Eeuwige twijfelaar en lastpak

Pas op haar 32ste ging Evelyne Merkx naar de Rietveld Academie. Nu, bijna twintig jaar later, behoort ze tot de topvijf van Nederlandse interieurarchitecten....

HEVIGE TWIJFEL, 'een natte deken die over me heen viel' overmande interieurarchitecte Evelyne Merkx toen ze de opdracht het Concertgebouw te renoveren had aanvaard. Waarom zou ik dat zomaar mogen?, vroeg ze zichzelf af. Kan ik dat wel? Verpest ik het niet?

'Ik geef die opdracht terug, heb ik in het begin heel even gedacht', zegt ze. 'Dat heb ik nog nooit eerder gehad.'

Het was geen gemakkelijke zomer, stelt ze eufemistisch. Na twee jaar voorbereiding moest haar studio de gerenoveerde Grote Zaal van het Concertgebouw opleveren, de verbouwing afronden van de Hema op de Nieuwendijk in Amsterdam, en de kelder en het restaurant hebben ingericht van de nieuwe Bijenkorf in Amstelveen, die 17 september opengaat.

Allemaal onder toezicht van Evelyne Merkx (1947), die op haar 32ste besloot dat ze meer wilde zijn dan de representatieve vrouw van een geslaagde zakenman en moeder van twee kinderen. Ze scheidde, nam haar kinderen van 5 en 6 jaar mee, en ging studeren aan de Rietveld Academie. Haar kinderen groeiden bijna letterlijk op onder de tekentafels.

Ik mag een eeuwige twijfelaar zijn, zegt Merkx, die heel lang nadenkt over een beslissing, 'maar als ik dan een besluit neem, is het ook meteen heel rigoureus'.

Ze praat snel, bijna gejaagd. Een wervelwind. Continu maakt ze de indruk dat ze weer wil opstaan om nog een foto, tekening of maquette te laten zien. Haar taalgebruik is vervuld van grote woorden: 'Enórm', 'Fántástisch', 'Woestspannend'. Ze danst van onderwerp naar onderwerp, om bijna elke constatering af te sluiten met: 'Ik meen het serieus hoor.' Haar lach is ontwapenend, vervuld van lichte zelfspot.

Blozend vertelt ze over het briefje dat ze dezelfde ochtend kreeg van haar dochter Marijn die 'gewoon niet kon zeggen' hoe trots ze is op haar moeder. 'Al mijn vriendinnen zijn jaloers', schreef Marijn. 'Wij vinden je ook een leuke moeder, ondanks dat je het vaak veel te druk hebt.'

You can't eat the cake and have it, concludeert Merkx.

Wat had ze vroeger ruzie met haar kinderen, als ze na het avondeten weer terug moest naar de studio. Nu is het afgelopen!, riepen zoon en dochter, maar er kwam alleen maar meer werk bij - en tegenwoordig behoort ze tot de topvijf van interieurarchitecten in Nederland. 'Tegenover mijn kinderen heb ik me ontzettend schuldig gevoeld. Heel, heel erg. Belachelijk gewoon. Maar dat eeuwige schuldgevoel komt voort uit mijn katholieke opvoeding. Dat raak je nooit meer kwijt. Kun je vergeten.'

Ze groeide op in Limburg, waar haar vader directeur was van een warenhuis. De belangstelling voor architectuur werd gewekt toen ze als jong meisje door de winkelruimtes wandelde die haar vader liet verbouwen. 'Ik herinner me precies de kleur van de verf die hij in een trappenhuis had laten aanbrengen - omdat het zo'n aparte kleur was. Ik weet nog helemaal hoe de verf rook.'

Haar vader reisde over de hele wereld om zich op de hoogte te stellen van de nieuwste ontwikkelingen in warenhuizen en trachtte deze ook door te voeren in zijn eigen winkel. 'Hij wilde heel graag een vlees- en visafdeling in het warenhuis. Dat was toen nog niet zo erg normaal, dat je dat soort dingen wilde.' Vertederd lachend: 'Hij had de Smikkel bedacht. Zo heette dat: een smikkel. Daar kon je een toastje eten met iets lekkers erop. Ik heb het over veertig jaar geleden hoor. Véér-tig jaar geleden' Na sluitingstijd liep ze met haar vader door het warenhuis en dan ontvouwde hij plannen die ze allemaal 'geweldig' vond. 'Eef, voorspelde hij, 'jij wordt later architect.' Maar dan moest ze wel naar Amerika, zei hij, want hij kende uit de oorlog nog een Amerikaanse architect. Fantastisch, dacht Evelyne, die toen 8, 9, 10 jaar was. 'Dat was in de tijd dat ik mijn vader nog heel erg leuk vond.'

Ineens was het over. Het huwelijk van haar ouders mislukte, hun drie dochters en een zoon moesten op kostschool, haar vader stopte resoluut met zijn werk. Ze kan zich niet herinneren daarna ooit nog iets wezenlijks met hem te hebben besproken. Hun wegen scheidden zich.

'Je kunt je afvragen hoe mensen het in hun hoofd halen vier kinderen op kostschool te zetten', zegt ze, onverwacht fel. 'Dat heette een goede opvoeding in die tijd. Ik mag mijn kinderen dan wel hebben opgevoed onder de tekentafel, maar kende geen moment rust als ik ze niet in het oog had.'

De kinderen vonden de kostschool verschrikkelijk. 'Het was een ramp. Ik heb me misdragen, de raarste dingen gedaan, en ben van school gestuurd.' Op naar de volgende kostschool. Studeren mocht ze niet meer van haar vader; hij vond intussen dat zijn dochters maar gewoon moesten trouwen. 'Eigenlijk wil ik dat er niet in hebben. Ik ben het allang vergeten. Over de doden niks dan goeds. Hij heeft het verkeerd gezien, denk ik maar.'

Helemaal geen drama, beklemtoont ze. 'Het is niet interessant of iemand het je moeilijker of makkelijker heeft gemaakt in het leven. Maar als het mij moeilijk wordt gemaakt, wil ik mezelf wel bewijzen. Door te gaan studeren, bijvoorbeeld.'

MERKX heeft een hekel aan verhalen waarin ouders van alles wordt aangewreven - 'belachelijk, tenzij ze je echt hebben mishandeld of zo'. Ouders zijn een gegeven in je geschiedenis, vindt Merkx; vanuit dat gezichtspunt wil ze er wel iets over vertellen. 'En ik kan nu eenmaal niet zeggen: mijn vader, dat was een enige man. Omdat ik vind dat hij zijn kinderen heeft laten vallen en niet de weg heeft gevonden het anders te doen.' Klaar. 'Je moet niet denken dat ik daarom hier zit te lijden.'

Ze is een vechter, beaamt Merkx, ze houdt erg van verder gaan dan ze denkt dat ze kan - kijk naar de renovatie van het Concertgebouw, een project dat nog doorloopt tot 2006. Na de verbouwing van de solistenkamers, de stemkamers en de artiestenfoyer is de meesterproef geleverd: de renovatie van de Grote Zaal. Een bijna heilige zaal, akoestisch gezien behorend tot de beste drie van de wereld, samen met die in Wenen en Boston. 'Het lijkt nu voor een deel van de buitenwereld een klein beetje alsof we die zaal alleen maar hebben geschilderd', zegt Merkx, die het project uitvoert in samenspraak met haar compagnon en huidige levenspartner Patrice Girod. 'Zo van: wat zijn ze daar leuk met kleurtjes bezig geweest. Te simpel gedacht natuurlijk.'

DRIE JAAR geleden werd ze benaderd door directeur Martijn Sanders van het Concertgebouw. Ze had net de opdracht binnen om samen met een Amerikaans bureau het nieuwe hoofdkantoor van ABN Amro in Amsterdam in te richten. Sanders bekeek een diapresentatie van haar werk, en 'boem, nog bijna voor ik de laatste dia had vertoond, zat hij alweer in de taxi'. Merkx zei tegen kantoorgenoten: 'Deze opdracht zou ik nou echt heel erg graag willen. Maar waarschijnlijk kiest hij mij niet. Want als je iets heel erg graag wilt, krijg je het niet.'

De dag daarop liep ze 's ochtends naar de brievenbus, in de verwachting dat er een afwijzing zou liggen, de volgende dag weer, en de derde dag belde Sanders: 'We hebben jou gekozen.' en: 'Dat had je wel verwacht zeker.'

Ze had nog nooit eerder grote historische renovaties gedaan. Behalve de verbouwing van het restaurant 1-ste klas in het Centraal Station van Amsterdam, 'maar dat was al afgebroken, daar stond alles tussen de spinnenwebben in de kelder'.

De taak waarvoor het bureau Merkx & Girod werd gesteld, leek aanvankelijk bijna onuitvoerbaar. Niet alleen door de staat waarin het gebouw verkeerde ('De Grote Zaal was in één toon zompig beige-groen geschilderd, in het plafond zaten scheuren, hele stukken dreigden naar beneden te komen.'), maar vooral door de status van 'de tempel aan de Van Baerlestraat'.

Merkx realiseerde zich zeer sterk dat iedereen haar op de vingers zou kijken. Ze had te maken met een raad van commissarissen van 'heel deftige belangrijke heren' en een Concertgebouworkest dat 'in eerste instantie natuurlijk niet zo verschrikkelijk geïnteresseerd is in uiterlijke veranderingen'. Bij het maken van een masterplan voor de Grote Zaal stond het behoud van de akoestiek uiteraard voorop. Vermaarde specialisten op dit gebied - het Nederlandse bureau Peutz en het Engelse bedrijf Arup - deden tevoren metingen om te horen of de akoestiek door de renovatie zou worden aangetast. Dat leidde tot ingewikkelde toestanden. Een cassette (een verzonken vierkant in het plafond) werd tot in detail nagemaakt, vervoerd en getest in een geluidsstudio van Peutz. Het ding van 4,5 bij 5 meter paste maar nét in de aanhanger van de vrachtwagen. 'Woestspannend', zegt Merkx.

Ook bij de wanden werden geluidsmetingen verricht. Zo kon Merkx een techniek om was als finishing touch over de laatste verflaag aan te brengen, niet toepassen in de Grote Zaal. Als proef had ze wat was aangebracht op een vlak van een proef-'blindnis', die ze had laten opzetten achterin de zaal. Bij een meting constateerde een medewerker van Peutz meteen: 'Hé, daar zit iets anders op.' Merkx: 'Normale mensen horen dat dus absoluut niet.'

De verf was een verhaal op zich. Merkx had standaardverf van Sikkes kunnen kiezen, of uit een Sigma-waaier, zodat het Concertgebouw de Grote Zaal zelf later makkelijk had kunnen overschilderen. Maar ze gaf de voorkeur aan keim, een minerale verf op basis van natuurlijke pigmenten. (Zonder scherpe geuren, dus beter voor de stemmen van de solisten).

'Die verf moet je voelen om te beseffen waarom ik er verliefd op werd', zegt ze, en ze loopt met elastieken passen naar de andere kant van haar werkkamer, om terug te komen met vijf plastic zakjes, gevuld met mengingen van pigmenten. 'Moet je nagaan dat we als uitgangspunt wel dertig soorten mengingen hebben gebruikt.'

Het goud dat blonk in de Grote Zaal was namaakgoud. 'Uitgesproken lelijk.' Merkx wilde dat alle goudaccenten werden aangebracht met echt bladgoud. 'Dat straalt ook op een heel andere manier.' Maar te veel goud wilde ze niet: 'Het mocht er niet nouveau riche uitzien.' Dus maakte ze van tevoren tekeningen om te bepalen waar welk goudaccent moest komen, en vooral: waarom.

Ze wekt de indruk nog uren en uren door te kunnen gaan over alle aspecten van deze netafgeronde opdracht. 'Oude gebouwen renoveren zonder hun historie aan te tasten, maakt ons vak ook zo moeilijk.' Hoe lastig was het niet een constructie te bedenken om alle techniek vanaf het dak zo onzichtbaar mogelijk via het plafond door te voeren in de Grote Zaal. Kabels, microfoons, opnameapparatuur, brandmelders, lampen - de waslijst aan wensen van de technische dienst van het Concertgebouw was eindeloos.

Een complicerende factor was dat Sanders erop stond dat de Grote Zaal openbleef tijdens de renovatie. Wat inhield dat er drieënhalve maand vooral 's nachts, na half twaalf, moest worden gewerkt. Elke avond sleepten medewerkers de stoelen in een noodtempo de zaal uit om daarna weer ras steigers op te bouwen. 'Even een halfuur van enorme hectiek.'

De stucadoors werkten met bouwlampen. Na elke nieuwe laag verf die was opgezet, bootsten de begeleiders het 'gewone' avondlicht van de kroonluchters na. 'Dan dacht je: dít is de kleur en dan bleek het 'm weer niet te zijn.' In het begin werkte Merkx elke nacht tot half drie, om 's ochtends weer gewoon naar haar studio te gaan. Later beperkte ze het late werk tot drie nachten per week.

Ja, ze is wel moe nu, verklaart ze terloops. Haar werkdrift is nooit ingetoomd, ook niet nadat ze voor de tweede keer was hersteld van een levensbedreigende ziekte.

VLAK NA de eerste keer besloot ze haar leven als 'vrouw-van' te verruilen voor dat van student aan de Rietveld. Nee, ze wil van deze ommezwaai geen psychologisch verhaal, geen 'drama' maken over oorzaak en gevolg. Zeer resoluut: 'Hou ik niet van. Natuurlijk ga je na zo'n ziekte wel nadenken: wil ik nog op dezelfde manier doorleven als hiervoor? Ik kampte allang met onvrede in mezelf. Ik hoorde een stemmetje, dat ik niet meer tot zwijgen kon brengen.'

Natuurlijk, haar ex-man vond het 'niet zo'n ontzettend leuke daad', maar tegenwoordig kan ze weer goed met hem opschieten. 'Ik had niet anders verwacht dan dat je succesvol zou zijn', zegt hij wel eens tegen haar. 'Nou', zegt ze nu, 'ik had het heel anders verwacht.'

Toen ze van de Rietveld kwam, begon ze een eigen studiootje in haar huiskamer. Hard werken had ze al eerder geleerd: in de tijd dat haar man nog studeerde, leefden ze van het salaris dat Merkx verdiende op de reclameafdeling van de Bijenkorf. Niet lang na het opzetten van haar eigen bedrijfje vroeg een vriend of ze een ruimte van hem wilde overnemen in een voormalige shampoofabriek in de Jordaan die hij op het oog had.

In deze oude fabriek woont en werkt ze nog steeds, nu omringd door twintig medewerkers. 'Kleine werkjes werden grote werken.' Van het verbouwen van 'badkamertjes', particuliere huizen en modewinkels naar het (her)inrichten van de Bijenkorf en het opknappen van de Hema, die ze een no-nonsense-uitstraling geeft: helder en onverzichtelijk. De volgende grote opdracht ligt alweer te wachten: het opzetten van een nieuw winkel- en horecagebied op de D-pier van Schiphol.

Fascinerend werk heeft ze, vindt Merkx. 'Mijn vak heeft met alles te maken. Met historie, kleur, licht, materialen, structuren, mensen. Het verdiept je inzicht. Bij een particuliere verbouwing moet je meteen de bewoners van het huis en de mogelijkheden die de ruimtes bieden, inschatten. Van zo'n muziektempel leer je de complete geschiedenis en de programmering kennen.'

Ze praat nuchter over haar succes. 'Je moet vooral niet zeggen: o, o, o wat gaat het goed. Je moet gewoon doorgaan.' Haar medewerkers krijgen alle credits. 'Zo'n fantastisch team. Er zitten hier mensen die dingen doen die ik nooit zou kunnen. Jij moest eens weten wat een boekhoudkundige chaos ik had gemaakt voordat hier een financiële directeur kwam. Ik dacht dat ik het heel logisch deed, maar het was dus heel onlogisch.'

Een lastpak, noemt ze zichzelf. Streng. Ongeduldig. 'Ik ben niet gauw tevreden. Ik zoek lang door. Mijn medewerkers moeten heel consciëntieus zijn. Ze mogen nooit denken: het komt vanzelf wel in orde. In de bouw komt iets nóóit vanzelf in orde. En ik wil dat het héél goed is.'

Haar bureau begon net goed te lopen toen ze weer ziek werd, in 1989. Na aandringen verklaart ze: 'Kanker. Maar dat vind ik een vervelende tekst.'

Merkx was net terug uit India waar ze een collectie vloerkleden voor de Bijenkorf had gemaakt. 'Voelde me fantastisch, en dan krijg je dat nieuws. Ik was vooral verschrikkelijk kwaad. En maakte me erg veel zorgen of mijn kinderen het zouden redden. Behalve de eerste paar weken heb ik nooit echt geloofd dat ik erin zou blijven. Eerst dacht ik nog: nu zal ik het wel rustiger aan gaan doen, als ik terugkom. Dat werkte natuurlijk helemaal niet. Dat kán helemaal niet. Aard van het beestje.'

Drie jaar geleden reed een auto haar aan op de fiets en klapte ze met haar gezicht op een Amsterdammertje ('Amsterdammer', zegt ze nu met enig ontzag). Ze brak haar kaak op elf plaatsen. En nu is het klaar, besloot ze. 'Ik ben drie keer ziek geweest en weet zeker dat het over is. Ik meen het serieus hoor.'

Ze wil niet, herhaalt ze stellig, iemand in de media worden van: mevrouw is zo ziek geweest en is er toch weer bovenop gekrabbeld. 'Iedereen heeft gehannes met rimpelingen in het leven. Daar moet je je overheen zetten. Ik zie het hier op het bureau ook. Ze gaan samenwonen, kopen een huis, en maken het uit.' Weer die lach vol zelfspot: 'Als ik daarnaar kijk, denk ik: blij dat ik díe fase voorbij ben. Dat ga ik dus even niet meer meemaken.'

Merkx staat op om in vogelvlucht de rest van de studio en haar huis op de bovenste etage te laten zien dat nu wordt verbouwd. 'Het moeilijkste werk dat ik ooit heb gedaan. Voor mijn eigen huis beslissingen nemen. Tegen een opdrachtgever kun je gewoon zeggen hoe je denkt dat hij het moet aanpakken. Die vertel ik heus niet dat ik zelf ook twijfel.'

Ze heeft niet het geduld op de lift te wachten en rent de trappen op. Nog een verdieping en nog een verdieping. In een stripverhaal zou je wolkjes achter haar voeten tekenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden