de vrouwen die vervolgens door de CPNB werden aangezocht - Tessa de Loo, Connie Palmen, Renate Dorrestein - niet degenen waren die de morders zelf in gedachten hadden gehad. Is de schrijver van het Geschenk jonger dan dertig (Grunberg), dan gaat het gemor over hypes, premature erkenning en de waan van de dag. Is het een oudgediende, dan mort men over gebrek aan risico en het negeren van de nieuwe generatie.

Deze keer morren de Nederlandse schrijvers omdat Henk Kraima, directeur van de CPNB, allochtone literatoren van binnen de landsgrenzen zou hebben gepasseerd. Aldus sijpelen het provincialisme en de kruideniersmentaliteit door tot in het tochtportaal van de multiculturele samenleving. Eigen allochtonen eerst! Alsof de keuze voor Rushdie uitsluitend valt uit te leggen als een keuze tégen Abdelkader Benali en Moses Isegawa.

Aan Salman Rushdie zelf zal het niet liggen. Naar verluidt heeft hij zich bereid verklaard om het Geschenk direct in het Nederlands te schrijven. Hij volgt daartoe momenteel een spoedcursus te Zwolle bij Kader Abdolah. Als lesmateriaal wordt het Geschenk van dit jaar gebruikt. Getuige de door de CPNB vrijgegeven werktitel zal Rushdie ook in thematisch opzicht het estafettestokje van Mulisch overnemen: De fatwa, de stunt en de domheid. Het is vrijwel zeker dat Rushdie erin zal onthullen dat de eertijdse verontwaardiging onder fundamentalistische moslims over The Satanic Verses berustte op een van de meest uitgekiende publiciteitscampagnes die ooit is bedacht. De pr-strategie kwam uit de koker van de illustere literair agent Andrew Wylie, die zich - alles valt Mulischiaans samen - liet inspireren door de ook internationaal niet onopgemerkt gebleven zelfontvoering van Jules Croiset, na wiens paranoïde kruisgang de term riooljournalistiek nooit meer hetzelfde zal zijn. In ruil voor een paar schamele presentie-exemplaren was een Iraans leesclubje onder leiding van de ayatollah Khomeini, altijd ín voor een practical joke, bereid tot het voor de camera ensceneren van een boze islamitische klompendans met een stropop van Rushdie als vlammend middelpunt, alles onder het motto: de beste boekpromotie is de boekverbranding. En zo geschiedde. De vlammende beelden gingen in ijltempo over de wereld, met als onvermijdelijk gevolg een run op de westerse boekhandels door politiek correcte christenhonden die vóór de fatwa nog nooit van de arme Rushdie hadden gehoord.

Iedereen trapte er in volle glorie in, ook in Nederland, waar het Rushdie Defence Committee overuren maakte en waar Adriaan van Dis met knikkende knieën in een bunker afdaalde teneinde Rushdie te interviewen. Niemand van de pr-machine rond Rushdie had nog het lef om de hoax te onthullen, en ook Rushdie zelf koos eieren voor zijn geld. Hij huurde twee verre neven in als lijfwacht en dook onder in zijn eigen mythe.

Nu al is het zeker dat de onthullingen in het komende Boekenweekgeschenk een orgie van razernij teweeg zullen brengen. Want de woede te zijn beetgenomen overtreft vele malen de heilige verontwaardiging over fundamentalisme of een ander dreigend isme - dat bleek al uit de reactie van Freek de Jonge op Mulisch' literaire croisetificatie.

Intussen heeft de CPNB, gezien het per direct gegroeide prestige van het Geschenk, zo haar eigen sores. Wie te vragen voor 2002? Na Rushdie kun je moeilijk aankomen met een literaire coryfee uit de Tweede Helmerstraat. CPNB-directeur Kraima schijnt zich dit terdege te beseffen en is daarom inmiddels driftig in onderhandeling met een select aantal dode schrijvers. Dat is ook wel zo logisch. Wie Rushdie kan strikken, moet in staat worden geacht voor de gelegenheid Dostojewski tot leven te wekken. Ik zet mijn kaarten op Gustave Flaubert. Die is dood en bovendien in aanzien bij vrijwel iedereen uit de literaire divisies, van Maarten 't Hart tot Cyrille Offermans. Bovendien kon Flaubert - zie zijn brieven - onvermoeibaar morren, hetgeen een broodnodige band schept met de Nederlandse schrijvers. Daarom: de keuze voor Flaubert als schrijver van het Boekenweekgeschenk van 2002 zal voor het eerst sinds jaren onomstreden zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden