Eeuwenlang zoeken naar de waarheid

JARENLANG VORMDEN de twee deeltjes Geschiedenis van de filosofie van de Duitse filosoof Hans Joachim Störig het enige redelijk betrouwbare filosofische naslagwerk dat een gewoon mens kon raadplegen....

De groeiende belangstelling voor spiritualiteit en filosofie in de jaren negentig heeft ertoe geleid dat er steeds meer literatuur verschijnt die ook voor leken te volgen is. Zo zijn er de afgelopen jaren een paar goed toegankelijke naslagwerken verschenen, waaronder een Nederlandstalig Woordenboek filosofie (onder redactie van H. Willemsen) en de rijkelijk geïllustreerde encyclopedie De verbeelding van het denken.

Kortgeleden is daar een beknopte geschiedenis van de filosofie bijgekomen: de Kalender van de filosofie van de Franse filosoof Dominique Folscheid. In navolging van Störig verspreidt Folscheid zijn Kalender over twee deeltjes van handzaam pocketformaat. Dit tweetal vulde hij nog aan met een derde uitgave, De grote filosofen, waarin de belangrijkste denkers apart worden besproken.

Verbazingwekkend genoeg is Folscheid niet actueler dan Störig. Hoewel zijn Kalender bijna veertig jaar na Störigs standaardwerk verschijnt, eindigt ook hij met Sartre, de existentialistische filosoof die vooral in de jaren zestig populariteit genoot. Geen woord over de ontwikkelingen in de Amerikaanse filosofie, waar de laatste veertig jaar flink aan de weg wordt getimmerd. Al evenmin noemt hij de Franse filosoof Jacques Derrida, nota bene een landgenoot, die door velen als de belangrijkste filosoof van dit moment wordt beschouwd.

In het nawoord bij De grote filosofen vult Jan Bor deze lacune op door een overzicht te geven van de filosofische ontwikkelingen van de laatste vijftig jaar. Vervolgens stelt hij de vraag of deze ontwikkelingen grote filosofen hebben opgeleverd. Hij meent dat het wellicht nog te vroeg is om al te kunnen vaststellen welke filosoof vanuit historisch oogpunt tot 'de groten' mag worden gerekend.

Getuige de inleiding bij het eerste deel van zijn Kalender lijkt voorzichtigheid inderdaad Folscheids motief te zijn geweest. Als men de media moet geloven, stelt hij, verschijnt er elke maand een nieuw filosofisch meesterwerk. Hij stelt zich liever terughoudend op en laat zijn Kalender een echte geschiedenis zijn.

Folscheid is zich daarbij terdege bewust van de illusie van de chronologie. Een veelvoud van versnipperde en gescheiden culturele geschiedenissen wordt door de chronologie onder één noemer gebracht. Dat kan gemakkelijk absurditeiten tot gevolg hebben. Folscheid: 'Men bedenkt 'tijdgenoten', alsof gelijke jaartallen een willekeurige Griek met een willekeurige Chinees in verband zouden kunnen brengen, terwijl ze in totaal onvergelijkbare werelden leven.'

Met deze woorden plaatst hij de geschiedopvatting die aan zijn Kalender ten grondslag ligt, in het juiste perspectief. Wie een geschiedenis van de filosofie schrijft, gaat ervan uit dat de filosofie werkelijk een geschiedenis hééft, dat de opeenvolging van data van verschijnen van belangrijke filosofische werken een zekere logica laat zien, een ontwikkeling zelfs.

Folscheid laat er geen twijfel over bestaan dat hij gelooft in een rationele en progressieve ontwikkeling van het denken. Zijn geschiedopvatting gaat daarmee terug op de Duitse filosoof Hegel, die ervan overtuigd was dat het denken een logische weg volgt en met het verstrijken van de eeuwen steeds dichter aan de waarheid nadert. Het christendom vormt in deze ontwikkeling een scharnierpunt. Het is een belangrijke nieuwe fase in de menselijke zoektocht naar de waarheid.

Folscheid besteedt ruimschoots aandacht aan het christelijk denken. De gedachte dat er slechts één God bestaat, die niettemin tegelijkertijd een drievuldigheid is, leidde tot geheel nieuwe wijsgerige problemen. Daarnaast dwong de strikte scheiding tussen geloof en rede en tussen geloof en staat het denken eveneens in een ander spoor. Het middeleeuwse denken staat voor een belangrijk deel in het teken van deze nieuwe problematiek.

De Middeleeuwen worden volgens Folscheid ten onrechte vaak als oninteressant en duister beschouwd. Wie beter kijkt, ziet een uiterst vruchtbare mengeling van ideeën. Het oude Griekse denken werd beïnvloed door de Arabieren, waardoorheen zich nog eens traditioneel joodse en nieuw-christelijke invloeden mengden. Een soort multiculturele ideeënwereld avant la lettre, zou je kunnen zeggen.

Na de Middeleeuwen bleef het christelijke gedachtegoed stevig verankerd in het wijsgerig denken. Ook al waren de christelijke leerstellingen geen onmiddellijk onderwerp meer van traktaten en studies, het christendom was een integraal onderdeel geworden van de westerse cultuur en sprak als zodanig in elke filosofisch systeem zijn woordje mee. Zelfs wie het bestaan van God ontkende, bewoog zich in een gedachtewereld waarin het al dan niet bestaan van God een punt van discussie was.

Folscheids visie op de geschiedenis van de filosofie is zeker een interessante. Hij plaatst een grote verscheidenheid aan denkers in historisch perspectief, zonder dat perspectief te verabsoluteren. De lezer wordt er telkens op gewezen dat er verschillende geschiedenissen door elkaar heen lopen, waardoor elk eenduidig verhaal de feiten onrecht zou aandoen.

Als naslagwerk is Folscheids Kalender minder geslaagd. Zijn uitleg is dikwijls wel erg beknopt. Wie niet al enigszins is ingewijd in de filosofie, zal er waarschijnlijk niet veel wijzer van worden. Het apart uitgegeven deeltje De grote filosofen biedt enig soelaas. Als inleiding in de filosofie voldoet Geschiedenis van de filosofie van Störig echter beter. Al was het alleen maar omdat de twee delen van Folscheid bij elkaar net zo dik zijn als één deel Störig. Niet voor niets ligt van dit werk inmiddels al de vierentwintigste druk in de winkel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden