Eeuwig langs het drama scheren

OP 20 JUNI 1992 maken Remco Campert en zijn vriend Gerrit Kouwenaar een wandeling door Rotterdam. De twee oud geworden Vijftigers voeren een melancholiek getint gesprek, waarover Kouwenaar later een gedicht zal schrijven dat hij aan Campert opdraagt: 'Kijk, het heeft gewaaid'....

Blijkbaar heeft Kouwenaar die dag heel goed begrepen wat Campert bezighield, want in zijn gedicht worden precies dezelfde onderwerpen aangeroerd als in Camperts nieuwe novelle Als in een droom. Zowel het gedicht als het verhaal gaat over de verhouding tussen literatuur en (politiek) werkelijkheid, over de plaats van de dichter die alleen de taal als wapen kan inzetten.

Deze vragen benaderen zij omzichtig. In het gedicht komen de twee kuierende dichters, pratend over 'taalgebruik tandbederf aan/ staande doden', op een pleintje waar de bladeren op onverklaarbare wijze van de bomen zijn gewaaid: 'Het was een zomer zoals het behoorde/ totaal als de oorlog die elders woedde// terwijl de stad als een bom lag te dromen/ moest er een droom zijn geweest die niet droomde// iets om even te schrikken, in woorden.' Het gedicht staat, als een droom, ver af van de gewelddadige realiteit, blijkt uit het machteloze 'schrikken in woorden'.

Ook in Camperts verhaal gaat het om de afstand tussen literatuur, droom en werkelijkheid. Simon is een schrijver van 'slappe, zogenaamd humoristische romannetjes', zoals zijn vriendin Olga ze noemt. Zij werkt als scout voor een populaire toneelgroep, Het Gezelschap, die zich geëngageerd bezighoudt met de burgeroorlog 'een paar landen verder'. Na veel discussie besluit een deel van het gezelschap naar de belegerde stad te gaan om een stuk van Pinter op te voeren. Daarmee verwijst Campert, net als Mulisch in Het theater, de brief en de waarheid, naar gebeurtenissen van een aantal jaren terug. Men denke aan Sarajevo, waar tijdens en na de oorlog een stroom betrokken kunstenaars en denkers heentrok, van Susan Sonntag tot Serge van Duijnhoven.

Campert, of in ieder geval zijn personage Simon (de twee lijken niet veel van elkaar te verschillen), zet vraagtekens bij het nut van zulke artistieke missies. Olga legt ongeduldig uit dat ze zo 'kunnen bewijzen dat kunst geen luxe is, maar broodnodig'. Dat is nu juist wat Simon betwijfelt. Voor hem heeft kunst niets uitstaande met politiek. 'Draaf je niet wat door?', vraagt hij voorzichtig aan zijn vriend Emiel. Deze is zo geschrokken van een beroving dat hij besluit weer poëzie te gaan schrijven: 'Hij zal iets tegenover het geweld van de nacht moeten stellen, iets ingrijpends, iets dat betekenis heeft.'

Simon zelf zet de literatuur in voor meer persoonlijke doeleinden. Hoewel hij zich begint af te vragen of het niet tijd wordt wat meer aandacht aan 'het grote' te gaan besteden, is hij in de eerste plaats geïntereseerd in het kleine: zijn eigen geschiedenis. Die heeft hij altijd getracht te verdringen, hij is 'behendig geworden in het vergeten'. Nu wil hij de omgekeerde weg bewandelen. De schijver neemt zijn dromen serieuzer, hij laat zelfs een enkele vluchtige jeugdherinnering toe.

Daarmee is Simon een van de weinige personages van Campert die helemaal serieus te nemen is. De gebruikelijke ironische ondertoon is vrijwel afwezig. Ronduit tragisch is Simon wanneer hij verzucht: 'Hoe verschrikkelijk en hoe vergeefs alles en toch steeds opnieuw begonnen'. Ook zijn voorzichtige zelf analyse lijkt vergeefs. Die komt eerder neer op het laten opwellen van een enkel gevoel, een herinnering, een droom, dan op doelgericht zoeken en oplossen. Een catharsis ontbreekt, Simon moet tot zijn spijt vaststellen dat de dromen hem steeds weer door de vingers glippen.

Geen herinnering, droom of idee blijkt het daglicht te kunnen verdragen zonder meteen te vervluchtigen. Zo roert Campert een vertrouwd onderwerp aan. De verhouding tussen droom en werkelijkheid houdt hem al bezig sinds het begin van zijn schrijverschap, een halve eeuw geleden. Hoe onhoudbaar de droom is, illustreert het fragmentarische karakter van de novelle. Dromen, herinneringen of gesprekken zijn nog niet afgerond of een volgende gedachte voegt alweer in.

De werkwijze duidt ook op weerzin tegen het voltooide, een ander terugkerend onderwerp bij Campert. Geheel in de lijn met Valéry's uitspraak 'Wat af is, is niet gemaakt', benadrukt Simon in Als een droom dat een gedicht niets meer voor hem betekent als het is afgerond: 'Het gedicht is op zijn mooist als het op weg naar af is.' Gedichten zijn, net als dromen, niet bestemd om te behouden, maar om kwijt te raken. Simon is ingesteld op een staat van permanent verlies.

Hetzelfde geldt voor de liefde. Al vanaf de eerste pagina is duidelijk dat de relatie met Olga aan het aflopen is. Belangrijker zijn Simons herinneringen aan zijn onbegrensde liefde voor Lana, de vrouw van zijn beste vriend. Toen hij Lana uiteindelijk kon krijgen, hoefde hij haar niet meer: de vervulling was het einde van de droom. Hij blijkt niet te kunnen houden van een tastbare Lana: 'Als ik aan haar dacht toen ze nog onbereikbaar was deed ik dat zonder begeerte, zonder het verlangen om met haar in bed te belanden. Het was de liefde van een elfjarige voor het droommeisje in de andere klas.'

Bovendien gaat liefde niet samen met literatuur. Als hij verliefd is, kijkt Simon met minachting neer op het schrijven: 'Hoe is het mogelijk dat ik mijn tijd heb verdaan met het construeren van bouwvallen (want nooit heb ik het idee dat een van mijn schrijfsels geslaagd is). Het is het gedroom van een buiten de werkelijkheid staande zonderling dat verijlt naast de stralende werkelijkheid van de verliefdheid.'

Wellicht is dat de reden dat Simon zijn geliefde de rug moet toekeren zodra hij haar in zijn armen kan sluiten. Als een moderne Orpheus kan hij alleen blijven zingen als hij afstand doet. Zo zou Simon zelf het nooit formuleren. Terecht merkt hij op dat hij 'geen drama' in zich heeft: 'Ik scheer er maar wat langs.' En al even terecht voegt hij eraan toe dat juist dat zijn grote drama is.

Campert laat zien dat zijn eeuwige 'erlangs scheren' de enige manier is om te schrijven over liefde, literatuur en werkelijkheid. Zo heeft hij het, via de slinkse omweg van een novelle over een kunstenaar die niet over oorlog wil schrijven, uiteindelijk tóch over kunst en oorlog. Na Kouwenaar en Mulisch toont Campert op zijn beurt dat de werkelijkheid zich alleen zijdelings laat benaderen in de literatuur: er is een verschil tussen 'schrikken in woorden' en echte angst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden